de Sfinx
www.evawaseerst.be
Samen met de piramiden van Gizeh is de grote Sfinx één van de bouwwerken uit de oudheid die de mensheid met verstomming slaat. Het reusachtige beeld van een leeuwenlichaam met een faraohoofd is 73 meter lang, 6 meter breed en 20 meter hoog. Volgens de officiële versie zou farao Khafra (Chefren) de Sfinx hebben laten bouwen.
De bewijzen hiervoor zijn echter mager. Zo bevat een inscriptie aan de voet van de Sfinx een gedeelte van de naam van Khafra. Die inscriptie stelt echter niet zoveel voor omdat ze afkomstig is van een farao die zowat 1000 jaar na Khafra regeerde (Thoetmoses IV) en die misschien nog minder wist over de Sfinx dan wat wij er nu over weten. (De Sfinx, die voor het grootste gedeelte onder het zand was bedolven, zou in een visioen zijn verschenen aan de jonge Thoetmoses. Hij zou er voor zorgen dat de prins farao werd op voorwaarde dat hij hem zou uitgraven. Zo geschiedde.)
Verder zou een standbeeld van Khafra zijn opgegraven in de buurt van het monument. En ten slotte zou het hoofd van de Sfinx gelijkenis vertonen met dat van de farao.
Niets weerlegt echter de alternatieve versie die zegt dat de Sfinx, net zoals de piramiden, oorspronkelijk werd opgericht door een beschaving die lang voor deze van de oude Egyptenaren bloeide. De Egyptenaren zouden hem, net zoals ze dat met de piramiden hebben gedaan, enkel hebben gerestaureerd.
Waarom denkt men dat?
De Sfinx heeft heel wat te lijden gehad van erosie die na grondig onderzoek lijkt te zijn veroorzaakt door regen. En men moet volgens sommigen al teruggaan tot het einde van de laatste ijstijd vooraleer er voldoende water uit de lucht viel om die erosie te kunnen verklaren.
Er is echter ook de merkwaardige vaststelling dat de verhouding van het hoofd tegenover de rest van het lichaam niet klopt.
Wie voor de Sfinx staat, is overweldigd en ziet de proportionele verhoudingen niet, doch wie een luchtfoto bekijkt, merkt het wel degelijk op. Het hoofd valt te klein uit tegenover de rest van het lichaam. Dit wijst er op dat het oorspronkelijk iets heel anders voorstelde dan farao Khafra.
Kunstwerken noch geschriften verwijzen naar mensen die bij de bouw van de Sfinx betrokken waren. Er wordt nergens een toespeling gemaakt - laat staan dat men in detail zou treden - naar een opdrachtgever noch naar de wijze waarop men hem (of haar?) zou hebben uitgehouwen.
Net zoals dat voor de piramiden het geval is, is het ongelooflijk dat de Egyptenaren nergens aantekeningen zouden hebben gemaakt over de Sfinx. Ze verheerlijkten in hun geschriften en kunstwerken immers al hun verwezenlijkingen. Als Khafra de opdrachtgever zou zijn geweest dan lijkt het er sterk op dat men vanaf de eerste dag een (verloren) strijd heeft moeten voeren tegen de zandstormen. Men is het er namelijk hoe langer hoe meer over eens dat de Sfinx - in de veronderstelling dat de officiële versie over zijn leeftijd klopt - zowat zijn hele bestaan voor een groot deel onder het zand zat. Hadden de bouwers dan niet kunnen voorzien dat zandstormen hem zouden begraven?
Misschien moet men het bouwwerk (kunstwerk) plaatsen in een tijd waarin Egypte geen woestijn was maar een land met veel groen. En de enige periode die hiervoor in aanmerking komt, ligt vóór de grote opwarming, de enorme catastrofen en de zondvloed. En dat is zowat 12.000 jaar geleden. De officiële versie over de bouwers van de Sfinx heeft dus - net als deze over de piramiden - heel wat hiaten.
Waarom geeft men niet gewoon toe dat men niet zeker weet wie de Sfinx heeft uitgehouwen? Net zoals men er niet zeker van kan zijn wie de echte piramiden heeft gebouwd.
Ten slotte blijven er hardnekkige geruchten de ronde doen dat er zich onder de Sfinx ruimten zouden bevinden die de geheime kennis van een vergane beschaving zouden bevatten. Beweringen die door de officiële kanalen als ongeloofwaardige complottheorieën worden afgedaan.
Toch hebben onderzoekers met seismologische en sonarapparatuur vastgesteld dat er zich inderdaad ruimten onder de Sfinx bevinden. Er zou zelfs een ondergrondse tunnel naar de piramide van Khafra lopen. Men is dan ook met de uitgravingen begonnen. Op het ogenblik dat men echter verwachtte resultaten te boeken, werden de werken stopgezet. De overheid vreesde voor de stabiliteit van het bouwwerk.

