Judith
een wervelwind, tekeer. Ze richt geen schade aan,
behalve soms, en tijdelijk.Ze zweeft.Ze bruist.
Ze leeft.Ze kent de lichtheid waar ik vruchteloos
naar streef.Ook is ze mooi, veel mooier nog
dan licht. Zo mooi. Ze is een mooie altijd lichte
wervelwind van vlees. Ik hou van haar, maar straks
blaast ze me als een pluisje weer terug naar huis.
In haar bed slapen de mannen die ze heeft bekend
tussen ons in. Ze kijken mee. Ze roken op de bedrand.
Ze hebben grote ogen van gedoofd verlangen.Ik weet:
dit is mijn rol. Dit is de rol van iedereen, behalve één.
Daar ben ik ook tevreden mee. Ze is zo mooi.Ze leeft.
Ze is van vlees. Ze heeft ons, allemaal, ooit aangeraakt.
Chrétien Breukers















