09 Dag 6 Obernai - Colmar
Dag 6 Obernai - Colmar
Het B&B “La cour des Hôtes & Mercerie” is een paradijs van rust, ook al ligt het in het drukke toeristische stadcentrum. Echt een aanrader, zeker voor trekkers zoals wij. Na ons ochtendritueel melden we ons om 8 uur opgewekt aan het ontbijt. Onder de parasol op het zonnige, bebloemde terras staat onze ontbijttafel netjes klaar.
De patroon komt ons gezelschap houden. Hij maakt met veel plezier klaar wat we wensen.
De B&B houder blijft gretig met ons kletsen, hij heeft tijd zat. We krijgen enkele nuttige tips, hoe we best de stad verlaten om op onze route te komen.
Om 9h afrekenen en vertrekken. Op het feeërieke marktplein bevoorraden we ons met Euro’s. Daar gaan we dan voor een complete dag “Alsace”.

“La Route des Vins d'Alsace” slingert zich van noord naar zuid door de heuvels van de Elzas. Deze bewegwijzerde route is 170 kilometer lang. Hij kronkelt aan de voet van beboste hellingen van de Vogezen. We volgen de aanwijzingen voor fietsers en rijden op kleine baantjes dwars door de golvende wijngaarden. Het weggetje is soms steil maar komt elke keer naar omlaag en dwarst de beroemde dorpjes met hun smalle straatjes.

Om 10h zijn we in Barr, een echte toeristische trekpleister. Het is nog vroeg en toch is er al heel veel volk in de hellende straatjes. We nemen enkele foto’s op het plein voor “l’Hôtel de Ville”. Tussen de authentiek gebleven huizen rijden we steil omhoog naar de protestantse kerk van Saint-Barr.
Van Barr klimmen we naar Mittelbergheim tussen de groene wijnvelden. Overal wordt er druk gewerkt in de wijngaarden. Met hun tractoren op hoge wielen zijn de wijnboeren bezig met de nevelspuit, wat een ongezonde walm. Soms worden we aangemoedigd door de wijngaardarbeiders, de meesten met ietsje donkere huidskleur. De vrouwen en mannen zijn de overtollige ranken aan het snoeien en onkruid aan het ruimen.
Na Andlau vliegen we met grote snelheid door de enige straat van Itterwiller.
Het dorp is enig mooi en overvloedig bebloemd. Iets verder nog twee dorpjes met enkele huizen, Nothalten en Blienschwiller.
Vanaf hier moeten we veelvuldig klimmen tussen de wijnvelden. Hoog op de heuveltoppen zien we oude kastelenruïnes.

Vervolgens dalen we naar Dambach la Ville, met een schitterend plein en straatjes vol vakwerkhuizen. Echt niet te geloven hoe die minder gekende, kleine dorpjes hun oorspronkelijke staat behouden hebben.
Blijkbaar heerst hier een microklimaat, droog en zonnig in de zomer. Ook wij genieten van een zalig warm weertje het is 25°C en geen wind.

Grote dorst dwingt ons op een terrasje.
Zouden we hier ook middagmalen? Na een paar frisse Elzassers, besluiten we nog een tiental kilometer door te fietsen.
We komen op “La Voie Romaine” in Châtenois, een oude weg met keibestrating. Buiten het dorp en voorbij een torengebouw met ooievaars blijven we die kaarsrechte weg volgen aan de voet van de heuvels.

Na Kintzheim en St-Hippolyte komen we in Bergheim, weer een van die historische kernen. We rijden heel wat wijnbouwershuizen voorbij. Nadien, enkele vestingmuren en een prachtig plein met een weelderig begroeide fontein. Iets buiten het stadje zien we het kasteel van “Haut Koeningsbourg”.

Nu moeten we richting Ribeauvillé, we besluiten om hier te middagmalen…..Het is gelukkig niet druk….Waar zijn al die autobustoeristen plots naartoe ???
Vóór we de hoofdstraat inrijden vleien we ons op een beschaduwd terras en bestellen ons elk een “Tarte flambé” met een fles Gewürztraminer.
Nog een koffie en wat dessert en daar gaan we weer.

Ribeauvillé ligt tussen de groene wijngaarden aan de voet van het Massif du Taennchel. Het stadje is verdeeld in twee delen “La ville basse” en “La ville haut”. Dus wordt het klimmen naar “la haut” tussen het groen om opnieuw af te dalen naar Riquewihr. Wat een ongewone toeristische drukte, dit zijn we helemaal niet meer gewoon.
Riquewihr heette vroeger Reichenweier of rijk dorp. Het is een van de bekendste dorpen op de route du vin. Het ligt binnen een vierkante omwalling met stadspoorten. We wringen ons traag tussen de drukte, heel steil omhoog. Pol is afgestapt en doet de beklimming te voet. We bewonderen de rijkelijk versierde vakwerkhuizen. Boven, juist vóór de stadspoort wachten we op onze vriend. Hij geniet van de drukte en vindt het spijtig dat wij verder moeten.

Na Riquewihr volgen we de route naar Kientzheim. Weer sterk stijgen door de wijngaarden in zuidelijke richting. Het wegdek is niet al te best, we moeten voorzichtig de afdaling nemen naar Kientzheim. Hier vliegen we voorbij een prachtige mooie oude fontein.

Iets verder weer door een poort om na vier kilometer in Kaysersberg te belanden. Ook hier opnieuw een overvloed aan toeristen. Grote dorst doet ons op een druk terras belanden. Naast ons wordt er zelfs Vlaams gesproken, het zijn twee minder jonge paren uit Izegem. We genieten van enkele biertjes en een gezellige West-Vlaamse babbel.
De provinciegenoten zijn vol verwondering over onze onderneming en ze willen alles tot in detail weten.

We moeten nog minstens 15km door de wijngaarden eer we in Colmar aankomen. Eerst rijden we door Ammerschwirh, hier voert de route ons weer wat omhoog naar Katzenhal. In de verte zien we Colmar liggen. Twee heuvelflanken over en vervolgens afdalen naar Turckenheim. Door “La Porte de Munster” verlaten wij het stadje op weg naar de grootste stad van de Elzas. Het is 17h30, er heerst een nerveuze autodrukte in de stad…….Mits grote voorzichtigheid komen we aan de kathedraal met er rechtover het “Office de tourisme”. Om langer zoeken te vermijden stap ik daar maar binnen. Onmiddellijk legt een van de vriendelijke dames mij uit hoe we bij onze geplande overnachtingadres kunnen geraken. Enkele minuten laten rijden we door de poort van “Maison Martin Jund”. Ongelofelijk, midden in de binnenstad en toch zo’n kalme omgeving. Een prachtige met veel groen en bloemen versierde gevel op een grote binnenplaats.

Na enkele minuten komt Madame Myriam ons ontvangen. Zij begeleidt ons onmiddellijk naar de voorziene kamers. Blijkbaar zijn alle plaatsen op de bovenverdieping omgetoverd in slaapkamers. Het is er wat rommelig en we moeten trapje op trapje af door enkele moeilijke gangen. We hadden hier nochtans iets beters verwacht. Toch is alles aanwezig en…….Het is maar voor één nacht. We doen niet moeilijk.
We hebben dorst en bestellen enkele flessen koele witte wijn van het huis en twee flessen Crémant d’Alsace, voor deze avond.
Vóór we uitpakken en onze bagage naar de kamers brengen. Genieten we van de frisse Martin Jund wijn onder de wijnranken die het terras beschaduwen.

Na ons was en plas halfuurtje, willen we de inwendige mens versterken.
Heel vlug zijn we in het oude stadsgedeelte, op elk plaatsje en hoekje zijn er hier traditionele buitenterrasjes. We wanen ons in Brugge, ook hier zien we een wirwar van kanaaltjes. Op een van de gezellige pleintjes bestellen we ons souper met een Elzas wijntje.
Colmar is de hoofdstad van de Elzaswijn. Een gemiddelde stad, toch is er een rijk patrimonium. In de oude stad wanen we ons bij elke oogopslag te midden van een levendig schilderij. De gekleurde en opvallend goed bewaarde vakwerkhuizen vormen een overgrote meerderheid aan bezienswaardigheden.
Er is heel wat te zien…..we worden echter moe en willen nog wat napraten met onze Crémant……het wordt nog een gezellige avond, maar de flessen zijn te vlug leeg. Het was een prachtdag……..Slaapwel.
Start : Obernai om 9h00
Aankomst: Colmar om 17h30
Afstand : 89km
Cumul : 571km
Weer: Zonnig & warm weinig wind 25°C
Verblijf:
Chambres d’hôtes Maison Martin JUND Myriam, André
12, rue de l'Ange 68000 COLMAR
tél: 00333.89.41.58.72










































