Naar de inhoud

Franciscus Borst: Verhalen en Gedichten

Veel leesplezier, voor evt uitgevers en bestellingen http://www.writehistory.be/?p=store
seniorennet.beseniorennet.be
Contact op franciscusborst@hotmail.nl

Vrouwen










Vrouwen

Zo zoet en heerlijk van gemoed
kleuren zijn niet te overzien, ongrijpbaar
Steeds als je even net denkt dat je het eindelijk begrijpt
verandert daar wederom de smaak op het puntje van je tong

Zuigen sabbelen zachtjes en hard bijten
alle kantrijen trek je open voor bevrediging en de rust
Niet alleen voor de goede stand van zaken
maar het willen snappen en de onwezenlijke kennis van.

Maar het blijft een magisch iets
iets ondefinieerbaar en niet te grijpen
Schoonheid en sfeer gelijk het noorderlicht
wanneer de donder optrekt is daar misschien het paradijs?

Of wederom wellicht het irritante konijn uit de hoge hoed
In het duister huilend en genietend te gelijk van wat meegesmokkeld snoep
Uiteindelijk diep en eenzaam weg gestopt in een TBS kliniek of iets van zo'n gelijk.
Waar niemand jou nog kent of wil herinneren, zelfs je naam niet even zachtjes roept.





Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 14:28 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

H7 d3 Italia: Fazano, de executie. (uit De witte hond).







Fazano, de executie.

Als onze door ouderdom gebroken wit gekleurde Fiat van de snelweg af gaat en vervolgens een uur lang op een b-weg rijdt draait hij pardoes een zanderig pad in. Nu pas merkten we echt hoe slecht de vering was. Kuil in en uit en slippartijen deden ons hoofd stoten tegen het dak en ons gezichten smakken tegen de ramen en elkander. Wij vloeken als de pest maar het hielp niets want alles wat we zagen was de chauffeurs bezonnebrilde breed lachende gezicht in de achteruitkijkspiegel met zijn duimpje omhoog, die gilde door het bonken van de in kuilen klappende auto heen dat het veel korter was op deze manier. We reden niet harder dan dertig schat ik zo. De omgeving werd groener en we bevonden ons nu in een in bloei staande appelboomgaard, prachtig en het rook er heerlijk. Zover dat te ruiken was met al dat zand en stof in je neus maar goed. Trots vraagt onze vriend wat we er van vinden. Ja het is mooi, maar voorlopig zat ik nog als een krekel met een pennenveer in zijn hol op de achterbank te stuiteren, dus genieten was het er niet echt bij. Als we de ene boomgaard uit en de volgende in rijden, gebeurd er iets wat moeilijk te beschrijven valt maar ik zal mijn best doen.

Uit het niets springen er twee reuzen voor de auto. Gewoon voor de auto? Vraagt u. Ja 'gewoon' voor de auto. Twee reuzen? Vraagt u uzelf af? Ja! Precies zoals ik het zeg: "Twee reuzen!" Een tweeling! Ongeveer tweemetertien lang, ontzettend dik en ontzettend lelijk. Ze hadden hele bolle buiken, daarover een blauwwit gestreept, te klein T-shirt aan wat een beetje matroosachtig aandeed. Allebei een grote peervormige kale kop met een klein plukje haar op het kruintje en een grote scheve boventand over de onderlip. Een te grote spijkerbroek met hangend kruis en beiden op blote voeten maakten het plaatje compleet. Ze konden zo weggelopen zijn van de set van Disneys Japie en de bonenstaak. Over hun shirt kruist een leren riem waaraan een jachtgeweer met afgezaagde loop op hun rug hing. Ze sprongen zo voor de auto met hun handen tegen de grill ons tegenhoudend. Onze chauffeur gaf gas bij. De auto slipte zich vast in het rulle zand. We stonden muurvast. We hadden ons zelf van schrik vast gereden. De twee reuzen Humpty en Dumpty zal ik ze voor het gemak noemen liepen naar de zijkant van de auto de geweren van hun rug halen. Ik me van geen kwaad bewust bleef perplex zitten, de chauff zat echter van: "Mama mia," en "Ave Maria" en weet ik veel meer. Hij was goed bang en dat maakte ons ook erg zenuwachtig.

De deur van de auto aan mijn zijde word er in een keer uitgerukt met een hand en word door de reus achteloos weggeslingerd alsof het een reep chocola was. De deur aan Marco's zijde bleef nog net schuin hangen aan een half scharnier maar zou je er tegen aan pissen was die er ook af gevallen. Wij worden aan ons nekvel en kraag uit de auto getrokken en in het zand gegooid, beiden neerwaarts gehouden door een van de enorme poten van de twee monsters want dat waren het gewoon. Op hun gemak beginnen ze enorme kogels in de lopen te stoppen van hun dubbelloops afgezaagd jachtgeweer. Klik! Ze waren gevuld en nu dicht geslagen. Dit eenmaal gedaan trokken ze mij en Marco mee naar een appelboom waar we ruggelings tegen aan moesten gaan zitten dus werden we aan ons nek ook nog even een stukje omhoog getrokken. Beiden hadden we nu, in plaats van waar we voor gevlucht waren,  geen penis in ons mond maar een dubbele loops. En de trekker in handen van twee uit de Disneyworld ontsnapte randdebielen.

Moeilijk praten hoor met zo'n ding in je mond of eigenlijk gewoon niet praten. Toch probeer je dat om je leven te redden, maar dat gemompel verstonden ze toch niet en de chauf die ook uit zijn auto was gekomen, zei dat ze geen Engels verstonden. Hij legde snel de situatie uit aan ons dat wil zeggen binnen enkele seconden, tussen het snelle Italiaanse 'gerap' tegen de 'wonderen der natuur'. Hij vertelde het volgende: "Deze broers hun familie was compleet uitgemoord door de Nazi's en zij hadden vernomen dat die fascistische flikkers, zoals zij hun noemden uit Fazano, twee Duitsers op bezoek hadden en die gingen er nu aan."
"Als respect aan hun ouders en grootouders."
"Duitsers?" zei ik met een mond vol staal. Wat klonk als: "Wuitsers?"
"Nou dan is er toch geen probleem, laat ons paspoort zien dan weten ze dat we geen moffen zijn!"
"Holland!" Wat meer klonk als: "Bolland," met die mond vol.
"Bolland!" "Bolland!" Alsof Bolland en Bolland mij nu konden helpen.
Marco's ene broekspijp was nat geworden waaruit ik begreep dat hij in zijn broek geplast had, daar over nadenkende in een flits liep er bij mij ook een beetje los wat ik vreemd vond maar dat schijnt automatisch te gaan als je goed bang bent. 'Onze Italiaan' bleef maar smeken tegen de 'freaks of nature,' en toen ze eindelijk begrepen dat we niet uit Duitsland kwamen, zeiden ze heel droog:
"Holland dat ligt er vlak naast," en de hanen werden met een holle maar stevige klik naar achter getrokken. Ik zat met mijn ogen dicht op de knal te wachten die mij hersenen tegen de stam van de mooie in bloesem staande appelboom zou spetteren.

Ik hoorde 'onze Italiaan' nu wel erg dichtbij en deed één oog knipperend van angst en vanwege tegen het zonlicht inkijken, open.
Hij was heel snel de voeten van onze beulen om beurten aan het kussen met daartussen smeekbedes in het ratelsnelle Italiaans.
Wat hij gezegd heeft zullen we nooit weten wat wel zeker is dat ik en Marco een flinke klap met de loop tegen onze kop kregen waardoor we half versuft weggesleept werden bij de boom vandaan door het zand alsof we lichte vuilniszakjes waren.
En zo we de auto uit getrokken waren werden we er net zo hard weer ingesmeten. Onze chauffeur kreeg nog een paar trappen na, vluchtte achter zijn stuur en startte de auto die nog vast zat in het rulle zand. Tevergeefs, de auto slipte en de arme huilde van angst.
"Alsjeblieft!" "Alsjeblieft!" Start! Vroeg hij zijn autootje.

Een van de tweeling gaf een licht zetje met zijn voet tegen de achterkant van de wagen en los schoot hij. Vol gas er vandoor slingerend in paniek, op en neer door kuilen rijdend en perenbomen ontwijkend. Soms op twee wielen.
Een hard schot klonk en de deur die er half bij hing, liet nu ook los en vloog door de wind. Nog een schot, nu vloog de kofferbakdeksel over het dak op de motorkap tegen ons voorraam aan, met een doodsklap waardoor we ons rot schrokken en de bestuurder even niets meer zien kon en we haast weer een boom ramden. Toen hij sturend de wagen weer recht getrokken had en er nog twee schoten volgden die ons niet meer raakten, lachten we hysterisch van angst, adrenaline en zenuwen.
Dat wij onze Italiaanse vriend dankbaar waren en zijn mag duidelijk zijn. Of ik nog in die grotten geweest ben, kan ik mij niet herinneren.
Dat we dezelfde weg niet terug genomen hebben wel.


 

© september 2008, Franciscus Borst, BasicPublishing.nl

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Loze beloften










De loze beloften

De vader de zoon en de heilige geest
als zij eens wisten hoe in hun naam word gepeesd
Zonder schaamte of wroeging wordt de hemel beloofd
terwijl kleutertjes met hun rokje of broek
op hun knieën van hun jeugd worden beroofd

Rouwe kinderknietjes van de scherpe kerkbank
vol angstige nachten met duivels en demonengejank
die je mee zullen sleuren naar de hel als je klikt
Over het goddelijk geheim tussen mij, de bijbel
en de priester die mijn mond verstikt

De auto gepoetst en in de was
trots overzie ik ons gezin onmiskenbaar
de netste van de gehele zondagsklas
Annie! Zijn de kinderen netjes gekleed?
Vroeg ik nog voordat ik langzaam naar de kerk reed

Elke zondag opnieuw het mondje open
Maar Vadertje dat zijt toch geen ouweltje? 


Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De Dwaling/Reisverhalen De inleiding plus H1 Indonesia d1 De aankomst

                                               De witte hond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                      Inleiding.

Ik waarschuw u dat dit zijn niet de gewone reisverhalen zijn die u gewent bent en ik weet dan ook zeker dat dit niet in het Michelin boekje komt als een aanbevolen reisgids of iets van die gading. Nee, dan heb ik het over de belevenissen van een ooit zijnde puur asociaal persoon die daarnaast ook nog eens 32 jaar verslaafd is geweest. Aan dan ook alles waar je verslaafd aan kunt zijn. Dan ook nog een beetje schizofreen. Wat ook niet anders kan, na al die tijd vergiftigen van lichaam en geest. Daar naast aardig belezen, vrij intelligent en crimineel vanaf zijn vijfde jaar.

Kijk, leest u daar nou wel eens een reisverhaaltje over? Logischerwijs is dit eigenlijk haast onmogelijk. Bedoeld, normaal gesproken is zo'n iemand of gestoord en zit diep weggestopt in een afgezonderde vleugel van een of ander gekkenhuis, ernstig ziek vanwege aids bijvoorbeeld of vaker nog gewoon dood door een overdosis of opgebrand door het harde leven. We worden meestal dan ook niet ouder dan vijfendertig. Soms veertig en gebeurt dit wel dan zijn ze meestal te stom om ook maar één zinnig woord op papier te krijgen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Ik ken vooral vele oude junks, de 'diehards' die maar niet kapot te krijgen zijn. Dat komt omdat er haast geen nieuwe bij komen. Heroïne is uit. Ik hoor bij het staartje van de oude stempel. Dus dat is niet zo raar dat verslaafden niet zo vaak een boek schrijven en dan zeker geen reisverhalen. Hooguit een spirituele reis in de straatkrant, die te verkrijgen zijn op elke straathoek van Nederland verkocht door een verslaafd of asiel zoekend persoon. Dan toch nog even Christiane F. die niet helaas verder kwam als het treinstation Bahnhof of Zo. Is helaas ook terug gevallen. Onze Herman (Brood) waar ik trouwens een groot fan van ben niet verder dan de bar waar hij naar snackte en vervolgens in een Broodje gezond stikte en uitgleed over de dakrand dacht ik.

Nee ik zei de gek, leeft nog steeds. Heb vele reizen over de gehele wereld gemaakt. Kan ze nog na vertellen ook. Althans ik ga ervoor en we zien wel waar het schip strandt. Wie weet kan ik u vermaken met enkele van deze toch wel heel aparte avonturen. Waarvan ik het in ieder geval waard vind om hier iets meer over te vertellen. Reisverhalen bijvoorbeeld of rijstverhalen is misschien toepasselijker daar ik toch wel het grootste gedeelte van mijn reistijd in Azië heb doorgebracht en dan met name in Indonesië. En dan ga ik niet op die gelikte manier van de gewend zijnde dagelijkse kots, sorry kost waar er dertien van in een dozijn langs passeren. Bedoelende natuurlijk de als maar terugkerende prachtige desa's, vulkanen, heerlijke kruiden- en etensgeuren. En al die meest vriendelijke gastvrije mensen der aardkloot enz. enz. Die geijkte indostijl pas ik niet toe. Daar heb ik te lang voor daar gezeten. Of beter te lang daar rondgedoold. Sowieso ben ik helemaal geen Indo dat is punt één. En de Wolkers en Tante Liens waren wat Indonesië betreft of blind en/of dom of zo hypocriet als de neten. In ieder geval ik krijg het mijn strot of pen niet uit. Excuses naar de fans. Verder zal ik de nodige avonturen vertellen over elders ter wereld uit mijn zonn(d)ige tijd maar dat later.

Ja het is in Indonesië inderdaad op sommige plaatsen mooi ja. Maar iedereen houdt toch wel van een beetje spanning ook dacht ik zo, bedoelende niet van dat a;tijd maar weer alles in kannen en kruikengedoe. Kom nou. Misschien wel het mooiste land ter wereld. Op sommige plaatsen dan. Over het smerigste land ter wereld hoor je nooit wat. Voor die titel kunnen ze echt wel meestrijden, zeker West-Java.

Moordlustige agenten, militairen achter je aan bijvoorbeeld, van die dingen hoor je niet. De Jappen-tijd soms daar buiten gelaten en heel misschien wat gecensureerde praatjes en zwart-wit filmpjes over de oude kolonialen. Nee voor mij geen 'Geef mij maar nasi goreng' en meer van die Indo-onzin zoals "Hadoe hadoe." Of het moet daadwerkelijk gezegd zijn dan heel misschien. Maar genoeg over die misvattingen over de koek en ei eilandeden wat het mij betreft. Ik ga over de realiteit beginnen.

Wat natuurlijk ook een ongelooflijk feit is dat ik precies zelf degene ben die dacht zich echt nergens meer over te kunnen verbazen maar dit nog steeds toch weer en opnieuw doe over het simpele maar zeer vreemde feit dat ik überhaupt nog leef. Elke dag trek ik zeker nog wel een paar maal mijn wenkbrauwen op. Van: hoe is dat nou eigenlijk mogelijk? Natuurlijk heeft bijna iedereen alle ellende aan zich zelf te danken. Je bent toch tenslotte overal en altijd zelf bij. En toch durf ik te zeggen dat dat je reinste onzin is. Hooguit behoedzaam zijn kan van tijd tot tijd leeftijdverlengende werken. Natuurlijk heb ik daar tegenover ook mijn schitterende paradijselijke momenten meegemaakt. Waar ieder persoon alleen maar van kunt dromen, velen zelfs. Maar ook door het bekende licht in de tunnel ben ik zeker minstens vier maal omgeven. Kogels, messen en teveel bizarre situaties waar ik ongevraagd altijd maar weer in beland. Ik zit onder de littekens. Ook geestelijk. Dus vraag ik me steeds vaker af of ik niet een engeltje op mijn schouder heb zitten met een reet ter grote van die van Karin Bloemen. Bij voorbaat dank schat.

Doodsangst, avontuur, onbegrip, verbazing, walging en puur genot overspoelen mij bij gedachten over dit land. Waar wachten we op? "Here comes the young men!."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



H1 Indonesië 

                                                                D1 De aankomst. 

De Indonesische adelaar landt op zijn baan. Na Abu Dubai en Singapore ben ik eindelijk aangekomen in 'Jakarta, de stad van mij vader,' wat wel zo stoer klinkt. Maar nee hoor ik ben maar een simpele Nederlander. Jakarta een poel van verderf (en een lol) zou ik later beseffen was slechts een soort van toevluchtsoord geweest voor ons. Een Aardje naar zijn vaartje dus. Even lekker weg uit dat gestreste belastende Nederland. Dat hij niet terug kwam na jaren. Zoiets maakt mij wakker, wordt ik nieuwsgierig van en ga ik dus even kijken bij pappies. Toch? 

Wat een rotvlucht! Negentien uur lang. Pijn in mijn reet van het zitten. Nou duurt het niet lang meer. De meute wordt langzaam wakker. Er gebeurt eindelijk iets. Wachtend in de wolken omslaat mij een beklemmend gevoel. De ovalen raampjes zijn beslagen van de naar adem happende en transpirerende reizigers of van de tropische atmosfeer waarin wij afgezakt zijn. Bidden misschien? Ik zie zelfs een klein plasje liggen in mijn patrijspoort. Zit ik op zee? Lekt dit vliegtuig? Maak mij druk om niets blijkt dankzij de stewardess. Ik probeer eilanden te zien waar iedereen van droomt waar Indonesië uit bestaat. Eenmaal door de wolken zie ik daar bruine puzzelstukken drijven. De zee blauw met witte streepjes met eilanden als houten vlotten. Eigenlijk een negatief gevoel. Ik dacht aan jungles, sawa's, palmen uiteraard en zo stereotiep groen voort. Alle mensen staan langzaam op als wakker wordende zombies met spierwitte gelaten. De monden wijd open gapend, dat geluid er bij: "Uaaaggghhh." Precies. Gebroken van de reis die veel te lang duurde vond iedereen. Ze kunnen moeilijk die eilanden op sleep nemen. Beetje dichterbij brengen, dacht ik hardop. Gemene blikken kijken mij dood. Mooi is dat. Vind ik prachtig en ken dat dan niet laten. Dat gezeik. Mensen klagen altijd zo.

Krakend mijn rug strekkend doe ik professioneel mee maar heel snel want ik geef ze niet te veel krediet. Iedereen plaatst nog even snel de handbagage boven zijn hoofd voordat de gordels vast moeten. Kinderen stemmen klinken en schreeuwen stout. "Ga zitten," klinkt een chagrijnen schreeuw terug. "We zijn er bijna,' zingen ze onvermoeid terug. Grappig. Die rood aangelopen hoofden.

We landen. De banden keihard piepend op schurende remschijven. Bizar. Zo'n slechte landing heb ik nog nooit mee gemaakt. Die schokbrekers kunnen ze wel naar de sloop brengen. De piloot krijg nog applaus ook. Volop zelfs. Ik klap niet mee want volgens mij ging hij boven op zijn rem staan. Ze zijn niet helemaal goed hoor, klappen, dat tekende wel hoe moe de mensen waren en blij dat ze er waren. Dat ze zelfs een paar brandwonden op de koop toe zouden nemen. Als ze dat vliegtuig maar uit zijn. Niet te geloven. Relaxt blijven is mijn motto. Komt allemaal wel goed als je een beetje normaal doet tenminste. Maar ja dan weer die vraag; wat is normaal?

Een geribbelde olifantenslurf doorsjokkend hoor ik mijn vaders woorden met een telefonische klank: "Je weet niet wat je ziet.'' "Zo mooi!" Nou?! Ik weet niet hoeveel whisky's hij toen op had in die plane, maar ik liep door een plastieken slurf met een ticket in mijn hand. Het plastiek wapperend in de wind. Armoedig zeg. Tweede tegenvaller. Ben ik nou zo'n zeikerd als de rest of is het allemaal zo slecht. Het is zo slecht. Oh wacht even, hij had weer eens gelijk. Daar was het verwachte. Prachtig mozaïek met edelstenen en weet ik veel allemaal: Welcome to Indonesia. En verder; Sukarno Hatta Airport, gemaakt van roodbruine klei. Door kinderen gemaakt? Ja, dat was leuk gedaan meer kan ik er niet van maken.

Beetje kitsch maar alla of allez voor ons zuidelijke vrienden. Spannend. Kleine mensjes die Indonesiërs allemaal. Blauwe uniformen dwarrelen om mij heen. Een marinedeuntje komt bij mij op. Bij de douane aangekomen slingerende een rij mensen, allen met paspoort in de hand. Men kijkt of ze wel goed staan. Doodsbang zijn ze. Ook had ik in Nederland al gehoord dat ik uit moest kijken. Vooral voor de Indonesische mensen zelf is het slecht vertoeven hier en natuurlijk de Japanners. Ze haten de douane daar. Zij zijn dan ook dikwijls het slachtoffer van het blauwe gif. Iedereen kijkt goed waar zij moeten staan. Er waren namelijk wel vijf verschillende kleine balies met daar achter zeer magere mannen met lange sigaretten die haast net zo dun als hun chocoladebruine nekkies zijn. Deze vloeken tegen de grote glad gestreken blauwe kragen. En de oude Indische mensjes in elkaar gekropen van angst te oud om nog te lopen lijkt het. Met volle bossen grijs haar. De douaniers rokend arrogant met een sigaret tussen de lippen, de mensen niet aankijkend maar in de paspoorten, degenererend de wenkbrauwen omhoog met een gemeen kijkende smoel. Als de rook in hun ogen komt. Roken zonder handen moet je kunnen. Knijpen zij er één dicht waar door zij nog gemener kijken en lijken want het was opgeblazen lucht met een grote muil die hun eer verkochten voor een tientje of vijf. Een pet op met een vette gouden rand erom, grote Nazi-adelaar in het midden. Strepen op de schouder en borst. Links en rechts. Het valt mee dat hij ze niet op zijn voorhoofd heeft gezet. Wat een sukkels zeg. Die mensen zo te behandelen. Daar zou ik wel eens een keer alleen mee willen zijn. Zou hen manieren leren. Het leken net kopspijkers. Die grote petten op die kleine koppies, magere nekkies en schouderloze lichaampjes er onder. Geen ponem. Nee, ik moest ze niet dat stond zo vast als een huis. Die zijn zo corrupt als de pest. 

Mijn vader stond me dus mooi niet op te wachten. Ik had het kunnen weten. Angstvallig graai ik naar het briefje met zijn adres. Zou ik het nog hebben na die anderhalve dag durende reis? Zonder dat was ik nergens, letterlijk dan. Gelukkig, mijn handen voelen klam een papiertje wat in een zweterig propje veranderd was maar het was nog net te lezen. Nu nog uitspreken.Wat staat daar, o ja dat was waar ook; de taxi moest een Blue Bird zijn volgens zijn advies. Dat was een bedrijf van de regering en zou mij niet oplichten.

De glazen wand scheidde de Indonesische grond tussen mij en de luchthaven af, eindelijk. Door de menigte mensen wurmend richting OUT probeer ik een Blue Bird te zien en inderdaad zie ik achter een rij gele wrakken een mooie taxi staan met een blauwe vogel op het logo. De glazen schuifdeuren gaan open en de hitte doet mij als een rechtse hoek haast vloeren. Nou was ik al niet zo gezond uit Nederland gekomen, zo een 20 kilo te licht dacht ik daarnet het ergste gevoeld te hebben, schijnen ze toch nog airconditioning te hebben binnen in dat vliegveld want ik loop nu echt tegen een muur aan van vocht en hitte. Dus dit waren de tropen. Welcome to Indonesia. Dit was echt zwaar lopen. Transpirerende geuren afwisselend of juist met veel te veel aftershave dragende chauffeurs proberen mijn koffer af te pakken, sterker nog de eerste keer dat ik een ruk voelde lag hij al in een kofferbak van een smerige wagen en zat de eigenaar al achter het stuur. Ja, dan moest je bij mij wezen, dus ik deed die kofferbak open, koffer eruit en liep verder. Die vent raar kijken. Nog aan mijn shirtje trekken ook, gelukkig was een licht zetje tegen zijn borstkastje voldoende om hem te doen zwijgen al was ik net zo mager als hem.

Toch dit gezeik gemengd met die hitte en die verschillende stinkende geuren deden mij tollen en was blij dat ik bij mijn Blue Birdje was aan gekomen. Het beeld veranderd direct; een mooie schone auto geparkeerd voor een bosje samengesteld uit mooie vetplanten en palmsoorten. De chauffeur rustig Engels vragend waar ik heen moest. Airconditioning binnen. Ik leefde weer. Er stonden hier nog meer Blue Birds, rijk en arm zeer gescheiden dus. Ik was gewaarschuwd voor die chauffeurs van 'ja daar moet je even doorheen zonder te luisteren'. En inderdaad was het weer niet anders geweest. Tot nu toe klopten de reistips van pa. Ik had toch liever gehad dat hij mij even opgehaald had of had laten halen maar dat lijkt me logisch. Je weet heg nog stek hier. Vanuit mijn taxi is de rit van vliegveld naar de stad een lange saaie rit van drie kwartier over een tolweg tot we bij de stad aan komen want alle voorstellingen die je van dit land had en overtuigd was te zien zou krijgen kreeg ik maar niet te zien. Ik was dan ook blij toen hij eindelijk van die rijksweg afdraaide richting stad. Misschien dat er nu iets gebeurde. Het duurde niet lang of dat ik mij zelf betrapte, zij het dat mijn mond open stond van verbazing want voor mij probeerde, het stoplicht stond op rood, een man staand zijn scooter te balanceren met zijn vrouw en schoonmoeder of moeder op het zadel, opa achterop, twee kleine kleuters tussen zijn benen de mooiste iets oudere dochter op het verroeste eens chromen rekje boven het voorspatbord. Origineel een hele familie op een scooter, zoiets verzin je niet. En het licht stond op rood, dat is balen dan. Klapkuiten waar je u tegen zegt.

Ik zag fietsen gemaakt van oude brommers, brommers gemaakt van oude fietsen. Autootjes gemaakt om brommers heen enz. Er reed een bus voorbij die geen knipperlichten had maar aan iedere zijde een vent die wijd naar buiten hing en dat alles op teenslippers die tegen de chauffeur schreeuwden of hij naar links of rechts moest, stoppen of juist rijden. Ik zit in een film van Frederico Fellinni dacht ik bij mezelf. Wat een taferelen. Mijn taxi trekt op om direct weer te stoppen. 'Hatsjie' nies ik en ruik een dierenlucht en zeg tegen de chauffeur: "Smell like animals he?"

Beetje medelijdende met hem omdat ik zag dat hij zich schaamde. Beetje afleiding toch? Maar tevergeefs, hij wijst met zijn duim over zijn schouder naar achter kijkend in de zijspiegel. Zo'n tweehonderd kippen bij elkaar gebonden op een fiets. De berijder lachend een peuk rokend ontblotend zijn gele kretektanden, zich niets aantrekkend van de kippen die tussen zijn spaken zitten rrrrt, ting of die met hun kopjes over het asfalt sleten. Nee Greenpeace was hier ver te zoeken. Ik kreeg een brok in mijn strot, nog steeds als ik daar aan terug denk. "Mister, mister." Lacht hij beleefd naar mij. "Your fucking chicken man!" Roep ik boos terug, het raam open gedraaid.

"It's just a poor stupid man." Mijn chauffeur mij tot kalmte brengend. Dat zal dan ook wel weer waar zijn. Balancerend rijdt de kluwen veren met daaronder twee banden verder. Kan je het raam weer dicht doen vraagt hij aan mij, de taxi bloedverziekend heet geworden in minder dan vijftien tellen. Pff. De taxi trekt op, staat weer stil trekt op, staat weer stil, stoplicht na stoplicht dan opeens een grove stop die mijn hoofd tegen het koele leer van de hoofdsteun doet slaan voor een man met twee matrassen, op iedere schouder één, over een bamboepaal steunend in zijn nek die nog even voor ons langs wil piepen en steekt snel over, rennend zover dat mogelijk was. Een man met drie meter hoog tupperware op zijn hoofd, kijkt haast beledigd naar mijn verbaasde gezicht. Het leek wel een bijenkorf hier, er werd wat gehandeld, de gekste dingen werden lopend fietsen al dan wel brommend verkocht. Ik dacht en wist wel zeker dat als ik later iets van drugsgading nodig zou hebben dat ik hier geen flater zou slaan. Dat alles tegen een bruine achtergrond van de kleine toko kaki lima's wat letterlijk vijf voets winkeltje betekent waar je echt alles kunt kopen. Die ook precies éénmetervijftig waren zou ik later achter komen. Wat daar allemaal in gebeurde.

Af en toe vraag je jezelf af heb ik dat nou goed gezien want dan geloof je echt je eigen ogen niet en ook kwam ik er hier wel vaker achter, dat hier bepaalde uitspraken zijn grondvest hadden. Zo zag ik een jongen moe, zijn vrienden uitschelden, van een fiets afstappen en om beurten ruilde. Deze fiets was gelast op een tredmolen met daaraan een dynamo om wat licht te verkrijgen in de 'winkel' en om de man met zijn verspuit van werklicht te voorzien. Deze verfspuit gaat op lucht uit een staande fietspomp waarbij ook twee jongens staan opgesteld en zich uiteraard de pleuris pompten. "Airbrush Cars and Motors Special Painting Internasional," prijkt er trots op zijn 'luifel'. Een busje werd onder handen genomen en het stond zeker niet minder mooi op de zijkant als dat het machinaal gedaan zou worden, het was echt te gek zo mooi. Wat een kunstenaars ongelooflijk! Later in de jungle zou er een zuigerveer uitklappen en niet meer gereedschap bewapend dan een schaartje heeft onze bijrijder onze motor toen gerepareerd. Bizar, maar dat komt nog wel.

Een ongelooflijke penetrante strontlucht stijgt ineens op in mijn neus alsof ik onderste boven gekeerd met mijn kop in het riool stak, zo erg, en de chauffeur deed net alsof er niets aan de hand was. Sterker hij heeft iets leuks te vertellen. Ik ben benieuwd. "Priok priok, VOC VOC," zit de man helemaal opgelaten tegen mij te schreeuwen en te wijzen alsof er iets moois te zien was, wijzend naar een oude hoge muur begroeid met alg en onkruid onder de vogelstront en blubber en wel 10 meter hoog wat later de muur van een oud V.O.C. fort blijkt te zijn. We rijden langs grachten gevuld met zwart water tegemoet met daar op bamboehuisjes op vlotten. Nee, dit was de ergste armoe door mij ooit gezien. Een vrouw zat knielend haar zoontje met het zwarte water te wassen. Het naakte chocoladeknulletje met zijn witte ingezeepte gezicht begint te springen en te schreeuwen met zijn handen voor zijn piemeltje als hij mij ziet. Een ferme ruk maant hem tot halve kalmte. Tappend dansend naar mij wijzend als vrijbrief voor zijn optreden blijft hij na een ferme ruk aan zijn arm maar in de houding staan. Grote waterratten maken kolken in het water. Een baby schrijdt. Een beet?

Het V.O.C. fort maakt mij aan het dagdromen en zie de soldaten in vol ornaat in de zestiende eeuw voor me. Het jaar 1640, stel je voor, die zware wapens sjouwen en hun kleding bestond uit ijzeren en lederen stukken en een vilten hoed met een pluim. Jezus. En dan in deze hitte, wat een beesten moesten dat geweest zijn omdat te kunnen overleven. Eerst nog een maand of anderhalf met een of andere boot mee, scheurbuik en stormen riskerend. Ben je eindelijk op plaats van bestemming kan je wegrotten in zo'n stinkfort.

Waar klagen wij dan nog over, dat de vlucht te lang duurt, twintig uur? Je taxi geen A.C heeft? Alles is zo betrekkelijk. Mensen zeuren zo. We zijn te verwend. Ik krijg een schuldig rotgevoel en schaam me. Moet je mij hier nou zien zitten met mijn reet weggezakt in een rode leren taxistoel, een zacht koel windje blaast in mijn gezicht uit de AC een relaxed liedje op de CD speler en moet je dan die mensen zien tobben om het gezinnetje in leven te houden want dat doen ze netjes hoor geloof het of niet, hoe ze het doen, doen ze het maar zelfs die mensen in zo'n hut op een bamboevlot krijgen het voor elkaar om hun kinderen naar school te krijgen in een spierwit overhemd en een uniform. Meestal krijgen ze vanwege geldgebrek hun koters niet op school maar het gebeurd, strijkijzertje, Rinso waspoederzakjes van een stuiver en schrobben met een borstel op een wasbord.

Op taxichauffeurs met een oude auto na, kom je daar nergens stinkende mensen tegen of het moeten blanken zijn. Elke Indonesiër douchet minimaal drie keer per dag. Trouwens als je dat niet doet krijg je daar problemen kwam ik snel genoeg achter. Het is daar zo heet dat je gewoon minimaal drie keer per dag een paar emmers koud water of een steelpannetje van plastiek gebruiken ze daar, over jezelf heen moet flikkeren anders krijg je zelfs ook binnenshuis een zonnesteek en een zwerm ongedierte achter je reet aan vliegen waar je nog nooit van gehoord of die je nog nimmer gezien hebt. Nee ook niet op Discovery channel! Vraag me niet hoe maar het is gewoon zo. Rijk en arm vergelijkend komt de taxi langzaam maar zeker op mijn bestemming aan. Ik was benieuwd hoe mijn vader er uit zou zien, donkerbruin natuurlijk, hij zat hier al meer als vier jaar. Hij moest een ontzettend lekker wijf hebben zeiden onze gezamenlijke vrienden, hij was namelijk een keer met haar in Nederland geweest maar ik had hem toen niet gezien. We mijden elkaar wel vaker als de pest een paar jaar achter elkaar. Nee van vriendschap was nog nooit sprake geweest. Dat hield op toen ik een jaar of tien was. Ik bezat dan ook wel de nodige zenuwen om hem weer onder ogen te komen maar volgens mijn moeder was dat niet nodig geweest, hij zou mij maar wat graag helpen met afkicken, nou dat heb ik geweten.  Mijn vader met sari, een met batik bedrukte lende doek opgerold tot aan zijn middel met daarboven een ontbloot bovenlijf en halfvergane zeemanstatouages op de armen stond n de deuropening van zijn huisje te wachten. Heen en weer schuddend en op en neer door kuilen rijdend, gelijk Parijs-Dakar waren wij in een armoedige woonwijk gearriveerd, pikdonker met kleine olielampjes hangende aan een paal of hek in de voortuintjes. "Zo daar hebben we de verloren zoon," Zei hij lachend terwijl ik uitstapte uit de taxi. "Ga maar naar binnen ik reken wel af, dat krijg ik zo wel binnen terug." In vloeiend Maleis riep hij zijn bedienden op appel om mij te helpen mijn koffer uit de kofferbak te halen. Verbaasd, niet langer als twee tellen over zijn 'outfit' schrik ik van zijn in en intens spierwitte gezicht, een als een neger zo bruin verwachtende. "Nee dat doe ik zelf wel." Zei ik. "Helemaal niet daar betaal ik ze voor." "Wen daar maar gelijk aan hier doet een blanke niets zelf." "Helemaal niets?" Vroeg ik met een schuin oog?

"Heb je in de bajes gezeten pa?" Vroeg ik. "Nee, nee." Lachend als een boer met kiespijn. Zag ik daar nu al een teleurgesteld gezicht? Had ik dat niet mogen vragen dan? Ik vroeg hoe het mogelijk was dat hij zo wit zag en hij vroeg me of ik de hitte buiten had gevoeld. "Even maar," antwoordde ik. "Bij het instappen van taxi." "Nou ga jij dan met dit weer in het zonnetje zitten?" Vroeg hij cynisch. "Nee dat lijkt mij ook niet." Dat raadsel was opgelost. "Moet je iets eten?" "Ze hebben een heerlijke rijsttafel aangemaakt." Mijn afwijzende antwoord niet aannemend. "Speciaal voor jou." "Ik zal je gelijk even voorstellen aan mijn vrouw, je nieuwe moeder.” Zei hij bijna trots. Daar bij was ook het volgende raadsel opgelost; 'zijn prachtig mooie en lieve vrouw.' Mooi was ze niet en aardig stootte ik mijn neus grof tegen tijdens het eten toen ze scheldwoorden naar de bedienende meiden begon te bulderen. Helemaal om niets, een schoon glas werd gevraagd of ze commandeerde dat er tien man tegen de muur moesten worden afgeschoten. En snel en zonder vlekken. Mijn bek hing weer eens open van verbazing wat al de tiende keer was de laatste drie uur, mijzelf nooit eerder in het leven betrapt had op dit afwijkend gedrag. Het gebrul, geschreeuw en gevloek daarbij smakkend en graaiend in haar eten was voor mij het plaatje rond. Mijn nieuwe moeder was Idi Amin twee.

Mijn vader die niets ontgaat zei dat ik kon of normaal moest doen of al weer kon vertrekken. Het was ZIJN vrouw, daar moest hij voor kiezen en ik had me te gedragen of ik kon vertrekken. Ik begreep het en ik zweer u dat ik echt mijn best deed, wat denk je. Er hing een stille spanning in de kamer als of het kon gaan onweren met af en toe een brul van Idi. Ik kon gewoon mijn lachen niet in houden. Hij was helemaal verliefd, kwam lijzig over als betoverd en was helemaal zich zelf niet. Ik weet dan ook niet wat ze met hem gedaan hebben maar kosher was het niet. Dit was mijn vader niet. Was dit nou een tropenkolder? Zo kwam het dat ik net aangekomen al weer op straat stond met mijn hutkoffer op wieltjes. Daar was ik lekker mee. Het was pikkedonker, een zeer armoedige woonwijk troef. Als je van een woonwijk kon spreken, ze noemden het niet voor niets Kampong Ambon. Mijn vader was bezig met een verhuizing naar beter had hij gezegd. Ik ging niet terug naar Nederland wat er ook gebeurde dat had ik met me zelf afgesproken. Daar lag de afgrond voor mij. Maar laat ik nu eerst uit deze buurt zien te komen. Muggen zoemen om mijn kop en ratten groot als katten maken zich uit de voeten van het geratel van de koffer wieltjes. In de verte en dan weer dichtbij hoor ik geluiden voor de eerste keer waarnemend. Ik hoorde een harde knal van een deur van mijn vaders deur die hij achter zich dicht sloeg en het kwade vergrendelen van sloten. Ook de bedienden mochten mij ook niet uitzwaaien en werden ruw naar binnen getrokken.

Wat moest ik doen? Een woordenboek bemachtigen dat leek mij duidelijk. Er spreekt hier niemand Engels dus dat word ook nog eens Maleis leren. Gelukkig dacht ik aan de markt waar ik met de taxi langs was gereden, daar moest een woordenboek te koop zijn, ik bedoel als daar een vent rondloopt met een slaapkamermeublement op zijn nek zal er ook wel een woordenboekje te krijgen zijn, niet? In ieder geval zo redeneerde ik. Heel langzaam komen er drie betsjaks, van die fietsen met een karretje er achter waar je in mee kunt rijden, zich aanbieden. Ik nam er twee, God dankend dat het eerste wat ik gedaan had was geld wisselen met mijn vader. In de een zette ik mijn koffer schuin tegen het zitje aan in de tweede ging ik zelf zitten. "Taxi! Blue Bird!" "No problem mister. noooo problem..."

De Bleu Bird werd een Yellow Monkey maar van oplichting was geen sprake al was hij wel een onderwereldfiguurtje. Dat was namelijk precies wat ik nu nodig had. Binnen een uur had ik een Maleis engels woordenboek 25 gram wiet en een doos Rohypnol en een fles Jamesson whisky. De chauffeur werd direct mijn vriend en maakte dan ook gelijk een afspraak voor de volgende morgen. Ik had alles wat ik nodig had om te slapen, ik was tenslotte in Indonesië om af te kicken. Van alles voorzien bracht hij mij naar een goedkoop hotel (wat hij chique vond) voor de prijs van 15000 roephia's omgerekend toen zeven Euri per nacht met ontbijt. Het krioelde wel van de kakkerlakken in de badkamer maar ik was te moe om daar bang voor te zijn terwijl ik dat de meest smerigste beestjes ter wereld vind. Nou daar lag ik dan eindelijk en begon naar de ventilator te staren Whisky drinkend wiet rokend nadenkend over mijn nieuwe 'vriends' laatste woorden. En wat zou hij daar mee bedoelen? "Heroïne no good!" "Fuckky fuckky good!" "Gele (wiet) very nice" en "Good food thats the life for a king like you." Ik kreeg er ogen als schotels van, ik voelde me helemaal geen koning maar hij ging maar door: "You are a millonair now don't forget that en be carefull for your cash!" "King? Miljonair?"

Ik ben een junk dacht ik. Moet zwaar gaan afkicken. Aan de andere kant was ik ineens heel erg trots op mezelf, al was mijn koffer nog dicht, de wieltjes kapot gereden in mijn vaders verrotte straatje na onze zeer korte ontmoeting wat mij zeer deed en dwars zat en zag ik er uit als de Dood van Pierlala. Maar ja, ik ben nu eenmaal in Indonesië en ik moet het zien te rooien. Ik ben nu pas twee uur alleen en heb nu al een vriend, hij wilde zelfs geen fooi van mij aannemen al pakte hij wel gretig een flinke pluk wiet aan. Daar ik over Indonesië geen ene klote af wist gleden mijn gedachten al snel af naar mijn geboorteland waar ik in een buurt woon die alleen bestaat uit Turken Marokkanen, Surinamers, Hindoestanen, Antillianen en een paar Afrikanen. Er loop in mijn wijk echt geen enkele blonde meid of knul die mij blij kan maken met een glimlach. Elke twintig meter die ik loop word ik geroepen: " Hé blonde Bruin Wit?" (heroïne en cocaïne). Daar komt nog bij dat er in een straal van vijftig straten tien autootjes rond rijden met Marokkaantjes die net hun rijbewijs hebben die ook nog eens heroïne en zwaar met zeep versneden cocaïne vanuit hun auto verkopen die mij óók nog eens aanroepen. Sterker nog, ze komen zelfs aan mijn deur bellen. Dus al met al: "Dank u regering!" "God dank u voor mijn zwakte." "Pa en ma gelukkig bedankt voor mijn het trainen van mijn doorzettingsvermogen." Nederland mag voor mijn part in de stront zakken en met name Rotterdam-Zuid. Als ze de kuip maar laten staan want het Feijenoordbloed zal altijd blijven stromen en daar moet ook niemand aankomen, al kan ik zelf geen enkele bal recht vooruit passen.

Nou ja daar lag ik dan op bed in mijn nieuwe woordenboek te bladeren. Ik had de badkamerdeur voor de kakkerlakken vergrendeld met mijn loodzware hutkoffer. Ik had een lijstje gemaakt met mijn eerste levensbehoeften en vragende voornaamwoorden zoals: eten, drinken, poepen, kopen, betalen, waar wie, hoe, hoeduur enz. Gelukkig voor mij hebben ze daar geen werkwoordsvormen, daarbij opgeteld slechts een paar aanwijzende en persoonlijke voornaamwoorden en dan zweer ik u dat ik de volgende morgen vloeiend Maleis praatte al was het dan wel achterstevoren. Maar dat komt dan ook omdat het een zeer arme taal is. Bijvoorbeeld mijn woordenboek had tweehonderd Engelse pagina's en hooguit dertig Maleise. Dus één woord heeft meerdere betekenissen. Ik zal een voorbeeld geven, zo betekend jalan straat en jalan jalan lopen of uitgaan. Moet je voorstellen dat je vraagt aan een meisje loop je mee door de straat, daarna gaan we uit? Later merkte ik dat het niet alleen een arme taal is maar ook een erg luie maar dat is vanwege de extreme hitte hier. Die hele zin van daarnet is gewoon jalan jalan en dan begrijpt dat meisje dat wel. Zo simpel aanhoeken. Trouwens ik was toch koning? Ik praat nu in ieder geval vloeiend Bahasa Indonesia kwam ik achter en geen Modern hoog Maleis dus. Het Bahasa Indonesiä. Met een handdoek over mijn gezicht ter bescherming tegen de kakkerlakken want ik was te dronken en stoned om te voelen als er eventueel een kakkerlak in mijn mond zou kruipen. Na ook nog wat slaappillen viel ik eindelijk in slaap.

Zwaar in coma hoor ik gebonk op mijn deur gemixt met een zware stem en giechelende meisjes. "Wat is dit godverdomme nou." Nog half dronken opende ik de deur om uit te willen halen, maar dan zie ik mijn nieuwe vriend met een big smile en drie mooie meiden die brutaal mijn kamer inlopen en op mijn bed gaan zitten. Wat gebeurt er allemaal dacht ik, ik had ineens drie Sandra Remers van vijftig jaar terug of Beertje Beers in mijn nest. Wat gebeurt er? Ik ging weer zei het iets meer perplex op mijn bed liggen zover er nog plaats was want ik kon niet anders dan wrikken en ik was kapot. De chauffeur, Domingues wist ik nu, riep: "Kom op, opstaan we gaan de stad in met zijn allen lekker eten." "Thats good for you."

Na een snelle douche stelde hij de meisjes voor als Tia, Lolly en Poppy. Domingues was geïmponeerd om dat ik Bahasa sprak en zei me dat ik een ingenieur was en ik beantwoordde hem daarop dat hij gek was. "Domingues ada orang gila," Toen zeek hij echt in zijn broek van het lachen. "Professor, ingenieur!" Riep hij weer. Hij vroeg of ik de dames 24 uur wou huren voor 5000 Rp. per stuk. Ik vond dat best want dat even snel omgerekend kon ik makkelijk missen. Aangezien hun in galakleding waren heb ik ook maar mijn nette pantalon, leren schoenen, wit overhemd en mijn Armaniriem om en Ray-Ben op Ik was het ventje op en top met 980.000 roephia's op zak en voelde ik me als Al Pacino uit Scarface, alleen Michelle Pfijffer ontbrak maar ik had nu wel leuke vervanging maal drie.

We zitten nu met zijn vijven in de auto, ik achter in tussen twee meiden en de minst leuke had ik voorin gezet naast Domingues. Langzaam rijdend door de straten krijg ik een euforisch gevoel, alles is hier zo fucking goedkoop. I own Jakarta! Dacht ik en terecht. Elke maand ééncommatwee miljoen, dan heb ik per dag veertigduizend om op te maken. Dat wordt feesten. Dat wordt beesten. dacht ik in mijzelf. Na een goed restaurant gevonden te hebben (het was 11 uur in de ochtend) ik had helemaal geen honger was moe en wilde slapen of neuken maar vreten? Ik vond het vreemd maar Domingues weet hoe het hier toe gaat dus ik volg even om de kat uit de boom te zeiken, ik bedoel natuurlijk te kijken. We hebben daar heerlijk gegeten zoals verse kreeften, garnalen zo groot als lange vingers, gegrilde inktvis met heerlijke witte rijst en heerlijke groentes. Ik was bang voor de rekening. Ik dacht dat het me honderden guldens zou kosten want we hadden ons met zijn vijven prop vol gegeten maar toen de bon kwam op een blaadje zag ik 17000 Roepias (toen acht Euri). En dat voor een koningsmaal. Ja, ik ga me hier wel thuis voelen. Nog niet wetende wat me te wachten stond.

 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Het gevoel van






Het gevoel van wat eens is ervaren van opgespaarde onwaarde
is de groeiende tumor in de ziel van de goede mens
Kordaat haar in een naad en strak in het pak
en voor des vaderlands de schoenen in flitsende zwarte lak

Het echte front ontluisterd de façade geestelijk fataal
een knal vol pijnlijke vertwijfeling van dimensies die kruisen
bloederige herinneringen en de rode lolly op de kermis
zal nooit meer het zelfde zijn of begrepen worden

© januari 2010, Franciscus Borst,
Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Koper

   





Zoals bloed en munt naar koper geurt
breken golven schuimend rood gekleurd
tegen vinnen op moeder en baby's rug.
Sluiten betraande ogen met een laatste knip.

Verdriet en medeleven klinken van mijlenver
hoog gehuil echoën in ons bezwaard geweten.
Snijden door ijskoud water en pijnlijk vlees    
wijze antwoorden die nooit meer zijn.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 01:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Het regenbooggevoel















Geen drugsgevoelens, stapels geld of bergen juwelen

en andere dingen die broederschap doen verdelen

verslaan de kleuren, geuren, liefde en de kracht

die mensen gapend doen verstommen in waardering

van een wonder dat verschijnt ergens midden op de dag

 

wacht ik op haar prachtige zijn en liefkozende tasten

Scherpe nagels die fluweel prikken in mijn schouders

gelijk de stralen die de hoogstaande midzomerzon hebben verlaten

smelt ik weg in natte spiegelingen van gelukzaligheid

van het moment dat weerkaatst word in zoute druppels 








 

 

 

 

    

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

H6 Half open jeugd-, gesloten- en strafgevangenissen. d23 Filmpje!!!







"H6 Half open jeugd-, gesloten- en strafgevangenissen. D3 Film in Vught"


Na de afwas en wat zakelijke afspraken omtrent de verkoop van de eventueel overblijvende hasjiesj moesten we ons snel na een jointje op de w.c. gerookt te hebben welke uit de voorraad van Abbies Marrok kwam daar de Afghaanse hasj mijn endeldarm nog niet bereikt had, haasten om voor de deur in de rij achteraan te sluiten. Vooraan stonden twee soort van officieren uit het hoofdgebouw (ook gewoon bewaarders maar hadden waarschijnlijk iets meer bij een van de homoseksuele directeurs in hun kont gezeten) met soort van rijbroeken met witte biezen en een soort van Richard Krajicek heupen, alsof er links en rechts een tennisbal of vier in zaten met hun broekspijpen in hun laarzen gestoken die glommen als een tiet en een verdacht veel te grote op Nazipetten lijkende items op hun kop hadden. En witte riemen met holsters schuin over hun lichaam met daaraan een ploertendoder. Deze twee liepen dan ook precies in pas met de laarzen stampend op het grindpad alsof zij Adolf und Herman zelf waren en verwachten van de rij achter hun het zelfde.
Iedereen volgde dan ook netjes mee.
Ook ik en Ab deden ons best maar het sloffen en struikelen over die teringsteentjes van het losse grindpad door de totaal eigen wil hebbende Hasjiesj die ons overwon en kregen dan ook keer op keer een soort op de plaats rust waarop een van de hoofdbewakers even naar de achterkant van de rij kwam kijken om onze Amer en Amor bewaarders een uitbrander te geven die gewoon in een tuinpak en op spekzolen liepen en die hun frustratie weer op mij en AB botvierden en ons probeerden te schoppen wat weer in kleine relletjes uitliep.
"Nog een keer en de film gaat niet door."
De hele rij boeren keek ons boos aan. Zo stond de rij ettelijke malen stil onder de griezelig hoge populieren die vol zaten met kraaien, kauwen en lachende eksters die als gieren af leken te wachten op wat komen ging. Iets wat hun al generaties wisten en zelfs aten. Ik en en Ab besloten onze stappen te gelijk te tellen:"Een twee, een twee." En dat werkte. Althans even.

Toch komen wij aan bij de hoofdpoort van het kasteelvormige hoofdgebouw en na een lange zoom gaan met een ouderwets bombarie de grendels hout er van af en ontsluiten de rood-witte poorten zich. Alleen ik en nog een paar nieuwelingen liepen in een ketelpak de rest in eigen kleding dus dat ik opviel was sowieso al een tegenvaller. We wachten voor een metalen deur nadat wij een stalen brandtrap opgelopen waren die weer na een harde zoom en een klik of vier open gaat.
We lopen over echoënde stalen galerijen boven en onder ons en er word gefluisterd dat er ook een strafkelder was met een strafgang en isolatiecellen. Op sommige raampjes zitten blauwe kaarten, andere hebben gele en roden.

We komen in een soort van vroeger in de oorlog gebruikte mess die omgebouwd was tot filmzaal.
Ik en Ab gaan vooraan op een van de houten banken zitten.
De film begint. Met een stem uit de tijd van het Polygoon journaal zien wij in gespikkeld en gestreept zwart wit, de gevangenis waar ik net twee uur in binnen ben. De barakken dezelfde kleur en formaat de paden de paviljoenen de geschuttorens de bomen iets korter hetzelfde hoofdgebouw en noem maar op. Een groot verschil: er waren verschillende groeperingen die in rijen stonden, veel grotere rijen dan de onze en ook anders gekleed namelijk zwart wit gestreept en met een alpinopetje op. Het bleken Joodse mensen, zigeuners en anderen, in de Nazi's ogen ziendend uitschot. Sommige werden vriendelijker behandeld als de andere. Die mazzel hadden mochten, ja mochten voor Philips weken.
"Godverdomme," riep Ab nog steeds? "Dus zo zijn ze in Eindhoven rijk geworden?" "Teringstekkers!"
"En dat gore PSV ook dus, plakte ik er achter aan." Ab op zijn woord gelovende.
"Borst en Babi! Smoel dicht of geen sport voor jullie maar twee dagen strafgevangenis!" 

Sommige vrouwen verbouwden groenten in de paviljoens, andere werken in de keuken. Die iets minder geluk hadden moesten kolen scheppen voor de verbrandingsoven die ik had zien staan bij de cornervlag van het voetbalveld voor de Amer en die nog minder geluk hadden die werden daarnaar toe vervoerd in kruiwagens. Ook zien wij zogenaamde vluchtgevaarlijke gevangenen een nekschot krijgen van de Duitsers. Wat is dit voor voorstelling? Het leek op een soort van hele drukke dodelijke bijenkorf en het was doodstil van walging in de filmzaal op een domme boer na met een stomme opmerking die dan ook direct hardhandig werd verwijderd naar de strafgang. Ook was er een verhaal van zesenveertig vrouwen die in een van de strafcellen op dezelfde galerij waar wij nu zaten te kijken opgesloten in een cel waardoor vanwege de hitte het salpeter en fosfor uit het cement van het beton had doen drijven en deze dames waren hierdoor levendig verbrand. Iedere zondag worden er nog steeds bloemen gebracht door nabestaanden. Steeds als wij dachten dat het niet erger kon werd het nog erger. Dit was een zeer misselijke grap van Justitie of de gevangenisdirecteur daar zou ik nog wel achter komen.
Na dit zwart wit gebeuren veranderde de film in kleur: de bevrijding van de magere kadavers die te zwak waren een oranje vlaggetje op te tillen, daarnaast hadden de moffen nog snel even alle bewijzen uitgewist zodat ervan feest vieren weinig over was gebleven. Ze hadden nog snel even iedereen uit gemoord voordat de Canadezen er waren. Er waren zeer weinig mensen over die dit kamp overleefd hebben.
Mijn Methadon werkte nog niet dus mijn geest lag helemaal open maar de Hasj werkte maar al te goed wat het nog iets "geestveruimender" maakte. "Zat ik in A nightmare on Elmstreet?"

Ik werd gek, ook Ab die er al een maand zat ging haast over zijn nek en fluisterde in mijn oor: "Als we geluk hebben krijgen we heel soms houthakken buiten de hekken in het bos dan splitten we hem gelijk, doe je mee?"
Ik keek hem aan of dat wel geen heel erg domme vraag was, waar was ik in terecht gekomen? Word ik even door God genaaid!
"Natuurlijk ga ik mee al moet ik dertig kilometer door de bossen rennen ik moet weg hier!"

We banjerden allen van de stalen treden af met loden voeten en zwaar gedesillusioneerd. Nu zonder hoofdbewakers maar met spekzolen, slenterde de rij zich langzaam steentjes voor zich uit schoppend terug naar onze barakken elkaar zielig en onbegrijpelijk aankijkend, hoe hadden ze ons hier kunnen plaatsen en ons zichzelf ook nog eens aan laten melden.
De lucht trok dicht, het was pas half vier in de zomer. Pikkedonker met onweer, bliksemflitsen en het begon te gieten. De kraaien waren verdwenen. Dikke druppels maakten ons door en door nat maar we mochten niet rennen. Er hing een dichte mist boven het dampende voetbalveld en de andere paviljoens. De geesten uit het verleden dwaalden om ons heen. Dit was een nachtmerrie.
 
Eenmaal binnen in de cellen hoorden we dat we binnen tien minuten na het eventuele schijten en of pissen weer buiten moesten staan in onze sportkleding voor het voetbal.
"In dit weer? Dat is toch levensgevaarlijk?" Opperde ik. "Wil je ons dood hebben." "Is die oven daarom nog niet afgebroken plakte ik er nog achter aan."
"Je mag ook naar de strafgang Borst, zeg het maar."
Ik had het in mijn leven tot dat moment nog nooit zo zout gevreten. En het zou nog veel zouter worden! Gepekeld!
Hoe vind je dit bericht? 17 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

H6 Half open jeugd-, gesloten- en strafgevangenissen. d2










H6 Half open jeugd-, gesloten- en strafgevangenissen.

D2 Voormalig Concentratiekamp Kamp Vught

 

De andere opgeroepen nieuwe jongens zijn inmiddels ook op het Hoofdgebouw geweest en hebben daar de arts en dergelijke bezocht. De andere langere ingezetenen waren nog aan het werk en konden ieder ogenblik binnenkomen. Na toewijzing van een cel en ontvangst van een verchroomde stalen, zwaar naar de zijk stinkende pispot, vraag ik aan de bewaarder wat het vervolg van de dag is waarop ik antwoord krijg dat het eerst etenstijd is als de werkgroep klaar is en dat de dagindelingslijst op de voordeur hing en dat nooit meer moest vragen. De onbeschofte bolle boerenklootzak. "Na de maaltijd sport en recreatie." "Wacht maar vast in de eetzaal."
De Amer bestond uit een houten barak waarbinnen een zaal belegen met gymzaalgroen vinyl en omgeven met grijze stalen celdeuren in de rondte met een klein raampje met een luik je en een oranje gordijntje. Een douchegelegenheid en een toiletafdeling waren achter in de hoek. In het midden een poolbiljart en een ping-pongtafel. Achter in de zaal was er een deur naar een andere zaal, de eetzaal, alwaar ik aan de enorme lange tafel plaatst neem in mijn eentje aan het kopstuk. Ik probeer te situatie een beetje in te schatten. Als ik opsta om naar de bestekbak te lopen die tot mijn verbazing uit metalen voorwerpen bestaat, pak ik een broodmesje om in mijn sok te stoppen, je weet tenslotte nooit waar je in terecht ben gekomen als nieuwkomertje zijnde toch? Net op dat moment komt er plotseling iemand de eetzaal binnen.
"Blondie? Blondie? Frans? Ben jij dat?" Een Rotterdams Marrokkaans accent, een zeer bekende stem.
Ik herken Abbies stem onmiddellijk, een zeer goed bevriende Marrokkaanse maat van mij uit Rotterdam-Zuid. We hadden van alles meegemaakt in de scene der verslaafden en waren vrienden door dik en dun. Ik trek snel mijn broek over mijn sok met het mesje heen en draai mij om.
"Abbie?" "Kammeraad?" "Jij hier?" "Ook toevallig!"
"Ja man wat ben ik blij dat jij er bent, ik word helemaal gek hier in dat tering Vught." De tranen stonden in zijn ogen van blijdschap en bleef lachen om mijn aanwezigheid.
" En leg dat mes maar terug, alles is geteld met als gevolg als er een mes weg of vork dan krijgt iedereen als het verdwenene niet te voorschijn komt, isolatiecel!" "Je bent ook niets veranderd he Frans?"
Ik leg het broodmesje terug en vraag hem wat er dan zo erg was hier.
"Heel simpel ik heb constant bonje met iedereen, want ik versta ze gewoon simpelweg niet!" "Ik ben zo blij dat je er bent nu kunnen we samen een beetje lol maken en die gasten aanpakken."
Ik keek hem verbaast aan en vroeg hoe het eten hier was, daar dat in het algemeen nogal een slechte reputatie in het gevang heeft.
"Niet te vreten!" "Maar er is een maal per week een winkeltje van de SRV man en dan kun je zelf spullen kopen en dus ook koken, we mogen gebruik maken van de keuken." "Heb je stuff bij je?" Vraagt hij zachtjes.
"Ik heb genoeg Afghaan in condooms ingeslikt om heel Kaboel twee weken stoned te maken," antwooorde ik.
"Echt waar?" Ik beaamde zijn vraag waarna hij niet meer bij kwam van het lachen en gaf mij schouderklopjes en sloeg een arm om mij heen zoals Marrokkanen dat doen bij vrienden en vroeg ik hem hoe het zat met een of andere excursie die ons te wachten stond. Hij wist van niets, we gaan eerst sporten na het eten, zei hij.
"Sporten? Ik ben doodziek heb net pas mijn methadon gehad en dat duurt wel een uurtje voordat het werkt, dus sporten?" "Wat voor sport?"
"Voetballen waarschijnlijk, dat word weer een veldslag, alle frustraties worden geuit tijdens het voetbal!"
"Dan hebben ze een goede aan mij, ik ken namelijk geen bal trappen en knokken als de beste en gefrusteerd ben ik nu al." "Wat is dit voor rare bajes joh Ab?"
Ab zegt dat hij het ook precies niet wist maar dat Kamp Vught was gebouwd in 1940 door de moffen om Joodse mensen, zigeuners, homo's en kleurlingen aan het werk te zetten in de zelfde barakken waar hij net gewerkt had voor vier gulden vijftig per week (twee euro) en als je door werkte kreeg je vijfvijftig. Met het in elkaar zetten van stekkers en stekkerdozen. " We werken voor Philips hier," zei hij. Net als de vorige bewoners. "Heb je die oven gezien?"

De eetzaal stroomt vol en een of andere goochem zegt dat ik op zijn plaats zit waarop ik hem vraag of zijn naam ergens op een reserveringsbordje op tafel staat waarop hij ergens anders gaat zitten en mij ' zaadje' noemt.
Het werd doodstil aan tafel alleen Ab lachtte en knipoogde naar mij met zijn schouders omhoog van: "Ik zei het toch?!"
De bewaarders waren nog niet binnen evenals de gedetineerden met de grote pannen en kookpotten. Wel was de tafel gedekt en voorzien van verschillende borden mes, lepel en vork en glazen en dergelijken.
Ik pak de vork van naast mijn bord duik over de tafel en spietst hem precies tusssen de stoere jongen zijn vingers in als ik uit mijn ooghoek zie dat er een bewaarder binnenkomt.
"Wat is er hier aan de hand?" Abbie redt mij doordat hij begint te drummen met mes en vork en zegt dat we samen een liedje speelden en dat er een vork uit mijn handen schoot, kan gebeuren toch? Ik voelde langs mijn been ferme schoppen onder de tafel vanaf alle kanten richting de gozer die mij zaadje had genoemd. Klikken is taboe in de bak. Spierwit bevestigd de Limburger dat het slechts een ongelukje was en rukt mijn vork uit de tafel voor zijn neus en geeft hem netjes teug aan mij.
Niemand noemt mij zaadje zeker hier niet. Zo mijn reputatie was vastgezet en ook dat ik stuff verkocht was binnen een minuut bekend daqnkzij Ab en maakte van mij een machtig man al was ik net vijftien. Ik heb het over 1979.
"We houden je in de gaten Borst." Zei de bolle boerenlul. We zijn niet helemaal achterlijk, en jou ook Abdullah!"
"Je doet je best maar antwoorde hij waarena hij "lul" hoestte." Waarmee hij de gehele eetzal aan het lachen kreeg al was het ingetogen.
"Trouwens vandaag geen sport maar vooral voor de nieuwelingen onder ons een themamiddag over Kamp Vught." Ging een van de bewaarders verder.
"Kamp Vught? Ik wist niet beter of dit zooitje hier heette Nieuw Vossevelth."
"Ben ik verkeerd of zo?"
"En nu geen woord meer tot na het eten," brulde een van de bewaarders die alles in chaos zagen veranderen. "Na het eten afwassen, Borst en Babi jullie doen de afwas, daarna voor de buitendeur precies om half twee aantreden." "Dan gaan jullie film kijken op het hoofdgebouw."
Ik was boos om de afwas, waarschuwde de Limburger dat hij nog niet klaar met me was maar Ab vond het fantastisch. Die wilde natuurlijk even alleen met mij samen zijn ook in verband met mijn toekomstige handel in stuff, en het roken ervan natuurlijk.
Iedereen begon te juichen en riepen; "Film! Film! We krijgen film!"
Ze moesten eens weten wat we te zien zouden krijgen dan was het lachen hun wel vergaan, de stommelingen. En sommigen zaten hier al maanden en hadden nog steeds niets door.







© december 2008, Franciscus Borst, BasicPublishing.nl

Hoe vind je dit bericht? 16 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Franciscus Borst: Verhalen en Gedichten

↑ Terug naar de berichten