Dinsdag 1 november 2005
Allerheiligen
Gegaan nog eer ik wist waarheen.
Geen weg lag aan mijn voeten.
Het waaien van de wind alleen en
niemand die mij groette.
Het land rees hoog.
De wind was wijd
en diep - ik daalde in haar af,
ik liep haar branding in en uit,
het duurde,
het duurde zeven jaren.
Ik vlocht een boom van
pijnboomhout
en voer de golven over
tot waar op rotsen stond gebouwd
een stad van licht en lover.
Daar was het dat ik mensen zag
en velerhande leven;
waar woorden waakten,
nacht en dag.
Ik woonde vijf maal zeven.
Te gaan nog wetend
niet waarheen.
Geen weg ligt voor mijn voeten.
Het waaien van de wind alleen.
En ogen die mij groeten.
Huub Oosterhuis.
Geschreven door Hugo om 09:15
Reageer op dit bericht




