
Een knikker een bal en een step,wat hadden we toen een reuze pret.
Nu verlangt men enkel nog internet.
Met zijn tienen op straat,allemaal ondereen.
nu op je eentje voor de computer helemaal alleen.
Een oude fiets, soms geleend.
Nu ieder jaar een fonkelende nieuwe.
Een boterham met jam,zo uit de vuist.
Nu een belegd broodje,heel netjes zo is het juist.
Ons taaltje was pittig,het zuiverst dialect.
Nu algemeen beschaafd nederlands,zo hoort het,anders komt ge nergens terecht.
Dikkopjes vangen,en in de wei kalfjes horen loeien.
Nu naar de kinderboerderij,om nog dieren te zien groeien.
Wij speelden op straat,geen auto in zicht.
Nu op elke hoek een rood licht.
Wij konden van sleutel-en korenbloem een boeketje binden.
Nu zijn het beschermde bloemen enkel nog in boeken te vinden.
Onze kennis raapten we op van de straat en uit de natuur.
Nu halen we onze kennis van internet uur na uur.
Dit was uit het leven gegrepen ook voor u herinneringen uit vervlogen tijden.