"De Roos."

"De Roos."
"Hangbrug."
"Je Moeder."

Je Moeder
Elke dag denk je er aan
de oorsprong van je bestaan
het levenslicht liet ze je zien
ze is je moeder sindsdien.
Sami.
"Boomstronk."

Boomstronk.
Ooit een trotse boom
door de bliksem getroffen
in een lang geleden droom
hij heeft alles gegeven
wat hij in zich had
dit is er van overgebleven.
Sami.
"Vissen."
"Wolken."

Wolken.
Ze hangen in lagen
net of ze elkaar moeten dragen
in lichte en in grauwen
altijd weer te aanschouwen.
Sami.
"Janneke."

Janneke.
Uit het niets is hij gekomen
heeft een binnenweg genomen
vraagt nu met zijn liefste lach
of hij hier niet blijven mag.
Sami.