Mei


Op een zwoele dag in mei
Stond een schaapje in de wei.
Het mekkerde heel zacht en zei:
“Oh…wat ben ik blij.”
Een koe die daar te grazen stond
Had witte klaver in haar mond.
Ze was gelukkig en gezond
En keek wat in het rond.
Een zwaluw ging angstwekkend hoog ,
‘k verloor hem bijna uit het oog.
Het was of hij steeds verder vloog
Tot aan de regenboog.
Daar in het frisse ,groene gras
En in de grote waterplas
Daar zag je dat het lente was
En het begon nog pas.
Ik lag daar op die dag in mei
Tussen de bloemen in de wei
En elk wezen sprak tot mij
Want ik hoorde erbij.























