Naar de inhoud

Franciscus Borst: Verhalen en Gedichten

Veel leesplezier, voor evt uitgevers en bestellingen http://www.writehistory.be/?p=store
akke.beakke.be
Contact op franciscusborst@hotmail.nl

Archief

Indonesië H1 d18 Surabaya-Bandung














Een taxi was moeilijk te vinden in dit rotte penetrante fruitdistrict.
Ik nam aan dat ze hier niet graag een standplaats hadden. Br, wat een lucht zeg. Voor ik het wist zat ik weer met mijn plunjezak op de rug, achter op een motor, die mij binnen tien minuten afzette bij een Badjaihstandplaats, dat zijn een soort overdekte scooters, die mij weer binnen een kwartiertje bij een Taxistandplaats afzette. Ik zocht tevergeefs een Bluebird, maar het werd een smerige oude gele Taxi, met een zeer magere chauffeur, die al bibberde bij mijn verschijning. Dus, die moest ik hebben, die durfde mij geeneens te neppen. Was ik van overtuigd. Ik loog dat ik bekend was in Surabaya, al was ik er slechts één dag eerder geweest, en dat was een half uur. Zodat hij geen rondjes durfde te rijden, alvorens naar het vliegveld te rijden. Streng zei ik: "Yangan putar putar!," wat inhoud geen blokjes te rijden! "Waar zou ik het lef vandaan moeten halen," vraagt hij terug. "Percies," wat dat betekent hoef ik denk ik niet uit te leggen.

Ik dacht na in de Taxi hoe het te doen met de drugs, ik ging stoppen dat stond vast. Het zou nog een half uurtje naar het vliegveld zijn wist ik na wat informatie. Elk uur steeg er een op naar Bandung of Jakarta, dat was dik twee uur vliegen, dan de trein naar Cikampek. Een uurtje meestal, of als die niet rijdt, want daar hebben ze daar schijt aan. Komt hij vandaag niet komt hij morgen wel. Niemand maakt zich daar dan ook druk om, dragen ook geen horloges, zowel staan ze stil. Daarom hield ik ook van dit land. Geen stress, geen tijd, zon onder, hanen kraaien, wegwezen.
Dus als er geen trein zou rijden, moest ik een Taxibusje nemen een Angkot, wat snel instappen betekent, anders hang je er gewoon half uit. En die deden er wel twee uur rijden over, door de slingerde weg tussen vulkanen en bergen van hooggelegen Bandung naar laag Cikampek, al is het maar vijftig kilometer.

Ik rekende de tijden op zijn ruimst uit en kwam op zes uur rond, die ik kwijt zou zijn, als alles tegen zat. Ik besloot al mijn China White op te roken op de W.C. van het vliegveld van Surabaya, en het dan nooit meer te doen. Dan zou het precies uitgewerkt zijn als ik aan kwam in de kampong, en kon de Cold Turkey, het ontgiften gelijk beginnen. Er zouden zes zware dagen aankomen, de hel is er niets bij.

De Taxi was betaald, en snel kocht ik een enkeltje Bandung die over veertig minuten zou vertrekken. Dat was snel. Met grote stappen zocht ik de bordjes toilet, en die eenmaal gevonden, volgende, en er bij aankomend, controleerde ik alle hokjes of ze leeg waren.
Niet dus. Een stank! Godverdomme, en wat duurde dat lang, breedlachend kwam er na tien minuten een Chinees achter de gesloten deur vandaan, die me nog een hand wilde geven ook, waar ik voor bedankte. Als ik net een hokje wil binnengaan, komt er een lange Arabier of Pakistaner binnen om te pissen, die gelukkig snel klaar was. Ik bleef mijn handen maar wassen, al een kwartier nu, tot eindelijk de kust veilig was. Ik had nog tien minuten, om op te knappen, dat wil zeggen mijzelf 'beter,' te roken. Ik plaatste de plunjebaal in een hoek, klapte de W.C.bril naar beneden, ja, die hebben ze alleen op het vliegveld, want voor de rest in Indonesië moet je het met een gat in de grond doen. Wat een luxe. Maar geen stress.

Ik ging balancerend op de bril staan, deur op slot, vouwde het zilverfolietje, wat om een kartonnen buisje gedraaid zat open, en gooide er gelijk een half gram Heroïne op. Het moest toch op. Ik begon te halen. 'Chasing the dragon'. Na het inhaleren ging ik op mijn tenen op de gladde bril staan, om de rook rechtstreeks het afzuigsysteem in te blazen zodat niemand, die eventueel binnenkwam het kon ruiken. Een oude junkentruck. Die ik tijden daarvoor al gebruikte in het Rotterdamse Centraal Station, nog voordat Perron 0 bestond, en de W.C.'s om de tien minuten gecontroleerd werd door 'Stekel'. Een zeer brede en snel slaande driestreper, en later in de Perron 0 tijd, zelfs gepromoveerd tot rechercheur. Hij mocht mij gelukkig wel, heeft me dan ook maar één keer geslagen, en me altijd mijn dope teruggeven. Hij was echt slim, wat je afpakt, moest opnieuw gestolen worden, was zijn beleid. Maar genoeg daarover, anders zit ik dadelijk in de tijd van Napoleon.

Zo stoned als een Maleier, hoe toepasselijk, dacht ik na hoe de folie te laten verdwijnen. Ik zat niet op een Balinese herhaling te wachten.
Ik weet uit ervaring dat zilverpapier niet wegspoelt, dus wikkelde ik het eerst in toiletpapier, met het buisje samen, en trok het daar na door en nog eens voor de zekerheid. Stoned sta ik in het kolkende water van de pot te staren, ik vond het prachtig. Ik had al weer twee, drie maanden geen W.C. gezien. Toen schoot mij te binnen, dat ik op moest schieten met inchecken. Met grote passen liep ik de verkeerde kant op, naar de aankomsthal, om daarna met nog grotere passen naar de vertrekhel te snelwandelen, 'de junkiewalk'. Grote stappen, snel thuis. Geen slurf niks, we moesten gewoon het vliegveld oplopen via Gate twee. Brankatan Badung stond er boven.

Ik schrok me de pleuris. Was dat mijn vliegtuig? Dat was geen vliegtuig, het leek meer op een libel, zo klein. Met hooguit dertig piepkleine raampjes, maatje steelpan, waar ik in mijn half hallucinerend hoofd allemaal verstikkende gezichtjes achter zag.
"Come on Mr. Borst,". "You're the last one, hurry on, you're to late,". Zei de, in sarong gewikkelde wespentaille, een mooi gebit ontblotend met appelkonen, mij lachend toe. Als ik stoned, waggelend bovenaan het trappetje ben en langs haar loop, voel ik haar zachte heupen tegen mijn onderarm. Zo rond, zo zacht, het was al weer vier dagen terug, dat ik onder de klamboe lag, met Yanti.
Zo, daar wilde ik wel even een onderonsje mee hebben op de plee, eenmaal in de lucht. Helemaal vergetende dat ik er niet uitzag natuurlijk. Ik was vijfentwintig kilo afgevallen, in dik twee maanden.
Alsof ik H.I.V. had zag ik er uit, besefte ik naderhand.

Het vliegtuigje was zo klein en roestig, dat als ik niet zo stoned was geweest, no way José, was in gestapt. De stewardess sloot de deur met een doffe klap. Ik keek haar aan en vroeg, toen zij de hendel naar beneden trok, of het lukte. Zij bedankte mij daarvoor, vroeg mijn ticket en wees me mijn plaats, in een en al vriendelijkheid. "Als u wat nodig heeft, roept u maar". "Maak niet uit wat,?". Probeerde ik nog. "Tidak apa apa," zei ze, geen probleem. Oké dan, dacht ik en gespte me vast met de gordel en drukte op het lampje. Ze kwam er aan. Biertje? Vroeg ik. "Geduld als we in de lucht zijn, kom ik direct bij u". "Beloofd?," keek ik haar brutaal aan. Blozend knikte ze ja.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 15:51 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Het gekkenhuis, afkickklinieken, en sekten H5 d1 De crisisafdeling.










De van levensbelang zijnde vraag en nog van grotere betekenis zijnd antwoord  qua de volgende vraagstelling; 'Hoe kom je nou in hemelsnaam een afkickkliniek binnen als je zwaar verslaafd en dakloos bent, geen papieren, legitimatie en of ziekenfondspas of wat dan ook van die gading waar je naam dan ook maar op staat, niet aanwezig is in een van je zakken?' Daarnaast sterft je echt letterlijk van de honger omdat je er zo verloederd, mager, ziek en smerig uitziet dat je zelfs niet eens een supermarkt in kunt gaan om eenvoudigweg iets te eten te stelen. Want mocht ik het dan toch proberen.dan beginnen de net van school getrapte meiden bij de kassa's al te gillen om de beveiliging als ze me binnen zien komen lopen en terecht, wie weet? Buiten is het ook nog eens min twaalf graden, je bent dakloos, staat op de telex van de politie (gezocht voor een of ander crimineel delict voor de minder geïnformeerde) dus je moet jezelf eigenlijk verstoppen maar je kunt nergens naar binnen. Tel uit je winst! Je hebt al twee weken niet gedoucht, de kraaien zitten vastgevroren aan de dakgoot dus de klinieken puilen uit met veel slimmere en meer ervarener op het gebied van 'dakloos zijn' dan mij en hadden zich tijdig in laten schrijven, ver voor de vorst inviel. Alle klinieken zaten dus overvol. Dit was de vraag. Nu het antwoord.

Het antwoord is makkelijk. Niet dus!
Ze sturen je gewoon weg met de boodschap: "Eerst bellen, iedere dag, drie weken lang, er is namelijk een wachtlijst van minimaal drie weken!" Drie weken? Alsof ik een kogel in mijn rug geschoten kreeg  zo hard kwam dat aan. Ik had nog drie minuten voor ik buiten stond. Nu bestaat er een piepklein gaatje in deze constructie van de wachtlijsttheorie en dat is namelijk dat zij een crisisafdeling hebben. maar die zijn alleen voor de allerzwaarste gevallen. Ik viel af vonden zij. Ik kijk over mijn schouder naar buiten waar ik de bevroren singel en wit besneeuwde straten en bomen zie. Een rilling schiet door mij heen. Ik viel af? Wat was het heerlijk hier in dit halletje. Het bakje koffie maakte het moment bijna grandioos op het tegenvallende bericht na, natuurlijk. Nu kennen ze me een beetje, maar toen nog niet. Van verre. Als ik ergens mijn zinnen op had gezet moest dat gewoon gebeuren. Dat leerde je op straat. Overleven. Of het ging goed of je ging naar het bureau, dan zat je in ieder geval toch binnen met eten in je maag en een slaapplaats op de koop toe maar zij (de therapeuten en andere kwakzalvers  in de afkickcentrums) konden natuurlijk alle truuckjes, smoezen en leugens dus moest ik er wel voor honderd procent voor gaan. Ik besloot dat te doen. Nou, daar zat ik dan in de Boumanstichting, onze plaatselijk consultatiebureau voor alcohol en drugs (C.A.D.) op de Heemraadsingel in Rotterdam. In de gang, het halletje met een afwijzing. Door de deurruit zag ik de bevroren ellende die ik zonet opnoemde en daarnaast begon het al donker te worden. Een koude rilling schoot door me heen. Eén deur maar, tussen mij en min twaalf, de politie, het ziek zijn, oftewel, de hel. Dus ik viel af he? Ik mocht doodvriezen, verhongeren en afsterven met mijn vijftig kilo wamt dat was zo slecht nog niet in hun ogen. Ja ik was een echt geluksvogel in hun ogen.

Geen Leger Des Heils wachtrijen meer, voor deze man of een "Havenzicht," een tehuis voor daklozen. Waar je met één oog open moest slapen anders werden je schoenen gestolen, verkocht en opgerookt voor je wakker werd. En waar een slaapplaats nooit zeker was vanwege de beperkte plaatsen. En ik was altijd te laat voor een nummertje daar. Meestal omdat ik zelf met een nummertje bezig was, of vaker, aan het scoren (stelen, en dope regelen). Een nummertje kocht ik dan van een ziek medejunkie als ik geluk had en zijn kaartje afstond voor een mespuntje 'Bruin' (Heroïne) van een knaak of zo. Aan een bed hebt je toch niets als je ziek bent, toch? Zo gingen die dingen. Heel gemeen en keihard. Ik heb mijn kaartje ook wel eens geruild, denk ik. Nee, hier had ik geen trek meer in, was het beu, allemaal. Ik ging niet absoluut niet terug naar buiten. Nu heb ik aan één kant niet zo'n best oor, waardoor de ander zich bijna 'bionisch'  ontwikkeld mag noemen. Deze ving het volgende op, net voor de afwijzing. "Het is Frans Borst weer, geloof ik al voor de vijfde keer deze week," Wat een etterbak dacht ik, die moest me niet en bedacht mij dat ik daar waarschijnlijk eens ruzie mee had gehad, één van de vorige keren. Of ze hielden van me, of haten me. Wat deze deed was duidelijk. "Hij is ook niet suïcidaal dus ook in geen geval voor de crisisafdeling."

Mijn besluit stond vast. Ze kwam op me af lopen met haar muil op half zeven. Ik eiste direct: "Jullie moeten me op de crisisafdeling plaatsen." Na het: "Daar hebben wij geen reden voor," compleet met de klank van een bijzonder hete aardappel in haar muil.en mij keihard aankijkend om me zonder wikken of wegen zo terug de dood in te sturen, waarop ik mijn ouderwetse Gillette scheermes open klapte in tranen uit barstte en een flinke snee in mijn pols snee.. In de breedte, niet in de lengte, ik ben niet achterlijk, ik wilde niet dood, en riep: "Hebben jullie nou je zin?". Ik wil niet meer leven, whaa! Tranen schoten uit mijn ogen en waarschijnlijk ook uit mijn hol van de zenuwen. Een Oscar of een Emmy waardig.

Een uur later zat ik heerlijk gedoucht, mijn pols netjes ingepakt door de arts, wat voor een klein kutsneetje trouwens bloeide als een rund, lekker warm met schone kleding aan de eettafel. Bezig aan een warme maaltijd met dessert. En daar kwam bij, ik hoefde helemaal niets te doen. Niet afwassen, afruimen, stofzuigen, want ik was een 'crisisgeval'.. Ze moesten mij met rust laten en zo nodig zelfs bij staan met alles waar ik om vroeg. Als blikken konden doden. Oeh, wat waren ze jaloers. Behalve Black. Blackie zag ik zitten aan de eettafel en schoof naast hem aan.

"Black fawaga?". Vroeg ik de oudere Surinaamse man die ik kon uit de 'seen' en waar ik nog nooit problemen mee had gehad in junkietown, wat uitzonderlijk was. "Hey Blondie wat doe jij nou hier man?" "Crisis en jij?" "Wa, wa, wat denk je?" Vraagt hij stotterend geïrriteerd. "Zie ik er uit of ik een huis heb of een telefoon?" "Jij wel, wat doe jij hier, ik zag je laatst nog in die groene Mercedes toch met een lekkere smaatje (meisje)? "Je weet Black, easy come easy go" "Ik heb niets meer!"
"Sooo, sonde man!" Zoals alleen hij dat kon zeggen met zijn Fred Sanford kraakstem. Ik vertelde hem dat, dat ook alweer twee jaar geleden was en dat ik daar liever niet aan terug dacht. "Laten we wat T.V. kijken." En ik hoorde hem uit over wie er tof waren van de staf en over de jongens en meiden die er waren, vooral over de meiden natuurlijk, of er wat leuks tussen zat. Hoewel sex verboden was binnen het 'programma'.

De anti-luizenshampoo prikte nog steeds brandend in mijn ogen en keek daarom niet te lang T.V. dus ik besloot wat vroeg te gaan slapen. Het was tenslotte al weer een paar dagen geleden om in plaats van een kartonnen doos of vastgeklemd tegen een verwarmingspijp van één of ander trappenhuis in een echt bed te liggen. "Ik ga naar mijn nest zoeken, matti." "Weet jij misschien welk bed van mij is?" Hij liep naar de staf en vroeg het hun en wees mij mijn bed, in de onderbouw van het pand. De detoxmensen sliepen boven. Afbouwen van Methadon hoefde, mocht geeneens als crisisgeval zijnde en kreeg je zelfs wat kalmerende- en slaappillen voor in mijn papaverbol op de koop toe. Ik viel dan ook verzadigd als een roos in slaap. Een applaus voor jezelf en de groep. Doei! Ik besloot dat ik als eenmaal clean ik acteur moest worden en droomde al over de uitreikingen. Ik kreeg vier Oscars uitgereikt door Mr.Jack Nicholson himself. Eén voor de beste komedie, één voor het beste drama, één voor de speciale effecten en één voor de beste filmmuziek, oftewel janken op commando.
Er was één groot nadeel op de crisis, je mocht maar tien dagen blijven. Om aan te sterken en dan werd je keihard weer op straat gegooid. Staatsganzenbord, noem ik dat, drie beurten overslaan en dan pleuren ze je in de put. Terug bij af. Er waren echter uitzonderingen maar dan moest je aan alles meedoen, in je tien dagen. Therapieën alles, het huishouden, ochtendgymnastiek om zeven uur, half acht een wandeling om die kutsingel, in de stervenskou en dat zo de hele dag door. Tot je er malende van werd en op molentjes liep. En dan was er na een vergadering over jouw persoontje, een heel, héél klein kansje dat je mocht blijven en overgeplaatst werd naar 'de Detox' de ontgiftingsafdeling. Blackie had het voor elkaar gekregen, hij zat er al zeventien dagen en wilde nooit meer weg zei hij. Detox is trouwens de zelfde als de crisis, alleen je regels en medicatie veranderden. De winter was nog lang en wie wist, lukte het mij deze keer wel. Ik besloot eieren voor mijn geld te kiezen, en er toch voor te gaan. Nou dat heb ik geweten. Was je nog niet krankzinnig bij binnenkomst, dan werd je het hier wel.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Venus











Een onneembare heuvel
een modderig Ibo Jima
Waar west oost ontmoet
doen mannen sneuvelen
Liefdeloos in leugens geboren

Hypnotiserend als een cobra
een verleidelijk deinende zee
Verrookt zij haar problemen
trekt je mee in stromingen
Slaat haar benen er omheen

Hoe vind je dit bericht? 17 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 12:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Indonesië Gopehtsjeng Rupiah H1 D17







Er wordt geclaxonneerd. Ik hoor nog net twee lange en korte keren nagalmen uit een diepe duisternis waarin er van de felle kleuren niets meer was overgebleven dan de doodse donkere kleur van pikzwarte aarde waar ik in begraven lag. Ik graaide automatisch naar de pvc-pijp en nam een flinke teug lucht die smaakte naar de lucht van diesel en benzine. Wat was er ook alweer met die geluiden? Was dat niet het teken voor foute boel? Een signaal, een code? Dat is fijn wakker worden, levend begraven. De gedachten kwamen langzaam weer op gang en het besef kwam terug en de paniek sloeg toe. De hitte en de dampen die mij duizelden kwamen claustrofobisch op me af.
Ik haalde weer een diepe teug adem en schoof het pijpje tegen het houten schot een klein beetje opzij om een beetje meer zuurstof te vinden bij een hopelijk bestaande grotere spleet in het houten schot. Als ik mijn oor tegen de pijp hou dan klinken er verschillende auto's en vrachtwagens in zijn stationair lopen met een ietwat holle echo. Zat ik in het ruim van het schip? Had ik dat hele stuk overgeslagen en geslapen? En zo ja, konden die idioten de motor niet uitzetten? Ik kreeg bijna geen verse lucht maar dampen met roet binnen. Hebben ze daar zelf dan geen last van? Ik wil ten einde raad net iets gaan roepen en zelfs mij proberen op te drukken uit de ellende de consequenties op de koop toenemen met de gedachte van als ik toch dood moest gaan het op dit ogenblik was want ik trok het simpel niet meer als er een mij een klein beetje tot rust brengende stem bekend in de oren klinkt. Weliswaar zachtjes maar onmiskenbaar bekend.
 
"Prancis, Prancis, yangan goyang sekarang." Word er zachtjes holklinkend door mijn pijp, door de baard-in-keel-smeerpijp gezegd. Ik mocht niet bewegen wat een goeie was, daar ik mij bijna helemaal niet kon bewegen in die kist. Ik verbeet de wetenschap dat ik nog niet verlost ging worden uit deze kwelling. Dus dat ventje, hij was meegereden? "Ada priksaan Prancis!" Zei hij weer.
Wat een controle?  Ik bleef doodstil liggen als dat nog onbeweeglijker kon want ik werd niet zo maar gewaarschuwd en probeerde zo goed mogelijk de situatie in te schatten om eventueel tot actie over te gaan als dat zou moeten. Gespannen als een veer van een trekker luister ik zo goed mogelijk door het kleine openingetje van de buis. Mijn andere oor met mijn vinger dicht houdend.
Ik hoorde de scheepshoorn van de ferry wat betekende dat we dus eindelijk gearriveerd waren in Gilimanuk en dus niet in al het ruim stonden zoals ik had gedacht. Kort daarop de zangerig klagende stem van de Rolex dragende gluipsnor die steen en been klaagde tegen waarschijnlijk de politie. "Alsjeblieft, heb meelij met me." "Je sloopt zo al mijn bananen en zo niet dan gaan ze rotten en dan gaan ze allemaal rotten, wie koopt ze dan nog op de markt in Surabaya?" "U weet hoe moeilijk de kooplui daar zijn, pak?" 
"Opzij." Hoorde ik een vreemde stem autoritair zeggen. Ik hoorde een hard en ruw geschuif van hout op hout met daar achteraan een harde scherpe klap wat zich bleef herhalen om de paar seconden.
Dit zat goed fout. Gingen ze nu de hele wagen leeg halen?
Het antwoord word duidelijk als ik rechts van mij net naast de kist een scherp afgesneden bamboestok zie, porrend en prikkend wat kammen bananen vermorzelend achter latend. Dertig centimeter meer naar links en ze hadden saté van me gemaakt. De stok word terug getrokken. Ik bescherm mijn gezicht met mijn onderarmen. Na een minuutje, ze werkten zeker van onder naar boven, veronderstelde ik, komt de spiets nu links van mij, precies door het ene handvat van de krat Fanta. Hoe is het mogelijk? Dacht ik. Dit is een kwestie van een centimeter, zo niet een paar millimeter dan hadden ze: Tak! Gehoord tegen het harde plastic van de krat en zou ik zwaar de lul zijn geweest.Of erger ze hadden hem recht in mijn gezicht gestoken of nek. Zelfs al zou ik in een reflex de stok hebben weten af te weren wat haast onmogelijk is liggend op je buik vlak voor je gezicht dan had die vent dat gevoeld aan zijn stok en zou ik ook ontdekt geweest. De stok word weer terug getrokken en nu rechts naast mij weer in het fruit gestoken. En dat de kist in de breedte lag en niet in de lengte wat veel logischer zou zijn. Het besef van het bijna gespietst worden deed mij duizelen en zeilde tussen leven en dood bewust en bewusteloos op aarde. Ik grijp als hulpzoekende baby naar mijn drugs als enige redder in nood om mijn gemoedstoestand naar welk ander level dan ook dan deze te tillen.

De wagens achter ons toeterden luid, langdurig en ongeduldig, Iedereen wilde snel de boot op rijden, het was een slopend en langzaam proces geweest. Ze moesten eens weten, de aanstellers, dacht ik geirriteerd. Onterecht want in een file in de auto zitten in Indonesië is dan net iets minder erg als in een kist liggen onder een ton aan fruit maar daarom niet minder erge hiite en je adem ontnemend. Ook vanwege de slechte staat der auto's wat weer volop uitlaatgassen creëert. Meestal nog diesel ook.
De truck waarin ik lag kwam schokkend in beweging en meteen weer tot stilstand wat betekende dat de controle was afgelopen. Weer een stukje rijden, weer stop en weer en weer.
Nu reden we hellend omhoog, waardoor ik met kist en al zachtjes een stukje over de bodem van de truck verschoof.
Ik werd kotsmisselijk van dat stoppen en dat optrekken in combinatie met de smerige dampen. Ik rochelde en spoegte zo veel mogelijk roet uit en spoelde dit met de zoete rode Fanta.
"Turus, turus, kiri, kanaan, kiri laghi, Ya stop!" Verder, verder, links, rechts, nog een beetje naar links en stop waren de voor mij verlossende woorden want de motor werd eindelijk uitgezet. Kon ik nu eindelijk mijn kist uit?
Deze parkeerorders hoorde ik nog een honderd keer voordat de scheepshoorn drie maal klonk en de boot krakend en piepend los van de kade af kwam.
"Prancis, wacht nog even ja, ik ga eerst even de boel verkennen op het dek en hier in het ruim of er politie is".
"Doe het snel digeredoode ik terug" "Ik word gek, ben half dood!" Hij lacht en beloofd snel te zijn en zegt dat ik nog heel even sterk moest zijn. Makkelijk lullen smeerpijp, dacht ik.
Hij was inderdaad snel terug, met slecht nieuws. "Ze zitten overal Prancis"

"Fffrancis!, Fffrancis!, heet ik, niet Ppprancis!" Zeg ik zwaar geïrriteerd alsof hij er wat aan kon doen. Die jongen was bezig mijn leven te reden, tenminste dat hoopte ik. Ergens voelde ik ook een soort van euforisch blijdschap in mij en speelde ik dit geirriteerde een beetje want het gezelschap van twee seconden van de jongen deed me juist goed net als de overdosis aan adrenaline die ik over had gehouden aan het griezelige spietsmoment. 
"Dus?" Vroeg ik hem. "Dus je zal moeten wachten tot we van de boot af zijn." Was het voorspelbare antwoord.
Godverdomme, ik besloot nog een Chineesje op folie te roken en misschien, heel misschien een paar uurtjes slapen wat me een moeilijk plan leek met al die hangende uitlaatgassen hier. Zo zwaar had ik het nog niet gehad, de hele reis. Nee zo zout had ik het nog nooit gevreten. Zoals zo altijd weegden de laatste lootjes wederom het zwaarst. Ik presteer het om nog wat levenselixer al rokende binnen te krijgen en te verzinken in een droomloze en diepe slaap.


Weer klonk er een scheepshoorn. Die kapitein was zeker net zoals alle chauffeurs hier gek op claxonneren en niet lang daarna schuurde de boot met een rottig ijzingwekkend geluid de kade.
De truck werd gestart, en het links, rechts, stop, verder en het orderen van de bijrijders begon weer. Mijn kist begon weer heen en weer te schuiven toen hij van de schuine rijbrug van de de boot af reed. Smeerpijpje zegt mij nog even snel, dat we er bijna zijn. "Even volhouden, sterk zijn" "Je bent toch een blanke?" "Lik me reet vent!"

Na een anderhalf uur ongeveer word er geremd en hoor ik muziek. En het woord 'aman'! Safe! Veilig! Ik ben veilig, het drong nu pas een beetje tot me door en schudde mijn hoofd heen en weer. Snel worden de bananen uitgeladen en kon ik niet wachten tot de laatste. Bij het eerste spleetje daglicht wat ik zag, ga ik rechtop in mijn kist overeind staan. Kammen bananen
schuiven van de kist op mijn rug af en ploffen naast mij op de hete metalen laadbak van de truck. Ik gooi de kist van mijn rug, rek mij uit en kijk om mij heen. Ik sta midden op een groenteveiling met groentehandelaren om de truck heen die mij met open mond aanstaren, en hadoe zeggen en achteruit deinsden. Gluipsnor en Smeerpijp springen op de bak en omhelzen mij. "Je leeft nog, je leeft nog.." "Was dat de bedoeling niet dan?" Vroeg ik hun. Hun gezichten spraken boekdelen. "Wat ben jij sterk, het gaat wel eens mis, zie je".

Ik deed net of ik dát niet gehoord had en was blij me uit te kunnen rekken en echte lucht te kunnen happen zonder koker en zonder peut. Al was het vijfendertig graden, voor mij was het koel, en cool dat ik het gehaald had. Ik graaide naar mijn holster en haalde er een bundel geld uit. "Gopetsjeng rupiah." Zei ik. "Vijftigduizend roepiah." Handelaren zijn het gewoon om in het Chinees te tellen daar de Chinezen meer dan vijftig als het geen zestig procent is van alle handel in Indonesië in handen hebben. Logisch dus dat ik Chinees kon tellen.
Ze wilden het geld niet aanpakken en zouden zich dan beledigd voelen. Ja, ja dat was een oude, ik woon hier al een tijdje. Weet u nog? Sommige tradities was voor mij meer een vorm van schijnheiligheid dan traditie. Soms echter waren ze echt beledigd en was het geen schimmenspel en dan pakte ik het geld weer terug. Maar dat was nu bij Gluipsnor en Smeerpijpje zeker niet het geval. En ik stond er echter op, want wat was nou vijf tientjes, voor het redden van mijn leven?

Ik smeet de rol geld op de grond want ik had geen zin en tijd in het touwtje getrek om de centen en liet na twee snelle handdrukken en nogmaals bedanken een verontwaardigd geroezemoes achter me. Ik ging snel op zoek naar een taxi om naar het vliegveld te rijden om daar vandaan op de een of andere manier in Bandung te komen. Waar ik weer vandaan met een wagen of motor naar Cikampek kon reizen waar mijn familie vrienden en vriendin woonde. Hier zou ik de echte strijd aangaan en de draak (de Heroine) proberen te verslaan.

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

H1 Indonesië d16 De grafkist












Daar lag ik dan in een grafkist zonder bodem of je moet de laadklep van de truck als deze beschouwen. God had het niet duidelijker kunnen maken dat ik al half op weg was. Naar de hemel of hel wel te verstaan. Met mijn smoel nog steeds benauwend ademend door het pvc pijpje. Ook was ik intussen bont en blauw van het stuiteren en het heen en weer schuiven in de kist. De felle inhaalmanoeuvres en het te abrupt remgedrag van de chauffeur en het gebrek aan goede veringen of uberhaupt geen vering in de oude truck op weg naar Gilimanuk hadden me terwijl ik verstopt onder een paar honderd kilo bananen die benauwd op mij en mijn kist drukten omklemden totaal geen goed gedaan.

Schuin voor mijn gezicht stond de donkeroranje krat Fanta en naast mij in de kist lagen pakketjes voedsel gewikkeld in, hoe kon het ook anders, juist bananenbladeren. Het was bloed verziekend heet en de lucht die ik haalde was meestal vermengd met uitlaatgassen. Ik kreeg honger en pulkte een van de pakketjes open waaraan ik voelde dat er rijst in zat. Steeds een teug adem en dan snel iets doen. Hoe had ik zo stom kunnen zijn om mijn broek en shirt aan te houden, mijn shirt begreep ik nog wel daar zat genoeg te verbergen onder maar nu trok hem dan toch uit net als Houdini in een net op tijd zijnde geslaagde poging. Maar die broek plakte en kneep nat van het zweet pijnlijk mijn kruis bij elkaar. Alsof de onderste helft in een dwangbuis voor benen zat. Af en toe wilde ik het uit gillen en dan bijna een poging doen om op te staan door de kist met de partij bananen met mijn rug omhoog te drukken maar na snel overdenken wilde ik liever blijven leven en was het toch niet gelukt vanwege het wicht boven mij. Dan was het eventjes hyperventileren en accepteren dat ik een klootzak was geweest en daar nu voor betaalde. Grof betaalde.

Ik pak een ander gebladerd pakketje en dacht dat er kip of groente in zat. In plaats daarvan was het tahoe en tempé met pepertjes (rawit) en ketjap. Lekker dacht ik, haalde een teug adem en maakte de het laatste pakket open waar sambal goreng ei met boontjes in zat. Fantastisch! Even, heel even, zag ik de humor er van in dat ik in een grafkist ingeladen op een bananentruck, een halve rijsttafel lag te vreten en moest knokken voor mijn lucht. Ik leek wel een reïncarnatie uit de tweede wereldoorlog, buiten dat eten dan.

Na het eten gaf ik een boer door de pvc pijp wat klonk als een foute didgeredoo. Ik stak de moord haast, op je buik eten is tien keer niks zeker niet als het pittig is want het zakt niet. Ik graai met pijn en moeite, mijn armen openhalend aan de messcherpe bananenpunten een flesje Fanta uit de krat. Lucht halen.
En dan, plop, met de aanhangende opener openen. Toen moest ik even aan Yanti het kurkentrekkertje denken. Ohh, ik was in alle consternatie vergeten haar gedag te zeggen. Ik voelde een blozing van schaamte opkomen. Nou ja dat kon er ook nog wel bij. Eigenlijk was ik het niet niet vergeten maar meer kans- en tijdloos geweest om dat te kunnen doen.

Het ergste van de wiet was gelukkig uitgewerkt en mijn spinnenparanoia was bijna geheel weggeëbd dacht ik net als er wat limonade langs mijn kin druipt door een schijnbeweging in het sturen van de chauffeur. Oh jé die komen op zoetigheid af natuurlijk, en even knijp ik hem weer en leg weer stand by met dat mes voor mijn hoofd en klaar om te spietsen. Mijn maag begon op te spelen en ik moest kokhalzen maar slikte dat net op tijd weer in omdat ik geen zin had om helemaal onder de kots te zitten. Hoe laat had ik eigenlijk voor het laatst gebruikt? Dat moet even voor vieren zijn geweest vannacht, en het spul werkte maar zes uur precies. Oh jé door alle consternatie vergeten, ik ben over tijd. In mijn hele leven echt never nooit eerder gebeurt, althans zeker niet met opzet. De krampen in mijn buik en benen sloegen toe. Stommeling zei ik tegen mijzelf. Hoe heb je nou kunnen vergeten voordat je instapte iets te gebruiken maar ik wist het antwoord al. Het had aan die gluipsnor met zijn Rolex gelegen met zijn smokkelverhalen. Wat had ik daar nou allemaal mee te maken? Dan die wiet in mijn kop, soldaten en politie op de loer en ook nog de hoofdrol hebben in de film Arachnaphobia. En dat allemaal te gelijk. Tja dan wil je nog wel eens wat vergeten. Zo gek is dat eigenlijk niet. Ik besloot het mijzelf te vergeven en actie te maken voordat ik mijzelf helemaal onder scheet.

Gelukkig heb ik een pakje Marlboro bij me in mijn holster met zilverpapier aan de binnenkant. Ik moest alleen een manier vinden om het papier er af te branden zonder zelf in de fik te vliegen of door de rook te stikken. Nou is een mens gelukkig heel inventief als de nood hoog is en presteerde ik bijna al de rook, blazende door het pijpje naar buiten te krijgen en ook nog tussendoor adem te halen. Achteraf gezien vind ik dat toch wel een heel knappe prestatie. Oef, als er nou maar geen kit achter ons rijdt dacht ik, maar dat is wel heel vergezocht en trouwens die uitlaten hier, roken zelf al als de pest. Ik maakte een pijpje van het klepje van mijn vloeitjes, deed er een vloeitje omheen, en lucht. Godverdomme nu vergeet ik in de actie toch lucht te halen. Even duizelt het mij, en lig ik even bijna vijf minuten op apegapen voor ik weer verder kan. Dat soort handelingen doe je op de automatische piloot, en die handelingen kun je snel en trefzeker met je ogen dicht zelfs, en daar zat ademhalen inclusief bij, normaal gesproken. Weer een kots slikbeurt. Gadverdamme, ik begon rijstkorrels met sambal door mijn neus uit te niesen wat ontzettend zeer deed, het brandde als de pest. Zo dan! Ben ik zo laat met gebruiken? Ik veeg het snot van mijn zilverfolie want Heroïne is al vies genoeg van zich zelf en snot roken, nee daar zag ik niks in. Ik tik een klein puntje poeder uit het kleine pakketje op mijn folie op een moment dat ik gokte dat de vrachtwagen even een klein beetje stabiel zou rijden dus niet te veel schudden of bonken want dat zou mij niet alleen mijn dope kosten maar ook mijn leven. Want zonder levenselixer leef je niet zo simpel ligt dat. Het is net als met bloed. Ik steek het pijpje in mijn mond, en haal snel de bittere rook van 'the chasing dragon' (het chineesje) binnen. Ik hou hem binnen tot ik (nog) roder aanloop, en blaas het naar buiten om vervolgens snel wat zuurstof op te zuigen. Zo dat is gelukt! Die haal heb ik voorlopig binnen wat ik als een overwinning zag, nee een overleving. Een applaus voor je zelf en de groep! Een korte flashback uit een of andere afkickkliniek deed mij kort glimlachen. Idioten!
Binnen een minuut zijn mijn krampen en buikpijn als sneeuw voor de zon verdwenen en na nog een haal genomen te hebben vond ik dat ik er helemaal niet zo slecht bij lag, wel lekker eigenlijk. Kun je nagaan wat een rotzooi het is. Al lig je in je eigen snot, stront en kots kun je ieder ogenblik vermoord worden, het geeft allemaal niet, je hebt het gewoon nog naar je zin. Naar je zin is misschien niet de goede uitleg maar je had er er vrede mee. Het neemt niet alleen compleet je lichaam maar ook je ziel over. Dat is ook de moeilijkste daad bij het afkicken, het terugwinnen van je ziel uit de klauwen van de duivel. Het lichamelijke deel duurt zes dagen precies en dan kwam je ziel nog. Een knokpartijtje van een half jaar, soms een jaar.

Maar dat was van latere zorg, ik moest eerst in Surabaya zien te komen of beter op de boot er naartoe. Wat had ik ook alweer met de chauffeur afgesproken als het veilig zou zijn? Drie keer lang, drie keer kort is veilig en twee keer lang, twee keer kort is foute boel? Ik hoop dat ik het goed heb onthouden, het is toch een belangrijk iets dacht ik en ik besloot dat ik ging slapen. Mijn pvc pijp tussen het houten schot van de truck, en lichtelijk tegen mijn gezicht om meen neus en mond heen geklemd. Angstvallig mijn handen erom heen als bij een waanzinnige dikke klarinet liet ik hem op mijn elleboog steunen, zodat hij niet kon verschuiven. Wist ik het zeker, dat slapen? Dat niet kunnen verschuiven? Ik zou of stikken in mijn slaap of als ik wakker zou worden zonder lucht en de pijp kwijt zou zijn doordat hij tussen de bananen zou zijn gerold zou ik de lul zijn. Ik besloot toch van wel, het moest kunnen. Scherpe randjes zeg dat kolereding. De bovenkant van mijn neus was schraal en haalden de wonden op mijn kin, gekregen van de bajonet van de Narcotica-agent gingen er open van dus begon weer te bloeden, en ik vond het best. Binnen een minuut was ik vertrokken. Weg in een diepe slaap.

Hoe vind je dit bericht? 20 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

know business like showbusiness












Er is niets dat mijn wereld veranderen zal
dat voel ik aan mijn donkere water
Steeds als ik verschijn op het hengstenbal
lig ik niet met een poes maar met een kater

Vuurstenen hart zoekt ketsende vonken
de zon trekt minirokjes en hotpants buiten
Contactgestoorde woorden die eens blonken
doen mij staren naar jou in spiegelende ruiten

Hoe vind je dit bericht? 14 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Hepatitus als sparringspartner








 

HOEKEN IN DE RING GEGEVEN
HOEKEN VAN DE STRAAT GEZIEN
DIREKTEN IN DE RING GEPLAATST
DIREKTER OP STRAAT GEWORDEN


OPSTOTEN IN DE RING GEMEDEN
OP STOTEN VAN DE STRAAT GEDEKT
LEVERSTOOT IN DE RING GEMIST
LEVERSTOOT DOOR VERRAAD GEKREGEN


VECHTEN IN DE RING GESTAAKT
VECHTEN VOOR HET LEVEN GESTART
SCHIJNBEWEGINGEN IN DE RING GESCHIEDENIS
SCHIJNBEWEGINGEN VAN JOUW RING OOK


DEKKING HOOG HOUDEN
MAAR NIET MET JOU
JE BENT IMMERS TOCH JE BITJE
EN JE HANDSCHOENEN VERGETEN

© juli 2008, Franciscus Borst, BasicPublishing.nl

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 20:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Indonesië De rit naar Gilimanuk H1 d15











Een dodelijke haal over zijn strot in gedachten voor het geval dat het foute boel zal zijn loop ik op de gestarte motor, die onverlicht in de schaduw op me wacht. Ik maak een fout geen tweede keer en had de morgen ervoor op de toeristische markt een pracht van een traditionele dolk gekocht. Geen kris, echter wel heel mooi en belangrijker, een handzaam ding met een mooi lemmet, stevig handvat en een mooie schede met koordoog. Ik liet hem slijpen bij de plaatselijke ijzersmid tot een scheermes zó scherp. Alleen als ik hem beloofde het te trekken, dat mes dan, niet die vent, wanneer ik hem echt nodig had. Zeg maar voor de kill moest gebruiken dan wilde hij er voor mij speciaal een dodelijk gif op smeren welke volgens hem was vervaardigd uit het gif van een Cobra en nog wat plantenextracten. Geen extra kosten aan verbonden. Natuurlijk gaf ik hem die garantie en een toffe mazzel. Ik was gelijk en stuk zelfverzekerder. Kom nou maar dacht ik bij mijzelf. Ik koppelde hem vast aan de riem van mijn holster die over mijn rug liep en onder mijn shirt verborgen zat, en waar ook mijn belangrijke spullen zoals geld, dope en paspoort in verborgen zat. Nee een revolver of pistool had ik toen niet, was dat maar waar. Het was slechts een holster die ik gebruikte als een soort van super veilige portemonnee. 
Ik schuif mijn plunje zak iets opzij, die ook over mijn schouder op mijn rug hangt en trek mijn shirt los zodat ik vrij spel had om het mes snel te kunnen trekken.
Cepat, cepat, pak! Snel, snel, pa! Hoor ik hem mij commanderen.
Ik ging er niet op in en bleef op mijn hoede en versnelde mijn tred niet. Ik wilde goed en zeker de situatie inschatten. Niemand was te vertrouwen hier, en alles en iedereen is te koop. Ik kon nu van alles verwachten na deze krankzinnige dagen. En als het een val was, met hoeveel man zouden ze zijn? En wat voor vervoer? Ik zou me huid duur, of helemaal niet verkopen, ik was klaar om te doden de motor te grijpen en vol gas weg te steigeren, het was hun of ik.
Ik moest deze kans wel grijpen was dus eigenlijk machteloos. Ik bedoel ik had niet echt een keuzepakket. Gezien het bericht van Boman dat ze mij in ieder geval zouden lynchen, gezien hetgeen ik op mij beurt weer gezien had. Dat is niet echt toeristische reclame voor Bali dus zouden ze mij geen kans geven van dat eiland te ontsnappen. Alle wegen zouden afgezet worden. Mijn getuigenis mocht hoe dan ook niet wereldwijd worden.
Als ik met gespannen armen en nek op de motor afloop, zie ik de zelfde smeerpijp van gisteren die mij het berichtje had gegeven in het vage schijnsel van de maan. Ja, het was hem zeker, dezelfde penetrante zweetlucht en ik herkende zijn stem, toen hij zei: "Snel achterop, we hebben niet veel tijd, ze zijn al onderweg." Een kleine een zeer kleine geruststelling deed mijn spieren iets ontspannen al was het maar voor een paar seconden en stonden snel weer strak van stress en de spanning. Ja, jij kan mooi lullen, dacht ik mijzelf, ik bleef voorlopig nog maar even stand-by, al was het zittende. Hij vertrok zachtjes uit stilstand in zijn tweede versnelling, alsof het een diesel was. Ik hield me vast met mijn vingers van mijn linker onder het zadel en de ander nog met het heft van het mes in handen want zodra ik iets ziet wat niet naar mijn zin zou zijn had ik mijn bestuurder zijn strot zonder pardon afgesneden en mij daarna op de plunjezak om mijn val te breken van de motor af laten vallen, deze daarna snel te weer op pakken hopelijk niet opnieuw te hoeven starten en er vervolgens als de westwiedewestpestpokkepleuris van door te gaan. Mocht deze niet in bonken liggen tenminste want dan bleef alleen nog rennen over en wat waarschijnlijk mijn einde zou betekenen. Dat alles in mijn hoofd en verder niets anders voel ik pas na een half uur dat de vering kapot onder mijn kont kapot is, en elke keer dat hij over een heuveltje, bobbeltje of door een kuil rijdt zitten mijn vingers klem tussen zadel en het frame. Ik besloot me vast te houden aan zijn leren jacket, al stonk hij als een beer dan kon ik hem tenminste een gooi geven ook, mocht hij mij willen flessen.

So far, so good, zijn wij al een uurtje onderweg en er zijn geen vreemde fratsen uitgehaald en ben ze ook niet tegengekomen, nog niet tenminste. Wat was hij van plan? Hij wilde toch zeker niet driehonderd kilometer op dit gare ding afleggen, ik werd nu al gek, voelde compleet door elkaar geschud en alles in mijn lichaam trilde. 
Kunnen we niet even stoppen? Mijn reet doet zeer, vraag ik.
Het was natuurlijk logisch dat we de snelweg niet namen daar deze afgezet zouden zijn. Wat een hel zeg, dit ellendige tientallen kilometers lange hobbelige pad en dan ook nog zonder vering onder mijn zadel.                                      "Nanti, nanti, masih bahaia tuan." "Later, nog steeds gevaarlijk meneer."  Dat kan wel zo zijn, maar dit trek ik niet lang meer, en na een half uur verbijten brul ik dan ook keihard in zijn oor: "Stoppen nou!" Van schrik knijpt hij niet alleen in de rem maar trapt ook nog keihard op de achterrem en de motor slipt half weg op het kronkelige zandpad, bezaaid met kiezelstenen en grind.  Ik spring op tijd van het zadel om niet te hoeven vallen, Hij lag echter met zijn lichaam half onder de motor, en had zijn kuit lichtelijk verbrand aan de uitlaat en zat onder de schaafwonden en zijn spijkerbroek was nu alleen nog spijker. Tjaa.. dan moet je ook maar niet zo gek hard remmen. Ik trok snel de motorfiets aan het stuur van hem af. Als dit ventje het goed bedoelt of zelfs als hij het niet goed bedoelde, stond ook hij nu ook stijf van de stress en adrenaline, want iedereen op Kuta wist inmiddels wel dat ik als ik eenmaal echt kwaad werd ook echt knettergek gek zou zijn. Dat kwam nooit of in ieder geval haast nooit voor maar toch kreeg ik nu een beetje meelij met dit kereltje al kon ik dit niet laten blijken natuurlijk. Hij riskeerde zijn leven waarschijnlijk ook alleen maar gedwongen door de armoe door deze rare klus te doen en zelfs waarschijnlijk ook daar naast niet eens af had mogen slaan onder druk van mijn vrienden. Dat het leven hard is en oneerlijk verdeeld bleek maar weer eens keiharde waarheid.

Is er hier in de buurt wat te zuipen? Vroeg ik stervend van de dorst, alleen blauwgroene desa's en lila kleurige vulkanen tegen een roze lucht om mij heen ziend wat een prachtig en onrealistisch uitzicht bood, meer iets uit Star Trek vond ik. "Wat zijn eigenlijk de plannen?" Terwijl ik om mij heen staat te staren van de ene in de ander vallende verbazing, vraag ik de levende doodstille smeerpijp waar ik bloednerveus van werd.
"Nog tien minuten, dan zijn we bij mijn oom, die brengt jou verder weg met de auto." Een oom? Met trillende handen draait hij een krikkemakkig blowtje wiet op zijn zadel, reikt hem mij aan en vraagt
mij zenuwachtig met een trekje in het gezicht of we verder kunnen. Het is nog maar een klein stukje beweert hij. Zal ik wel of geen haaltje nemen? Waarschijnlijk beter van niet in deze situatie. Niet doen Frans! Toch doen Frans.. En ja hoor. wat had ik een spijt van die blow! Nu was ik niet alleen oplettend maar zwaar paranoia. Het kleine stukje bleek nog een dik uur rijden, ik vloekend, pijn in mijn reet, schommelend, schuddend, spieren verrekkend, vingers gekneusd en protesterend wat geen enkele zin had natuurlijk want we moesten toch door en tijd om te lopen was er niet. Maar ik flipte helemaal weg door die wiet en waande mij nu door de beginnende zonsopkomst in een steeds fellere vreemd gekleurde verlichte vulkanische omgeving ergens op Mars en kon elk moment door allerlei monsters en schietende aliens aangevallen worden. Mijn mond voelde kurkdroog aam kon niet meer praten en was lyrisch van angst en als ik het bijna denkt het te hebben gehad en los wil of beter moet laten zie ik mijn geestelijke redding. 

Huisjes, huisjes, eindelijk huisjes. Iets dat normaal op me overkwam. Iets herkenbaars! Al snel stopt hij bij een van de eersten waar ik voorgesteld word aan een man in een Sari (doek) en een soort tulband op die zich snel gaat verkleden en even later in een oud streepjespak weer te verschijn komt. Ik vroeg of hij bier in huis had en dat had hij. Een fles want dat hadden ze tegen hem gezegd dat ik daarom zou vragen zei hij trots. Een fles? Ik was er blij mee tot dat ie op was natuurlijk.
Zijn oom bleek een bananen handelaar en wietsmokkelaar. Hij bracht bananen naar Surabaya en nam meloenen of zoiets gevuld met wiet daar vandaan mee terug om het toerisme op Bali van goede wiet te voorzien. De wiet komt helemaal uit Acceh in noordelijk Sumatra, zo'n drieduizend kilometer verderop. Alleen daar hebben ze het perfecte klimaat deze te laten groeien wat best wel lullig is gezien het immens groot land dit is.   
Die daar vandaan weer over Sumatra en Java doorkruisend aankwam in Surabaya. Waarom vertrouwd deze man mij deze informatie eigenlijk toe? Hij had trouwens een gluiperig snorretje ook en een Rolex. Ik vond hem glad als boter, ik moest hem niet of dat nou door die wiet kwam weet ik niet.

Wat waren de plannen, wilde ik weten. Geduld, eerst wat drinken kreeg ik op request. Geduld? Geduld? Mijn gezicht sprak direct boekdelen. Want dit had ik vaker gehoord dan me lief was de laatste dagen en steeds op wel zeer vervelende en voor mij zeer nadelige momenten mag ik wel zeggen en besloot maar weer wat ruimte tussen mijn shirt te maken zodat ik makkelijk bij mijn mes kon om daar een hand op te houden met een beweging als net doende of ik jeuk had. Als het nu fout gaat is die Rolex mijn. Dat zal je leren de boel te verneuken, dan hak ik met één houw zijn klauw eraf als het zover komt. Als ik nog een keer 'geduld' hoor!
Hoorde en begreep ik het nou goed? Wilden ze mij onder een lading bananen bedolven? In die oude truck die daar staat? In deze hitte, het was pas zes uur in de ochtend, dus eigenlijk voor hier nog lekker koel, maar over een paar uurtjes dan was het gewoon vijfendertig a veertig graden hier. En stik ik de bloedmoord of niet? Daar hadden ze iets op verzonnen. Een pvc pijp van zo'n tien centimeter doorsnee om lucht door te halen. "Jesus Christ!" Dacht en zei ik. Maar ja, wat moet dat moet. En dan zouden we de Ferry pakken in Gilimanuk, naar Surabaya vernam ik verder. Het kon volgens hun niet anders en ook bijna niet fout gaan. Bij de Ferry zouden ze zeker staan posten, en zelfs de weg afgezet hebben op zoek naar mij, volgens hun. Ik had zo'n flauw vermoeden dat dit niet de eerste keer was dat ze aan 'mensensmokkel' deden in plaats van alleen wiet.

Ik kreeg een voedselpakket mee en een krat Fanta met een opener vastgebonden aan een touwtje aan de hoek van de krat en het advies zo veel mogelijk te slapen. "Natuurlijk," zei ik. Dikke lul drie bier dacht ik, jullie kunnen me wat. De rit zou drie uur duren en de Ferry ook een paar uur varen. De keus was aan mij om op de boot ook verstopt te blijven of niet met het risico nemen dat er een paar narcotica agenten mee vaarden. Dat zien we daar dan wel weer, zei ik.
Bloednerveus, want dat dit afzien werd stond voor mij al vast als een paal boven water.
Op mijn buik liggend, met een soort halve grafkist over mij heen geschoven, hoor ik met harde klappen de kammen bananen over mij heen gestort worden, en zie de groene trossen met zwarte scherpe punten voor en zelfs pijnlijk scherp, in mijn gezicht verschijnen en voel ik ze in mijn enkels prikken welke ik met mijn hoofd gelijk naar voren duwde en met voet naar achter de kist uit trapte. Daar tussendoor voor mijn gezicht zat de pvc pijp
om adem te halen tegen de houten wand van oude planken met spleten er tussen op de aanhanger van  de nog oudere verroeste naar dieselgassen stinkende vrachtwagen. Dit was tien keer niks, maar het moest.
Schuddend, piepend en krakend vertrekt de oude truck. Ik hoor en voel de bananen verschuiven en ze pletten de kist een beetje in waar in ik onder lig met iets meer druk op mij. Had ik nou die blow maar niet gerookt want we waren nog maar net op de snelweg en ik herinner mij pardoes de verhalen van mijn vader gaande over de grote vaart van vroeger en over ruimen vol bananen met spinnen zo groot als je hand. Juist, genaamd bananenspinnen dus.
Ruimen van schepen? En dat overleefden die etters, de gehele reis lang? Nou, dan heb ik ze nu kakelvers niet versuft en bijtgraag uit (of in) eerste hand. Dom, dat ik daar niet eerder bij stil gestaan had want dan had ik even die bananenkammen goed laten checken. Met veel moeite haalde ik mijn dolk van mijn rug en hiel hem voor mijn gezicht om de eerste de beste spin te spietsen die voor mijn neus zou verschijnen, om nog maar niet over mijn broekspijpen en dergelijke te beginnen. De gedachten alleen al. Daar kon ik gewoon niet bij nu. Zo'n beet, en dan geen hulp. Dan ga je gewoon de pijp uit, heel toepasselijk gezegd. En in een kistje lag ik ook al! Alle woorden klopten ook al. Bali? Balie dan? Dit was mijn einde, ik wist het zeker! Ik werd nu helemaal paranoia begon zeer snel en zwaar te ademen, te snel voor het smalle pvc pijpje en kreeg hyperventilatie, de hitte kwam ook nog op en dat werkte ook niet echt mee. Mijn hartslag stond op honderdtwintig slagen per minuut en was zeiknat van het angstzweet. Ik zou dood gaan als ik mezelf nu niet onder controle kon krijgen. Het lukte me de angst iets te kanaliseren en mijn hart ging iets rustiger kloppen. Net rustiger genoeg voor het weinige zuurstaf dat ik binnen kreeg en kreeg een soort van balans met heftige pieken en dalen al gelang de angstaanvallen die ik bijna de gehele rit hen gehad doordat ik nergens anders meer aan kon denken als aan die kolere verhalen van mijn vaders ruimen vol spinnen die terug kwamen van de grote vaart. Wanneer zou die kutwiet uitgewerkt zijn? Benauwd snel ademend door dat pijpje en vloekend alsof ik een vrouw in bevalling was. Wat een teringzooi zeg! Ik vervloekte mezelf, de Heroïne, en vooral Bali. Alleen die naam al. Ik had het kunnen weten, ik geloof niet in toeval. 
 

Hoe vind je dit bericht? 23 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Blijf in het licht











Verlijdt U niet tot het duister
waanzinnigheid en gefluister
Waar televisies tot U spreken
reclames boodschappen leken
Waanzinnigen en demonen

schreeuwen, manen en tot u honen
Waar Satans rijk regeert
U consemeert, verteert, en reguleert
Denk goed na over de gevolgen
de macht, de kennis is verbolgen

De prijs die U betalen zal is hoog
zijt zeker niet de eerste, die hij bedroog


Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 14:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Indonesië H1 Deel 14 The great escape II













De hanen kraaien, ik wil mij nog één keer omdraaien om in lepeltje-lepeltje te gaan liggen als ik mijn ribben, benen en gezicht pijnlijk aanvoel.
What the hell vraag ik me af maar ik herinner het mij al weer, de jongens, mijn paspoort. Zenuwachtig zoek ik naar een sigaret, mis poes een leeg doosje, nog een leeg pakje, godverdomme als ik ergens een hekel aan heb. Ik begon natuurlijk ook al weer ziek te worden want ik zat zonder dope. Dat zou listig worden vandaag, ik moest weg uit Bali, wilde naar West Java gaan om bij vrienden af te kicken en dan fris bij mijn echte vriendin verschijnen. Moest toch zo'n zestienhonderd kilometer overbruggen en het liefst niet ziek. Eindelijk vind ik dan een pakje met nog wat verkreukelde Djarum Super sigaretten erin.
Het was net kwart over vijf a half zes s´morgens als ik door de mist en regen over het bungalow-complex door het drassige gras langs de zwembaden
sluip die overliepen van het water en bij 'mijn bungalowtje' No.1 aankwam. Het briefje op mijn voordeur was of weggehaald of weg geregend. Ik steek net de sleutel in mijn deur als er twee motoren aam komen rijden. Godver. Hebben gewoon de hele nacht staan posten. Eerst een sigaret aansteken om mijzelf wat bedenktijd te geven, dan hun; Een goede morgen, zeg ik droog zeiknat geregend.
"Kom je net uit Den Pasar," wilden ze weten, duidelijk makende het berichtje
wat er niet meer was met zijn vinger tikkend op mijn deur. Ja, ja, zeg ik hebben jullie me net niet aan zien komen? Ik ben achterlangs gekomen en liegen deed ik niet, ik had het alleen over Yanti en hun over de terugreis uit Den Pasar waar ik helemaal niet geweest was natuurlijk. Ze speelden het spel mee. Mogen we binnen komen? Ze wachten geen antwoord af en liepen mijn kamer brutaal binnen. Eentje keek er in mijn pedaalemmer, de ander onder het bed.
Wat zoek je? Kakkerlakken? Vroeg ik. Heftig aan mijn sigaret trekkend. Ben je nerveus? Vragen ze mij. Nerveus? Nerveus? Waarom zou ik? Heb ik daar een reden voor dan? Blufte ik, goed beseffend dat hun gewapend waren en ik niet en dat het nog bijna donker was en geen kip op straat. Geen getuigen dus. Ook stom, om geen wapen bij me te hebben, zoals bijvoorbeeld Yantis klewang waar ze alles mee deed, dat ding was zo scherp daar sloeg ik in één keer iemands kop eraf, als het moest. Ik vervloekte mezelf voor deze fout.
"Hebben jullie mijn paspoort bij je?" Vraag ik hen, ongeïnteresseerd spelend. Geduld, geduld, zeggen ze mij in het vertrouwde Bahasa Indonesia. "Wat zit er in die pakketten, cadeautjes voor ons?" Vraagt een van hen.
O, gaan we op die toer? Corrupte bloedhonden, dacht ik. Ik lach als een boer met kiespijn. Cadeautjes? Natuurlijk, maar dan wil ik wel eerst mijn paspoort. Geduld, geduld, krijg ik weer te horen en ze pakken de twee paar cowboylaarzen en ze verdwijnen in het donker, de motoren wegebbend in de straat.
Fuck, wat moest ik hier van denken en terwijl ik dit denk stopt er een Jeep voor mijn muil, net als ik mijn deur wil afsluiten om hem te peren terug naar mijn "boomhut." Weer een goedemorgen, weer een; Mogen we binnen komen, zonder wachten op antwoord. Weer een pedaalemmer onderzoek, nog een sigaret van mij. Weer mijn vraag: "Zoek je kakkerlakken," staat er één achter je, je maat.
Lachend wijzen ze naar mijn overgebleven pakjes. Cadeautjes? Voor ons?
Natuurlijk zei ik, mijn paspoort alstublieft. Was dit ingestudeerd of niet. Geduld, geduld hoor ik weer. Weer rekende ik mezelf af op die klewang als ik hem nu had was ik gaan hakken want ik begon nu toch een beetje mijn geduld te verliezen, ze pakken de lederen hesjes en riemen, zeggen bedankt en laten mij verbijsterd achter, op het randje van mijn bed zittend. Ik steek nog een sigaret aan, het duizelt in mijn hoofd van de zoete kruidnagels. Hoor ik godverdomme nou weer wat?
Mijn deur stond nog open en door de regengordijnen zie ik inderdaad wat licht scherper en scherper worden. Ik stap de deuropening in. Twee brommers of lichte motorfietsen. En wie zie, of denk ik te herkennen, juist die gek van gisteren waar ik bij achterop gezeten had, weer met één hand sturende, nu niet met een spuit boven zijn hoofd houdend maar met mijn paspoort in zijn andere hand. De klootzak, in deze regen, zo heb ik er dadelijk niets meer aan. Ze kwamen net als hun voorgangers binnen, uiterst vriendelijk, rustig en dodelijk als een slapende cobra. Zij vragen echter niets meer, maken een diepe buiging, de ene houd het paspoort in gevouwen handen samen en zegt het te willen geven in ruil voor cadeautjes. Dat was het dan, daar gingen mijn twee leren broeken maar wat belangrijker was ik had hem eindelijk terug, en ik was dus vrij althans bijna.Al mocht ik van hun de eerste achtenveertig uur, Kuta niet verlaten voor eventuele verdere ondervraging.
De tyfus voor ze, ik deed mijn paspoort in een plastic tasje en begroef het in een bloemperk naast het zwembad en liep het ressort uit en ging achterom door een heg heen. De postende narco's voor deur No 1, in de waan latende dat ik daar was kroop ik weer het laddertje van Yanti op. Met de sigaretten achter het elastiek van mijn korte broek en onder mijn oksel een driekwart literfles bier en opener in mijn mond, waardoor Yanti, Wanti werd, en dusdanig niet werd herkend als mezelf zijnde. Godver. Ik weer die ladder helemaal naar beneden af, en boos keil ik de opener tegen haar deur, waarom zat die eigenlijk op slot?
Hé kurkentrekker, ik ben het Francis! Een spierwit muiltje deed de deur open, ik weer naar boven in de stortregen, op die spekgladde ladder. Ze was geschrokken en had alles gehoord. Hoe dan? Bij het eerste motor geluid was ze naar beneden geslopen en had alles gezien en gehoord. Ja, het blijven Indianen, je hoort ze niet, je ziet ze niet maar ze zijn er wel en weten altijd alles. Vooral deze.
Kashi an, kashi an, zegt ze, waarmee ze bedoelde dat ze meelij met me had. Ik begreep het niet, ze huilde.
Wat is er nou meisje, ik heb mijn pas terug, is toch helemaal perfect?
Ja maar, ze hebben al je spullen gestolen en weer een vloedgolf van tranen.
Dit vond ik zo raar, wat kon mij die spullen nu nog schelen?
Hé, hé, kap is effen, ik ben hartstikke blij joh! Kijk dan, ik lach, kijk dan! Ik trek haar handen voor haar gezicht weg en na de derde poging zie ik grote waterlanders die me ongelovig aan kijken. Ik tik op mijn pas en zeg; "Dit is mijn leven, dit is mijn vrijheid." De rest is niet belangrijk.
"Je moet wel uit blijven kijken hoor, Prancis," de f en de p weer omdraaiend. Ja, ik weet het, wist het maar al te goed.
Yanti zegt, "Mijn baas komt zo, om zeven uur moet ik beginnen,
hou jij je maar stil en ga pas naar buiten als het druk is en doe een zonnebril op en een hoed of petje." De deur ging dicht. En weer open, en ``O, ja, draag lange mouwen!``
Ja, werk ze, doei! Ik plofte op het bed en dacht na, ik had nog wat geld in de kluis van het ressort liggen, maar bij wie moet ik dope halen? Dat zal die jongen wel worden, die ik kon voordat ik David, Boman en Yanto leerde kennen. Zijn naam ben ik even kwijt.
Zijn adres zou ik nu nog zo naar toe lopen, al is het elf jaar geleden.
Eerst wachten tot twaalf uur. Junkies slapen op Bali tot twaalf uur omdat er voor enen simpel, niets, geen dope te krijgen valt. Ik probeer nog wat te slapen maar dat wil niet echt lukken.
Omstreeks elf uur sluip ik naar buiten, lichtelijk vermomd, door de heg en laat me wegvallen in het toeristische kliekje toeristen op de markt.
Ik zoek de weg terug naar mijn oude maatje die aan het eind van een hele smalle lange omhooglopend straat woont, een na laatste rechts, tweede links. Ah, daar was zijn vrouw. "Waar is Arie," in eens weet ik het weer, ik dacht, ik zal een naam verzinnen en dan zeg ik Arie, maar hij heette echt Arie. "Slaapt nog."
Dat is mooi, dacht ik, dat was de normale gang van zaken geweest, de eerste drie vier weken. Ik lichtte hem dan van zijn bed af, altijd weer schrikkend, de arme jongen en dan werd hij blij mij te zien en was hij binnen twee minuten gewassen en brommer gestart, vroemmm, weg. Met mijn centjes snel China white halen, als een speer en dan na soms een kwartier, soms een half uur, maar meestal kon ik rekenen op veertig minuten, en dan zat ik daar met een lepeltje, limoen, aansteker, watje, en een schoenveter alvast om mijn arm, op zijn bed in het kleine kamertje te wachten. Deze keer was het een grote bestelling van twee gram, wat me zo'n driehonderdduizend Rupiah kostte, zeg 140 Euro maar ik moest er twee a drie dagen meedoen om "thuis" te komen in West-Java.
Zo die was snel terug en evenzo snel waren de zo bekende handelingen verricht. Goed spul, niet zo goed als die van David maar toch. Ik liet een kwart gram achter voor Arie, waar ik afscheid van nam en de rest begroef ik in de buurt van mijn paspoort onder een grote stenen pot waar een vetplant in groeide bij het zwembad.
Ik moest weten hoe het met mijn maten verging. Ik was gewaarschuwd, ga er niet heen maar ik moest het weten. Was het aan mijzelf verplicht. Dus ging ik kriskras lopend, er van overtuigd niet achtervolgd te worden, door straatjes en steegjes waar ik nog nooit was geweest om op mijn plaats van bestemming te komen, het in-de- kostcomplex. Ik klop op de deur van Boman, niets. Terug naar de boomhut, drie uur 's middags ging ik met alle risico van dien, weer en weer niets.
Weer terug naar het ressort, vijf uur weer kriskros door ellende om bij Bomans deur te komen, weer klop ik, niets.

Als ik vermoeid en intussen weer ziek aankom bij het ressort, verlies ik even alle moed, concentratie, hoop, verstop me niet meer, en laat me onder een fronsend gezicht van Yanti achter de balie neerstorten in een luie stoel onder een parasol. Vrijwel direct aan de overkant waar een heel duur restaurant is gelegen en waar elke dag een live Caipong-dans optreden is, spreek uit tsjaipong, met heerlijke meiden in traditionele kledij waar ik vaste voyeur was omstreeks deze tijd als ik in het Hotel was tenminste, zie ik een tengere jongen in een zwart leren Jacket en een helm onder zijn arm en wat smeer op zijn gezicht, met grote stappen op me aflopen, erg schuw en voorzichtig links en rechts kijkend. "Are you Mister Prancis?"
And what if I am? Nerveus twijfelt hij. Hij douwt een vettig propje in mijn hand. Surat dari Boman. Een briefje van Boman? En weg was hij, ergens om de hoek start een motor en rijd vol gas met piepende banden weg.
Ik lees het volgende: Beste Francis, Yantho is dood, David is dood, mijn vader heeft zijn huis moeten verkopen om me vrij te krijgen. Francis je moet vluchten, nu direct. Ze gaan je lynchen. Ik heb het gehoord toen ze de anderen aan het martelen waren. Je hebt te veel gezien. Je moet verdwijnen, de jongen die je deze brief gaf staat morgenochtend om vier uur achter het ressort, hij brengt je weg en legt het verder wel uit, hij zorgt dat je veilig in Surabaya aan komt. Farwell Boman, never come back. Mijn adem stokt, ik krijg geen lucht meer en kan niet meer denken, opstaan, ik moet opstaan en wegwezen, maar waar zo snel naar toe?
Ik ga vannacht echt niet bij Yanti slapen, veel te gevaarlijk.
Ik besloot naar Arie te gaan. Ook opgepakt, zijn vrouw huilt hysterisch en de bediende of een zusje probeert haar te troosten.
Godver, wat nu? Ik had mijn spullen in een plunjezak om mijn nek hangen en mijn geld, dope en paspoort in een stoffen revolverholster met klittenband die ik een dump in Nederland had gekocht, onder mijn T-shirt. Ik besloot vannacht niet te slapen en ging ik een grote drukke kroeg vol "Aussies," Australiërs zitten. Met pet en zonnebril op. Om een uur of drie ging ik nog met een paar gasten mee naar hun hotel naast mijn oude Ressort en bleef nog wat drinken bij hun op de kamer. Drie beulen van gasten, ik dacht als het fout gaat dan zullen we ons huid duur verkopen, dat hadden ze mij beloofd en ik geloofde ze, ze waren te dronken om te beseffen, hoe gevaarlijk de situatie was.
Of geloofden me gewoon niet. Gemeen van mij? Dat is overleven, in het leven ben je overal altijd en overal zelf bij, je hebt het voor negenennegentig procent zelf in handen, die ene procent is het lot, daar doe je niets aan. Als je vliegtuig neer stort, stort het neer. Game over, maar meestal heb je het zelf in de hand.
Gelijk moet ik weer aan David en Yantho denken, dood, weg, zomaar ineens, wat hadden zij kunnen doen? Achteraf zeg ik, een poging doen die pistolen te pakken, wist ik veel dat ze je vermoorden voor een leeg papiertje? Stommelingen, hun wisten het wel. Waarom dan zo passief, als vee naar de slachtbank? Is het allemaal mijn schuld geweest? Als het kwart voor vier 'smorgens is zeg ik de Aussies goodbye en sluip ik om mij heen kijkend naar de achterkant van het Ressort, waar direct een motor gestart word en zonder licht op mij af komt rijden. Narcotica of vriend?

© juli 2008, Franciscus Borst, BasicPublishing.nl

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door Franciscus Borst om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Franciscus Borst: Verhalen en Gedichten

↑ Terug naar de berichten