Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Erkenning kemp als voedingsgewas
Wervel dringt aan op erkenning kemp
als voedingsgewas
Wervel, Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw, vindt het
onbegrijpelijk dat het Voedselagentschap de verkoop van voeding op basis van
kemp verbiedt. “Van kemp is bewezen dat het als één van de enige
landbouwteelten de biodiversiteit verhoogt. Het kan toch niet dat, uitgerekend
in het Internationale Jaar van de Biodiversiteit, het Voedselagentschap de
teelt tegenwerkt?”, aldus Wervel.
Kemp is beter bekend onder de naam hennep. Het gewas heeft een
ontstekingsremmende werking en de zaden kunnen geperst worden tot olie voor
menselijke consumptie. Met de vezels van de plant kunnen ook duurzame
bouwmaterialen gemaakt worden. Hoewel in ons land alleen de teelt van
niet-hallucigene variëteiten is toegestaan, maakt de Belgische wetgeving geen
onderscheid tussen kemp en marihuana. Daarom mag het niet op de markt gebracht
worden als voeding.
“Nochtans is kemp een gemakkelijke teelt. Het gewas is sterk genoeg om zonder
pesticiden en onkruidverdelgers op te groeien. Ook heeft de teelt niet veel
water nodig en hij is weinig arbeidsintensief”, klinkt het bij Wervel. Omdat de
teelt zo goed is voor de biodiversiteit vindt de landbouworganisatie het niet
kunnen dat het Voedselagentschap pionierhandelaars die kempvoeding verkopen,
tegenwerkt. “En dat terwijl België achteraan bengelt op vlak van
biodiversiteit”.
Zo kreeg handelaar Biofresh recent nog te horen dat deze producten
hallucinerend zijn. “En dat terwijl er certificaten konden voorgelegd worden
dat het hallucigene gehalte beneden de drempelwaarde ligt. Door deze houding
worden ondernemers op kosten gejaagd en moeten hun producten uit de rekken
genomen worden tot voor elk product een notificatie verkregen wordt, die eerst
moet aangevraagd worden”, weet Wervel.
De organisatie vindt het onbegrijpelijk dat deze verse producten ondertussen
slecht worden, dat de keuzevrijheid van de consument voor gezonde ecologische
voeding beknot wordt en dat interessante afzetperspectieven voor pionierende
landbouwers geblokkeerd worden. “Bovendien wordt heel wat kostbaar
belastingsgeld verspild”, fulmineert Wervel.
Al sinds eind 2008 vraagt Wervel, samen met andere stakeholders uit de sector
als Boerenbond, Delhaize, BioForum, enz., een aanpassing van de bestaande regelgeving.
“In plaats van hierop snel te reageren, werd de vraag al verschillende keren
verticaal geklasseerd. En dat terwijl de betrokken federale overheidsdienst
geld besteedt aan paginagrote advertenties in dagbladen om consumenten te
wijzen op het belang van biodiversiteit”, besluit Wervel verontwaardigd.
Bron: Wervel, geknipt uit Vilt, 29/4/2010
Rochester
Rochester
Na de smakelijke ‘English breakfast’ voor de liefhebbers met ei, spek en bonen vertrokken we voor de korte rit naar Rochester. Van de busparking kom je via een ‘public footpath’ direct in de kleurige hoofdstaat. Via een oude poort sla je af naar de mooie kathedraal, begonnen kort na het jaar 1000, in een overgangsstijl tussen romaans en gotisch. Enkele momenten van de heerlijke koorzang genoten.
Tussen de kathedraal en het burchtcomplex groeit de prachtigste catalpa die ik ken.
Naast de hoogste burchttoren van Engeland groeien twee groenblijvende steeneiken.
Even een kijkje genomen op de brede Medway.
Vervolg
VERVOLG 2
VERVOLG 2
Wat uitleg bij foto 2. Naast de burchttoren staan 2 steeneiken. De rechtse (met erachter de Libanon ceder) is nog jong
Foto 3 Onder de grote steeneik.
Foto 4 is van Wilfried Van Ginderachter en toont de Medway met jachthaven.

Dag van de Biodiversiteit 22 mei
Dag van de Biodiversiteit 22 mei
Vorige zaterdag was het de dag van de biodiversiteit. Overal waren er mensen die de soortenrijkdom in hun gebied inventariseerden.
Wij waren daar niet speciaal mee bezig; maar toen een citroenvlinder bleef pleisteren bij de judaspenningen, ging ik het apparaat halen en lukte Aleide een paar behoorlijke foto’s.
In de tuin zag ik even later een dagpauwoog. Die had ik praktisch een maand niet meer gezien.
Engels Landschap
Engels Landschap
Met veel heggen en solitaire bomen, veel schapen, soms koeien, grote velden, sommige met de gele gloed van het koolzaad.
Sommige oude huizen zijn bekleed met ‘hanging tiles’, hangende pannen.
Van Chilham naar Down House
Van Chilham naar Down House
Op het laatst werd het spannend. Door toch de GPS te volgen kwamen we op een zeer smalle weg. Voor Paul was het uitkijken om met de bus niet te veel schrammen op te lopen. Gelukkig hadden we slechts enkele, kleine tegenliggers en zijn er toch enkele ‘passing places’. Op de parking bij het huis is er maar plaats voor één bus. De vorige -ook uit België- was net vertrokken.
Down House is het landhuis waar Charles Darwin (1809 – 1882) de laatste veertig jaar (vanaf 1842) van zijn leven gewoond en gewerkt heeft en waar hij zijn revolutionaire werken geschreven heeft. Thans is het een museum beheerd door English Heritage.
Eerst zou Charles dokter worden als zijn vader, maar hij kon geen bloed zien. Vervolgens studeerde hij te Cambridge om dominee te worden. Voor het zover kwam ging hij als wetenschapper mee op de wereldreis van het zeilschip de Beagle (1831-1836). De voorziene 2, werden 5 jaar. Darwin onderzocht de gesteenten en de natuur van de vele gebieden waar de Beagle aanlegde en zond planten, opgezette dieren en fossielen naar Engeland, samen met tekeningen en uitgebreide, nauwkeurige beschrijvingen van zijn ontdekkingen. Veel van de door Darwin beschreven soorten waren nieuw en vestigden zijn naam als natuuronderzoeker.
In 1939 huwde hij met zijn nicht Emma Wedgwood, van de porselein dynastie.(Tussen haakjes: vorig jaar bezochten we de fabriek op de NBS tour. Verslag is op de blog te vinden).
Zijn baanbrekend werk “On the Origin of Species” verscheen in 1859, na lange jaren voorbereidend werk. De Nederlandse vertaling ”De Oorsprong der Soorten” verscheen pas in 1890.
Darwin beschrijft het principe van de natuurlijke selectie en maakte een gemeenschappelijke afstamming van al het leven geloofwaardig.
Nog een hoofdwerk is “The Descent of Man, and selection in Relation to Sex” (1871). Hierin beschrijft hij de verschillen van lichamelijke en geestelijke eigenschappen tussen mensen en verschillende dieren en vat hij de verschillende bewijzen voor de theorie dat de mens een diersoort is samen. Seksuele selectie stelt hem in staat eigenschappen te verklaren die zonder nut lijken, zoals de gekleurde veren van een pauw, maar ook het ontstaan van menselijke cultuur en beschaving, het onderscheid tussen seksen en het ontstaan van rassen. Hij benadrukte dat alle menselijke rassen tot dezelfde soort behoren.
Bij het huis bloeide de voor het Darwinjaar 2009 nieuw aangeplante boomgaard. Bloeiende, gele pioenen trokken de aandacht. Er staan nog oude bomen uit Darwin’s tijd. De serre herbergt o.a. vleesetende plantjes. Ik had geen tijd meer om de grote moestuin, met op het einde bessenstruiken, rond te wandelen. Verschillende gezonde vijgen tegen de muren waren voor mij weer een bewijs dat het in Engeland niet zo hard vriest als bij ons. Mijn Brown Turky liep vorig jaar terug uit na afvriezen tot tegen de grond. Deze winter zijn de nieuwe scheuten echter opnieuw bevroren.
King Charles hotel te Gillingham viel zeer goed mee, niettegenstaande de grote drukte met een bruiloft. We zijn nog wat gaan nakeuvelen in een rustige pub “The black Lion”.
FOTO’S
1. en 2.: Dat komt er van als je toch de GPS volgt. Een zeer smalle weg. Gelukkig waren er maar een paar kleine tegenliggers. Het was opletten voor schrammen op de bus.
3. Bomengroep te midden van het land.
4. De nieuwe boomgaard, met de jongste deelnemer Florens, al voor de derde keer mee.
5. en 6. Welkomstwoord.
7. Leeskamer
8. Het grote huis
Bij de gele pioenen
Weekend Engeland 15-16 mei
Weekend Engeland 15-16 mei
Te Calais mochten we niet naar de trein. Er waren problemen in de tunnel. Achteraf gehoord: teveel koolstofdioxide door een trein met remproblemen. Je zou kunnen denken dat er altijd wat is, maar voor Paul, onze chauffeur, was het de eerste keer op een 80 tal oversteken. Een Limburgse bus wou uitwijken naar de ferry, maar kwam terug omdat men pas op de boot van 1 u zou kunnen (De overzet met de boot duurt anderhalf uur; de shuttle doet er 35 minuten over.) en men voorzag dat de shuttle vanaf half één terug zou beginnen rijden. Zij hadden letter D en mochten nog voor ons ( met letter E) vertrekken. Voor ons werd toch een stuk langer aanschuiven en wachten. De rit duurde haast het dubbele dan de 35 minuten anders. Al met al een vertraging van 3,5 uur.
Aldus was er geen tijd meer voor Leonardslee. Gelukkig had ik een alternatief: een bezoek aan het zeer pittoreske Chilham, halverwege Aschford en Canterburry.
De foto’s van Aleide spreken voor zich. Opmerkenswaardig is dat in de kerk veel gekloven sillexstenen verwerkt zijn.
Invasie kleine Wintervlinder
Invasie kleine Wintervlinder (Operophtera brumata L.)
Bij een rondgang in de boomgaard met een boskant aan de westkant, was ik er niet goed van een praktisch volledige destructie van de bloemknoppen te constateren.
Naast de rupsen op de boom zelf, dalen er nog talloze “helpers” neer uit de boskant.
Alle bloemtrossen worden aan de bodem afgevreten en staan er hopeloos bruin bij. Bij het uitplukken tref je nog menigmaal de snoodaard aan, maar de meesten zijn al neergedaald in de grond om daar te verpoppen en volgend jaar te verrijzen.
Ik heb echter het stellige voornemen gemaakt om begin oktober lijmbanden aan te brengen om althans de vrouwtjes tegen te houden, want die zijn vleugelloos en moeten tegen de stam opklimmen.
Zou het kunnen dat de rupsen dieper gingen eten omwille van het koude weer? De serieuze wintervorst heeft hen blijkbaar geenszins schade gedaan.
Vorig jaar vermeldde ik dat ik geen vruchten had ( in werkelijkheid 2) op een Signe Tillisch. Nu ben ik de mening toegedaan dat die ook vorig jaar vielen onder de vraatzucht van de kleine wintervlinder, eerder dan aan nachtvorst. Dit ras is immers een vroege bloeier.
De kleine wintervlinder is er vroeg bij. De vroeg tot middelvroeg bloeiende bomen hebben het meest te lijden. De laat bloeiende (Dit zijn de rassen die op dit ogenblijk nog bloeien) worden duidelijk minder aangetast. Hierbij kan je nog onderscheid maken tussen de kortstelige -en de langstelige rassen. Bij de kortstelige vindt de rups van de kleine wintervlinder nog meer beschutting onder de bloemtros.
Bij langstelige zie je dan weer meer bruine, leeggegeten knoppen door de appelbloesemkever (Anthonomus pomorum L. ). Ook dit insect heeft dit jaar -meer dan gewenst- dunningswerk verricht!.
Hieraan wil ik nog toevoegen dat de meesjes blijkbaar het werk niet alleen aankunnen. Je zou anders verschieten van de berg rupsen die ze helpen verdelgen.
Zoals je kan zien op de foto's is er ook enorm veel bladschade. De levensverrichtingen (groei) van de boom lijdt er onder.
FOTOMATERIAAL:
LET op foto 4 en 5: 4 : de verwoeste knop 5: niets blijft over
Laatste foto: de bruine knoppen zijn leeg gevreten door de appelbloesemkever. Als je de knop op dit ogenblik opent, tref je zeldzaam nog de made, maar meestal de pop aan, maar evengoed kom je al te laat.
De koninklijke crypte te Laken
De koninklijke crypte te Laken
Van de gelegenheid werd ook gebruik gemaakt om in de neogotische kerk de koninklijke crypte met de graven van de Belgische koninklijke familie te bezoeken. Ze hebben er nog enkele graven over voor toekomstige koningen. (In de hoop dat het koningshuis in België blijft bestaan).
De kerk wordt tijdens de openingstijd van de serres rijkelijk versierd door de bloemisten van Brussel.
Velen zullen dit niet weten want hier was praktisch niemand.
Er staat een prachtige, gotische preekstoel, blijkbaar gekocht in Parijs. In een zijbeuk bevindt zich het praalgraf van mgr Cardijn, de stichter van de kajottersbeweging. De paus op zijn bezoek aan België in 1986 kwam hier bidden.
De crypte is sober. Niet alleen koningin Fabiola laat hier regelmatig bloemen neerleggen, maar ook de echtgenote van prins Karel (Wie wist dat hij ook een echtgenote had? Mon cher epoux, in het Frans, trouwens alle opschriften op en bij de graven zijn eentalig Frans).
Nog Laken
Nog Laken 2
Nog Laken 3
Een nieuw record: nog nooit zo koud op 11 mei
Een nieuw record: nog nooit zo koud op 11 mei
Ik hoor dit op ’t nieuws van 18 u. ‘k Ben gaan kijken en mijn thermometer wijst 6°C. Als ’t nu maar niet opklaart. Het is nog aan ’t druilregenen. ‘Opklaren en vriezen’ is wellicht toch niet direct te vrezen.
Gisteren hoorde ik verschillende keren de koekoek roepen, de tweede keer hier dit jaar. De eerste maal was op 30 april, ’s morgens om 6 u. Ik werd er wakker van; een lang aangehouden, driftig(?) roepen. Dit is al veertien dagen later dan gewonlijk.
Dan associeer ik dat eerste roepen altijd met wat mijn moeder zei: “Pas op bloten voeten lopen als je de koekoek hebt horen roepen.”
Zie je de kleinmannen al op blote voeten lopen op een dag als vandaag?
Koninklijke Serres van Laken
Koninklijke Serres van Laken
Vorige week hadden we met OKRA de kans de Koninklijke serres van Laken te bezoeken; voor mijn vrouw en ik de eerste maal. Dit is echt een schoonheidsbelevenis. Op mij maakten vooral de boomfuchsia’s en de reuzengrote geraniums, of zeg ik beter pelargoniums, een sterke indruk. Ze staan in de zeer lange verbindingsgalerijen, speels aangelegd in het heuvelende reliëf tussen de grote(re) serres. De vormen, maar vooral de kleurschakeringen van de vele planten zijn enorm.
Elk jaar worden de serres in april tot begin mei (dit jaar 9 mei) opengesteld voor het publiek.
De serres zijn een initiatief van koning Leopold II, gebouwd tussen 1874 (de imposante koepelvormige wintertuin, 60 m in doorsnee en 30 m hoog) en 1893.
Je wandelt van het parkeerterrein tegenover het koninklijk paleis op de allee naar beneden en slaat dan af naar de serres. Je staat al vlug in de majestatische koepel van de wintertuin. Na een eerste wandeling door serres kom je buiten in het golvende parklandschap dat je naar boven bewandelt. Je ziet o.a. het huisje met atelier van koningin Elisabeth.( Op de rondgang verder zie je van haar een knap beeldhouwwerk van een tuinman); aan de andere kant het silhouet van de Japanse toren. Dan duik je weer de serres in en de prachtige verbindinggalerijen en af en toe grotere serres, tot je uiteindelijk weer in de wintertuinkoepel belandt en in het voorgebouw.
Onze groep schoof mee aan en deed er iets meer dan anderhalf uur over.
Vooral Aleide legde die kleurenweelde vast op. Je ziet haar bv. op de voorlaatste foto. (Vervolg 3 , met bruine mantel).
Vervolg
Vervolg 2
Vervolg 3
Vorstgevoeligheid Bramen en Braambozen
Vorstgevoeligheid Bramen en Braambozen 2009-2010 in mijn Tuin te Zoersel
Er wordt geteeld op een tamelijk vochthoudende zandgrond, humusrijk door het vele jaren toedienen van compost en bodemrijker door het gebruik van gesteentemelen (basalt – en lavameel) en kleimineralen (bentoniet).
Bramen en braambozen behouden 's winters min of meer hun groene bladeren, vandaar de variërende vatbaarheid voor bevriezen. Het meest te duchten zijn de uitdrogende, striemende winden uit het oosten bij strenge vorst.
We hebben twee opeenvolgende, behoorlijk, zware (tot +/- -12°C) winters achter de rug, zij het niet met de extreme temperaturen (- 16° tot -20°C)van de tachtigerjaren van de voorgaande eeuw. Toen had ik enkel de stekelloze braam THORNLESS EVERGREEN, de braam met het peterselieblad. Eenmaal is het toen gebeurd dat de stengels tot de grond afgevroren waren. Maar geen nood, de wortelkluit blijft intact en schiet terug uit. Deze winter was er geen schade bij een exemplaar dat iets meer beschut staat; het andere had voor een stuk bevroren uiteinden.
Het enige ras dat deze winter totaal bevroor was ADRIENNE, een stekelloos ras door Derek Jennings gecreëerd na zijn pensionering (1995 GB). Ook vorig jaar schoot er zeer weinig over. Het zijn anders lekkere vruchten met de rijke smaak van west-Amerikaanse bramen ingekruist. Zijn laatste braam HELEN (1997 GB), minder groeikrachtig dan Adrienne, is ook zeer vorstgevoelig, zij het in iets mindere mate. WALDO, een Amerikaanse, stekelloze braam met gelijkaardige vruchten had enkel sommige bevroren uiteinden. Ik moet er wel bijzeggen dat ze meer beschut staat.
In mijn open bramengallerij was er weinig schade bij de stekelloze bramen, behalve een paar bevroren takken bij TRIPLE CROWN (1996 USA), een ras met reuzengrote, zeer smakelijke bessen, maar beperkt productief. Er was nog een andere stekelloze braam, waarvan ik de naam niet meer ken, met twee voor een gedeelte ingevroren takken. De struiken van de bramengallerij waren vorig jaar, in het tweede jaar na herplanten, zeer sterk gegroeid. Bv. Thornfree: een rank van 7,20 m
De andere rassen APACHE, JUMBO, LOCH NESS, NAVAHO en THORNFREE vertonen geen schade.
Op het noorduiteinde staan de twee gestekelde rassen: FANTASIA ( +/- 1988 GB). Deze wilde braam, vorig jaar geplant, heeft al takken van meer dan twee meter en vertoont een paar bevroren takuiteinden. HIMALAYA, de THEODOR REYMERS uit Duitsland (+/- 1890) die geweldig groeide (o.a. een tak van 9,40m ) heeft twee voor de helft ingevroren takken. Het exemplaar in de kippenren vertoonde ook twee zware, dode takken.
In de ren staat ook een rij Fantasia’s. Hier is de ravage zeer sterk, slechts weinig takken schieten over. Opmerkelijk is hier dat de takken tot enkele decimeters boven de grond nog bladeren hebben. Ik verkies echter de takken tot tegen de grond weg te snoeien. Anders gaat er te veel energie naar deze stompen, te nadele van de nieuwe groei voor volgend jaar. Trouwens gedeeltelijk bevroren takken worden onverbiddellijk weggesnoeid. Ik heb ondervonden dat de natuur er alles aan doet om nog prutsvruchtjes voort te brengen –voor de plant tellen enkel de zaden voor mogelijke voortplanting- ; en schiet er weinig of geen energie meer over voor de vorming van ranken voor volgend jaar.
Tegen de draad van de ren staat er ook een Fantasia, nu derde groeijaar, een vorig jaar sterk uitgegroeid exemplaar. Slechts een van de lange takken is voor de helft kapot en nog een paar korte uiteinden.
Opmerkelijk is echter dat een meer beschutte rij Fantasia’s zo goed als niet geleden heeft! Deze rij wordt wat afgeschermd door struikgewas aan de oostzijde.
Wat afscherming betreft: ook naar de westkant voorzie je best afscherming tegen de felle westenwinden. Niet goed aangebonden, zwiepende takken lopen hierbij veel schade op in het groeiseizoen. Dat merk je pas later als de vruchten niet goed willen ontwikkelen.
BRAAMBOZEN, half braam, half framboos
De gestekelde TAYBES (Medana) (1978 GB) vertoont lichte schade. De stekelloze mutatie Buckingham (1996 GB)heeft veel meer bevroren takken. Hierbij kan een minder gunstige standplaats een rol spelen. In mijn Filclair serre zijn de vruchten zich reeds aan het vormen.
SILVAN (1984 Australië), vorig jaar geplant en al ranken tot bijna 4m, heeft slechts wat bevroren uiteinden.
Bij KOTATA (1984 USA) heb ik wel iets meer moeten wegsnoeien.
Bij YOUNGBERRY en NECTARBERRY schiet slechts de kleine helft van de takken over.
De gestekelde BOYSENBERRY en de SUNBERRY, beiden meer beschut groeiend, bleven beiden ongedeerd.
Voor dit jaar verwacht ik een grote oogst. Daarbij is het wel belangrijk dat het begin september niet te veel regent. Meestal is september een zonnige maand, doch een aanhoudende regenperiode kan voorkomen en dan groeien de Botrytis schimmels weelderig en beschimmelen de vruchten, maar er is verschil in vatbaarheid bij verschillende rassen.
ANDERE
JAPANSE WIJNBES Een onbeschutte plant is totaal bevroren. Een exemplaar achter de palmhaag bleef ongedeerd.
DORMANRED:geen schade.
Fotomateriaal
Waldo
De Himalaya in de kippenren met de 2 dikke, levenloze takken
De sterk bevroren rij Fantasia
De jonge Fantasia begint zijn derde groeijaar
Aan de uiteinden liep de jonge Fantasia wel schade op
De Nectarberry heeft veel dode takken
De Silvan ziet er goed uit
De totaal bevroren Japanse Wijnbes schiet onderaan opnieuw uit.

