Naar de inhoud

nostalgia

seniorennet.beseniorennet.be

Termien











Onlangs vond ik een oude klasfoto terug welke me bijna 60 jaar terug katapulteerde in de tijd.
Schooljaar 1965 – 1966 schreef meester Kellens op het bord achter ons en voor die ene keer mochten we poseren op het verhoog vooraan in de klas.
Jongens van acht jaar met open blik bij het begin van het derde studiejaar. De foto werd gemaakt voor speeltijd zodat we met propere kleren op de foto stonden. We dachten al veel te weten want we konden lezen, rekenen en schrijven. Wisten wij veel van het leven. Ons wereldje speelde zich dan ook buiten af, op de straten tussen de Schom, de Rozenkranslaan, Gildelaan, Zandberg- en Melbergstraat.

Ravotten was nog een werkwoord en het fietske ons vervoer. Speelkaarten aan de spaken en fier de straat op en af. Soms met indianenpluimen, pijl en boog, op zoek naar cowboys, andere keren met een buis en papieren pijltjes. Blaadjes van de Unigro als munitie achter de riem.
Aan de Martinibrug en de Vennestraat stekelbaarsjes vangen in de Stiemerbeek, ‘stiekelzjenskes’ zoals wij ze noemden.
Multicultureel waren we ook, zoveel is zeker.
Het woord zelf was nog science fiction en we speelden samen zonder ons af te vragen waarom onze vriendjes Marco en Luigi noemden en niet Mark en Lowie.
In de wijk leerden we vloeken en praten in de cité-taal en we mengden Italiaans en Pools met Vlaams.

We maakten vliegers en lieten ze op aan de zandberg achter de Soepcentrale. De speeltuin van de Melberg was ons terrein.
Kampen bouwen in het bos achter het klooster, onder de prikkeldraad kruipen en in het verboden ‘paterkesbos’ achtervolgd en weggejaagd worden. Het hoorde er allemaal bij.

Bij valavond binnengeroepen worden, rode kaken en bezweet, soms met een gat in de broek of het hoofd, maar altijd bekaf.

Onze school op de Schom heette toen nog plechtig Sint Tarcisius en ons werd verteld dat de patroonheilige van de school een heilige was, vermoord voor zijn geloof. Als kind wisten we niet wat we hoorden, en vanaf toen had onze school net dat tikje meer, iets geheimzinnig.

Het klaslokaal van de foto bevond zich op de eerste verdieping van het oudste gebouw vooraan in de school. Het kruispunt was nog niet volgebouwd en we hadden er zicht op de straat en op de spoorweg. Over de ‘route’, zoals wij ze spoorweg noemden, schokten dagelijks stoomtreinen voorbij gevuld met kolen. Ze maakten dat typische ‘stoomtreingeluid’ en rook en stoom vulden de lucht. Elke wagon onderverdeeld in kleine laadbakken vol kolen en de bestemming was de kolenhaven in Langerlo. Het was makkelijk wegdromen bij al dat treingeweld en soms nam de kinderfantasie het over van het opletten. Fantasie met een droomwereld verstopt tussen breuken en sommen.

De schooldirecteur Bavo was een kindervriend en hij had zijn kantoor ook op de eerste verdieping, aan de achterzijde. Hij was altijd gekleed met een zwarte soutane en witte kol. De zoete geur van zijn sigaren vertelde ons dat hij er was.

Alles ging er zijn gangetje en we leefden op het ritme van onze seizoenen, school en vakantie.
Het ritme van het wekelijks inktritueel. De meester vulde een fles met water en poeder, schudde hard en vulde de inktpotjes in de lessenaars. Nieuwe pennetjes en pennenstokken werden verdeeld en we konden weer verder. Een Bic of vulpen gebruiken mocht niet, maar inktvlekken maken een lieve lust. Grote stempels met Proficiat, Goed of Onvoldoende in de schriften moesten ons stimuleren. 

De sportzaal was nog in opbouw en grote houten dakspanten lagen in afwachting onder het afdak van de speelplaats. Een speelplaats waar we elk hoekje kenden. Speeltijd was chocomel kopen aan het venster. Een stoffen zak met knikkers maakte deel uit van onze uitrusting en in de speeltijd wonnen of verloren we knikkers bij het spel.

Op het einde van het schooljaar waren er de schoolfeesten en werd de sportzaal een feestzaal met dansvloer. The Cronys waren het vaste dansorkest en covers de muziek.
Het zaaltje boven werd voor de gelegenheid de wijnstube.

De opbrengst was om de sportzaal te betalen en er was een open-deur-dag in elke klas. Ik herinner me zelfs tombola’s waarbij honderden lotjes uit een overvliegend vliegtuigje naar beneden dwarrelden en wij allemaal de lotjes bijeen grabbelden. Tenminste als de wind juist stond.

Ja, het is lang geleden ik weet het, maar ik stof graag af en toe herinneringen af om ze even lucht te geven. Herinneringen horen niet thuis in doosjes maar worden graag gedeeld. Misschien dat enkelen onder jullie deze ‘trip down Memory Lane’ herkennen en toegesneeuwde geheugenpaadjes zien ontdooien.  
En omdat het met ouder worden allemaal zo snel gaat is het goed af en toe even terug te kijken…….



Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door erik om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

De zilveren vogel van Sint Hubertus in Kanne


Kanne,Sint Hubertusfeesten anno 1756.

Op de naamdag van Sint Hubertus waren er de jaarlijkse Sint Hubertusfeesten in Kanne, met een kermis, processie en schuttersfeest. De leden van de lokale schutterij ‘Broederschap van de Sint Hubertus’ verzamelden dan aan de schietboom in de buurt van de Weijtmolen in Opkanne.
De molen van Adam Daemen was het decor voor de wedstrijd die traditioneel doorging op de zondag voor Sint Hubertus.
De schietboom zelf was een lange staak met bovenaan een houten hoofdvogel. De schutters mikten om beurten met hun zware voorlader buksen omhoog om de vogel te raken. Diegene die de vogel naar beneden schoot werd de winnaar van de wedstrijd en uitgeroepen tot koning van de schutterij.
Als trofee werd hem de zilveren ketting rondgehangen waaraan een vogel hing. Aan de ketting hingen ook een negental plaatjes waarin de namen van vorige koningen gegraveerd stonden.    
In de herbergen van Kanne begon het feest en werden tonnen bier geschonken ter eer en meerdere glorie van de schutterskoning. Er werd getrommeld, met vendels gezwaaid en salvo’s afgeschoten onder luid geroep ‘leve de koning’.

De week daarop, met de klein kermis van St Hubertus, trok de schutterij met de nieuwe koning in processie naar de kerk en kon het feest verdergaan.

De ketting met de zilveren vogel werd na het feest terug opgeborgen in de grote archiefkist, welke in het klokhuis van de kerktoren stond. Het archief van de gemeente werd samen met de registers van de schepenbanken bewaard in deze houten kist, afgesloten met drie sloten.  

Maar in Oktober 1756, enkele dagen voor de feesten, werd vastgesteld dat het zilverwerk van de schutterij verdwenen was. Schepen Pieter Moors was die dag met de pastoor in het klokhuis en moest in de archiefkist zijn. Beiden zagen dat een plank uit de bodem weggebroken was en na controle stelden ze vast dat het zilverwerk verdwenen waren. De ketting en de vogel waren gaan vliegen….

Hierop startte de schepenbank van Opcanne, onder leiding van de Schout Francois Bettonville een onderzoek. Er werden zoals gebruikelijk allerhande vragen opgesteld en het verzoek aan getuigen en dader om zich te melden. De feiten waren zwaarwichtig genoeg voor een ‘proun roep’ onderzoek, met een aanplakking op de deur van de kerk.
Meerdere getuigen meldden zich en werden gedagvaard om te verschijnen voor de schepenbank.   

Uit de verhoren kwam al snel naar voor dat Lambert Mengels (Kanne, 20.11.1718) een tip kreeg van Maria Schafs uit Opcanne welke als meid werkte bij een zilversmid in de Spilstraat te Maastricht.
De gerechtsbode Jan Dolhain (Kanne, 12.06.1719) zou enkele weken geleden het zilver te koop hebben aangeboden bij de zilversmid. Maar de zilversmid rook onraad omdat de naam ‘Canne’ in het zilver gegraveerd stond, en daarom ging de koop niet door.
Jan Dolhain is daarop vertrokken en nam met het zilver terug mee.  
Tijdens de kermis was de schepen Pieter Moors op familiebezoek bij Jacobus Serpentier en sprak er met Lambert Mengels over de diefstal en het voorval bij de zilversmid. Bij navraag achteraf bevestigde Maria Schafs het verhaal over Jan Dolhain.

Reinier Vrijens verklaarde als koster in het bezit te zijn van de enige kerksleutel maar dat Jan Dolhain deze sleutel geregeld kwam halen. Als gerechtsbode moest Jan Dolhain soms in de kerktoren zijn om de klok te luiden om bijeenkomsten en vergaderingen van de schepenbank aan te kondigen.

De deur van het klokhuis in de toren, waar de archiefkist stond, werd traditioneel nooit gesloten.

Maria Anna Beaumont, de vrouw van Reinier Theunissen verklaart dat de gerechtsbode de dag na Sint Hubertus bij hun thuis was en zei dat hij het schutterszilver gepakt had. Hij had geld nodig om zijn schulden af te betalen.

Bij notaris Janssens in Maastricht liet Joannes Dolhain op 05.12.1756 zijn verhaal noteren en de omstandigheden welke geleid hebben om de zilveren vogel van de schutterij te stelen. Hij hangt het verhaal op van zijn vrouw en vier kinderen en de problemen die hij had tijdens de oorlogen om daarna toe te geven dat hij de diefstal pleegde.

Met de oorlogen doelde hij op de veldslagen van Rocourt en Lafelt in 1746 en 1747 en de plunderingen van Huzaren en Pandoeren in Kanne en omgeving. De verklaring werd overgemaakt aan de schepenbank van Opcanne, Joannes Dolhain stak de Maas over en verdween.

Winand Mengels verhaalt de gebeurtenissen van oktober 1746, de problemen en plunderingen

die ze ondervonden in Kanne met de vreemde militairen. Hij was toen 13 jaar oud.
Huzaren en Pandoeren plunderden de huizen in Kanne. In de Bovenstraat in Kanne werden Zo 19 huizen opengebroken en geplunderd. Winand Mengels woonde toen bij zijn ouders in de Bovenstraat en was samen met zijn ‘halven broeder’ getuige van deze plunderingen. Zijn ‘halven broeder’ was Lambert Mengels (Kanne, 20.11.1718)            

Jan Dolhain was gerechts- en veldbode van Opcanne en de broer van Daniel Dolhain (Kanne, 28.11.1707), de gerechtsbode die neergeschoten werd op 14.06.1733. Dit gebeurde bij een worsteling en in een zatte bui aan de deur van de herberg van Johannes Schepers in Neercanne.

Daniel Dolhain werd toen geraakt in de keel door een kogel en overleed een paar dagen later.
De dader was Wathelet Varlet uit Ternaaien welke hierover een verklaring aflegde bij de notaris.

Jan Dolhain zelf werd aangesteld als gerechts- en veldbode in 1744 en volgde Jacques Schafs op.
Hij huwde op 12.02.1747 met Catharina Lombaert uit Emael en samen kregen ze vier kinderen:
Maria Catharina (°Kanne, 17.09.1755), Bartholomeus Joseph (°Kanne,  26.02.1753),

Arnoldus (°Kanne, 28.08.1750) en Josepha  (°Kanne 04.02.1748).

Over de gebeurtenissen met de zilveren vogel schreef Winand Mengels in zijn kroniek:

                       Desen Joannes Dolhen had eenen silveren vogel met de daeraen toebehoorende
                       silvere plaeten en kettel gestolen uyt de archive oft scheepenencomp der Justitie
                       alhier, die alsdoen bewaert wierdt in de kercke van Op-Canne, ende denzelven
                       vogel verkocht tot Maestricht, waervan hy overtuyght zynde, meenden hem den
                       schouteth met de justitie te vangen, tot wiens oft welkers eynde sy vergadert
                       waeren, doch van eenige cameraeten gewaerschout zynde, heeft hem van het

                       Rechthuys den vierden December des avonds geabsenteert en versteeken. 
                       Desen silveren vogel hoorde toe aen de gemeente van OpCanne, zynde eene
                       schutterye oft Broederschap van de H. Hubertus die jaerlykx den vogel schooten
.”


                      “ Den vierden December heeft hem Joannes Dolhen, gerechtsbode van Op-Canne
                      absent gemaekt, ende hem eenige daegen noch int heymelyck opgehouden by
                      Rener Theunissen, inwoonder alhier; daernaer heeft hy hem van hier vlughtigh
                      gemaeckt ende heeft hem noch eenige weeken opgehouden op den anderen kant
                      van de Maese, doch hem aldaer niet langer meer dervende oft connende
                      ophouden, is hy onder eenen anderen naam en met een vremde paspoort naer
                      Middelborgh gereyst ende heeft hem aldaer op een schip verhuurt genaemt Sinte
                      Elisabeth, om naer Oostindie te varen, doch is op de reyse zynde ontrent
                      halverwegh op de caap de Bone Spei gestorven.

Bij nazichtvan de archieven van de VOC vinden we het schip ‘Vrouwe Elisabeth’, gebouwd in 1755.
Het was een driemaster galjoen van 140 voet en met een last van 850 ton. Het werd gebouwd om passagiers en lading te vervoeren, op en af naar Oost-Indië.
De eerste reis vertrok op 19.04.1747 vanuit Goeree, via Kaap de Goede Hoop naar Batavia. De kapitein schipper was Pieter Matthijs Joele met een bemanning van 244.

In het schips-soldijboek waarin alle opvarenden geregistreerd werden vinden we de soldaat Jan Metterop terug, welke opgaf uit Maastricht te komen. Hij was in het gezelschap van Anthonij Urbijn uit Maastricht welke ook soldaat was. Jan Metterop echter stierf aan boord op 28.06.1757 halverwege de Kaap De Goede Hoop waar het schip zou aankomen op 03.08.1757.
  
De naam Metterop vinden we in de 18e eeuw niet terug in Maastricht, maar deze naam kwam wel voor in ’s Hertogenbosch onder de vorm Mettrop.
Zou Jan Dolhain de identiteit van Jan Mettrop gebruikt hebben om aan te monsteren voor de reis naar Oost-Indie. Alles wijst hierop. Hij kreeg in ieder geval een zeemansgraf en nam zo het verhaal van de zilveren ketting en vogel mee. We zullen het daarom nooit met zekerheid weten, maar de dorpslegende van het verdwenen schutterszilver was geboren.     

(bronnen) :    Chronijcke van Winand Mengels.
                     Archief van de Schepenbanken Op en Neercanne.
                     Parochieregister 18e eeuw Kanne.
                     Archief van het VOC.
                      

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door erik om 14:48 Reageer op dit bericht

Termien - toen


Het paard stond stil en wachtte op broeder Dominic. De blauwe melkkar achter het paard stond voor het klooster en waggelde lichtjes bij elke beweging. Ongeduldig stampte het met zijn voorpoot in de kiezelsteentjes. Het was een vast ritueel en terwijl Tuur de melkboer klanten bediende op de Rozenkranslaan kwam broeder Dominic uit het klooster met suiker voor het paard.
Broeder Dominic herstelde van een hersenbloeding en wandelde voorzichtig sinds. Wij noemden hem “de broeder op de eikes” gezien het net was of hij op eieren liep. Sindsdien was hij de portier van het klooster. Hij was de opvolger van broeder Simon welke begin zestiger jaren stierf.

In de jaren zestig en begin zeventig van vorige eeuw deed Tuur zijn melkronde met paard en kar. De melk zat nog in glazen literflessen van ‘Inza’ en de yoghurt in vierkante flesjes wit of roze. De verse melk klotste in metalen melkkannen en met een litermaat vulde hij de kannetjes bij de klanten. Zoals altijd droeg hij een blauwe stofjas en paste daarom bij de kleur van de kar.

In die tijd kwamen er nog huis aan huis verkopers langs welke zorgden voor een vorm van routine in het leven van elke dag.
Zo was er de voormiddag de bakker met zijn elektrisch wagentje geurend naar brood en koeken. Hij reed al elektrisch toen er nog geen sprake was van klimaat en uitstoot. Het wagentje had schuifdeuren en sturen deed hij met een grote metalen buis geplooid in de vorm van een u.  Op zijn heup droeg hij een grote bruine geldtas rinkelend van kleingeld.
Op vrijdag kwam de grote winkelwagen van Kelchtermans uit Winterslag langs met vaste stopplaatsen op de cité.
Je had het witte-klingelbel-wagentje van de soepcentrale met verse soep. Kolen van Berghmans uit de Calvariestraat en ga zo maar door.
Het klinkt misschien idyllisch maar ik herinner me zelfs een ‘scharensliep’ op een fietswagentje.

Alles paste in het geheel, en de geluiden en geuren waren onderdeel van het organisch proces in de wijk.
Het was zo vertrouwd als het gebeier van de klokken op zaterdagavond of zondagvoormiddag. Een kwartier voor elke mis werd er al verwittigd. De hoogmis ’s zondags om half elf werd aangekondigd met twee klokken. Er was ook een Italiaanse mis een half uur eerder in de zijkapel.
En dan had je nog een zware doodsklok welke enkel luidde bij een overlijden.

Buurtwinkels waren nog echte kruideniers en vooraan op de Dominikanenlaan was er de ‘Wirowa’, wij spraken van ‘de Poolse winkel’. Nadien werd deze overgenomen door de familie Lenaers.
Op de hoek in de Goudstraat was er een Spar en verder op de wijk waren er nog enkele winkeltjes.
 
De Nopri in het centrum lag op de markt en had ook een ingang tegenover de kerk.
Op de hoek aan het oude gemeentehuis was er een Delhaize-de leeuw. Een stenen leeuw lag boven de ingang en keek naar mij als kind toen ik aan Meng voorbij wandelde en speelde met de wit-rode kettingen. Deze kettingen hingen aan ijzeren paaltjes en scheidden de stoep van de weg.
Het Shopping Center was nog in aanbouw en de drukte van het centrum, samen met het busknooppunt vond plaats tegenover de kerk.

Fietsen in de Grotestraat was gevaarlijk met de tramsporen. De tram was al lang verdwenen maar de sporen bleven nog een hele tijd liggen.
In het centrum raakten we veilig via het kiezelwegske aan ‘De Broekskes’ in de Gildelaan. We volgenden daar het kiezelpad waar nu de dieplaan ligt en kwamen zo uit aan de Winterslagstraat en de markt. Enkel een klein gebouw lag naast het kiezelpad dat later nog gebruikt werd voor de honden van de Politie.

Het Shopping Center stond op het punt om open te gaan en iedereen die het zag sprak er van. Je zou er kunnen parkeren op het dak, Amerika achterna. The sky was the limit, maar in een rustige gemeente als Genk was dat maar een tiental meter hoog. Bij de opening was het er een drukte van jewelste en vanaf toen verloor Genk langzaam een stuk verleden dat nooit meer zou terugkomen.
Goed of toch niet zo goed, wie zal het zeggen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door erik om 12:10 Reageer op dit bericht

Identiteitskaart Edmond Mengels (1850-1935)








De laatste identiteitskaart van Edmond Mengels. Het was een drieluik, donkergroen van kleur.
De juiste naam in die tijden was “Eenzelvigheidskaart”. Blijkbaar hadden de mensen toen geen identiteit maar wel een eenzelvigheid. Ze werd nog ingevuld met een vulpen door de ambtenaar van de gemeente. De foto op de identiteitskaart werd herbruikt en plechtig handtekende hij met E Mengels.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door erik om 00:00 Reageer op dit bericht

Edmond Mengels 1850 - 1935







Jaren geleden, ergens in het begin van de jaren tachtig van vorige eeuw, vroeg vader me om een foto te maken van een afbeelding van Edmond. Hij vroeg me dit naar aanleiding van de organisatie van het Mengels-feest in Vlijtingen. Op dit Mengels-feest was Edmond de stamvader en vele nakomelingen vonden elkaar op het feest.

De kader met afbeelding van Edmond vonden ze op de zolder van het ouderlijke huis in de Molenstraat te Vlijtingen, het huis waar Edmond woonde tot aan zijn dood in 1935. 

Op deze manier kwam ik ook in het bezit van een foto van onze eerst gefotografeerde stamvader. Sedert de dood van mijn vader in 2011 hangt deze foto hier in mijn bureeltje. Netjes ingekaderd in een medaillon van notenhout kijkt hij elke dag over mijn schouder mee. Plechtig voor zich uitstarend zoals dat toen hoorde. Het obligate pak en een rechtopstaande kol met stropdas maken het plaatje af.

Met alles wat ik terugvond op mijn tocht door het verleden leerde ik ook hem beter kennen. Edmond was niet alleen, tragiek en drama wandelden mee zijn levenspad af. Hoe erg kan het zijn? Hij zag het levenslicht de dag dat zijn moeder stierf en als enig kind groeide hij op bij zijn vader. Hij trouwde op 23, verloor een kind, en werd al weduwnaar op 40.

Als jonge vader bleef hij alleen achter en stond hij in voor de opvoeding van zijn zes kinderen; Joannes 14, Willem 12, Paulus 9, Elisabeth 7, Isabella 4 en Francis 2.  Ik kan me voorstellen dat het geen makkelijke jaren moeten geweest zijn.

Maar er was ook ruimte voor een lach.

Ik herinner me het verhaal dat hij met het varken in de kruiwagen te voet naar de beestenmarkt in Tongeren ging. Bij zijn terugkeer bleef hij dan hangen op het kruispunt in Riemst en hij kwam pas uren later thuis gehuld in een walm van jenever.
Met een beetje verbeelding zie ik het zo voor me, en het kon best een tafereel uit een Breughel zijn. ’s Morgens voor dag en dauw het varken luidbleirend uit zijn kot halen en het op de kruiwagen laden. Het moet zo een ouderwetste houten kruiwagen geweest zijn, afbladderend groen van kleur met twee verhoogde zijschotten. Daarna te voet de steenweg afdokkeren richting Tongeren met alleen het varken als gezelschap.

Uiteindelijk werd Edmond 85 en vond hij toch het geluk. Hij sleet hij een mooie oude dag en leefde in tijden waar seizoenen en de kleur van de bladeren het ritme aangaven. Hij was omringd door zijn grootste rijkdom, zijn kinderen en kleinkinderen welke tot de laatste dag voor hem gezorgd hebben.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door erik om 00:00 Reageer op dit bericht

1850 - 1935

Zevende generatie: 1850 – 1935.

Edmond MENGELS gehuwd met Maria VANHERF

Edmond MENGELS, ° 01.05.1850 te Vlijtingen
                              (getuigen HERTOGEN Herman en REYNDERS Hendrik)
                            + 09.10.1935
                               dienstknecht


Maria VANHERF, ° 07.01.1847 te VLIJTINGEN
                        + 09.04.1891 te VLIJTINGEN

huwelijk: 22.10.1873:
Getuigen waren Jan GIELEN, Willem LOYENS, Louis KELLENS, Nikolaas JACKERS


Kinderen uit het huwelijk:

1. Joannes (Jan) ° 30.01.1877 + 28.04.1940 te BILZEN (gehuwd)

Jan werd aangereden door een militaire vrachtwagen en overleed enkele dagen voor het uitbreken van WOII.

2. Willem  ° 20.03.1879 + 28.05.1963 te VLIJTINGEN (gehuwd) Stamvader van de achtste generatie

3. Paulus ° 17.07.1880 + 01.09.1881 te VLIJTINGEN

4. Paulus ° 28.08.1882 + 10.07.1947 te TONGEREN (gehuwd)
Paulus huwde met Joanna Bosch (°Grote Spouwen 18.02.1893 +10.02.1951) op 16.08.1918 in Grote Spouwen

kinderen:

- Lucien Mengels (°13.08.1930  Vlijtingen +05.07.2006 Vlijtingen)

Paulus werd 64 jaar en kwam om bij een tragisch verkeersongeval. Hij werd aangereden door een auto toen hij terugkwam van zijn werk in het Luikse. Hij stierf enkele dagen later in het ziekenhuis in Tongeren.

5. Elisabeth ° 23.04.1884 + 18.05.1976 +(22.09.1975?) te PEER
                    (ongehuwd) – “tant beth”

6. Isabella   ° 09.07.1887 + 30.09.1951 te VLIJTINGEN
                    (ongehuwd) – “tant belle”


7. Francis °10.05.1889 + 29.11.1955 te VLIJTINGEN (gehuwd)
Frans overleed plotseling op de stoep voor het huis van zijn dochter.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door erik om 09:51 Reageer op dit bericht

1823 - 1888

Zesde generatie: 1823 – 1888

Gaspar Mengels, gehuwd met Sybilla Kellens

Gaspar Mengels, ° 24.09.1823 te Montenaken, gemeente Vroenhoven, district Maastricht.

                         + 24.04.1888 te Vlijtingen

Sybilla KELLENS werd geboren te Vlijtingen op 18.08.1826 en stierf er op 01.05.1850

Ze was de dochter van Paulus KELLENS (°23.03.1795 +09.01.1865), een kleermaker uit Vlijtingen en CLEUREN Anna (Vlijtingen °08.10.1796 +27.03.1874). Sybilla kwam uit een gezin met negen kinderen.

Ze stierf jong op 01.05.1850 in haar ouderlijk huis in Vlijtingen bij de geboorte van hun enig kind Edmond.
Sybilla werd maar 23 jaar oud.                               

Gaspar huwde met Sybilla op 24.01.1850 te VLIJTINGEN.

Sybilla was bij haar huwelijk 23 jaar oud en zes maanden zwanger.

Ze gingen wonen in VROENHOVEN.

enig kind:

Edmond MENGELS °01.05.1850 te Vlijtingen +09.10.1935 te Vlijtingen stamvader van de zevende generatie

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door erik om 09:17 Reageer op dit bericht

1781 - 1838

Vijfde generatie:

1781 - 1838

Edmond Mengels, gehuwd met Helene Basteans

Edmond Mengels ° 31.01.1781 te Montenaken (getuigen Michel Gielen en Catharina Mengels)
+12.04.1838 te Montenaken
aanvankelijk landbouwer, later dagloner
Helene Basteans ° 21.01.1796 te Montenaken
+17.01.1850
huishoudster

Het huwelijk ging door op 15.04.1819 te Wilre (Wolder) ten Westen van Maastricht.
getuigen: Hendrick Swinnen – landbouwer 31 jaar
Gerard Meertens – hovenier 50 jaar
Joannes Meertens – hovenier 21 jaar
Peter Gulize – hovenier 42 jaar

Burgerlijk huwelijk op 15.04.1819 te Oud Vroenhoven


(getuigen Mengels Gaspar, Hechtermans Maria, Basteans Pieter
en Rutten Geertruid (respectievelijke ouders van Edmond en
Helena)
kinderen uit het huwelijk:

- Maria Mengels ° te Montenaken op 12.02.1820 + 22.06.1837
- Gertrudis Mengels ° te Montenaken op 04.06.1821

- Gaspar Mengels ° te Montenaken op 24.09.1823 + 24.04.1888 (stamvader van de zesde generatie)

- Johannes Mengels ° te Montenaken op 04.09.1826
- Catharina Mengels ° te Montenaken op 21.09.1831 + 19.10.1832

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door erik om 10:24 Reageer op dit bericht

1741 - 1812

 Vierde generatie:

1741 – 1812.

Casparus Mengels, gehuwd met Maria Hegtermans.

                Casparus Mengels: °22.02.1741 te Kanne

                                           +06.03.1812 te Montenaken (Vroenhoven),
                                             district Maastricht.               

                                             beroep: Landbouwer.

               Maria Hegtermans: °09.04.1737 te Kanne (dochter van Edmond
                                              en Sibilla Hertogen)

                                            +12.05.1795 te Wolder
                                              begraven op het kerkhof van montenaken.

(die 12a mensis maij obijt  Maria hegtermans, omnibus ecclesiae sacramentis munita, relicto casparo mingels sepulta in montenaken……r.i.p.)
                                                      
Huwelijk: 07.04.1777 te WOLDER (getuigen Sibilla Hegtermans en Benedictus Mengels)

(vermelding in het huwelijksregister: in de derde gemengd met de vierde graad van bloedverwantschap.)

Kinderen uit het huwelijk:

1. Petrus Mengels: ° te Montenaeken op 30.01.1778.

De doopgetuigen vermeld in het register waren Petrus Mengels en Margarita Heghtermans


(anno 1778 mensis januarii die 30ma baptisatus fuit petrus filius legitimus casparis mengels et mariae heghtermans qui contraxerunt matrimonium in hac parochia diocesius leoddiensis ditionis hollandicae suscipientibus petro mengels et margaritta heghtermans)

2. Edmundus Mengels: ° te Wolder op 31.01.1781 + 12.04.1838 te Vlijtingen (stamvader van de vijfde generatie).

De doopgetuigen vermeld in het register waren Gielen Michael en Mengels Catharina      


(die 3ia mensis januarij baptizatus est edmundus filius legitimus casparis mengels et mariae hechtermans qui matrimonio iuncti sunt in hac parochia susceptores michael gielen et Catharina mengels)

Casparus Mengels, de stamvader van de vierde generatie verlaat Kanne en trouwt in 1777 met Maria Hegtermans. Het huwelijk wordt ingeschreven in het parochiaal register van de gemeente Wolder. Ze vestigen zich ook in Wolder waar de kinderen Petrus en Edmundus geboren worden. 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door erik om 16:38 Reageer op dit bericht

1710 - 1758

Derde generatie 1710 – 1758.

Petrus (Pieter) MENGELS

Pieter MENGELS werd gedoopt te Kanne op 31.10.1710, en werd er begraven op 19.03.1758.
hij huwde met Maria VRIJENS (°03.02.1713 + 25.12.1779) in Kanne op 22.10.1738 en het huwelijk werd voltrokken door Huberto Vrijens, broer van de bruid.
De getuigen waren Lambertus Mengels, Maria Mengels, Joannes Vrijens en Renerus Vrijens.  

(in het huwelijksregister werd er melding gemaakt van een bloedverwantschap tussen Petrus Mengels en Vrijens Maria).
Er staat letterlijk geschreven: (“dispensatie=in tertu aequealis consanguinitatis impedemento utque tertio banno”).

Er was sprake van een bloedvermenging in de derde graad. Hieruit kan afgeleid worden dat in een vorige generatie er ook een huwelijk plaatsvond tussen een voorouder van Pieter Mengels en Maria Vrijens.

Maria Vrijens stierf in 1779 aan een kwaadaardige koorts: “ex maligna febri”. Ze werd begraven in Kanne op 25.12.1779

kinderen uit het huwelijk:

1. Petrus Mengels  (°31.07.1739)

Werd gedoopt als Mingels Petrus. De doopgetuigen waren Mingels Lambertus en Vrijens Catharina                 
Petrus Mengels huwde op 24.09.1769 met Vrijens Maria Anna, de zus van zijn moeder.
In het trouwregister werd vermeld: tertii quartique mixti gradus consanguinitatis

kinderen:
- Petrus (°31.07.1770)
Met als doopgetuigen Mengels Casparus en Vrijens Maria.     
 
(vermelding op doopakte):
“matrimonium contraxerunt obtenta ab episcopo nostro dispensatione tertia quartique mixtu gradus consanguinitatis in canne..”
- Joannes (°10.12.1772)
Met als doopgetuigen Vrijens benedictus en Mengels Maria.
- Casparus (° 26.03.1775)
Met als doopgetuige Mengels Casparus en Vriens Maria Catharina.
- Maria Catharina (°16.05.1776) doopgetuigen Botson Joannes en Mengels Catharina .

                   

2. Casparus Mengels:  °22.02.1741 - +06.03.1812  (stamvader van de vierde generatie)
doopgetuigen Vrijens Renerus (vader van Maria) en Mengels Maria.


3. Lambert Mengels: °17.09.1742 - +15.06.1826
doopgetuigen Mengels Petrus (grootvader) en Hennus Elisabeth

4. Joannes Mengels: °18.02.1745 - +09.02.1779
doopgetuigen Vrijens Joannes en Mengels Gertrudis
Joannes werd 33 jaar. Begraven in Gronsveld in het jaar 1779.

Joannes Mengels huwde op 25.09.1774 te Kanne met Catharina Claessens (°1750 +06.09.1781)
en het huwelijk werd gezegend met twee kinderen:

- Petrus Mingels (° Gronsveld op 13.08.1775)
- Simon Mingels (° Gronsveld op 13.08.1777 – 10.01.1845)                                                                

Joannes Mingels startte in Gronsveld met de naam MINGELS
(zie 271 nakomelingen op allelimburgers.nl)


5. Catherina Mengels: °01.04.1747 - +25.10.1832
doopgetuigen Bettonville Waltherus, Vrijens Maria en Anna

6.Renerius Mengels: °27.08.1749 - + vrij vlug na de doop.
doopgetuigen Fias Leonardus en Dassen Catharina.

7.Winand Mengels:  °24.04.1751  + 22-10-1771

Stierf op zijn twintigste. (doodgebleven onder de brokstukken bij een instorting in de
Maasberg tijdens het blokbreken. Winand was tewerkgesteld in de Maasberg waar er mergelblokken gekapt werden. Mergelblokken werden toen veel gebruikt als bouwmateriaal in de streek. In het begrafenisregister wordt bij Winand Mengels als doodsoorzaak vermeld:
“infortunis in monte vulgo maes…”

Zijn nonkel, Winand Mengels vermeldt dit ook in zijn kroniek. Hij schrijft het volgende:

“Den 17 dito is Winand Mengels, jonckman, sone van myne, halven broeder, onder de ruinen van eenen piller in den Maesbergh doodtgebleven.”

Op een foto van een opschrift uit de Maasberg van 1771 lezen we:


“Hier is gestorven den eersamen winandus mengels, gestorven den 17 october anno 1771 bit god voor de siele”

(bron: D.C. Van Schaik: Maastricht en de Sint Pietersberg – Heer 1948.)

8. Benedictus Mengels: °26.02.1753
doopgetuigen Vrijens Benedictus en Bredenraet Maria

9.Maria Mengels: °25.06.1755 - +22.05.1785
doopgetuigen Daemen Paulus en Vrijens Helena

10.Renier Mengels:   °23.04.1758   
doopgetuigen Nicolaers Renerus en Schepers Helena

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door erik om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van nostalgia

↑ Terug naar de berichten