De Plas
De zon ligt dronken op de plas,
en kust het water tot rosé,
Als ik nu daar die vogel was,
Dan dronk ik, eendje, met haar mee.
Hugo Hoedemakers.
De Plas
De zon ligt dronken op de plas,
en kust het water tot rosé,
Als ik nu daar die vogel was,
Dan dronk ik, eendje, met haar mee.
Hugo Hoedemakers.
VermoeidheidAls wij, de grote mensen, moe zijn
Van het praten met elkaar,
Als wij moe zijn van het slapen
Met elkaar, het wandelen
En handeldrijven met elkaar,
Het tafelen en oorlog voeren
Met elkaar, als wij zo moe zijn
Van elkaar, van het elkaren
Van elkaar, dan zetten wij de kat
Op onze schouder, gaan de tuin in
En zoeken de kinderstemmen achter
De hoge hagen en in de boomhut.
Leonard Nolens
Het weerHet weer
Hoe het weer was in het land zonder jou?
Eerst daalde er nevel
over de betonnen bergen.
Toen hing de zon als mist
over het paarlemoeren zand.
Toen bewoog de lucht
en werd klam als je oksels.
Een weerlicht sloeg mijn tanden dicht.
En alom steeg de geur
van de grote dieren die niet bestaan
tenzij in het gesuis van je oor,
in het geritsel van je haren.
Zo was het weer daar zonder jou.
Je bent de luchtdruk en de dauw
en de sneeuw in mijn schedel.
Hugo Claus (1929-2008)
uit: Je buik van pimpelmees (2013)
Meryl StreepMeryl Streep zei ooit: “Ouder zijn is niet voor de zwakken. Op een dag word je wakker en realiseer je je dat je jeugd weg is, maar daarmee ook, komt de onzekerheid, haast je je en ga je anderen behagen...
Je leert langzamer lopen, maar met grotere zekerheid.
Je neemt afscheid zonder angst, en je koestert degenen die blijven.
Verouderen betekent loslaten, het betekent accepteren, het betekent ontdekken dat schoonheid nooit in ons vel zat... maar in het verhaal dat we in ons dragen.
Je leeft voort in hen die je lief zijn"
CadeauHet gaat niet over hebben, hooguit over krijgen.
Alléén ben ik degene die nooit praat,
maar met jou kan ik zwijgen.
Over wat voorbij is en nooit overgaat.
Over mijn vader. Over een vroegere vrouw.
Over hoe verliezen kan verrijken.
Neem een kind dat zijn eerste stappen zet.
Het gaat niet over hen vasthouden, maar over -zou
ik?- loslaten en lang kijken.
--------------------------------------
uit: 'Met een klank van hobo', 1980
Herman de Coninck
WinterHerman de Coninck (1944-1997)
Winter
winter. je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.
En toch is ook de nacht niet
Uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
Is het nooit volledig duister, nee,
Er is de klaarte van een soort geloof
Dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.
uit: Zolang er sneeuw ligt (Brugge, 1981)
Zomer
AutopsychografieDe dichter doet alsof
Hij doet dat zo compleet
Dat zelfs de pijn die hem echt trof
Door hemzelf verzonnen heet.
En zij die zijn gedicht dan lezen,
Zien in de gelezen pijn
Niet de echte en niet deze,
Maar een die nooit van hen zal zijn.
En zo draait op zijn spoor,
Dat ons hoofd ontspannen laat,
Die opwindtrein maar door,
Die als het hart bekendstaat.
Fernando Pessoa
WisselkindWisselkind
Zie mij eens mijn best doen om hier thuis te zijn. Ik zing de dankjewels
met mijn kopstem. Kijk niemand in de ogen als ik groet. Ik heb een batikshirt dat schouderklopjes krijgt. Ik ben jullie Insta-mascotte, twee koppen groter. Ik eet op straat met de locals mee. Lepel voldoende sambal op mijn bord en spoel mijn reet af met het flesje. De witte rijst kleur ik bij met kecap. Mijn genen bakken mee met de zon. Ik ben best stoer op die scooter. Ik ben hier lang genoeg.
Zie mij eens mijn best doen om hier thuis te zijn. Ik spreek de hoezo's
ritmisch uit. Kijk je strak in de ogen als ik groet. Grinnik met mijn mond dicht. Ik heb een wintertrui die schouderklopjes krijgt. Ik ben jullie voetbalvriendje, twee koppen kleiner. Eet andijvie met de buren. Schep voldoende jus in het kuiltje. Mijn genen bleken mee in de sneeuw. Ik prak aardappels door de groente heen, veeg zittend mijn reet af. Eenlaags schuurpapier. Ik ben best stoer op die racefiets. Ik ben hier lang genoeg.
Robin Block
Uit de bundel:Handleiding Voor Ontheemden.
Winnaar Herman de Coninckprijs 2024 voor poëzie.
De rode klaproosDe Rode Klaproos
Het grote voordeel
is geen verstand
te hebben. Gevoelens:
oh, die heb ik; zij
regeren mij. Ik heb
een Heer in de hemel
die de zon heet, en ik open
voor hem, laat hem zien
het vuur van mijn eigen hart, vuur
zoals zijn aanwezigheid.
Wat anders zou zo’n glorie kunnen zijn
dan een hart? Oh mijn vrienden en kameraden,
waren jullie ooit zoals ik, lang geleden,
voordat jullie mensen waren? Stonden jullie
jezelf toe
een keer te openen, om daarna nooit
meer open te gaan? Want in werkelijkheid
spreek ik nu
zoals jullie dat doen. Ik spreek
omdat ik ben kapot getrapt.
Louise Glück
vlucht
de zon kwam weer op als een
donderslag, één hartslag te over.
een ademtocht voor de hemel zich
sloot, maakte van de regen geen gewag.
een zucht bijna, bijna een glimlach
van licht boog schuchter door de lucht.
toch, een paar koffers waren gebleven,
vol duisternis en vergeten stof.
gekruid met schrik en dikke wreedheid,
met donkere rafels van een leven.
misplaatste schaduwen van tijd.
welke tochten maak je voor de dood
aan je deur klopt.je telt je hartslag,
je lach, je lijf en alle liefde
die je nog niet had opgeschreven.
Marleen De Crée
Wanneer de lente komtWanneer de lente komt
En als ik dan al dood ben
Zullen de bloemen net zo bloeien
En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.
Ik voel een enorme vreugde
Bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is
Als ik wist dat ik morgen zou sterven
En het was overmorgen lente,
Zou ik tevreden sterven, omdat het overmorgen lente was.
Als dat haar tijd is, wanneer dan zou ze moeten komen tenzij op haar tijd?
Ik houd ervan dat alles werkelijk is en alles zoals het moet zijn;
Daar houd ik van, omdat het zo zou wezen ook als ik er niet van hield.
Daarom, als ik nu sterf, sterf ik tevreden,
Want alles is werkelijk en alles is zoals het moet zijn.
Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil.
Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen.
Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen voorkeur meer kan hebben
Dat wat zal zijn, wanneer het zijn zal, zal het zijn dat wat het is.
(07-11-1915)
© Fernando Pessoa
Uit: Onverzamelde gedichten/De Hoeder van de Kudden
Vertaling August Willemsen
zal ik weggaan?Zal ik weggaan?
Zal ik verdrietig worden en weggaan?
Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden,
mijn schouders ophalen
en weggaan?
Zal ik de wereld neerzetten (of aan iemand anders geven), denken:
zo is het genoeg,
en weggaan?
Zal ik een deur zoeken,
en als er geen deur is: zal ik een deur maken,
hem voorzichtig opendoen
en weggaan- met kleine zachtmoedige passen?
Of zal ik blijven?
Zal ik blijven?
Toon Tellegen
uit: Alleen liefde,
Querido Amsterdam 2002
Waar ik naar verlangWaar ik naar verlang vandaag
een frisse zomerjurk te dragen
met blote schouders, een uitgesneden
hals en rug en vooral goed
los om de heupen
waarmee ik dan de tuin in loop
de zon schijnt warm, maar de wind
houdt het draaglijk en brengt
de jurk in beweging en dan
ben jij er natuurlijk ook die
de jurk al even mooi vindt en samen
trekken we hem uit en hangen hem
aan een tak
en liggen te kijken in het gras naar
zo'n frisse zomerjurk in een boom, daar
verlang ik het meest naar vandaag.
---------------------------------------
uit: 'Waar je naar zit te kijken', 1995.
Schrijver: Jo Govaerts
Men moetMen moet
Men moet altijd enigszins verdrietig zijn,
anders is men verloren,
maar men moet wel een beetje verloren zijn -
van het reddeloze soort -
anders zou men alleen maar gelukkig zijn,
toch moet men ook gelukkig zijn,
zo maar gelukkig kunnen zijn,
in alle staten van geluk,
anders zou men maar verdrietig zijn,
enigszins verdrietig
altijd.
Toon Tellegen (1941)
Uit: Minuscule oorlogen
Uitgever: Querido, Amsterdam 2004i
Losgeld
Olie-, oliedomme staat die leerlingen vanaf twaalf jaar
nog altijd letterlijk met ‘A’ labelt of ‘B’. Welkom in het middelbaar!
Aan Vlaanderen een vraag: wanneer ligt de maatschappij volledig plat?
Is dat wanneer de notarissen en de senators staken? Of als de loodgieters,
de bakkers en de havenarbeiders niet opdagen?
Ah, inderdaad! Het land ligt op zijn gat als de dakwerkers nakateren,
als alle winkeliers hun schup afkuisen, als de onthaalmoeders de luiers zelf aandoen, als koks hun kat sturen naar Nam Fong, Mister Spaghetti en naar alle internaten.
En wie is nu het slimst, iemand die weet waar de Aconcagua ligt (vraag uit De slimste mens ter wereld) of wie het hele stroomschema kan tekenen en uitvoeren voor een schoolkeuken, het Sportpaleis, Wetstraatvergaderzalen?
Iemand die weet hoeveel een flamingo weegt of iemand die een tillift kan bedienen zonder dat de bomma valt op koude tegels voor het licht uitgaat?
Wij moesten maar eens over A- en B-ministers praten. Dan zouden ze
misschien verstaan hoe het aanvoelt. Alsof wij tweede keus zijn,
alsof een stiel leren slechts een plan B kan zijn
voor als de A-richting iemand niet ligt, niet gaat.
Straks vraagt gij, Vlaanderen, nog losgeld voor het woord ‘intelligent’
dat gij al eeuwenlang gegijzeld houdt, alleen voor quizzers reserveert,
voor dokters, architecten, wetenschappers, voor mevrouw Michiels en advocaten.
Terwijl wij, trappenmakers, de hellingsgraad berekenen, de ideale afstand tussen treden. Kunt gij dat, Vlaanderen? En weet gij alles, zoals wij, mecaniciens, over de juiste spanningskracht op bouten van de nokkenas of hoe de distributieriem vervangen dient voor een perfecte kleptiming?
Zolang gij, Vlaanderen, niet ook de vakman slim noemt
in kranten, spelprogramma’s en journaals,
zijt gij de A’s in uw naam VlAAnderen niet waard.’
Kelvin Kamau, Miguel Angel, Charlotte Sibaers, Amber Serresen, Nyano Van Mechelen, Inne Michiels, Ruth Lasters; Spectrumschool, Deurne
ZielsgelukkigEr moeten mensen zijn
die zonnen aansteken,
voordat de wereld verregent.
Mensen die zomervliegers oplaten
als het ijzig wintert,
en die confetti strooien
tussen de sneeuwvlokken.
Die mensen moeten er zijn.
Er moeten mensen zijn
die aan de uitgang van het kerkhof
ijsjes verkopen,
en op de puinhopen
mondharmonica spelen.
Er moeten mensen zijn,
die op hun stoelen gaan staan,
om sterren op te hangen
in de mist.
Die lente maken
van gevallen bladeren,
en van gevallen schaduw,
licht.
Er moeten mensen zijn,
die ons verwarmen
en die in een wolkeloze hemel
toch in de wolken zijn
zo hoog
ze springen touwtje
langs de regenboog
als iemand heeft gezegd:
kom maar in mijn armen
Bij dat soort mensen wil ik horen
Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
Er moeten mensen zijn
die op het grijze asfalt
in grote witte letters
LIEFDE verven
Mensen die namen kerven
in een boom
vol rijpe vruchten
omdat er zoveel anderen zijn
die voor de vlinders vluchten
en stenen gooien
naar het eerste lenteblauw
omdat ze bang zijn
voor de bloemen
en bang zijn voor:
ik hou van jou
Ja,
er moeten mensen zijn
met tranen
als zilveren kralen
die stralen in het donker
en de morgen groeten
als het daglicht binnenkomt
op kousenvoeten
Weet je,
er moeten mensen zijn,
die bellen blazen
en weten van geen tijd
die zich kinderlijk verbazen
over iets wat barst
van mooiigheid
Ze roepen van de daken
dat er liefde is
en wonder
als al die anderen schreeuwen:
alles heeft geen zin
dan blijven zij roepen:
neen, de wereld gaat niet onder
en zij zien in ieder einde
weer een nieuw begin
Zij zijn een beetje clown,
eerst het hart
en dan het verstand
en ze schrijven met hun paraplu
i love you in het zand
omdat ze zo gigantisch
in het leven opgaan
en vallen
en vallen
en vallen
en OPSTAAN
Bij dát soort mensen wil ik horen
die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
de muziek gaat DOOR
de muziek gaat DOOR
en DOOR
~Toon Hermans~
MONT NOIRZoals het landschap in mijn ogen-
zo heb ik je voorgelogen dat
de dingen grijpbaar zijn.
................
Wat ons betreft-
dit graaien in bedauwde weiden,
fruit dat te hard voor tanden is-
..............
we hebben deze vorm gewild.
Kijk naar het landschap waar
bomen in iconen overgaan
en iedereen een naam geeft
aan een ander.
................
Hou dit vol.
Hou vol dat wij elkaar herkennen,
ook in schemer,
zoals verhalen lijken op een paard
en kinderen op wolken.
............
Hou het vol.
Ooit word je bij de pols genomen,
tekent iemand met je hand,
en zijn wij werkelijk
.............'
een landschap voor elkaar.
......
......
......
Stefan Hertmans
Uit: Verzamelde gedichten, De Bezige Bij

Über allen Gipfeln
Ist Ruh,
In allen Wipfeln
Spürest du
Kaum einen Hauch;
Die Vögelein schweigen im Walde.
Warte nur, balde
Ruhest du auch.
Goethe 1780
Boven elke bergtop heerst rust, in elke boomkruin bespeur je amper nog een zucht; de vogels zwijgen in het loof. Wacht maar, spoedig rust jij ook.
Nederlandse
vertaling van Menno Wigman.
Wandeling met BZe zegt dat is de wind
en ze wijst naar het wuivende gras
en van een lichte plek op de weg
zegt ze dit is de zon
.....
alsof ze de schepping begon
.......
maar als ik met mijn eigen ogen
kijk waar de zon en de wind waren
zie ik dat ze niet verder komt
dan mijn knieën
.....
onuitputtelijk groeit dagelijks
uit mijn voeten de reus
uit mijn eigen verhaal
dat langzaam doorzichtig wordt
als een morgen in de nevel
.....
zevenmijlslaarzen schuiven me
gaandeweg over sporen
die ik verloren waande
de kleine harde kiezelstenen
van kleinduimpje.
.......
Rutger Kopland