Naar de inhoud

Franciscus Borst: Verhalen en Gedichten

Veel leesplezier, voor evt uitgevers en bestellingen http://www.writehistory.be/?p=store
akke.beakke.be
Contact op franciscusborst@hotmail.nl

Archief

H6 Half open jeugd-, gesloten- en strafgevangenissen. D1 Voormalig Concentratiekamp Vught (Nieuw Vossevelth)



















H6 Half open jeugd-, gesloten-  en strafgevangenissen.

 

D1 Voormalig Concentratiekamp Nieuw Vossevelth

 

 

In 1979 sta ik als vijftienjarige jongen in de rechtbank aan de Noordsingel in Rotterdam om te worden veroordeeld door een oud grijsharig uitziend vrouwelijk krom gezeten lijk met ziekenfondsbril en een afschuwelijke foto van onze koningin in het blauw achter haar, tot twee maanden voorwaardelijk en twee maanden onvoorwaardelijk, inzake van twee inbraken waarvan er een op heterdaad betrapt een en ander door verraad. En om het mij niet te gemakkelijk te maken stuurde zij mij naar het kamp Vught oftewel toen nog Nieuw Vossevelth daar deze nogal bekend stond voor ‘hardleerse jongens.’ Deze keus omdat dit toen nog een ‘half open’ gevangenis was daar ik nog minderjarig was. Wel  had ik al het rotte voorgevoel dat ik dit ‘rechterlijke grijze monster’ vaker tegen zou komen ik mijn toekomstige carrière.

Ik kreeg ongeveer een half jaar later een zo gezegde ‘zelfmeldingsbrief’. Hou je jezelf niet aan de gemaakte afspraak, ga je alsnog naar het open kamp maar dan wel in een gesloten afdeling, was de waarschuwing. Als ze je tenminste oppakken natuurlijk maar vroeg of laat gebeurt dat toch. Zeker in het milieu waar ik in leefde speelde de politie haast dagelijks een rol. Dus ik met mijn stomme kop tasje ingepakt bus en treinkaartje gekocht en daar stond ik dan voor ik het wist voor een heel bijzondere gevangenispoort die mij verdomd veel deed leken op die uit die serie van Colditz. Dit was voor de grote verbouwing want het is nu een extra zwaar beveiligde gevangenis met alles zeer elektronisch voor ontsnappingsgevaarlijke mensen, daarover later meer want ik had een soort van abonnement op Vught zeg maar.

Het was een zeer grote gevangenis met rijen prikkeldraad van vier meter hoog omgeven die onder stroom stonden en op de vier hoeken stonden geschutstorens met mannen met karabijnen erin. Open kamp? Nou dan wilde ik wel eens een gesloten gevangenis zien. Was ik genept!

Na de de visitatie, dat is de afdeling waar je kleding gefouilleerd word inclusief jezelf kom je terecht bij de badmeester alwaar je twee handdoeken, twee theedoeken, twee lakens een kussensloop en een dun tekort dekentje waardoor je dus ’s nachts (vooral ’s winters) altijd of een koude nek had of koude voeten dus dat was afwisselen en nooit echt lekker slapen, een heerlijke douche krijgt met anti luizenshampoo bij de badmeester die bijt in je ogen een weggooischeermesje en een stuk zeep wat riekt naar Dettol. Heb je geen schone kleding bij je krijg je van hun zolang een overall totdat je kleding gewassen is.

 

Daar liep ik dan als broekie voor het eerst in de bajes net gedoucht mijn ogen brandend van de shampoo stinkend naar de Dettol in mijn grijze overall. Mijn kleding vonden ze te vies om met een stokkie beet te pakken vandaar, dus dat ging eerst de was in. Wisten die boeren veel daar dat wij in de grote steden midden in de punktijd zaten, dat was modern toen om er niet uit te zien. Hoe gekker hoe beter. Ze schrokken zich de pleuris toen ik binnen kwam. En moest direct mijzelf uitkleden en ontsmet worden. Na het douchen is er altijd eerst een medisch onderzoek nadat je eerst een half tot een heel uur heb rond lopen banjeren in je nieuwe omgeving met je hele stapel lakens kleding en deken enzovoort want niemand was zo behulpzaam om mij te vertellen waar de Amer was, een van de twee jeugdbarakken, de ander heette Amor en dat kwam heel simpel er was geen kip te zien maar een heel vreemde doodse stilte en niemand was met me meegelopen.

“ Loop maar naar het hoofdgebouw daar helpen ze je wel verder,” was mij verteld.

Ik zocht het hoofdgebouw maar er was geen sterveling te zien. Ik liep op een kronkelig pad met heel hoge bomen als in een bos die vol zaten met kauwen kraaien en eksters net als op een begrafenisplaats die mij lachend en knarsend verwelkomden. Het was angstaanjagend. Gelukkig zie ik een eenzame neger in een fel oranje overall die door strafcorvee moest bladeren prikken midden in de herfst die zo vriendelijk was om tegen betaling van een shaggie wel even te vertellen waar het hoofdgebouw was.

“Gewoon het pad aflopen kom je er vanzelf.” Toffe gozer!

Daar stond ik dan toch ineens echt voor een oud kasteel met kantelen, torens en kerkers, wat later echt door de Nazi’s gebouwd bleek te zijn met strafgangen, martelkelders en luchtkooi (de tijgerkooi is de bijnaam daar omdat je alleen de lucht kunt zien) compleet.

Hier vroeg ik in de halfronde poort met roodwitte schuine balken bespijkerde deur de portier na een trek aan hendel die met een stalen snaar is verbonden aan een koperen bel waar ik de Amer kon vinden. Hij vertelde met een blikken stem door een koperen plaat die als speaker diende dat ik bij de barakken die langs het voetbalveld lagen moest zijn. Ik liep langs de tientallen lange smalle loodsen met bijna platte daken die net in een punt liepen in een gore okergele kleur de muren met oranje dakpannen.

Waarom komt mij dit plaatje toch zo bekent voor? Dachau? Bergen-Belsen?

 

Ik krijg de boodschap mee dat ik na het melden op de Amer direct terug moest komen voor een medisch onderzoek. Ik liep richting voetbalveld en voordat ik naar binnenstap kijk ik heen over het benevelde veld nog even achterom van goal tot goal en zie dat er achter de ene cornervlag een verbrandingsoven staat van veertig jaar terug. Eentje voor mensen wel te verstaan. De sfeer werd steeds grimmiger. Een vettige vadsige vriendelijke bewaarder geeft mij een kamer en een stalen pispot met deksel en een bijbel, nee wc’s had je toen nog niet op je cel. Hij beveelt mij mijn bed op te maken en snel naar de medische dienst te rennen om daarna direct terug te komen om de directie te ontmoeten.

Rennen? Ik laat me nu al niet gek maken. Relaxed liep ik terug naar het hoofdgebouw de barakken om mij heen bekijkend die iedereen kent uit die films over die concentratiekampen. Was dit mijn karma? Vanwege mijn racistische puberjaren?

 

Na wat gezeik over de dosis methadon en de afbouw hiervan en een urinecontrole had gedaan, ik het voor elkaar dat ik een afbouwsysteem had geregeld van een cc per dag om na de 0 over te stappen op Dalmadolrm en Depronal voor een week en dan was het over ik was namelijk verslaafd.

Ik loop tussen het groen door richting de Amer waar de Directeur ongeduldig op mij staat te wachten voor mijn celdeur.

“Zo dat is een hele eer,” zei ik. Maar niets was minder waar, het is een gewoonte in de gevangenis dat er iemand van de directie in dit geval twee homoseksuelen, waarvan er een eindelijk na jarenlang een schrikbewind gevoerd te hebben oneervol is ontslagen. Koehorst heet hij. Ik hoop dat ie dood is of een terminale ziekte heeft dat is nog beter.

Koehorst legde de regels uit en vertelde dat er later die dag een excursie was voor mij en nog tien andere nieuwkomers. “Excursie?” Vroeg ik ter verklaring.

“Dit vanuit het historisch oogpunt gezien van de omgeving waarin wij ons bevinden.”

“Een film en een rondleiding.”

Zie je ik voelde al nattigheid. Maar hoe drassig het zou worden kunt u zich in uw ergste nachtmerries niet voorstellen.



 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 18 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

H1 Indonesië d27 Saté












H1 Indonesië d27 Saté

Tijdens we de boot uitstappen de steiger op zien we grote roofvissen het water uit klappen achter hun prooi aan en scheren er honderden vliegende honden (Kalongs) over ons hoofd. Apengebrul en andere ondefinieerbare kreten klinken in het roodoranje van de ondergaande zon wat al snel zwart begint te worden. Het werd spannend. Ten tijde dat ik hier met mijn vader en onze vriendinnen hier aankwamen was het overdag geweest. Maar nu stonden ik, Andy, Dirk, en Harna ergens in the 'middle of fucking nowhere' op een eiland vijf en half uur varen vanaf de bewoonde wereld in het pikkedonker met allerlei beesten die om ons heen wegvluchten en op ons afkropen. Bosjes bewogen bomen wiebelden met kreten op en aan. Godver wat pleurde die zon hier snel in zee. We zagen echt niets meer van de een op de andere minuut.
"Wat nu?" Word mij aanstotend gevraagd. Ik vertelde dat er ergens een pad moest zijn waarover het ongeveer een minuut of twintig dertig lopen was naar de jachthut was die neergezet is door het WNF maar waar nooit een sterveling verblijft en dus hoopte dat deze er nog was.
"Is maar te hopen dat die hut nog bestaat dan." zei mijn neef Andy.
"Frans je kent soms zo'n klootzak zijn."
"Ach man spannend toch?"
Daar had ik het afgelopen jaar niet bij stil gestaan. Ik gooide er een schepje bovenop: "Ja en dan maar hopen dat er een gids is."
We hadden het pad nog niet gevonden en stonden hem nu al te knijpen.
"Hier, hier is het pad," roept Harna met zijn Indianenogen.
Dat was mooi. Schouder tegen schouder en voetje voor voetje dringen wij de jungle in op zoek naar de hut en een gids als het meezat. Groepen Bengaalse varanen van dik twee meter bliezen naar ons als katten, sloegen met hun staarten met het geluid van het klappen van een zweep en waren helemaal niet bang voor ons, maar wij wel voor hun. In Holland had ik zelf ooit twee varanen gehad maar dit waren er wel twintig. We breken stokken af om naar hun toe te smijten wat werkte en hun de bosjes in deed vluchten.
"Zijn dat Komodo's?" Vraagt Dirk.
"Nee die zitten hier niet, maar deze vreten je ook op hoor als je alleen bent en hun zijn met een bosje."
"Zitten er hier ook tijgers op dit eilandje," word me gevraagd.
"Ja, eh drie jaar geleden wel, één koppeltje." "Mijn vader heeft er toen nog een gezien."
"Pleur op joh, je liegt," zegt Dirk. 
"Was het maar waar Dirk," zei ik terug. "En weet je meestal gaan ze roven tegen zonsondergang." "Hebben jullie het een beetje naar je zin?"
Iedereen ging nog dichter bij elkaar lopen, nu met getrokken bajonetten in aanslag. Een halve zonnesteek, kater en wat oververmoeidheid laat je de gekste dingen zien en voelen of het er nou wel is of niet. Er kwam een flink beest op ons aflopen, heel rustig. Je hoort het lopen en ziet net tegen het sterrenlicht dat een beetje door de bomen schijnt de maat ervan maar wat het precies is, nee dat blijft gissen. Iedereen douwt elkaar naar voren naar het beest. Dan blijven we stokstijf staan als verdoofd als het vlak voor ons staat, alleen Harna rende weg terug richting steiger en zat volgens ons alweer in de boot.
"Mau pulang, takut." "Wil naar huis, ben bang."
Het bleek het slechts een tam damhert te zijn die ik herkende van een paar jaar terug die ons kwam verwelkomen. Een opluchting voor ons. "Harna kom maar terug, het is alleen maar een hert."
"Saté,"  roept mijn kampongneef lachend die  terug komt rennen daar ze in de kampong alles op vreten wat beweegt vanwege de armoede. Vogels zie je daar ook niet vliegen. Nog geen postduif, nog geen mus.
Wij aaiden het hertje, Harna stond het vlees aan zijn lichaam te checken. "Enak Frans." "Lekker Frans." "Daging Banyak." "Veel vlees."
"Je blijft met je klauwen van dat hert af Har," zei ik boos.
"O wé als je hem afmaakt!" "We hebben genoeg te vreten en zo niet is er altijd nog vis." We hadden na geldtellen ontdekt dat er slechts genoeg geld over was naast de terugreis voor een beetje bier, rijst en blikjes tonijn. Vruchten groeiden hier gelukkig genoeg. Weer komt er iets op ons afgelopen, nu geruislozer en vastberadener.
Als er een zaklamp in ons gezicht aanflitst krijgen we haast een hartverzakking.
"Selamat Malam," klinkt een bromstem. En daarna een heel dom "Good evening," waar de gids zelf om moest lachen. "Bisa Bahasa Indonesiä?" Vroeg hij maar snel.
Of we Indisch konden lullen. "Ya pak bisa." Ja dat konden we.
 Hij zei dat het niet verstandig was om 's avonds buiten te lopen hier, maar daar waren we al achter gekomen. We scheten zeven kleuren stront.
Binnen vijf minuten verschijnt er in het donker een meter of dertig vanaf het strand de jachthut tussen palm en loofbomen in het donker verlicht door een licht brommende aggregaat met twee peertjes. Het leek een beetje op een Romeinse herberg uit de Asterix en Obelix. Er was een onder verdieping met zitruimte en boven waren er vier slaapkamers. We namen plaats in de zitkamer waar eens Jacques cousteau en Pr. Bernhard ook gezeten hadden.

Voor ons verblijf moesten we een donatie schenken aan het WNF van duizend Rp per persoon wat precies neer komt op vijftig Eurocent p.p. Niet slecht voor je eigen eiland, dacht ik. De gids vroeg of we een jungle trip wilden maken morgen. Ja dat wilden we wel. Na enig geld tellen bleek dat hij ons wel wilde afzetten met de speedboot aan de kust en ons op wilde pikken want we hadden vijfduizend Rp (twee Euro nota bene) te kort voor hem te betalen voor de overstap van speedboot in een uitgeholde boomstam om de rivier de Citenger af te varen en ons door het gebied te gidsen, dus dat werd een wandelroute zonder gids.
"Durven jullie dat wel?" "Als jullie op het pad blijven kan er haast niets gebeuren," vervolgde hij. Er zijn twee verschillende routes een lange van zes uur en een korte van twee uur.
"We nemen die korte wel die heb ik eerder gedaan, met mijn vader."
Nu herkende hij mij en sloeg zijn armen om mij heen, maar verrotte het desondanks nog steeds om ons te varen in de kano. Ons eigen schuld hadden we maar niet zo lang moeten blijven op Pantai Carita. Vanwege de vliegende honden en agressieve apensoorten op het eiland wilde hij dat we liever binnen bleven, wat we dus na even heel eigenwijs naar het strandje waren gelopen ook maar snel deden. Wat een geluiden joh, het leek wel een horrorfilm. Snel zochten we een bed op draaiden onze olielampen aan en staken onze wierook van het merk Bayghon aan tegen de muggen en gingen slapen om te dromen van onze jungletrip de volgende morgen. Van het slapen kwam echter niets vanwege het wilde krijsen en vechten der apen op ons dak. Dit klonk alsof oude vrouwtjes elkaar te lijf gingen met ouderwetse Gilets en dan dun schilden. Een afgrijselijk geluid wat sneed door merg en been en waardoor we onze luchtbedjes maar in een kamer bij elkaar gooiden met vier bajonetten in de plint gestoken vlak naast de deur. Het was net als in het spookhuis maar dan echt. "Beetje naar je zin jongens."
"Dit maak je toch nooit meer mee,"zei Dirk.
"Precies man."
"Nou ik lig liever op Pantai Carita," zei Andy hard hysterisch lachend van de zenuwen, wat een lachkick veroorzaakte onder ons vieren die ver tot in de diepte van de jungle klonk. Zelfs de apen en vliegende honden bleven stil.

Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 21:26 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

H1 D26 De oversteek naar Ujung Kulong







H1 Indonesië d26 De oversteek naar Handoleum

We lopen rustig de branding van Pantai Carita af langs een turkooizen zee met prachtige koraalbedden op weg naar de kleine vissershaven Labuan waar het rustig en kalm is als wij aankomen alsof we in een setting van een western zijn beland: een dorp in siësta. Een spookstad want op die twee uurtjes na dan wanneer de ferry om de dag naar Sumatra hier vandaan vertrekt en of aankomt kwamen we later achter en waar we later ook nog eens gebruik van zouden maken, was het hier vrijwel uitgestorven. Na een hapje eten en een biertje, we moesten echt zuinig doen daar we al ons geld verzopen en anders verbrast hadden, gingen ik en Harna op zoek naar een visser die ons wilde brengen naar het eiland Handoleum.

Dit kostte nogal wat tijd daar er gewoon geen mensen te vinden waren omdat deze aan het vissen waren ver weg op zee of eenvoudig sliepen. Deze toch eenmaal gevonden na het blijven beuken op een deur waar een auto voor geparkeerd stond en waar een aangeknoopte boot vast lag aan de steiger op de kust waaraan het huisje zich bevond waardoor wij aannamen dat hier iemand thuis moest zijn en terecht. De gescheurde verrotte deur piept krakend van het zeezout en zand in zijn scharnieren open. Voor ons stond een oude kromme uitgeteerde man waarvan de ribben te tellen waren in een witte onderbroek en een kapiteinspet op. Er staat een lelijk anker op zijn onderarm getatoeëerd. Als hij lacht geeft hij één zwarte tand bloot, de rest is weggerot. We vertellen hem de bedoeling en voorwaarden.
Het afpingelen van het bedrag nam een dik uur in beslag maar toen was de deal eindelijk rond. We zouden om twaalf uur vertrekken was de afspraak en ongeveer om een uur of vijf uur a half zes aankomen op onze plek van bestemming als er geen storm zou komen tenminste. Hij keek naar de lucht en zei dat hij dit niet verwachtte. Ons voorstel: we betalen hem de helft van het geld op de heenweg en de andere op de terugweg en hij was het daar mee eens na wat sikkeneurig tegenspartelen. Of hij op het eiland wilde blijven moest hij van ons zelf maar uitmaken. Hij besloot dat hij daar zou gaan vissen omdat dit een zeer goede stek was volgens hem en dan zou overnachten in zijn boot. Of wij wisten hoelang we bleven? Nee dat wisten we niet.

We vertellen Andy en Dirk het goede nieuws van de deal en besluiten vast achter de boot te gaan liggen voor een tukje te doen daar het toch eb was en omdat we nogal vroeg, acht uur,  ons 'kokosnotenhotel' uitgezet waren en dit is vroeg als je dan net pas een uurtje slaapt. De tweede reden was dat hij, onze 'kapitein' ons niet kon ontsnappen van de deal die was gesloten die hij nogal met tegenzin bleek te zijn aan gegaan.
We gaan zoveel mogelijk in de schaduw ervan liggen om ons tegen  zonneverbranding te beschermen. Heremietkreeftjes lopen over ons heen alsof we voor dood lagen. We vonden het best zolang ze maar bij ons oren en gezicht wegbleven.
Dan een harde klap met een peddel tegen de rand van de houten sloep waar op de punt een houten hok met een deurtje stond van een kubieke meter met daarin een dieselmotor en een schoorsteen er boven op, wat zitplanken en wat peddels maakten de 'boot' compleet. We schrikken allen versuft verbrand en allerlei ongedierte uit zee van ons af slaand wakker. Een kleine krab hangt aan mij oor en dat etter liet niet los. Dirk was in zijn neus gebeten en had ook een kleine snee. Als Andy en Harna ons staan uit te lachen begint Andy op zijn kruis te slaan want hij werd in zijn ballen gebeten. Er was namelijk iets in zijn broekspijp gekropen.
"Selamat siang," klinkt er lachend gebrom; "Goedemiddag."
"Klaar om te vertrekken?" Vraagt de oude kapitein met zijn maat er naast.
Dirk en Andy kijken mij en Harna boos aan en vragen ons waar wij hem opgegraven hebben.
Ik had een simpel antwoord: "Als deze man zo oud geworden is in zijn honderdjarig vissersleven, zou hij dan dit ene reisje ook niet overleven?"
Daar had ik volgens hun een punt en ze waren trouwens toch te moe en te dronken om er nog tegen in te gaan en waren blij te vertrekken om ons grote avontuur tegemoet te gaan. We duwen met ons zessen de boot in zee. Eenmaal in zee duwen zij de boot tot buikdiepte klimmen erin en starten zij de dieselmotor en vragen ons in te stappen. Met onze tassen boven ons hoofd lopen wij een meter of tien naar de boot. Ik met hele grote krachtzettende passen en vloog eenmaal mijn tas in de boot gesmeten als een speer mijzelf optrekkend en de boot in laten vallen. Dit vanwege een haaientrauma uit mijn jeugd. Ik moet niets van zee hebben, echt helemaal niks.


Een teringherrie die diesel maar we waren op weg. Onderweg tijdens de grote oversteek van kaap naar kaap in dik vijf uur zien we dolfijnen, vliegende vissen en heel in de verte zelfs een wal- of potvis volgens de kapitein welke ik trouwens niet kon ontdekken. Voor we ons eiland bereiken vaart hij nog even langs de 'Anak Krakatau' oftewel 'het kind van de Krakatau' daar alleen nog de top ervan te zien was sinds de wrede uitbarsting van hem waardoor er honderdduizenden mensen zijn verzopen. Hij rookte nog steeds behoorlijk, spuwde nog steeds wat steentjes de lucht in en wat as. Ik vond het mooi maar vroeg toch maar voor de zekerheid snel door te varen. Het was in een half uur bekeken en kwamen wij aan op Handoleum. Precies bij de ondergaande zon die ons, de zee en het gebladerte van het eiland roodoranje kleurden, wat het eiland dat ons verwelkomde aan het eind van de steiger met een scheefhangend bord aan een paal met: 'Welcome to Handoleum' veranderde in een soort cartoonachtige sfeer uit junglebook. Met aan de ene kant in de verte; de rokende blauwe Anak Krakatau als uitzicht en aan de andere kant een groene kustlijn van de jungle op een klein kilometertje afstand waar we morgen naar toe zouden gaan. Het eiland is niet groter dan een anderhalve kilometer in doorsnede en loop je in een uur rond. Het eiland ernaast is een rustplaats van duizenden vliegende honden genaamd Kalongs een grote soort vleermuis. Die overdag ondersteboven hangend slapen en 's avonds naar onder anderen ons eiland overvliegen om te roven op insecten, eieren en ander klein kruipend of pas geboren ongedierte. Op dat moment zetten wij voet aan land.


 




Hoe vind je dit bericht? 16 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

H1 Indonesië d25 Ujung Kulong Jungle reservaat / Pantai Carita










H1 Indonesiä d 25 Ujung Kulong Junglereservaat / Pantai Carita

Na een stevige 'cold turkey' in een woning te Rotterdam krijg ik bezoek van mijn neef Andy T. en zijn vriend Dirk uit Capelle.
Ik weet na wat videobanden, foto's en wat smeuïge verhalen te overtuigen dat Indonesië het land is voor een ideale vakantie daar zij ook toevallig een vakantie wilden boeken naar Spanje zoals zij elk jaar deden.
Binnen een week vertrokken we gepakt en gezakt, compleet met safarioverhemden, -hoeden, dolken, landkaarten, veldflessen en dat soort dingen. We zouden bij mijn vader mogen logeren tegen een kleine vergoeding voor het eten en kleding wassen e.d. wat logisch is daar het voor een maand lang was. Hij runde tenslotte geen herberg al was het nog zo gezellig, had mijn vader geen liggende gelden liggen, vandaar. Mijn vader vriendins broertje genaamd Suharna maar we noemden hem Harna logeerde ook in die tijd daar. Hij kon erg goed opschieten met Andy en Dirk vandaar dat hij met ons mee zou gaan op soort van (s)excursie door mij geregeld maar dan op eigen kracht. Niks geen organisatie. Ik was er tenslotte al eerder geweest met toen wel mijn vader en onze beider vriendinnen. Dit verschil zou veel impact hebben op het verloop van onze 'zelfde' reis.

De bestemming was het Ujung Kulong junglereservaat en dan met name het eiland Handoleum wat daar voor de kust ligt. Vijf en half uur varen vanaf de bewoonde wereld. Er is wel een jachthuis neergezet door het WNF met een speedboot en in het jachthuis ligt dan ook een logboek van de weinige beroemde 'visitors' met namen zoals Prins Bernhard, Jacques Cousteau, Jan en Frans Borst. Er leven daar namelijk de laatste Javaanse neushoorns nog slechts vijfhonderd stuks schatten ze. Van die kleintjes met die schilden met noppen op hun lichaam, bijzonder mooie haast mythische dieren. Ook de laatste Javaanse tijgers komen hier nog voor. Hun lot is nog slechter beschoren, slechts vijftig stuks op uitsterven na.
Mijn vader zweert bij hoog en laag dat hij bij een vroege ochtendwandeling over Handoleum een tijger zijn pad kruiste die mijn vader even aankeek twijfelde en toch maar het hazenpad koos, de bosjes in. Ik geloof hem, het is niets voor hem daar over te liegen.
Wel was ik strontjaloers want de op het eiland aangestelde gids  voor die paar bezoekers te begeleiden die er per jaar komen, heeft ze zelfs na twintig jaar slechts een stuk of vijf keer gezien, vandaar.

Na een weekje nachtelijk Jakarta 'doorgenomen' te hebben met name Discotheek Stardust, Tanamur, en The Pink Panther om daarna altijd in de late uurtjes af te zakken naar The Lone Star om daarna wakker te worden met een Oosterse schoonheid in je armen. Dat was vaste prik soms wel erg letterlijk genomen als je condoom er weer eens afgeschoten, gescheurd of zelfs gewoon verdwenen was, dan zat je onherroepelijk negen van de tien keer met een druiper. In het begin ging het nog wel maar toen onze slof Durex op was moesten we overstappen op de grootste maat condoom die Indonesië rijk is namelijk het merk Dua Lima (25) vanaf dat moment schoten de antibioticaaandelen omhoog op de Indonesische beurs mocht die bestaan want die passen Europeanen gewoon niet.

De afgesproken dag van vertrek kwam dichterbij. Die avond ervoor ben ik alleen met Dirk en Harna op stap gegaan en ben toen zo dronken geworden is mij verteld dat ik wakker werd met een hele mooie meid maar in plaats van goede morgen kreeg ik een soort van geblaf als van een zeehond. Ik schrok me de pleuris dat moge duidelijk zijn. Er was niets aan de hand het arme meisje was gewoon doofstom. Die kutherrie in die Discotheken ook. Je hoort soms echt niets dat heb ik nu wel bewezen dacht ik. Of ik was gewoon in een heel romantische geflipte bui, God weet het. Ik heb het verhaal maar aan te nemen want zelf weet ik mij er bijna niets van te herinneren. Maar zij liggen er nog steeds van in een deuk. En als ik een van hun ontmoet doen ze nog steeds een zeehond na.

De reistassen zijn gepakt, de Australische kakikleurige en legergroene kleding aangetrokken. Een soort van Australische cowboyhoeden op. Harna mocht de koelbox dragen gevuld met bier en fruit. Eerst moesten we met een taxi naar het busstation om vandaar met een bus naar het laatste vissersdorpje op een schiereiland van het uiterste puntje van West-Java te reizen namelijk Labuan (haven). Een busreis van acht uur vanaf Jakarta.
Daar vandaan moesten we een visser regelen die ons goedkoop naar Handoleum wilde brengen daar de wachtende boot van het WNF die nooit vaart tweehonderdvijftig gulden vroeg. Weliswaar voor acht personen te verdelen maar wij waren met zijn vieren en zouden wel iets voor honderd kunnen regelen beloofde ik mijn vrienden.
 
We kwamen aan met genoeg geld in Labuan voor o.a. de bootreis naar het eiland, eten drinken, de gids op het eiland, de terugreis en dergelijke totdat mijn 'neef' Harna met een verhaal kwam dat in heel Java bekend stond. Naast het dorpje Labuan ligt 'Pantai Carita' oftewel 'Strand der sprookjes'. De droom van elke Javaan. Een van spierwit zand voorzien strand compleet met zacht wuivende palmbomen, schelpen waar je hier vijfentwintig Euri's voor betaald zo groot als een voetbal en waar je trompet op kunt spelen, aapjes en het belangrijkste zeer leuke goedkope huisjes te huur ( een stuk of vijf) op het strand, allen geheel opgetrokken uit kokosnoten.
En die sprookjes? De sprookjes met lang haar kwamen zich aanmelden na  zonsondergang. Het was de bedoeling hier één nachtje te verblijven. Het werden echter acht dagen. Het was fantastisch. Ik sliep overdag in een hangmat voor mijn hut met een of twee meiden naast die zelfs mijn rietje die uit mijn kokosnoot stak, gevuld met kokosmelk en Rum beet hielden en in mijn mond staken. Wat zij in hun mond staken is een ander verhaal. Al wat ik deed was met mijn ogen dicht genieten en nog eens genieten.
 
Als het geld geteld is word duidelijk dat het tijd is voor vertrek anders zouden we het eiland nooit meer zien. Het bootgeld was er nog, etensgeld, geld voor de terugreis naar Jakarta en een heel klein beetje extra. We hadden een honderdje of vijf opgemaakt met zijn vieren in acht dagen wat een vermogen is in Indonesië (half miljoen) maar daar heb je dan ook wel wat voor. Van mij mocht op dat ogenblik het eiland in zee zakken maar ik had het beloofd en wilde niet egoïstisch zijn. Dus helemaal wezenloos en afgepeigerd maar met een smile op ons bek op zoek naar een gewillige visser met een boot.
Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 20:37 Reageer op dit bericht Stuur door

In elk droomhuis een gebroken hart









In elk droomhuis een gebroken hart

Elke stap die ik neem
verwijdert mij van de hemel
Is er een hemel?
ik wil dat graag geloven

De standaard van het leven
rijst dagelijks als basis gelegde
Zoals het klokje thuis tikt
is slechts een gezegde

Van deurbel tot voortuin
een kleine stads appartement
Het buitenhuis is prachtig, de villa een paleis
met penthouse perfectie

Maar wat daar gebeurt
wat je daar doet beven
Je kunt beter bidden
neuken en leven

Bungalow huurstijl met al zijn comfort
leek zo belangrijk
Ik kocht op bestelling
mijn verpakte schatje

Je huid is als vinyl
de perfecte levensgezel
Dreef in mijn zwembad
heerlijk en viriel

Opblaasbare pop
mijn rol is jou te dienen
Vuilnisbak lieverd
ik gooi jou nu weg

Onsterfelijk en levensgroot
mijn adem is in jou
Kleedde ik jou dagelijks
hield je bij mijn schoot

Opblaasbare pop
ondankbaar in sex
Ik blies jouw lichaam op
en jij mijn hoofd

In every dreamhouse an heartache: Lyrics by Brian Ferry and Brian Eno (transl. by F. Borst)

Hoe vind je dit bericht? 18 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 18:58 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Hotdog









Hotdog

Een vette worst
zonder zuurkool
zonder ketchup
zonder mosterd

zelfs zonder broodje
Happen maar
hij bijt vast niet terug
Servetje bij?
Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 01:17 Reageer op dit bericht Stuur door

De steen










De steen


Wanneer een vallende ster
een brandende meteoor ontmoet
versmelten magma en straling
in onnavolgbare stromingen
 
Bloeiende erupties ontstaan
geven boeketten rood en oranje licht
Laten zij het heelal nog een keer knallen
zonder zwarte gaten te veroorzaken

De gesmede komeet reist verder
geen grenzen en ongeremd
Hoe vind je dit bericht? 22 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 14:20 Reageer op dit bericht Stuur door

H1 Indonesië d3 Casablanca










H1 Indonesië d3 Casablanca


Hij zet zijn hoed met hanen en kippenveren even strak op zijn kop voor hij begint. Wat had die man toch met kippen?
"Een goede morgen allemaal," zegt hij tegen de familie 'Dochter kopen voor Rijstbaal' waar ik de naam niet van weet, op links met open armen.
"En een hele goede morgen natuurlijk voor de familie Tini van Martha Reja en van ingenieur Francis Borst?" vraagt hij even voor de zekerheid, en wijst met twee armen strak naar onze zijde alsof we net op stage gekomen popsterren waren. Applaus bleef echter achterwege.
"Eindelijk zijn we dan bij elkander gekomen en ik wens dit in goede harmonie en wijsheid te kunnen besluiten." Ging hij verder met zijn zeer zware bromstem.
"Ik heb eens goed over deze zaak nagedacht, moeilijk, moeilijk."
Als hij zo door zou gaan wist ik nu al zeker dat ik hem stiekem op zijn tenen ging trappen. Werd ik hier ziek van zeg.
"Als eerste: volgens onze oude wetten van traditie heeft de eerste partij, doelend op de tegenpartij, recht op de hand van Tini gezien de al vele jaren geleden betaalde bruidsschat."
"Een zak rijst Godverdomme!" Stond ik schreeuwend op. "Tien jaar geleden!"  "Moet je er tien terug? Twintig? Klootzak!" Roep ik woedend naar de overkant.
Ed lacht en maant mij tot stilte en dat ik weer moest gaan zitten.
De Camat wilde met zijn hamer op tafel slaan maar daar was niet meer van over dan een lullig stokje daar hij deze al door midden geslagen had met als resultaat een flinke bult op iemands hoofd schuin links voor me.
Ik zweeg na zijn knipoog en zijn "Kalem, kalem," wat dit betekent hoef ik niet uit te leggen.
"Maar," ging hij verder "We moeten niet vergeten dat de hele berg aan beide zijden nu verlichting heeft dankzij Francis waar vele families mee geholpen zijn waaronder mij zelf."
"Daar komt bij dat ik hem geadopteerd heb als mijn zoon zijnde." "Dus ik hoop dat jullie inzien dat ik kan niet tegen de wil in kan gaan van onze tradities en of de wil van mijn eigen zoon."
"En zeker niet tegen de economie van karang Anyar !" Vervolgt hij streng.
Zo, die zat! Dacht ik. Ik begon te hard te klappen en met mijn kin naar mijn echte vader, Anton en Ed te wenken dat ze mee moesten klappen wat zij dan ook direct deden, waarna Tini's familie zachtjes maar zeker volgde.
"Ik heb dan ook besloten de keus aan Tini zelf over te laten en vraag haar dan ook nu de hand te pakken die zij zelf wil trouwen."

Kaassie! Dacht ik, kom op meid. Hebben we ze mooi bij hun lul.
Deze minuten van stilte en verbazing beide partijen wat betreft de uitslag leken wel uren voor mij. Er was een doodse stilte. Niemand keek voor zich uit behalve wij vieren. Iedereen staarde naar beneden op de tafel alsof er een doodsvonnis was geveld. Alleen wij waren blij en keken elkaar als overwinnaars aan. Hier klopte iets niet.
Dan eindelijk het geluid van een schuivende stoel. Tini staat op en loopt richting de klootzak die begint te lachen wat trouwens snel veranderd in een teleurgesteld gezicht als zij slechts achter hem langs loopt, haar hoofd naar hem buigt en zachtjes maar voor iedereen verstaanbaar: "Anging busuk!" (verrotte hond) zegt, om daarna met de gratie van een kat heupwiegend naar mij toe te komen lopen mijn schouders omarmt en vol op de mond kust.
Dit voelde nog beter aan als een doelpunt in de Kuip. Ik voelde mij als Humphrey Bogart in Casablanca.
 
"Dit is heel bijzonder," zegt Ed. "Dit is niet volgens de traditionele regels."
"Ze zoent je gewoon waar iedereen bij is."
"Hadoe ze houdt echt van je!" "Ze speelt hoog en gevaarlijk spel."
Achter haar rug steek ik mijn middelvinger op naar de overzijde waarna ik haar tranen met mijn duim zachtjes wegveegt en zij op haar beurt met wat spuug op de mouw van haar jurk mijn gezicht schoon maakt waar waarschijnlijk nog wat bloed op zat. Haar ouders en de rest van haar familie kwamen mij, mijn vader en de Camat een hand geven om te feliciteren en maakte diepe buigingen.

"Zo meisje we gaan even je kleding pakken en rotten voorlopig even op uit dit kippengat." "Wat dacht je ervan?" Ze vraagt de Camat om raad op zijn Javaans waar ik geen moer van verstond of dit goed was. Dat was haar eigen keus, al leek het hem verstandig nog een dagje bij haar familie te blijven dit ook om de gemoederen te sussen van de tegenpartij legde zij en Ed mij zo goed mogelijk uit. Dus stelde hij voor dat ik en mijn trawanten naar Jakarta af zouden reizen en Tini één dag later zou volgen. Ik vond dit maar weer heel erg raar en moeilijk te accepteren maar wat moest, dat moest. Ik was blij dat alles geregeld was en bedankte Anton, mijn vader en zelfs Ed die zegt: "Dit heb ik nog nooit gezien ze zet die hele familie in hun blote kont, zeer ongewoon."
"Je kent me nu toch wel een beetje Ed, als ik iets echt wil dan gebeurt dat gewoon wel of geen Tarzanverhalen!"

Onze families nemen voor even afscheid en spreken af voor morgen waarna wij richting treinstation gaan maar niet voor wij even heftig onze overwinning vieren bij een bierverkopende Toko kaki lima tegenover het station. Het was een zeer romantische gebeurtenis geweest, waren er best wel van onder de indruk van de goede afloop en allen trots op ons zelf.

De volgende dag in Jakarta zit ik in de namiddag te wachten op de patio voor ons huis op mijn meisje die elk moment gebroken van de reis aan zal komen lopen.
In plaats daarvan komt er een postbode met een brief in een expres envelop. Ik moest hem persoonlijk komen brengen van de Camat van Karang Anyar zegt de jongen. Ik begin een beetje verdwaasd en vol ongeloof de brief te lezen.
"Lieve lieve Frans, dit zijn mijn laatste woorden. Je hebt zoveel gedaan voor mij, mijn ouders en dorp. Echt ongelooflijk gewoon, ik had graag met je verder willen leven maar mijn ouders zijn gisteravond toch weer bedreigd en zouden worden gedood als ik naar Jakarta zou afreizen. Ik heb echt geen keus. Ik sterf nog liever dan met die vuile hond te trouwen in plaats dan met jou en heb dan ook vergif ingenomen en begin nu dan ook een beetje 'dronken' te worden," zoals ze dat daar noemen als een dier of mens begint te duizelen of neerstort.
De arme meid schreef dit stervende maar ik kon het niet geloven wilde het niet geloven. Ik trok de postbode naar binnen en vroeg me te lezen wat er stond daar mijn vader en zijn vrouw een siësta hielden want de letters werden onduidelijker en op het laatst haast niet meer leesbaar op het 'wacht op jou in de hemel' na.
"Wat is er gebeurt met Tini?" vraag ik de jongen.
"Bunudiri pak!." "Zelfmoord pa!"
"Dia minuman dua liter Bayghon racun." "Kras sekali." "Kashi an."
"Zij heeft twee liter Bayghon insectenvergif opgedronken, keihard spul, ik heb erg veel meelij met haar."
De aarde valt onder mij weg en val bewusteloos met mijn kop op de harde plavuizen waardoor ik weer snel bij kennis komt en versuft ben blijven zitten met de brief in mijn hand.

 







Hoe vind je dit bericht? 18 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

H1 Indonesiä d3 De Walikota










H1 Indonesië d3 De Walikota.

Wij wachten totdat we geroepen worden door de bediende of dochter van de Camat, hetgeen ons nog niet helemaal duidelijk is die ons vraagt haar te volgen. Via een achterdeur over een smal kleipad langs een sawa waarna wij terecht komen bij een voor daar groot gebouw. Een soort van kerk zonder torens, wit met een oranje dak. Een Hollands erfstukje?
Wij vonden deze wandeling een beetje eigenaardig daar de Camat zelf waarschijnlijk aan zijn pik stond te trekken onder de 'douche' en wij nu klei liepen te trappen op een blubberpad. Maar zolang alles eigenaardig was, was het goed. Als het niet meer eigenaardig was in Java dan begon de ellende pas echt hadden we allemaal eerder ondervonden. Wij bleven er bij: "Indonesië is een land voor kikkers en slangen, en absoluut niet voor mensen."
Als wij vloekend het gebouw binnenstappen en de roodbruine klei die zo plakte als de pest proberen af te schoppen tegen de stoeprand zegt Anton: "Kijk, Rumah Walikota dit is dus het stadhuis." Zo stonden wij dus het voorportaal een beetje te vervuilen met zijn vieren.
Dat mij dit gebouw verleden keer niet eerder is opgevallen. Zal wel te druk bezig geweest zij met de twee verschillende soorten bloedzuigers van het dierenrijk: De bloedzuiger en de bloedzuigers die doden voor geld. En dat mijnenveld vol cobra's zal ook wel iets te maken gehad hebben met mijn gebrek aan zin in sightseeing. Ik zweerde dat ik al in het 'stadhuis' geweest was en daar zelfs geadopteerd werd. Ik had toch in de burgemeestersstoel gezeten?

Normaal trek je overal je schoenen uit in Indonesië maar dat doe je natuurlijk niet als er bonje of een kleine familieoorlog aan de gang is. Je zal er maar vandoor moeten of ergens achter aan. Dus toen wij het hele eens spierwitte voorportaal inclusief trap hadden besmeurd met roodbruine klei wat er uit zag als stront van een te veel van sambal genoten verteerde maaltijd.
"Moet je godverdomme mijn nieuwe Assics zien," zei mijn vader die zo trots op zijn nieuwe gympen was omdat ze zo lekker liepen, die eens blank wit waren geweest en nu als een soort strontklompen aan zijn voeten bungelden.
Anton had er geen last mee en zei stoer: "Ya sepatu Cowboy."
Met zijn Cowboylaarzen. Ed met zijn ministeriesandalen had het het minst naar zijn zin. Zo stap ik luid de Camat vervloekend, een tussendeur door. Mijn vader mij vervloekend omdat ik altijd iets bijzonders had met 'wijven' zei hij.
"Ken je nou niet één keer een normale uitzoeken?" Eén keer maar?!"
En Anton en Ed mijn vader vervloekend omdat hij hun overgehaald had op deze 'tour of duty'. "Het leek wel een legeroefening," volgens hun.
Als wij met veel kabaal en onder de klei de tussendeur door gestapt zijn, ook nog eens half lazarus komen wij terecht in een hele grote zaal waar we aangestaard worden door een doodstille menigte van zo een honderd mensen gezeten aan een soort ontzettend lange behangtafel, maar dan twee keer zo breed en twintig keer zo lang. Ze zaten perplex naar ons te kijken en wij naar hun. Mijn vader gaf mij stiekem een elleboogje en zei zachtjes: "Wat nou?"
"Weet ik veel," beantwoorde ik, "jij woont hier toch al vier jaar!"
Anton zegt zachtjes dat hij er zestien kan neerschieten binnen één minuut. Ik en mijn vader kijken elkaar aan. Toen Ed, of Slis onze slangenman dit hoorde vloog hij naar voren met de onderdanige manier van lopen met dat dunne nekkie en zijn hoofd naar voren gebogen, liploos en grijnzend zonder tanden te ontbloten wilde zich net gaan voorstellen met een diepe buiging als de Camat binnenkomt die ons en speciaal mij vriendelijk begroet.
Ik sla gelijk een arm om zijn schouders. Een geroezemoes stijgt op.

"Pa," zeg ik: "dit is pa!" Trots geeft de Camat mijn vader een hand en zegt blij te zijn met een nieuwe Hollandse zoon als ingenieur en verwelkomde ons van harte in Karang Anyar. De arme ziel moest eens weten waar we hem allemaal voor hadden uitgemaakt, hij had zich waarschijnlijk opgehangen. Hij vond het zo een eer.
Hij plaatst mijn drie metgezellen rechts van de tafel bij de kleinste groep waar ik achteraan nu ook mijn meisje ziet zitten. Als ik naar haar toe wil lopen om een zoen te geven drukt de Camat mij neer met zijn hand op mijn schouder op een stoel op de kop van de tafel en gaat rechts naast mijn  'andere' vader zitten. Ongeveer dertig meter bij mij vandaan aan de andere kop van de tafel zit een gozer met een pokdalig gezicht en een litteken over zijn muil een beetje boos te kijken naar mij. Ik vlieg overeind en vraagt of hij die klootzak is die mijn 'verloofde' had gekocht voor een baal rijst en die laffe mannetjes achter me aan gestuurd had. "Ik trek je kop eraf imbeciel." Anton legt zijn hand op zijn Colt en trekt zijn haan naar achteren. "Geef dat ding eens hier Anton." vraag ik hem. Hij kijkt naar mijn vader maar voor die kan reageren springt de Camat omhoog uit zijn stoel slaat met zijn hamer zohard op tafel en maant de rechtspraak tot stilte. De hamer brak, de klos vloog op een voorhoofd van een aan tafel zittende man van onze tegenpartij die even knockout ging.
"Wat een teringzooi zeg," Ik was woedend. "Die lul zit gewoon tegenover me!"
De situatie was duidelijk er zaten twee families tegenover elkaar te vergaderen over een bruid, een mensenleven. Niet te geloven. En het ging over 'mijn' meisje. Ed was bang, iedereen was bang. Ik had daar geen tijd voor, ik deed net of ik ging zitten en sprong overeind en rende de tafel over naar het andere hoofdeind om die gozer te wurgen. Ik werd onderweg aan mijn enkels en benen gegrepen door honderden handen waardoor ik op mijn platte smoel viel daarbij een bloedneus opliep en woest opkeek als een kwaad briesende stier die met zijn ene poot in het zand graasde klaar om aan te vallen richting strot mijner tegenstander. Anton zijn Grote Colt om hem heen richtend en op een fluitje blazend dat iedereen moest blijven zitten. Een rel. Mijn vader met een stoel in de aanslag richting tegenpartij. Ed nam nog een slokje thee en zat nerveus te lachen. In plaats van direct mijn weg te vervolgen kijk ik even naar rechts toevallig precies in de ogen van Tini die huilt en lacht te gelijk. Ze streelt mij onder mijn kin en over mijn wang mijn bloed een beetje verwijderend. "Ga alsjeblieft zitten Frans, doe het voor mij?"
Verkankerd stap ik express van de tafel af en ga achter Tini staan en legt mijn hoofd op haar schouder en zegt zachtjes dat ze zich niet druk hoeft te maken. Ze laat tranen zonder te huilen. Vanwaar dit verdriet?
 De bloedhond aankijkend loop ik achteruit terug naar mijn stoel en neem plaats aan de kop van de tafel waar ik zijn familie aankijk en met platte handen hard op de tafel slaat en vraagt: "Turus?!" "Verder?!"
Iedereen deinsde achteruit van de klap al had Anton zijn revolver al lang weer weggestopt. De Camat staat op en begint zijn betoog. Iedereen bleef nu doodstil. Ik maakte nog even snel een beweging over mijn keel naar het andere eind van de tafel met een waarschuwend vingertje er achter aan. De Camat maant mij tot rust met zijn hand op mijn schouder en begint iedereen toe te spreken.
Nou gaan we het krijgen: "Winnetou and Old Shatterhand, brothers in arms in strijd om Pocahontas." "Het moet niet veel gekker worden ik draai al bijna door." Zeg ik zachtjes uit mijn mondhoek richting Pa en Anton. "Blijf nou maar even rustig, we kunnen ze altijd nog af knallen," zegt Anton. Dit stemde mij tot tevredenheid en rust.
"Ik begin nu toch wel erg dorst te krijgen," zegt mijn vader zachtjes.
Ik wijs naar Ed en maak een drink- en geldbeweging er achter aan.
"Even niet Frans, tradtie!" zei Ed die niets ontgaat.
"Krijg de tering met je traditie," sist mij vader naar hem; "Tgg, moest je hem gisteren zien als Minister Sutrisno, oplichter." zonder dat iemand het kon verstaan daar het in het Nederlands was.
"Was dat ook traditie?"
"Precies zegt Ed," "En nu stil, je maakt de Camat en Frans' schoonfamilie verlegen!"
Brommend gaan Anton en mijn vader rechtop zitten en houden mij in de gaten en luisteren naar de Camat zijn betoog.


 




Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 17:36 Reageer op dit bericht Stuur door

Voor de poes

         

         



         

          Regeert de geest het lichaam
          of regeert het lichaam de geest
          De zacht spinnende poes
          slaat zachtjes tegen de spiegel
          gevoelens los van het beest
Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 14:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Franciscus Borst: Verhalen en Gedichten

↑ Terug naar de berichten