VERVOLG 2
VERVOLG 2
19. Salon
20. porselein
21. Idem
22. bureel
23. nog porselein
24. Info porselein
25. bord
26. 5 pijlen (de 5 broers) Hun Wapenschild
27. Kamer
VERVOLG 2VERVOLG 2
19. Salon
20. porselein
21. Idem
22. bureel
23. nog porselein
24. Info porselein
25. bord
26. 5 pijlen (de 5 broers) Hun Wapenschild
27. Kamer
Wrest ParkWrest Park
Na het middagmaal reden we naar Wrest Park te Silsoe in Bedfordshire.
Wrest Park wordt beheerd door English Heritage dat een gelijkaardig werk doet als de National Trust.
English Heritage zorgt voor architectonisch en historisch belangrijke in Engeland. E.H. hangt af van het Ministerie van Cultuur, Media en Sport en werd opgericht in 1983. Voor die datum werden de monumenten beheerd door het Ministerie van Ruimtelijke Ordening. Maar deze organisatie werd samengesmolten met de ‘Royal Commission on the Historical Monuments of England’ tot een slagkrachtig beheersinstrument. De best bekende locaties die English Heritage beheert zijn Stonehenge en de oudste ijzeren brug ter wereld in Ironbridge.
Minder bekend is dat zij vele (Middeleeuwse) kastelen en kasteelruïnes onder haar vleugels heeft. (Bv Dover – en Leeds Castle ).
Wrest Park is een rariteit om twee redenen. De gronden bevatten één van de weinig resterende, formele tuinen uit het begin 18de eeuw, zij het ook bewerkt (1758-1760) door de landschappelijke vormgeving van Lancelot Capability Brown. Gedurende meer dan 600 jaar was het domein in handen van de aristocratische familie Grey.
De tweede reden is het kasteel. Thomas Earl de Grey liet het oude slopen en het nieuwe tussen 1834 en 1839 een 200m meer noordwaarts terug optrekken. Ongewoon voor die tijd is de keuze voor de 18de eeuwse Franse stijl en dit in een periode dat Gotiek en Italië de meest voor de hand liggende inspiratiebronnen waren. Een andere drijfveer kon zijn het verbinden van het Franse tuingedeelte met het huis in Franse stijl.
De wandeling met gids door het tuingedeelte nam zoveel tijd in beslag dat het te laat werd om ook nog het kasteel te bezoeken.
Op het einde van de lengteas met kanaal staat een barok Paviljoen van 1711. We stonden stil bij een aantal merkwaardige bomen. Een plezante noot was het smullen van rijpe moerbeien.
FOTO’S
1. Huis
2. Ceder (Libanon)
3. Oude paardenkastanje
4. Tuingedeelte
5. Oude taxus
6. Acer palmatum
7. Idem
8. blad
9. Oud bouwerk
VERVOLGVERVOLG
10. Een van de gespaarde beelden. Een aantal werd in minder voorspoedige tijden gesmolten voor het metaal
11. Barokgebouw als vergezicht vanuit het kasteel, in het verlengde van waterpartijen.
12. Moerbeisporen
13. Huis
14. Nog een tuingedeelte
15. Bloemperken
16. Door bessenbastaardrupsen kaalgevreten struiken
17. Idem
18. Idem met de kruisbessenstruiken
PEER UTAPEER UTA
Een kruising van Madame Verté X Calebasse Boscq van het Institut für Obstforschung Dresden-Pillnitz. Duitsland. 1996 in de handel.
Een iets grotere, bruin- bronskleurige vrucht, lange vruchtsteel.
Geplukt 16 okt. 2013, nog zo goed als geen val. Frisse, natuurlijke bewaring is mogelijk tot eind januari. Vruchtvlees, smeltend, vast, voldoende sappig, met een krachtig zoet-zuur aroma.
Matige groeikracht, doch gezond. Vruchtbaar, regelmatige drager, goed stuifmeel.
PEER CONCORDEPEER CONCORDE
Een kruising van Doyenné de Comice X Conference op HRI East Malling UK. Kwam in 1984 in de handel.
Middelmatige peer. Ziet er uit als een Conference, met kleine roestvlekken, drukgevoelig.
Pluktijd eind september, 1 week na Conference. Dit jaar iets laattijdig geplukt, 16/10. Begonnen te vallen. Bewaren tot november (iets na Conference). Vruchtvlees: fijncellig, geelachtig, sappig, op een warme standplaats smeltend, aangenaam zoet-aromatisch.
Matige groeikracht, gezond.
Bloeitijd eerder laat. Goed stuifmeel. Regelmatige dracht. Best op kwee A met 3m tussenruimte.
Het Fransmansmuseum te Koekelare en de kerk van Bambeke
Het Fransmansmuseum te Koekelare en de kerk van Bambeke, over de Schreve
(Met twee bussen senioren van Zoersel op 4 okt.)
Eerst de inwendige mens gaan versterken met 2 boterkoeken in het ‘Bourgondisch Schild’ te Diksmuide. (Zie blog van 5/10)
Daarna naar Koekelare, buurgemeente van mijn geboortegemeente Ichtegem. Als je van de richting Diksmuide komt sla je links af aan de Belhutte. Als je rechtdoor rijdt gaat het omhoog de Belhutteberg op. Daar begint een heuvelkam, die loopt over een gedeelte van Koekelare, Ichtegem, Torhout (Wijnendale) tot in Aartrijke. Het hoogste punt bevindt zich op de Veldemolen te Ichtegem: 51 m. Een km verder ben ik geboren op De Reiger: 47 m boven de zeespiegel. In mijn jonge tijd keek ik neer op de kustlijn van Oostende. Ik heb mij verlaagd tot ongeveer 13m, waar ik al meer dan 51 jaar woon.
Te Koekelare gingen we eerst naar de ‘Balluchon’, het cultureel centrum om de film over de Fransmannen te zien. Dit waren de seizoenarbeiders die in het Noorden van Frankrijk hard gingen labeuren, in het voorjaar de suikerbieten zetten (Eén zaad gaf toen meerdere planten, dus uitdunnen en 30 cm laten tussen elke biet. Door veredeling geeft 1 zaad nu, slechts 1 plant.) en in het najaar om ze te rooien. Sommigen gingen tijdens het najaar ook in de droogasten werken of gingen in de zomer het graan pikken. Zo vertelde mijn vader een straf verhaal. Hij had in 1922 een contract gesloten om een aantal Ha haver te pikken (met pik en haak) en te binden. Hij kreeg bericht dat hij over een week naar huis moest komen om peter te zijn bij de doop van een dochter van zijn zuster. Gedurende de dag pikte hij en ’s nachts bond hij de schoven. Hij was zo gedreven dat hij die week niet meer kon slapen. Steeds pikken en binden. Hij was toen 33 en gehard door de vele jaren werken, het harde leven als frontsoldaat tijdens de eerste wereldoorlog en daarna weer als Fransman. Na de doop sliep hij gedurende 2 dagen en nachten aan één stuk.
Als kleine jongen heb ik één keer een groepje Fransmannen zien terugkomen met de balluchon over de schouder. Dit is een doek aldus genaaid dat er twee zakken zijn, een vooraan, een achteraan als men de doek over de schouders draagt. Daarin stak al hun hebben en houden voor de meestal 6 weken dat ze weg waren.
De pakkende film toont een zeer realistisch beeld aan de hand van de getuigenissen van de oude Fransmannen. Soms was er ook een vrouw bij. Knap gefilmd en gemonteerd waarbij de humoristische en dramatische noten niet ontbreken. Ik was wel in ’t voordeel met mijn West-Vlaams, maar met de onderschriften had iedereen goed kunnen volgen. De straffe beelden spraken voor zich.
Daarop trokken we naar de, tot Fransmansmuseum, verbouwde brouwerij. Men heeft er ook een Käthe Kollwitzmusem dat momenteel heringericht wordt met het oog op de grote toeloop volgend jaar bij de herdenking van het begin van ‘De Groote Oorlog’ 1914-1918. Haar beroemdste werk ‘Het treurende Ouderpaar’ staat enkele km verder op het Duitse kerkhof te Vladslo, bij het graf van hun zoon.
Na het middagmaal in het intussen bekende ’Bourgondisch Schild’ gaat het met gids Romain naar Frans-Vlaanderen over de schreve, de grens te Oost-Cappel, bestemming: de rijk ingerichte kerk van Bambeke, Bambècque.
Daarna is er nog een stop in het ‘Café des Orgues’ te Herzeele. Het zijn oudere exemplaren, waarvan enkel de accordeon speelt; voor velen wel erg mager, die het orgel van het verdwenen ‘Veertien Billetjes’ te Zandhoven nog gekend hebben. Daar zag je een hele hoop instrumenten spelen.
Enkelen waagden een danspasje.
Er wachtte nog een broodmaaltijd te Diksmuide, in dezelfde gelegenheid.
FOTO’S
1. Koekelare. De architectuur valt op (geaccentueerde driehoeken scheppen een verbondenheid).
2. De Balluchon, het cultureel centrum
3. Handen
4. Brouwerij- Fransmansmuseum
5. Op de binnenkoer
6. Bij de Leuvense stoof
7. Beenhouwer
8. Boerderij
9. Klas









VERVOLG 1
VERVOLG 1
10. Klompen
11. Bietenhakker
12. Werken in een ast
13. Bietenhakkers
14. Werktuigen om de bieten uit te steken en om het loof af te hakken.
15. Eettafel van destijds
16. wastafel
17. Fransman met Balluchon
18. Café De Inktpot









VERVOLG 2
VERVOLG 2
19. St. Bernardus Abt van de Brouwerij in Watou. Bier dat de trappist van West-Vleteren het dichtst benadert. Immers hier werd die trappist een tijd gebrouwen.
20. Het oplopend landschap naar Ichtegem. Gids Romain situeerde hier het kanon Lange Max. In feite stond dit kanon, dat in 1941 door de Duitsers afgebroken werd - voordien was het een toeristische attractie- op de wijk De Leugenboom, een uithoek van Koekelare tegen Eernegem. Er zijn nog restanten. Lange Max was in 1917 het zwaarste Duitse kanon: 75.000 kg met een loop van 17,5m. Het schoot vooral naar Duinkerke, op 44km.
21. De gemetste torenspits van Beerst. Er zijn meerdere dergelijke, na de oorlog heropgebouwde kerktorens.
22. Landschap
23. Alveringem, het dorp van Cyriel Verschaeve. “Alhoewel de kerk hem had aangezet op te roepen te gaan vechten tegen het goddeloze communisme, zweeg de kerk hierover in alle talen na de oorlog.” Aldus de gids.
24. Wegwijzer naar Oost-Cappel, op de grens of beter de schreve.
25 Herbergopschrift in het Nederlands. Alhoewel Frans-Vlaanderen verloren ging in 1678 (Vrede van Nijmegen) werd nog lange tijd het Nederlands gebruikt. Napoleon ging hier radicaal tegen in. Klasgenoot in de humaniora te Torhout, Jan Hardeman, van en nog wonend te Westouter, is nog actief als secretaris van een grensoverschreidende vereniging voor culturele activiteiten aan beide zijden van de schreve.
26. Bambeke
27. Opschrift aan de kerk









VERVOLG 3
VERVOLG 3
28. Medereizigers
29. Kerkinterieur
30. Orgel
31. Gids Romain legt het uit
32. Opschrift
33. Biechtstoel. Knap houtsnijwerk
34. Hoofdaltaar
35. Doopvont
36. Preekstoel









VERVOLG 4
VERVOLG 4
37. Preekstoel
38. We vertrekken
39. Gemeentehuis van Bambecque!
40. Huis van 1775
41. Café des Orgues te Herzeele
42. Orgel
43. Op de dansvloer
44. Jef De Bie, voorzitter van de Seniorenraad
45. De broeken (laag gelegen weiden) van de boterstad Diksmuide, met meer koeien dan mensen (16.000), aldus de gids. Diksmuide is met 15.439 ha de grootste gemeente van West-Vlaanderen en omvat 15 vroegere entiteiten.









De Strooper LO & ’t Hoppecruyt PROVENDe Strooper LO & ’t Hoppecruyt PROVEN (18/9)
We namen Elisabeth van Kaéle uit het hoge noorden van Kameroen mee op de uitstap met Okra van Halle-in-de-Kempen
We hadden het genoegen weer mee te rijden met Willem van ‘De Stille Kempen’. Hij speelt zelf gids en zijn moppen lachen daverend door de bus.
Te Diksmuide in het Bourgondisch Schild staan de boterkoeken klaar. Dan naar de bekende koekjesfabriek van Lo, gestart in 1885, nu de vierde generatie. Het begon met amandelkoekjes, gevolgd door de lukken, een gelegenheidsgebak rond Nieuwjaar in West-Vlaanderen. Als jonge snaak heb ik er veel gebakken.
Intussen is er een gans assortiment koekjes bijgekomen. Men liet ons uitgebreid proeven bij een lekkere koffie/thee. Men rust echter niet op de lauweren. Er werd een kwaliteit kok aangeworven om nieuwe producten te ontweroen. Vooraleer dit goed op punt staat rekent men op vijf jaar.
FOTO’S
1. Bourgondisch Schild te Diksmuide
2. We rijden Diksmuide binnen. De streekgids Romain geeft uitleg
3.Stadhuis
4. Op de markt: standbeeld van het ‘Manneke in de Mane’ uit de beroemde almanak, waaraan ook Guido Gezelle nog meegewerkt heeft
5.Ijzertoren
6. Langs de Ijzer naar de Dodengracht
7. Kerk van Kaaskerke waar de passerellen vertrokken naar de loopgrachten
8. Dodengracht
9. De vroegere spoorwegbedding naar Nieuwpoort, nu fietspad
VERVOLG.VERVOLG.
10. Romeinse stadspoort te Lo. Erachter bevindt zich de zgn. Cesarsboom, een zeer oude taxus
11. Ingang van de koekjesfabriek. Hier met Elisabeth
12. In de ontvangstruimte heeft men de voorgevel van 1885 nagebouwd
13. De plaatselijke gids geeft uitleg
14. De groep
15. Lukijzers
16. De ‘lukke’. Ik heb er veel gebakken
17. De groep
18. Proeven
t HoppecruytNaar ’t Hoppecruyt te Proven, deelgemeente van Poperinge.
De boerderij van 47 Ha, waarvan 7,5 Ha hop ligt achter de dorpskerk. Benedikte is onze veelzijdige gastvrouw.
Na de broodjesmaaltijd behandelt zij de diverse aspecten van de hop. Er zijn twee soorten: de aroma hop en de bittere hop.
Naar de moeilijker te telen aroma- hop is erg veel vraag, wel voor 1000 ton; terwijl er slechts 60 ton gekweekt wordt in België. Van bittere hop- vooral voor pilsbieren- is er veel meer productie.
In tegenstelling met Engeland mag bij ons de hop niet bevrucht worden. Ten hoogste 1 % zaad toegelaten. En gezien er een aantal bossen zijn in de niet zoverre omgeving, trekken zij er in het voorjaar op uit om de mannelijke planten af te knippen. Het stuifmeel kan van 5 km aanwaaien Een mannelijke plant bestuift gemakkelijk 1000 vrouwelijke planten.
Hoppeplanten gaan 15 jaar mee. In het voorjaar is het zaak de vermeerderingsuitlopers af te steken. De hopperanken groeien 7m hoog en worden per drie aangebonden met draad.
Benedikte houdt een fel betoog om in het vervolg slechts bieren met echte hop te gebruiken.
Daarvoor verwijst ze naar: www.belgischehop.be
De grote Belgische modebieren gebruiken scheikundige vervangproducten!
Wij genieten van het Poperings HOMMELBIER, gebrouwen met 3 variëteiten hop.
Benedikte neemt haar accordeon en zingt voor ons twee hoppeliederen.
Op het erf is de hoppepluk volop aan de gang. De afgesneden ranken worden aangevoerd van het veld en worden door een paar man opgehangen aan de aanvoerketting naar de plukmachine. Er hangt een aangename geur.
Als we terugrijden is er nog wat tijd over. De meerderheid wil niet over de schreve (de grens met Frankrijk in het West-Vlaams) maar verkiest verkenning van de stadscentra van Poperinge en Ieper.
FOTO’S
1. De stadskerk van Lo Lo is immers een stad(je)
2. Op weg naar Proven
3. De streek
4. ’t Hoppecruyt
5. Proeven van Hommelbier
6. Hommelbier
7. Elisabeth met chauffeur Willem
8. Aanvoer van het veld
9. Inhaken ranken
VERVOLGVERVOLG
10. Toevoer naar de plukmachine
11. Hoppebellen
12. Benedicte
13. Het kaf dat vlug composteert wordt daarna op het land voor andere gewassen gevoerd.
14.Benedikte met Accordeon
15. Hommellied 1
16. Hommellied 2
17. Poperinge
18. Avond over De Polders
NoëllaLieve
schatten, (Klik op de foto voor vergroting)
Het is gelukt!
Er staat 2950 Euro op Noëlla’s rekening!
Dankzij ons –alleen konden we het niet-
Dit overtreft onze stoutste verwachtingen.
Zij kan zich opnieuw inschrijven (2750 Euro)-op de valreep-
Dit is wondermooi
Noëlla voelt zich gesteund
Mensen geven – om haar
Jullie hebben je hart laten spreken
Ze straalt en zegt
Dat ze nu echt gemotiveerd is om goed te studeren
Dit gebaar is hartverwarmend
Dank Dank Dank
Seigneur EsperenSeigneur Esperen
Bij mij is het een goed perenjaar.
En verwonderlijk: er is nog nooit een jaar geweest dat de peren zo weinig belaagd zijn geweest. Vogels en insecten zijn normaal verzot op de zoete peren Seigneur Esperen. Direct veel schade; maar niet dus dit jaar. Ik heb er geen verklaring voor.
Pierre-Joseph Esperen werd geboren te Gent op 29/01/1780 en overleed te Mechelen op 13/08/1847. Hij was militair in het keizerlijke leger van Napoleon. Ook daarna bleef hij militair en bracht het in 1831 tot majoor.
In de 19 de eeuw was nieuwe perenrassen kweken geweldig in. Esperen was zeker de succesrijkste. Hij was actief te Mechelen.
Zijn eerste succes was Soldat-Laboureur in 1820. Ook een goede peer, doch dat boompje is bezweken.
In 1827 droeg Seigneur Esperen voor ’t eerst vruchten.
Bergamotte Esperen volgde in 1830. Ik heb een klein boompje met veel kleine vruchten. Had moeten dunnen.
Josephine de Malines dateert eveneens van 1830. Mijn boompje had twee jaar terug enkele vruchten (vorig jaar waren er helemaal geen peren), doch dit jaar ook geen enkele.
Er volgden nog meer perenrassen.
Als pruimen kweekte hij Drap d’or en Reine Claude de Bavay (1845) waarover ik veel goeds hoorde. Bij mij deden de bomen het echter totaal niet.
Seigneur Esperen blijft bij mij tamelijk gezond. De boom blijft tamelijk gezond (niet teveel schurft). De vruchten hebben wit, zoet, saprijk en smeltend vruchtvlees met aangenaam aroma. De vruchten zijn eerder aan de kleine kant tot gemiddeld.
De peer is normaal klaar voor consumptie in de tweede helft van september en bewaart tot oktober, zowel als eetpeer, kook- en stoofpeer, als voor stroop en drogen. De bloeitijd valt iets later. Bestuivers zijn o.a. Soldat Laboureur en Comtesse de Paris. Bij mij staan in de nabijheid Beuré de Naghin en het Pillnitzras David.
Bogaardendag te EekloBogaardendag te Eeklo (29/09) en Provinciaal domein Bulskampveld te Beernem
Deze zonnige namiddag naar de Bogaardendag in het Meetjesland op het Provinciaal Streekcentrum Huysmanhoeve te St Laureins, stad Eeklo.
De sapmobiel van de Houtlandse Fruitsappen van Thijs Tanghe van Oedelem was voor de monumentale ingangspoort druk in de weer.
Ik was nog net op tijd voor de lezing van Jose De Buck van Bassevelde, tevens voorzitter van de Vlaamse Vaste Plantenvereniging (VVPV) over vergeten groenten.
Daarna kwam Etienne Raemdonck, een doorwinterde fruitenier van Velt aan het woord. Ik hoor altijd graag de eigen ervaringen.
Aan de NBS-stand stond Georges Cooman. Zijn formidabele pruimen (blog van 15-08-2009; klik aan in de rechter marge) zijn er misschien niet meer. Zijn bomen zijn na enkele jaren afgestorven. Ook de toen geënte bomen zijn niet aangepakt. Hij hoopt dat toch nog ergens een boom in leven is met enten die hij uitdeelde. Wat zou toch een passende onderstam geweest zijn?
Het ‘Culinair Genootschap’ van het Plattelandscentrum stond er met proevertjes van appel met bloedworst. Smakelijk.
FOTO’S
Poortgebouw
Sapmobiel
Idem
Uitleg poortgebouw
Binnenkant poortgebouw
Huysmanhoeve
Idem
Culinair Genootschap
idem
BULSKAMPVELDBULSKAMPVELD
Vandaar naar het ‘Feest in het (provinciaal domein Lippensgoed-)Bulskampveld’ (te Beernem).
Een overweldigende belangstelling. Er was ontzettend veel te doen, vooral ook voor het jonge volk.
NBS en Velt hadden er een infostand. Naast hen meende ik de Ierse Folkgroep de ‘Dublinners’ te horen, doch het was de West-Vlaamse groep ‘Overigens’.
Voor mij was de stand van de plantentuin van de universiteit Gent met ‘Wat is zaad, wat is vrucht’ een intrigerende stand.
Als laatste kwam ik in de kruidentuin. Ook hier was veel te doen. Oude hoenderrassen door de Vereniging voor Bedreigde Neerhofdieren trok mijn aandacht. Als kind waren kippen voor mij spelmateriaal op de boerderij. Ik heb voor hen ontelbare regenwormen gezocht. En de kippen kenden mij.
Op de stand ‘groenten uit de middeleeuwen’ met kardoen ontmoette ik oude bekende Johan Deblaere.
Voor de rest veel te veel om op te noemen. Voor meer info verwijs ik naar: www.west-vlaanderen.be/bulskampveld.
Dag 5 Cidermuseum Hereford en James MarsdenDag 5 Cidermuseum Hereford en James Marsden van Gregg’s Pit
Hereford (Ik put uit de brochure van Jeanpierre) is een landelijk en op landbouw georiënteerd graafschap Het grenst tegen Wales. Dat impliceert dat deze regio ook een woelig verleden kende van invallen en oorlogen. Er zijn nogal wat kastelen in de regio. Het bekenste is Goodrich Castle bij Ross on Wye. Hampton Court nabij Leominster is ouder dan het Londense Hampton Court. De centrale stad Hereford is een markt en winkelstad. Zoals vele centrumsteden heeft ook deze stad een typisch godshuis. Dit is gebouwd in roestbruine zandsteen. Een bij gebouw van de Hereford Cathedral herbergt één van de oudste wereldkaarten, de ‘Mapei Mundi’. Deze kaart van 1289 op kalsleer (1,58m x 1,33m) stelde de wereld voor zoals men hem toen zag met Jeruzalem als centrum en Hereford helemaal aan de rand.
Hereford is ook gekend om zijn runderras. Deze runderen ontwikkelden zich hier tegen de Welsh Border in de tweede helft van de 18de eeuw tot het nu meest voorkomende vleesras ter wereld. De Herefords zijn rood-wit en goed gespierd. Het zijn harde, taaie koeien die zomer en winter buiten kunnen. In Canada kalven deze koeien bij -20° en minder. En dit zonder problemen voor moeder en kalf. Het zijn rustige beesten met goede moedereigenschappen. Door de fijne botstructuur gaat het afkalven vanzelf. Dat alles maakt dat dit ras vaak ingezet wordt voor de begrazingsprojecten van natuurgebieden.
Voor mij was het een verrassing dat we op weg naar Hereford de Malvern Hills dwarsten. Op de weekreis die ik in 1999 voor Velt inrichtte naar de Cotswolds reden we eerst naar die hoge plaats om de streek te overzien. De Malvern Hills behoren geologisch tot de oudste rotsen van Engeland en dateren uit het Precambium, van zo’n 580 miljoen jaar terug.
Tegen Hereford vielen diverse hoogstamboomgaarden op, wellicht hoofdzakelijk voor de ciderproductie.
Cidermuseum Hereford
Het graafschap Herefordshire heeft de hoogste ciderproductie. Het museum is gehuisvest in een vroegere ciderfabriek. Alle facetten van de ciderfabricatie worden hier aanschouwelijk voorgesteld. Van de mechanisatie van het appelrapen, over het persen, vergisten, afvullen en promoten. De museumshop heeft vele soorten cider, perry (met sap van geschikte perenrassen) en appelbrandy in stock bovenop een mooie selectie boeken en boekjes rond cider.
Ik heb slechts 1 organic (Engels voor biologisch) cider kunnen ontdekken.
We hadden er ook onze lunch.
James Marsden
Daarna reden we naar Gregg’s Pit te Much Marcle.
Op deze plaats staan de oude boomgaarden van James Marsden en maakt hij er zijn ambachtelijke cider (van appelen) en perry (van peren). Bij deze laatste gaat het om een 12 tal oude rassen. Een van die oude rassen draagt de naam Gregg’s Pitt.
James woont er van 1992. Er was veel werk aan het opknappen van het cottagehuisje en de eigen, oude boomgaard. Daarnaast huurt hij nog boomgaarden van boeren-buren.
Met gezwinde stap spoedden we ons door een grote weide. Om in de boomgaard te komen moest iedereen over een heg klimmen.
De boomgaard zou al van 1785 dateren. Er staan knoesten van oude perelaars die 300 jaar kunnen halen. Maar niet allemaal houden ze het zo lang uit. Er is vernieuwingsaanplant. De grootste helft zijn appelbomen. Die worden niet zo oud. Op menige appelboom is maretak te vinden, mistletoe in het Engels. De appelbomen hangen allemaal zwaar beladen. De perenbomen daarentegen dragen dit jaar over het algemeen weinig. Maar aan die grote bomen vallen de kleine perrypeertjes ook niet direct op.
We wandelen nog verder naar een paar boomgaarden die hij huurt van boeren. Hier kunnen we de Hereford koeien bewonderen.
James onderhoudt de bomen. Hij beheert ze op biologische manier, organic in het Engels. Al 70 jaar werd hier niet meer bespoten.
Zes weken voor de rijpheid van de vruchten gaan de dieren uit de boomgaard.
James brengt ons terug tot een bijgebouw bij zijn huis. Half overdekt staat de oude, stenen pers. Binnenin is het modern met roestvrij stalen ketels. De rijpe vruchten worden met de hand geraapt van eind september tot midden november. Daarop volgt het malen. De pulp laat men overnachten. Dit verzacht de pulp, verwijdert wat van de tannine en verhoogt de sapextractie.
Het persen gebeurt op die oude stenen pers. Het gisten gebeurt met wilde, natuurlijke gist.
|
|
|
|
|
We proeven een perry van 1 ras en daarop een mengeling, om te eindigen met een parelperry met belletjes. Niet te versmaden!
In de 19de en 20ste eeuw ging het bergaf met de perryproductie en – consumptie. Sinds een paar decennia weer in de lift. De kleine, lokale producenten leggen zich hoge eisen op. Het artisanale aspect (Maximum aan smaak in plaats van maximale opbrengst) maakt dat perry het steeds beter doet op de vele (boeren)markten en ver daar buiten. Ook niet onbelangrijk: perry staat voor Brits. Britten en chauvinisme; we kunnen ons daar wel wat bij voorstellen. De meeste perryperen vind je enkel in Groot-Brittannië. Vandaag bestaat er ook een nationale perry peren collectie. Dat was nodig. Dit soort perenbomen leeft erg lang, driehonderd jaar oude bomen zijn geen uitzondering. Toch is het tij maar net op tijd gekeerd. De Nationale Collectie te Malvern telt vandaag 123 bomen met 59 verschillende variëteiten of rassen.
Men gaat ervan uit dat perryperen het gevolg zijn van kruisingen van dessertperen met wilde peren. Rauw zijn ze oneetbaar vanwege de hoge zuurgraad en hoge concentraties aan tannine. Maar deze peren vergist geeft een heel ander verhaal.
Een prachtige dag, een enige boomgaardenwandeling, een begeesterd man en dit alles op een echt zomerse dag.
FOTO’S
Cider museum Hereford
We wachten op de opening
James Marsden (links) wacht ons op
Een traditionele Herefordshire boerderij
Vertrekkensklaar
Maretak in appelboom. Bij peren geraken ze niet door de harde bast
Klimmen over de afsluiting; voor sommigen wel een opgave
Idem
Hier werd de perelaar geënt; nauwelijks te zien
VERVOLGVERVOLG
Bij een machtige perenboom; 250 jaar ?
Nog zo’n entplaats
Hier is wel een duidelijk verschil in groeikracht. Deze van de onderstam is sterker dan van de entboom
Op deze foto zie je het omgekeerde. De geënte boom is veel groeikrachtiger
Nog een oude perelaar
In de boomgaard
Zwaluwen verzameld voor de trek. Een dergelijk beeld heb
ik al vele tientallen jaren bij ons niet meer gezien. Waren het huiszwaluwen of boerenzwaluwen?
Koeien van het Hereford ras
Nog in een andere boomgaard