Droom

Droom
Maandag paas gedicht

't Is maandag en het is maart, de lucht is kerngezond met ijsblokken bestapeld aan de blauwe horizon,de wind draagt fonkelend zonlicht koel als hoge berglucht mee, er wappert helder wasgoed wit als uitgestoken sneeuw. 't Is maandag en het is maart, Uw kruis stond opgericht, ik mag met heel de wereld mee staan blinken in een witte zee van zuiverheid en licht.
Paasfeest

Wat betekent het Paasfeest nog voor U?
Is het nog steeds een groot feest,
of denkt u meer aan het hier en het nu
en is het niet meer zoals het is geweest ?
Vroeger ging een ieder naar de kerk,
om het blijde Paasfeest te beleven,
het onbegrijpelijke wonder van Gods werk.
Dat Hij zijn leven voor ons heeft gegeven.
Het is nog precies zo, vandaag de dag,
we mogen feestvieren en blijde zingen,
waarin het lied niet zwijgen kan of mag
over die wonderlijke grote dingen.
Jezus, die onze Heiland wil zijn,
heeft voor ons de dood overwonnen,
voor een ieder groot en klein.
Een geheel nieuw leven is begonnen.
Om ons te redden is Hij opgestaan.
Voor deze wereld heeft Hij geleden
en heeft de lijdenstijd doorstaan.
Hij heeft voor ons de strijd gestreden
Halleluja, lof zij de Heer,
Die eeuwig leeft
Zijn naam zij al de eer.
Hij die ons het leven geeft.
Nu hebben wij niets te vrezen,
Jezus leeft en wij met Hem.
Hij is uit het graf verrezen.
Luister dan naar Zijn stem.
Laten wij zoals het altijd is geweest,
de opstanding van Jezus blijven gedenken.
van harte, vrolijk en blij van geest
en Hem ons vertrouwen schenken
Opstanding

Ze had het vaak gelezen,
haar leven lang gehoord,
dat Jezus was gekruisigd,
Zijn handen diep doorboord
en dat Hij na drie dagen
uit 't graf verrezen was.
Maar 't wist haar niet te raken
als zij dit wonder las.
Haar eigen levenspad was
van vele tranen nat,
tot de verrijzenis haar
ineens gegrepen had.
De Heer gaf het bewijs dat
de opstanding bestaat,
die boven al het lijden
en 't zwaarste kruis uitgaat.
Zo werd die grootse morgen
de aanvang van een dag,
waarop zij heel haar leven
in 't licht van Pasen zag.
Ze weet dat niets ter wereld
Gods almacht kan weerstaan
en die daarin geloven
met Jezus opwaarts gaan!
pasen
Ons Leven
Het vaderswoord
als God spreekt wijken alle machten
en waar Zijn stem klinkt wordt het stil
de kleinste zin van Hem schenkt krachten
één woord en 't gaat zo Hij het wil
God kan op vele wijzen spreken
toch is er geen die ik doorgrond
Hij neigt zelfs harten zoals beken
door enkele klanken uit Zijn mond
Eeuwig afscheid

Woorden van troost zijn niet te bedenken
Ieder afscheid komt onverwacht
Je wilt het tegenhouden en afwenden
Maar het is niet in onze macht
Geen woord kan het gevoel van verdriet omvatten
Alle cliché’s ten spijt
Een mens verliest uiteindelijk al zijn schatten
Wat rest is een eeuwig obstakel wat ons scheidt
Het verdriet, de pijn voelt onwerkelijk,
Het eerste gevoel is kil en hard
De liefde is onsterfelijk
Maar dat begrijpt alleen ons hart
Paradijs

Toen zee en land en luchten,
geschapen werden uit het niet,
en zon en maan en sterren,
naar hemelbogen vluchtten,
omdat God hen op hun plaatsen riep.
Toen de vogels en de vissen,
de dieren op het land,
het jonge woud, de bloemenpracht,
door God zelf tot stand gebracht,
en vast lag in zijn hand.
Toen de mens als kroon der schepping,
het loflied van zijn heerlijkheid,
het paradijs mocht binnen treden,
heeft God zich zeer verblijd,
De mens, hij had Hem lief,
hij wandelde met Hem,
en in de avondkoelte
hoorde hij zijn stem.
Toen is de slang gekomen,
en heeft de mens verleid,
hoewel hij wist, heeft hij genomen,
Gods straf was tot in eeuwigheid.
Hoe groot is dan het wonder,
dat Christus op zich nam,
voor wie in Hem gelooft, de zonden,
Hij, het geslachte Lam.
De straf is nu betaald,
Hij brengt zijn kind’ren thuis,
de poorten staan weer open,
van het eeuwig paradijs
Het is volbracht

Verzwolgen door het rauwe duister,
ging hij de weg van zweet en bloed.
“Dag Joodse rabbi, wees gegroet,
waar is je koninklijke luister?”
Was ik het die hem zo afschuwelijk verried?
Pas toen de haan wel driemaal kraaide,
keek Jezus Petrus aan, maar hij verdraaide
zijn leugenwoorden met: ik ken hem niet!
“Ik ken hem niet ………. , ik ken hem niet”,
dat zijn ook onze wrange woorden,
de waarheid die wij blind en bot verstoorden
met loze kreten telkens weer: ik ken hem niet!
Maar als dan alles lijkt te zijn verloren,
breekt eeuwig licht weldadig door
en hoor:
HET IS VOLBRACHT,
een gloedvol teken in de nacht,
zo maar om niet: wie oren heeft die horen!