KEULEN 20/6
Elk jaar richt het
Davidsfonds Halle in-de-Kempen een interessante reis in. Dit jaar ging het naar
Keulen. (Tussen haakjes: Ik heb bijzonder goede herinneringen aan de uitstap
van vorig jaar Antwerpen Noord, blog van 22/06/2009).
Jules en Miel hadden de
reis weer grondig voorbereid en een parcours uitgestippeld. Miel had gezorgd
voor een informatief brochuurtje.
We stapten uit ter hoogte
van de vroegere haven en trokken via kleine straten de stad in. Op een gebouw
stond een merkteken van een grote overstroming in de jaren 1700. Het eerste
huis waar halt werd gehouden was het “Overstolzenhuis”, een van de oudste van
Keulen, dat als woon – en stapelhuis dateert van 1230. Romaanse stijl: let op
de rondbogen. Het deed van 1840 tot 1930 dienst als beursgebouw. Nu is het
Museum voor toegepaste Kunst.
Over de Heumarkt (hooi-)
met standbeeld van een koning wandelden we tot aan de achterkant van Gross
St-Martin, een romaanse kerk van de 10 de eeuw, met massieve toren met vier
hoektorens.
Op onze weg ligt menige
Kneipe, café met eigen Keuls biermerk. Er zijn knusse pleintjes met speciale
fonteinen met beeldhouwerk. Er werd stilgestaan bij een fontein ter gedachtenis
van een Keulse volkszangeres. Iemand van de medereizigers, die een tijd in Keulen
gewoond had, kon nog een strofe zingen.
Terug op de Rijnkaai
toonde Miel ons de in de grond gewerkte waterkering, bedoeld om een waterpeil
tot 11 m tegen te houden. Het normale peil bedraagt 2,80m. In december 1993 was
er een hoogste waterstand van 10,63 m.
We scheepten in voor een
vaart op Rijn met smakelijk middagmaal. Eerst vaarden we stroomopwaarts, tegen
de felle stroming in.
Pas dan realiseerde ik mij
dat Keulen op de linkeroever van de Rijn gebouwd is. Ik had een tegenover
gesteld beeld in mijn hoofd (cfr Antwerpen)
Terug uitgestapt ging de
wandeling verder langs de Rijn tot en op de Hohenzollern brug, eigenlijk een
zeer drukke treinbrug met een voetgangers/fietsers gedeelte Je ziet de treinen
uit het hauptbahnhof vertrekken.
We wandelen naast het
Ludwig Museum en het Römisch-Germanische Museum. Door een buitenraam heb je een
kijk op het Dionysosmosaiek (2de eeuw na Christus). Keulen was voor
de Romeinen een bolwerk tegen de Germanen van over de Rijn.
We staan voor de imposante,
gotische Dom. Eerste steen in 1248. Pas in 1880 geraakten de 2 torens ( hoogte
166 m ) voltooid.
De Dom is grotendeels
gespaard gebleven tijdens de laatste oorlog. Rondom rond lag alles plat.
In de dwarsbeuk kwam in
2007 een nieuw brandglas van de beroemde, keulse, Gerhard Richter. Het nieuwe
raam is bijna 19 m hoog en ruim 9m breed. Dit moderne werk past wonderwel in
deze belangrijkste kerk van Duitsland.
Op de Alter Markt (oude
markt), met zicht op de toren van het stadhuis, was het tijd voor een
Pinkelpauze (plaspauze).
Bij het raadhuis waren er
belangrijke opgravingen naar de resten van een in 1183 door de Keulse bisschop
aan de Keulse joden toegewezen eigen gebied dat met poorten kon afgesloten
worden, het eerste Joodse getto.
De fundamenten liggen zo’n
10 m lager dan het huidige grondniveau. In de loop der tijden werd de stad een
heel stuk opgehoogd.
We passeren in de oude
parochie het Wallraf-Richarts-Museum. In deze wijk woonden op het einde van de
Middeleeuwen de belangrijkste patriciërs van de stad.
Naast het massieve, blanke
volume van het museum staat de ruïne van de romaanse Sankt-Albanskirche. In de
fond van de kerk heeft men een kopie van het beroemde treurende ouderpaar van
Käthe Kollwitz geplaatst. Het origineel staat op het Duitse oorlogskerkhof van
Vladslo, een 7 tal km van “De Reiger” te Ichtegem waar ik in mijn jeugd woonde.
Even verder komen we aan
het huis Farina. Het is 300 jaar geleden dat Johan Maria Farina het reukwater
uitvond dat Keulen wereldberoemd maakte. Nu is het een klein museum. Maar het
is vooral concurrent 4711 die met de pluimen is gaan lopen. Ten tijde van de
bezetting door de Fransen van Napoleon kregen de huizen een eigen nummer en in
huis nr. 4711 werd eveneens “Keuls water, eau de Cologne “ gefabriceerd. Verder
op de wandeling komen we er voorbij.
We wandelen door enkele,
verkeersvrije winkelstraten.
In de St-Antonieter kerk
zien we een monumentaal, hangend beeld van Ernst Barlach uit de Jugendstil
periode van een eeuw terug.
Nog een merkwaardig, groot
gebouw is de enorme, ruim 5000 vierkante meter grote stolp Peek &
Cloppenburg, grootwarenhuis van Renzo Piano, de in Parijs gevestigde Italiaan
die ooit samen met Richard Rogers het Centre Pompidou bouwde.
Onze laatste bestemming
was het in 1985 opgerichte Käthe Kolwitz Museum Keulen.
Miel schrijft: “ Een
zwaartepunt vormen de tekeningen uit alle scheppingsperiodes, o.a. vroege
pastellen en kooltekeningen voor het satirisch tijdschrift “Simplicissmus”,
studies over drukgrafische werken, die het scheppingsproces begrijpelijk maken,
alsook enige van de mooiste en meest expressieve bladen uit de late tijd, toen
Käthe Kollwitz (1867-1945) zich vooral met het thema dood bezighield.”
FOTOMATERIAAL MET ALEIDE ALS FOTOGRAAF
Het Overstolzenhuis
Deel van de medereizigers
Koningsstandbeeld op de
Heumarkt
Kneip (café)
Monument voor
volkszangeres
Iemand van de groep, die
lang in Keulen gewoond had kon nog een strofe zingen!
Beelden op een pleintje.
Achterkant Gross St-Martin
Gross Saint gezien van de
Rijnkaai
2 reacties op dit bericht
moerbeisoorten
we zijn op zoek naar moerbeiboompjes, meer bepaald de morus rubra. Heb jij enig idee waar die te vinden kunnen zijn?
Met hartelijke dank voor je reaktie,
Jan.
Moerbei
Heb nog even gegoogled en in Wetteren zit er schijnbaar een specialist in moerbeibomen. Deze verwijst ook door naar een kweker in Putte(http://www.vanpeltnv.com/ ). Onderstaande tekst heb ik geknipt uit een forum.tuinadvies.be.
Een treurmoerbei is de "pendula" variëteit van de Morus alba of "witte moerbei". Een treurmoerbei of welke andere siervorm dan ook is onbestaande bij de soort "Morus nigra" of "zwarte moerbei".
Alle gekende siervormen bij de moerbei zijn enkel en alleen te vinden bij de soort "Morus alba". Zelfs de plataanbladige moerbei (de zogenaamde dakmoerbei is een ondersoort (afwijkende vorm) van de Morus alba ("plataneifolia").
Al deze verwarring ontstaat doordat de "Morus alba" zowel witte, roze, lavendelkleurige, als zwarte vruchten vormt. Zéér vele tuincentra en plantenkwekers bieden dan ook de Morus alba aan onder de naam Morus nigra gewoon omdat de boompjes die zij aanbieden zwarte vruchtjes vormen (de meest voorkomende vorm)terwijl er in werkelijkheid een hemelsbreed verschil is tussen beide soorten....
Zelf heb ik één van de grootste moerbeicollecties uit Europa en ik erger me vaak aan de naamsverwarring bij de moerbeien, zelf ken ik geen enkele andere plant/boom waar er wereldwijd (want dit is niet alleen in ons land zo) zo'n erge naamsverwarring is . Zeker meer dan de helft van wat je vindt aan aanbod op het net gaat over een verkeerde soort.....Let dus op wat je koopt
tijdens de winter kan je de Morus nigra herkennen doordat ze markantere lenticellen hebben op de jonge twijgen dan de Morus alba maar belangrijker is dat de nigra zeer dikke bijna zwarte knoppen heeft terwijl de alba kleinere en eerder bruine tot licht bruine knoppen heeft. Dit is trouwens de reden waarom de Morus nigra zo heet ....nigra verwijst naar de zwarte knoppen en niet naar de vruchten....
wanneer de boom in blad en vooral in vrucht staat is de herkenning uiterst éénvoudig....
1) De nigra heeft een zeer ruw blad , boven en vooral onder behaard en het bijzonderste : de vruchten met zeer geconcentreerde wat zurige smaak hebben een uiterst kort steeltje dat bijna niet te zien is en waardoor het lijkt alsof het vruchtje aan de twijg geplakt zit , zelfs bij volledige rijpheid lossen de vruchtjes soms niet en daardoor knijp je ze fijn in plaats van ze te kunnen afplukken . Wanneer je een twijgje breekt geeft het hout een bijzondere sterke geur af.
2) De alba heeft een lichtjes behaard blad (de reden waarom de zijderupsen alleen deze eten en geen nigra bladeren). de vruchten smaken meestal gewoon zoet zonder iets zurig(bij volledige rijpheid) en ze hebben steeds een steeltje van +/- 1 cm of meer waardoor je ze makkelijk kan plukken. Bij kneuzing ruikt het hout lichtjes.
Eveneens bestaat er toch een rode soort nl.: Morus rubra (Rode moerbei; oostelijk Noord-Amerika)
Grt
Wim