GP van België 1963
VOORBESCHOUWING
20 coureurs schreven zich in voor de Grand Prix van België. Deze waren verdeeld over de teams van Lotus, BRM, Ferrari, Cooper, Brabham, Lola, BRP (British Racing Partnership) – die met één eigen wagen aan de start verschenen, ATS (dat voor het eerst aan de start verscheen), Scirocco (eveneens een team dat debuteerde), Rob Walker, en 2 privé inschrijvingen van Jo Siffert en Carel Godin De Beaufort.
VERSLAG KWALIFICATIE
Voor het team van Lotus begonnen de trainingen niet ideaal. Al direct sprong de wagen van Jim Clark steeds uit zijn versnelling. Hij kon onmiddellijk in de pit de mecaniciens aan het werk zetten. Ondertussen reed hij een aantal ronden in de reservewagen. Ook bij BRM waren er problemen. Richie Ginther vond de 6-versnellingsbak niet betrouwbaar. Bij Graham Hill was het de motor die niet helemaal OK was. Tony Maggs was dan weer de eerste coureur die een ronde reed onder de 4 minuten grens. Korte tijd later reed de thuisrijder, Willy Mairesse, de snelste tijd met 3’56,2”. Daarmee stond hij bovenaan na de eerste training.
De tweede training had plaats op zaterdag. De problemen voor het team van Lotus bleven echter voortduren. De versnellingsbak van de wagen van Jim Clark was nog steeds niet in orde. Op de koop toe begaf de achterwielophanging het bij Trevor Taylor in Stavelot. Hij vloog met een snelheid van 200 km/u van de baan. Taylor mocht van geluk spreken dat hij uit zijn zwaar gehavende wagen kon wegwandelen. Op het einde van de namiddag reed Graham Hill een ronde in 3’54,1”. Dat was goed voor de pole positie. Dan Gurney reed de tweede tijd. ATS kon voor zijn eerste deelname, net als Scirocco, geen potten breken. Beiden moesten ze achteraan starten. Het eerste optreden van BRP met hun eigen wagen, was wel bemoedigend. Innes Ireland klokte de zevende tijd.
VERSLAG GRAND PRIX
In tegenstelling tot de twee trainingsdagen, was het op zondag nat en koud. Dit weerhield Jim Clark niet van het maken van een prachtige start. Van op de derde rij schoot hij naar de leiding. Na één ronde had hij samen met Graham Hill al 15 seconden voorsprong op Jack Brabham. Vlak achter Brabham reed zijn teamgenoot Dan Gurney die Willy Mairesse net voor bleef.
In de tweede ronde reden Jim Clark en Graham Hill verder weg van de rest. Willy Mairesse reed nu op de derde plaats voor Jack Brabham, Bruce McLaren en Dan Gurney. Achteraan in het veld raakten Carel Godin De Beaufort en Lucien Bianchi elkaar in La Source. De Belg moest de pit opzoeken waar men delen van de beschadigde neus van zijn Lola moest verwijderen. De Nederlander kon in zijn Porsche, die slechts licht beschadigd was, gewoon verder rijden. Twee ronden later remde Willy Mairesse in dezelfde bocht te laat. Toen hij goed en wel terug was vertrokken, zat hij middenin het gevecht voor de vierde plaats samen met Jack Brabham, John Surtees, Bruce McLaren en Dan Gurney. De Belg moest echter al vrij snel de rol lossen omdat zijn motor vermogen verloor. In de 7e ronde moest hij daardoor de strijd staken. Op dat moment reed John Surtees op de vierde plaats voor Bruce McLaren en Dan Gurney. Nu viel Jack Brabham door een elektrisch probleem terug. Hij stopte verschillende keren in de pit, waar men het probleem echter niet kon oplossen. Korte tijd later moest hij de race verlaten. Ondertussen was ook het veelbelovende debuut van Chris Amon geëindigd. Ook Giancarlo Baghetti en Innes Ireland hadden al moeten opgeven.
Niets kon Jim Clark tegenhouden. Zelfs Graham Hill had hem moeten laten rijden. Halfweg was de voorsprong van Jim Clark al opgelopen tot 26 seconden. Meer dan een minuut achter de Schot reed Dan Gurney op de derde plaats. Hij was John Surtees voorbij gegaan in de 14e ronde toen die tijdens een pitstop herstellingswerken had moeten laten uitvoeren. Richie Ginther reed nu op de vierde plaats. Hij was op zijn beurt Bruce McLaren kunnen passeren in de 15e ronde. Tony Maggs en Jo Bonnier waren de twee enige andere die nog niet gedubbeld waren door Jim Clark. Tot op dat moment had het nog niet geregend, al lag de baan er wel nat bij. Plots begon het echter hevig te regenen. Op enkele ogenblikken stond het hele circuit onder water. Bijna gelijktijdig begon de BRM motor van Graham Hill vreemde geluiden te produceren. In de 18e ronde moest Hill de race verlaten. Zijn versnellingsbak was stuk. De plotse veranderingen in de racecondities waren niet makkelijk voor de coureurs. Jo Siffert, Jim Hall en Lucien Bianchi ondervonden dat meteen. Ze spinden van de baan. Alleen de Belg kon zijn weg vervolgen. Twee ronden later spinde hij echter opnieuw van de baan. Deze keer was zijn wagen te zwaar beschadigd om nog verder te kunnen racen.
De eerste plaats van Jim Clark was met het uitvallen van Graham Hill nu helemaal veilig. In de 28e ronde was er een echte storm die over Spa-Francorchamps passeerde. Ook Tony Settember en Tony Maggs spinden van de baan. Op dat moment bleven er al maar zes coureurs meer over. Deze zes haalden het einde, al waren de laatste ronden wel een pak trager dan het begin van de race. Na 32 ronden had Jim Clark bijna 5 minuten voorsprong op Bruce McLaren. Deze had Dan Gurney in de 29e ronde nog kunnen passeren. Derde werd Dan Gurney voor Richie Ginther, Jo Bonnier en Carel Godin De Beaufort.
In de stand voor het wereldkampioenschap nam Bruce McLaren de leiding over met 10 punten. Hij werd gevolgd door Graham Hill, Richie Ginter en Jim Clark die er ieder 9 hadden. Bij de constructeurs had BRM 12 punten. Lotus/Climax en Cooper/Climax hadden er ieder 10 terwijl Brabham/Climax al 4 punten had verzameld.


