Na de storm
Als de gebroken stam
bereid is tot rotten
overgebleven scheuten
licht vatten, wortel schieten
dan loopt het spoortussen veiligheidsdradennaast gewapend betonalsof hun toekomst verzekerd is
Na de storm
Als de gebroken stam
bereid is tot rotten
overgebleven scheuten
licht vatten, wortel schieten
dan loopt het spoortussen veiligheidsdradennaast gewapend betonalsof hun toekomst verzekerd is
Onwaarschijnlijk
Ze luistert naar de raven
die haar verdriet niet sparen
waarom zou ze woorden halen
onder akkerkluiten bedolven
bestuift ze bewogen verleden
zij ziet de weidsheid van de velden
en laat het hart verdwalen
bij de werkers op de aarde
wroeters die gebaren van
krommenaas in klei en leem
misschien willen zij alleen
het blauw bewaren
dat de zwarte veren smeert
tot git en anders talen
lees het in de namen
over het kerkhof verdeeld
Het daglicht suist
in de nacht worden bomen
schimmen
schillen zij lucht
tot repen demonen
zwepen slommers nog na
op verlichte huid
alleen zij kennen zwart
het overige bruist
Geheimen van het hart
zijn als lentebloesems van de kersenboom
het voelen van de stevige stam en
het volgen van de lucht, ik verdwijn
in bladeren van: “ik zal je niet vergeten”
het gras is nog niet kaal gevreten
de schapen zijn nog niet gebracht
sprietjes kietelen mijn blote enkels
ik wacht, jouw stem, die bewondert, vertelt
terwijl mijn vingers in gedachten
het zoete sap likken, spreid jij een oude deken
nooit kersen kopen zeg je
zo van de boom, ongewassen in de mond
staat de hoge ladder met plukkorf
in het beeld van gisteren
de pachtplukker nog vreemd, een lieve man
die kersen delen zal, als de tijd rijp is