LENTEZANG
Lentezang van de Grote Lijster
Vanmorgen, in de stilte na de storm, hoorde ik voor ‘t eerst weer de zang van de Grote Lijster, die als ‘t ware helder bedelroept naar de lente.
LENTEZANGLentezang van de Grote Lijster
Vanmorgen, in de stilte na de storm, hoorde ik voor ‘t eerst weer de zang van de Grote Lijster, die als ‘t ware helder bedelroept naar de lente.
RESISTENTE AARDAPPELENNL - Biologische telers beoordelen
resistente aardappelen
Phytophthora is een groot knelpunt in de
biologische aardappelteelt. Het project De Smaak van morgen demonstreerde in
2006 twee opties om de ziekte te beheersen: rassenkeuze en vervroeging. Biologische
telers kregen de eerste resultaten gepresenteerd tijdens de informatiemarkt
'Beheersing ziekten en plagen in de biologische landbouw' op 21 december 2006
bij PPO agv in Lelystad.
Kwekers werken hard aan het beschikbaar krijgen van nieuwe rassen met hoge
tolerantie voor Phytophthora. Om een beeld te krijgen van deze rassen onder
biologische omstandigheden is in 2006 op PPO Prof. Broekemahoeve een demo
aangelegd met de rassen:
* Biogold (Van Rijn)
* Ditta, Novella, Toluca en Donna (Bioselect Agrico)
* Spirit (Meijer)
* Sarpo Mira (Danespo)
Ze bieden mogelijk perspectief vanwege hun hoge tolerantie. Toluca en Sarpo
Mira zijn in eerdere proeven volledig vrij gebleven van Phytophthora, zelfs
onder zware infectiedruk. In 2006 bleef de ziektedruk extreem laag, waardoor
nauwelijks verschillen in aantasting zijn waargenomen.
Of deze rassen echt een alternatief zijn voor de biologische teelt hangt ook af
van de teelt-, bewaar- en consumptie-eigenschappen. Als voorproefje konden
bezoekers van de informatiemarkt naast de bekende biologische rassen Ditta en
Biogold, de nieuwe en goed phythophtoraresistente Toluca en Sarpo Mira proeven.
Komend seizoen gaat PPO opnieuw een demoveld aanleggen met nieuwe
aardappelrassen met verhoogde resistentie tegen aardappelziekte. De rassenkeuze
wordt in februari/maart bepaald.
Daarnaast wordt de proef met het vervroegen van het gewas door afdekken met
acryldoek van aardappelruggen herhaald. Daarmee is de gewasontwikkeling met één
tot twee weken te vervroegen. Wanneer Phythophtora vroeg optreedt (zoals in
2005) kan mogelijk toch enige opbrengst veilig gesteld worden. Afgelopen jaar
moest echter het dek half juni verwijderd worden, omdat door het extreem warme
weer het voor het gewas onder het dek te heet werd. Bovendien kwam de aardappelziekte
niet zoals gebruikelijk in juli maar in augustus. Uiteindelijk was er geen
effect te zien van afdekking.
Beide proeven zijn te bezichtigen tijdens de tweede Velddag op 18 juli op de
prof. Broekemahoeve van PPO in Lelystad.
Bron: biokennis.nl, 16/01/2007
STORM
Storm
Do. 18 jan 2007 13° C
Kriekpeer bezweken. De boom op kwee onderstam droeg reeds vruchten toen we hier kwamen in 1962. In 1963 begon hij op eigen wortel te groeien en werd een hoogstam. De peertjes rijpen in augustus, maar in een regenrijke maand augustus gaan ze te gronde aan monilia-rot. Zo hebben we in 2006 met de natte augustus enkel de eerste vruchten kunnen oogsten. Het jaar voordien was de boom al lichtjes schuin gewaaid en in het voorjaar heb ik de kruin flink uitgedund voor minder windvang. Met de storm van vandaag is hij verder omgewaaid, hangt op de pruimen en moet hij voor de bijl, modern uitgedrukt de kettingzaag.
Spectaculairder was het afknappen van een zware populier (Populus serotina Gelrica ), geplant in 1962. Ik had al 4 jaar de toelating tot vellen, maar het was er nog niet van gekomen. Er moest een dommekracht met kabel aan te pas komen om de 32 m hoge boom in de juiste richting te doen vallen.
De storm
heeft hier geholpen. Aan de voet was onlangs al een flinke spie uitgezaagd. De boom is beneden afgeknakt en uitgescheurd. Dat hij
gedeeltelijk rot was binnenin was uiterlijk nog niet te zien; zeker niet aan de kant die ik uitzaagde. Daarbij is de
boom precies gevallen waar ik het wou.
Het was
anders nog een heel werk geweest om de boom, ter dikte van 1,2 m diameter waar ik moest zagen, met mijn
kettingzaag te lijf te gaan.
Had ik maar de ernaast staande, nog een heel stuk dikkere boom, eveneens heel flink ingezaagd! Ik was nog maar pas met het zagen begonnen.
ONDERZOEK HOUTIG KLEINFRUITHoutig Kleinfruit
Het onderzoekswerk betreffende fruit in Vlaanderen (*) is gebundeld in het Proefcentrum voor Fruitteelt (PCF) dat momenteel 3 locaties telt.
Te Tongeren is de Proeftuin Aardbeien en Houtig Kleinfruit gevestigd (PCF-PAH)
De directeur is ir. Patrick Meesters. Ing. Fanny Pitsioudis is onderzoeker houtig kleinfruit en ir. Wendy Odeurs onderzoeksassistent.
Men is al toe aan het 28 ste Jaarverslag Houtig Kleinfruit met gegevens en resultaten van het jaar 2005.
De bestudeerde soorten zijn: 1. Frambozen (zomer - en herfstframbozen) 2. Rode en zwarte bes 3. Bramen 4. Stekelbessen
5. Zwarte bes en 6. Blauwe Bes.
Het onderzoek en de voorlichting zijn gericht op nieuwe teelttechnieken en rassen en inzake nieuwe producten en technologieën voor de vakman-fruiteler.
Een kleinfruitbedrijf is nu een modern bedrijf geworden dat in staat moet zijn praktisch het jaar rond kwaliteitsfruit te leveren.
Er zijn container – en vollegrondsteelten (maar meestal onder beschutting). De eersten zijn belangrijk voor de vervroegde en verlate teelten. Op zware gronden kan men nu ook blauwe bessen kweken in containers.
Vorige week hield men de jaarlijkse studiedag.
Mij interesseert vooral de rasseninformatie.
Zo vernam ik dat er twee nieuwe, Italiaanse herfstframbozen aankomen.
Sugana is er een van. Het voordeel is dat de vruchten helrood van kleur zijn, en dus aantrekkelijker in de verkoop, boven het iets te donkere ras Polka, maar dat dan wel een betere smaak heeft.
Op de proeftuin had men onmiddellijk de waarde van deze nieuwe rassen gezien en de jonge Wim Van Dessel van Ranst, belangrijke, internationale plantenkweker, heeft intussen de vermeerderingsrechten verworven.
(*) Er zijn nog wel andere onderzoekscentra: Het onderzoekscentrum van Wannes Keulemans aan de universiteit van Leuven. Het bioteeltonderzoek te Pamel. Het aardbeienonderzoek te Meerle…).
DOREBEZEN GESNOEID EN OPGEBONDEN
Dorebezen gesnoeid en opgebonden
Van het mooie weer geprofiteerd om in de tuin te werken.
Dorebezen is het Kempisch voor bramen.
Daarvoor heb ik wel een paar stevige handschoenen nodig.
Toen ik er aan begon was het nog een kluwen.
Eigenlijk was het veel eenvoudiger en werkbesparend geweest als ik eind september, begin oktober vorig jaar de zijstengels had afgeknipt op een halve meter. Nu zijn dat soms ranken van 3 m geworden. De top is in de grond gedrongen en heeft al een ferme wortelkluit gevormd. Deze nieuwe planten kan ik uitdelen.
Ik knip de zijranken af op ongeveer 30 cm.
De hoofdrank is nu veel beter te manipuleren bij het opbinden. Ik tracht deze zoveel mogelijk horizontaal op te binden. De hoogste draad is op 1,8 m. Later zullen de bloemstengels en daarna de vruchtentrossen hier mooi bovenuit steken, maar je kan er nog mooi aan. Je loopt geen schrammetje op bij het plukken.
Ik knip de ranken die gedragen hebben af tegen de grond. Soms zie ik dat men het groene gedeelte van een oude rank laat staan. Dan ontwikkelt de plant zich minder fel en bekom je matig ontwikkelde scheuten. Maar ook de vruchten boeten hierbij in.
En wat ik nog spijtiger vind: er schiet te weinig groeikracht over voor het ontwikkelen van forse nieuwe scheuten. Van de regen in de drop.
Deze braam heeft men twintig jaar terug gevonden te Kingston-upon-Thames in Engeland.
De vruchten, vanaf de derde week van augustus, zijn uitzonderlijk groot en bezitten de stevige bramensmaak die ik al ken van mijn kinderjaren.
Terecht kreeg dit ras de naam Fantasia.
BONOBO'S EN FRUIT
Bonobo’s en Fruit
Momenteel ben ik verdiept in het
boek ’ De Mens van Morgen’ (1998 ) van Dirk Draulans, bioloog schrijver
journalist over zijn bezoek in het oerwoud in de Evenaarsprovincie van Congo,
toen nog Zaire, bij Ellen Van Krunkelsven, bioloog, gespecialiseerd in
Bonobo’s, de vierde mensapensoort, voor 99 % erfelijk identiek met de
mensensoort.
" Bonobo's zijn voedselspecialisten. Er zijn maar enkele producten van het woud waar ze echt op vallen, en waar ze sterk afhankelijk van zijn. Vele gewone apen zijn klimmende koeien: ze trekken van boom tot boom en grazen onderweg bladeren en kleine vruchten. De scheikundige stoffen in hun maag zijn krachtig genoeg om onrijpe vruchten vlot te verteren, iets wat de mens en de bonobo niet kunnen.
Het menu van de bonobo's in het Lomakowoud is
hetzelfde als dat van de verzamelaars in de lokale mensengemeenschappen. De enige groente die ze met grote regelmaat eten, zijn de lookblaadjes van de bofili.
Tijdens hun wandelingen en in tijden van voedselschaarste plukken ze de stengels van de Kuumania: een kamerplantachtig gewas waarvan ze het merg en de jonge bladeren eten.
Ze zijn echter vooral op zoek naar fruit en verkiezen de zoetste vruchten, net als de mensen: inboorlingen én biologen.
De goede vruchtenbomen zijn echte woudreuzen. De Parinariu, bijvoorbeeld: een kanjer die de bompombo levert, een soort kiwi zonder haartjes met een pit van een centimeter doorsnee, die op de grond valt en daar nog twee dagen moet rijpen voor hij de suikerzoete en geparfumeerde smaak krijgt die hem zo lekker maakt. Een bonobo propt zo'n vrucht in zijn mond, kauwt, zuigt het sap op en spuwt de resterende vezelbal op de grond, soms vrij ver van de plaats waar hij de boom vond - zo zorgt hij meteen voor diens verspreiding. Een andere voedsel-bron is de Antiaris uit de vijgenfamilie, die massaal kleine bolletjes linkoko voortbrengt. Ellens favoriet is de bonenge van de Anonidiurn: een langwerpige vrucht met dertig grote pitten op een rij in een mangogele brij. 'Het beste wat ik ooit gegeten heb,' beweerde ze, maar jammer genoeg vonden we er geen toen ik in het woud was."
COMEBACK OUD INLANDS FRUITComeback oud inheems Fruit
Het aanplanten van vergeten, streekgebonden fruitrassen zoals Court-Pendu, Jefkespeer, Comtesse de Paris en mispels, wordt aangemoedigd in het kader van het in ere herstellen van het landschap.
Er worden hiervoor zelfs subsidies vrijgemaakt door de NBS (Nationale Boomgaardenstichting). Vroeger genoot Vlaanderen namelijk internationale bekendheid met zijn rijk assortiment aan fruitsoorten. De 18de en 19de eeuw kenmerkten zich zelfs door een ware 'perenmanie'. Iedere zelfrespecterende teler trachtte de mooiste, grootste en lekkerste peer te kweken. 1.100 nieuwe rassen passeerden toen de revue en waren bovendien onderhoudsvriendelijk en ziektebestendig. Momenteel kennen deze variëteiten een opkomst in de biologische teelt.
Veel fruitboomgaarden van weleer worden nieuw leven ingeblazen. Vooral de NBS schaarde zich achter dit project en maakte een inventaris op van ongeveer 3.500 hoogstammige rassen, die men in een genenbank plaatste. Ook neemt deze stichting het behoud, de aanplant, studie en promotie van deze oude fruitvariëteiten voor zijn rekening. Meer dan 500 van deze rassen kunnen er worden aangekocht. Ook leveren de
Regionale Landschappen inspanningen om de
identiteit en landschapselementen te herstellen van fruitstreken, zoals de Vlaamse Ardennen en het
Pajottenland. Het herinvoeren van hoogstamboomgaarden en boomplantacties zoals in de Vlaamse Ardennen dragen
daartoe bij. Streekbewoners kunnen
tegen interessante prijzen en met begeleiding en subsidies streekeigen
(fruit)bomen kopen. Ook zijn er heel wat
telers die er een kunst van maken oude streekrassen
terug tot leven te wekken. Een oude krieken-soort Prunus Cerasus, waarvan
het fameuze kriekbier van de abdij
van Affligem werd gebrouwen, kent bijvoorbeeld een tweede jeugd. Deze
noordkriek bleek overigens immuun regen de schimmel Monilia. Succesvolle
grijsaards bij de appels zijn
Reinette Descadre, Reinette de Chênée, Jacques Lebel, Court-Pendu en Kattekop.
Bij peren zijn Légipont, Comtesse de
Paris, Jefkespeer en Dubbel Flip nog best te
pruimen. (Bron:
Het Laatste Nieuws)
De vlaamse overheid wil gedurende 5 jaar de aanplant van hoogstambomen subsidieren.
Wil u weten of u in aanmerking komt voor deze subsidie, vraag dan de folder aan op het secetariaat van de Nationale Boomgaardenstichting.
www.nbs-vzw.be
EEN NIEUWE, HYPERGEZONDE AUSTRALISCHE PRUIM
Een nieuwe, hypergezonde Australische Pruim
Wetenschappers in Australië van het Queensland's Department of Primary Industries and Fisheries (DPI&F) hebben een nieuw pruimenras ontwikkeld met een aantrekkelijk uitzicht, een heerlijke smaak en met een voor de gezondheid formidabel gehalte aan waardevolle antioxydanten.
Het ras is ontwikkeld door Dr Bruce Topp, de hoofdonderzoeker voor steenfruit te Applethorpe (Queensland) in 1998 en wordt sindsdien elk jaar geëvalueerd. Het nieuwe ras werd bekomen door wel 20 kruisingen.
100 g van deze pruim bevat 250 milligram antioxydanten.
Dit is meer dan het dubbele van de gewenste, dagelijkse inname bij een westerse voeding.
Uit studies bleek dat antioxydanten leeftijdsgebonden ziekten tegengaan en het verouderingsproces vertragen. Antioxydanten gaan de vrije radicalen tegen die de cellen beschadigen en tot kanker en hartziekten leiden.
De eigenschappen van dit nieuwe pruimenras (o.a. kwaliteit en groei in verschillende streken van Australië, bewaarbaarheid en transport) worden nu verder onderzocht.
Ze worden eveneens uitgetest bij partners van DPI&F in Europa om ook daar de kwaliteiten te screenen. Waar dit is weet ik niet. Misschien iemand van de lezers?
Queensland is een streek met wijnklimaat. In ons land zitten we op de grens, maar of we willen of niet, ook bij ons wordt het warmer.
NOG REANDANog Reanda
Ik wou mij vergewissen van de resistentiedoorbraak bij Reanda, een winterappel uit de RE-rassenreeks van het opzoekingsstation te Dresden Pillnitz.
Ik informeerde bij de Redactie van Obstbau, het vaktijdschrift van de Duitse fruittelers.
Ik kreeg volgend antwoord:
Die Schorfresistenz von Reanda geht
auf die Wildart Malus floribunda zurück
und beruht somit auf einem einzelnen Gen, genannt Vf. Diese Resistenz findet
sich in den meisten der schorfresistenten Apfelsorten.
Das Durchbrechen dieser Resistenz
wurde bereits von mehr als 10 Jahren zum ersten mal beobachtet. Mittlerweile
tritt die neue Schorfrasse, die diese Resistenz
überwindet, an vielen Standorten auf. Der Ihre scheint dazu zu gehören.
Deshalb ist Reanda bei Ihnen schorfanfällig.
Eine Resistenz gegen Krebs wird in den Sortenbeschreibungen nicht angegeben.
Daher gehe ich davon aus, dass es bei Reanda zu einem Befall mit Krebs
kommen kann.
Mit freundlichen Grüßen
Dr. Annette Urbanietz
Redaktion OBSTBAU
De schurftresistentie van Reanda berust op de Malus floribunda, een wilde sierappel, met een specaal gen, genaamd Vf. Deze resistentie treft men aan in de meeste, schurftresistente appelrassen.
Het doorbreken van deze resistentie werd al meer dan 10 jaar terug vastgesteld.
Ondertussen dook dit nieuwe schurftras op veel plaatsen op.
Uw aanplanting schijnt daarbij te behoren. Vandaar de schurftaantasting van uw Reanda.
Een resistentie tegen
kanker wordt bij de rasbeschrijving niet aangegeven. Vandaar ga ik er vanuit
dat Reanda bij u kanker kan krijgen.
9 JANUARI 2007 14 e C9 Januari 2007 14 ° C
en om 24 u nog 12 °
Toch wat hoog voor de tijd van het jaar!
Vanmiddag in mijn hemd gewerkt in de tuin en toch nog gezweet.
Ik ben een pruimenperceel verder aan het ruimen. Rondom de wortels afhakken van de stam en ze dan een meter ver uitgraven. Meestal strekken de wortels zelfs niet zo ver.
En ik heb gezelschap van een van mijn kippen. Een mooie, bruine kip. Ze is zo tam dat ik ze zelfs eventjes kan strelen. Ik ben voor haar de man die de grond open maakt, zodat ze de pieren maar op te pikken heeft. De andere kippen blijven meer uit de buurt.
Vandaag heb ik wel degelijk de myceliumdraden van de honingzwam gezien, doch de aantasting van de wortels was maar licht.
Op dit perceel ben ik van plan mijn zwarte bessencollectie over te brengen.
Na een goede 10 jaar is het wenselijk de collectie te verhuizen naar nieuwe grond.
KLEINFRUIT IN DUITSLANDKleinfruit in Duitsland
Uit een artikel van de ‘Fruit Grower’, het Engelse maandblad voor de fruitvakman, Januari 2006.
“The other major trends in future production will come from the increased ‘greening’ of all German agriculture, where consumers seek ‘clean’ fruit with zero residues on them, whilst demanding better and better flavours to enjoy.”
De andere hoofdontwikkelingen in de toekomstige productie zullen komen van het groeiende ‘groener worden’ van de ganse Duitse landbouw. Consumenten zoeken ‘zuiver’ fruit, met een nultolerantie van residuen. Terzelfder tijd zijn zij vragende partij voor steeds betere en betere smaken.
BOMENKATHEDRAAL
Op 2 september 2006 (blog 13/09) wandelden we op de NBS-reis naar Engeland in Stourhead.
SUIKERPEER VAN MONTLUçON
Suikerpeer van Montluçon
In ‘Obst und Garten’ van deze maand prijst Hans-Jürgen Franzen uit Bremm aan de Moezel deze oude peer aan.
Deze zaailing werd in 1812 gevonden te Montluçon in Frankrijk, vandaar de naam Sucrée de Montluçon.
Dit ras werd ook beschreven en afgebeeld in ‘Nederlandse Fruitsoorten’ van 1942. Een aanduiding dat het ras ook bij ons kan voldoen.
De middelgrote vrucht weegt tussen de 150 en 250 g.
De steel is opvallend lang, 3 tot 4,5 cm.
De pel is groen, later geel met een roodachtige schijn.
Het vruchtvlees is halfsmeltend en wat grofcellig.
Al in groene, boomrijpe toestand is de vrucht zeer sappig en smaakt al zeer zoet. Best te genieten voor iemand die van een harde peer houdt.
Het suikergehalte bedraagt 78 ° Oe, het suikergehalte van Rieslingdruiven van gemiddelde kwaliteit!
Zijn peren (Moezeldal) zijn boomrijp midden oktober. Ze houden tot november.
Daar zijn boom niet op de zonnigste plaats staat en ook niet op een beste bodem trekt hij de conclusie dat het ras op een zonnige plaats, op een goede bodem en in een frisser klimaat ook zal voldoen. Olivier de Serre is in dat opzicht een moeilijker ras.
De suikerpeer van Montluçon is een zeer vruchtbaar ras en draagt regelmatig.
Daarenboven is de ziekteweerstand hoog. Schurftvrij aan de Moezel.
Van Andre Hendrickx (Stabroek) heb ik gehoord dat hij deze peer vroeger nog in zijn assortiment heeft gehad.
CHARMANTE BEZOEKERS
Charmante bezoekers
Sinds een drietal weken ben ik begonnen met de wintervoeding (vetbollen en pindanoten in zakjes). Hierop komen voornamelijk kool- en pimpelmezen af.
De gevallen brokjes zijn dan weer voer voor de vinken. Die fourageren op de grond.
Vanmorgen waren er nieuwe bezoekers: een koppeltje kuifmeesjes.
Ze waren vlug om een graantje mee te pikken.
KEMPISCHE PRUIMEN GEVELDKempische Pruimen geveld
Vandaag heb ik een paar van mijn te talrijke Kempische pruimen geveld.
Het zijn uitlopers van de 2 pruimelaars die ik hier naast de moestuin in 1962 aantrof. Dat jaar waren de bloemen niet bevroren en was er een rijke oogst van vrij goed smakende, blauwe pruimen.
Later heb ik er uitlopers van uitgeplant en er ook tientallen uitgedeeld.
De laatste jaren waren er geen of zeer weinig vruchten op de bomen die ik vandaag rooide. Ik schat dat de bomen een goede 25 jaar oud zijn.
Een hypothese was dat de wortelen konden te lijden hebben van de honingzwam. De schoenveterachtige draden vielen echter niet te bespeuren.
Deze bomen moesten hun plan maar trekken en werden niet van compost voorzien. Bekalking was er nog niet zo lang geleden wel gebeurd.
Een gebrek aan bemesting is zeker een gedeeltelijke verklaring voor de uitgedoofde vruchtbaarheid. Pruimen verliezen hun vitaliteit ook veel vroeger dan appelbomen.
Pruimen, net als peren vragen in zandgrond een rijkelijke bemesting.
4 JANUARI4 Januari
Zonder onvoorziene omstandigheden komt de container vandaag aan in Douala, de grote havenstad van Kameroen. Als de douane geen stokken in de wielen steekt gaat hij de trein op tot Ngaundere, een stad in het midden van Kameroen. Dan moet hij op een camion om nog 300 km verder naar Going in het droge Noorden te worden gebracht.
De streek van Ngaundere ligt zo’n 1000 m boven de zeespiegel en heeft een aangenaam klimaat. Toen ik er twee jaar terug was, ongeveer deze tijd, plukte men de eerste avocado’s.
Avocado’s groeien aan behoorlijk grote bomen, met een dicht bladerdak.
LEKKERE PEREN VOOR JANUARILekkere Peren voor Januari
Momenteel komen de laatste peren van Beurré de Naghin en David aan de beurt. Comtesse de Paris heb ik nog tot eind januari.
Beurré de Naghin heeft goed gedragen, maar veel peren werden al rot op het ogenblik dat ze moesten geplukt worden. Ik heb de peren liefst met smeltend, nog zeer saprijk vlees. Deze peer zou ik eerder iets boven de middelmaat rangschikken. David, een recent Duits ras is nog een jong boompje. De peren zijn iets slanker, met een groengele pel. Ze blijven goed gezond. Hier geen uitval. De smaak is slechts middelmatig. Van smeltend vlees kan je niet spreken.
Comtesse de Paris is dit
jaar echt super. Ze bewaren goed. Er
is echter een maar. Ik heb drie bomen en één ervan staat op de hoek van
mijn plastiekserre (veel afstromend water). Tegen de oogst waren de meeste
peren al gerot. Die uitval begon al volop in zeer regenrijke augustus.
Ik zoek een verklaring in de geconcentreerde nattigheid aan de voet, met een overdaad van schimmelsporen als gevolg.
DE APPEL CANTECLER
De Appel Chantecler (Merknaam: Belchard)
Deze appel werd door het INRA van Angers (Institut National de Recherches Agronomique) in 1977 op de markt gebracht.
Het is een kruising tussen Golden Delicious (USA) en de franse appel Reinette Clochard.
De vruchten zijn middelgroot, rond, wat afgeplat, geelgroen en iets beroest.
Het vlees is vast en sappig, fijncellig met een uitstekende zoet-zuur verhouding, zeer aromatisch. De appel wordt laat geplukt en is zeer lang bewaarbaar (april).
Het bloeitijdstip is laat.
De groeikracht is sterk. De productie zet vroeg in en is hoog. Men raadt als onderstam M9 aan. Op MM106 zou het ras te fel groeien.
Gemiddelde gevoeligheid voor ziektes (schurft, meeldauw, kanker).
Zeker een appel voor het verlanglijstje: zeer lekker, zeer lang bewaarbaar, vruchtbaar.
NIEUWJAARSWENSEN
VOOR EN TEGEN VAN RESISTENTE APPELRASSENVoor en tegen van resistente Appelrasssen
Wat betekent resistent? Resistere (latijn) : weerstand bieden. Resistentie is geen absoluut begrip. Veel hangt af van al of niet gunstige omstandigheden. Het ene ras is al resistenter, meer weerstand biedend dan het andere. Je hebt hebt eenvoudige resistentie: 1 factor, het VF-gen van bv Malus Floribunda en de meervoudige resistentie.
Zo las ik dat het Tjeckische ras Otava tot tweemaal toe opgenomen werd in de onderzoeksboomgaard van Wageningen en telkens afgevoerd werd als te weinig resistent tegen schurft. Mijn exemplaar (op MM106?) bekwam ik van de Nationale Boomgaardenstichting in 1994. Schurftaantasting heb ik nooit geconstateerd. Daarenboven is het een zeer smakelijke en zeer goed bewarende appel tot april.
Het ras is wel vrij beurtjaargevoelig. Maar er is
nog een ander gebrek: het ras (bij
mij) is ook zeer kankergevoelig. Gelukkig bleef
tijdens de eerste jaren de aantasting beperkt tot de fijnere takken, die ik
regelmatig weghaalde om te verbranden.
Sinds een drietal jaar worden ook de spiltakken en stam zwaar aangetast. Zo heb ik na het oogsten dit jaar het sterk aangetaste bovenstuk van de stam met verkankerde takken drastisch weggenomen. Momenteel ziet de boom er weer toonbaar uit.
Bij Relinda, een schitterend ras, bleef de kankeraantasting tot nog toe zeer beperkt. Ook Remo doet het tamelijk goed, maar dient in het oog te worden gehouden. Rewena kreeg kanker op de stam, maar wist zich toch behoorlijk te herpakken. Mijn grootste ontgoocheling betreft het Re-ras Reanda (2003 op M 26). Al dadelijk bleek een erge schurftaantasting; het jaar daarop de erge stamkanker. Ik heb een tak overgeënt. Afwachten wat het wordt. De moederboom is kapot. Reanda geldt als een ras met meervoudige resistentie! Het kan nog altijd zijn dat ik een verkeerde boom gekregen heb bij de Duitse boomkwekerij Herr in Meckenheim, nochtans een Mekka voor de boomkwekerij.
Ik zag ook veel te veel kanker op mijn Pinova, ooit een resistent ras, maar nu sterk schurftgevoelig, alhoewel de schurft dit jaar nog meeviel.
Wat de rassen van Hugh Ermen betreft: Winter Gem, op M26, geplant in 1998 gaf tot nog toe haast geen vruchten. Er zijn wel verzachtende omstandigheden: de boom werd in het voorjaar 2005 eerst voorbereid op de verplanting, wat inhoudt het afsteken van wortels voor de verplanting in de herfst. Dit jaar is de boom nog aan het herstellen van de verplanting. De jongste rassen Limelight en Scrumptions blijken bij mij sterk kankergevoelig. Red Devil heb ik nog maar een jaar staan en blijkt nog gezond, in tegenstelling met beide voornoemden, die al dadelijk sterke kankeraantasting vertoonden.
Ecolette blijft een zeer gezond ras. In al de jaren (geplant in 1999, onderstam MM 111) heb ik ooit maar 1 klein takje met kankeraantasting weggeknipt.
Nog een ras dat kapot ging aan kanker was het eerste (?) resistente, Franse ras van Delbard Querina Florina.
Erno Eersels van de NBS is er stellig van overtuigd dat resistente rassen een grotere vatbaarheid voor kanker vertonen.
Maar waarom?