Naar de inhoud

de hort op

akke.beakke.be

Archief

Estagel

We zijn geen vroeg-uit-de-veren-vogels en vandaag is dat zeker niet anders. De klok van de kerk weet dat en houdt zich in om te kleppen tot negen uur. Dan vindt ze het welletjes en laat haar kunsten horen. Een slag : kwart na. Twee slagen : half uur. Drie slagen : kwart voor. Vier slagen : een uur verder. Vroeger liet ze ook nog eens horen welk uur, maar die zang laat ze nu achterwege. Misschien is ze in de knoop geslagen met het zomeruur en heeft de klokkenregelaar het niet meer goed gekregen.

Het regent. Wie had dat gedacht? We zetten vlug de manshoge ramen open, de warmte laat zich binnen nog voelen, een beetje frisse lucht zal deugd doen. Wat zullen de struiken en bloemen en bomen gelukkig zijn, het is ongemeen droog. Rivieren moeten alle druppels bijeenrapen om nog stroming te produceren.

Regen duurt hier meestal niet lang, we zetten ons klaar om naar Estagel te fietsen, 21km verderop. De drukke D117 vermijden we, er is een prachtig binnenbaantje langs het stuwmeer van de Agly. Een enkele verdwaalde auto kruist ons pad. Latour de France,dorp tegen een flank (zoals alle dorpen hier)lacht ons al van ver tegemoet. We spendeerden hier vorig jaar een namiddag bij de rijkswacht om aangifte te doen van een gestolen portefeuille (die van Geert). De portefeuille zat de vorige dag in de fietstas toen we aan een lange fietstocht begonnen en was verdwenen toen we 's avonds terug thuis kwamen. We hadden 's middags in Bucharach gegeten en hadden fiets (met portefeuille) onbewaakt buiten laten staan. Bij die onbewaakte fiets hadden we een man 'gesignaleerd', achteraf noem je dat zo, met wie we een luchtig praatje hadden gedaan. Besluit : Bucharach zit niet alleen vol hippies, het zijn ook stelende hippies. De rijkswachter van dienst schreef alles keurig op en gaf Geert een voorlopig rijbewijs, wat wel van nut kon zijn om huiswaarts te keren. 's Avonds vonden we de portefeuille terug...diep weggestoken, in de fietstas.

Het was niet het eerste en ook niet het laatste dat we kwijtspeelden. Enkele dagen later kwamen we, wederom, thuis van een fietstocht en de voordeur was op slot. Een goede gewoonte. Alleen, de sleutel was niet meer te vinden. Die moest, samen met zijn gsm, in een klein tasje zitten, achteraan in Geerts fietstruitje. Hier konden we er geen verhaal van dieven en hippies van maken, dit was onze eigen fout. Wat kon er gebeurd zijn ? Er was weer een valpartijtje geweest, Geert die niet uit zijn klikpedalen geraakte en een zijdelingse buiteling maakte enkele meters lager, een stoppelveld in. Zoals ik het hier schrijf begin ik warempel te geloven dat dat vallen van hem ingegeven wordt door een of andere hang naar clownerie, het komt verdacht veel voor. We waren het er over eens, gsm en sleutel lagen in het stoppelveld. Het huis was wel op slot, maar er stond een raam open, vlug naar binnen geklauterd om de autosleutels (oef, die hadden we nog). Vraag : hoe vind je een gsm terug, als je enkel bij benadering kunt zeggen waar die zou kunnen liggen? Juist, ja, we hadden ook die goede inval. In elk geval verhoogde de vondst ons comfort aanzienlijk, want telkens door een raam kruipen om binnen en buiten te geraken, in de herfst van ons leven...

Maar we zijn nog steeds aan het fietsen, we gaan een wasmachine op de kop tikken in Estagel. De website van de winkel had diverse modellen getoond, we hadden al wat ideeën in ons hoofd. Profi Confort, zo heet de winkel. We vinden geen winkel. We rijden een eindje terug, geen winkel. We vragen het : magasin d'electromenager, c'est ou? Ah, oui, c'est la. De winkel blijkt een piepklein winkeltje te zijn. We staan er bij te lachen. Geen Krefel of Van Den Borre hier in Estagel, familiezaakje, klein maar dapper. We raken er uit, kiezen een model op de computer, levering en plaatsing deze week. Ik ben benieuwd. In de zaak staat een oudere man, die voortdurend met Geert in conversatie gaat, maar onverstaanbaar is. We kunnen hem niet antwoorden. Even later komen we die man terug tegen, de aanhouder wint, hij vraagt van waar we komen met de fiets. Van la Belgique. Ohlalala, zeggen zijn ogen. Combieng de kilometer? Plus que 2000, zeg ik. Ohlalala, zeggen zijn ogen. Moi, zegt hij, en ook 'camion'. Al de rest versta ik niet meer, heeft hij met een camion gereden of is hij onder een camion terecht gekomen (de man loopt met krukken), ik gok op het eerste en zeg ook Ohlalala, wat ook kan passen bij het tweede. Au revoir, zeg ik nog rap. Ciao roept hij uit volle borst. Vriendelijke mensen, die fransen.
Het is drukkend warm als we terug rijden, kort na de middag, het heetst van de dag. Overal wijnvelden, abrikozenbomen en het typische struikgewas voor deze streek : de garrigue. Ik kijk uit voor wilde thijm, er is weinig te vinden. Als we boven komen bij de laatste klim, komen we pal in een stormwind terecht, het blijft duwen, zelfs bergaf. Het is de voorbode van een knallend onweer. De eerste dikke druppels vallen als ik in de laatste rechte lijn zit. Geert krijgt wat meer op zijn kop, hij rijdt als een kleine duivel, maar ik zie het water langs zijn nek naar beneden lopen. Hoho, wat vind ik dat leuk.







Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 20:35 Reageer op dit bericht

libelle

De bramen zijn geplukt, de confituur is gemaakt. Ik kan het eigenlijk geen confituur noemen, het is een coulis, lekker.
We brengen de dag slapend en etend door. Niet bijster interessant dus. Het meest spectaculaire van de dag was een libelle die binnenritselde, waarschijnlijk door het open raam. Geert durft zo'n beest niet pakken. Ik iets meer, dus heb ik ze proberen evacueren voor ze haar vleugels zou verbranden aan een lamp, waar ze aan verslingerd leek. Ze is uit het raam gevallen. In het beste geval gevlogen, maar haar nekje stond toch wat scheef door mijn handtastelijkheid. Arme libelle. Rosita.
Morgen schieten we terug in gang, fietsen we een eind ver. Naar Estagel, op zoek naar een wasmachine.
En oh wonder, vandaag stond er een kraam in Ansignan, textiel zou ik het noemen, gaande van zakdoeken en lakens tot broeken en blouzes en kleedjes. Ik kocht wat handdoeken want schamel is de hoeveelheid die we bij hebben. De verkoopster, een oudere dame, vertelde dat ze vroeger elke maand kwamen. Nu nog twee keer per jaar. De teloorgang van de bejaardentextiel in Ansignan.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 23:17 Reageer op dit bericht

abrikoos

Het leek wel alsof de gastvrouw gisteravond geraden had waar ik al zo lang zoveel zin in had : een pasta met een stoofpotje van ajuin, tomaten en courgette en fetakaas. Want warempel ze zette ons dat prakkie voor. Ik had haar wel kunnen omhelzen en Geert was goedmoedig aan het brommen, dus dat zat volledig snor.

We kropen vroeg in bed, wat was het warm, gastvrouw en gastheer er ook bij, met vier in bed, dat kan toch alleen op VTM.

Het koelt niet veel af 's nachts, we mogen heel blij zijn met 20 graden. Een laken is meer dan voldoende.

Vandaag is het markt in St Paul de Fenouillet, we gaan groenten en fruit kopen, met fiets en kar. Zo blijven we in de sfeer en in beweging. Het is negen kilometer enkel, een leuk ritje dus. De abrikozen zijn spotgoedkoop, dat wordt confituur maken. Ik ben verzot op zelfgemaakte confituur. Geert ook, maar hij maant mij telkens aan om er geen suiker in te doen. Ja, dan heet dat natuurlijk geen confituur meer, maar gestoofd fruit. Ik probeer het te beloven, maar, eerlijk, het is niet lekker, en ik voeg er een schuddebuik suiker aan toe. Hij heeft dit niet in de gaten en bij het proeven is hij triomfantelijk gelukkig : dit is echt lekker zonder suiker, zegt hij. Ik lach wat vals in mijn vuistje.

Het dorp lijkt verlaten, we zien geen mens op straat. Het zal wel zo zijn dat binnen enkele jaren meer en meer huizen zullen leeg staan, het zijn vooral oude mensen die hier wonen, en er is geen enkele winkel meer. De bakker komt wel elke dag en een keer per week komt een kleine camion met levensmiddelen. Het is iets, maar het blijft pover voor het leven van elke dag.

Geert is op verkenning geweest rond het dorp, er zijn dikke bramen voorhanden, ze groeien in het wild en volgens hem zijn ze doornloos. Dat is goed nieuws. Morgen wordt er weer confituur gemaakt.









Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 19:46 Reageer op dit bericht

daar is de meet

De nacht was woelig, de wijn en de table d'hotes van gisteravond zullen daar wel voor iets tussen zitten. Ook de Maya's speelden een rol. Mijn grootste angst (nou ja) in een droom : ergens opgesloten zitten in een of andere kamer voor de rest van mijn leven samen met iemand die alle ruimte inneemt. Je mag nog zo je best doen, je wordt platgewalst door drukte, gegesticuleer en getater. Gelukkig was daar een Maya Indiaan in de buurt die het ook niet meer aankon en een grote plakker op de mond van de druktemaker plakte. Rust in huis. Dacht ik. Begon die toch langs zijn oren te praten zeker. Echt goed ging dat niet, maar toch. 'Onfe fieferig' en 'onf eflien' wat 'onze diederik' en 'ons evelien' moest betekenen, het gefaffel hield maar niet op. De Maya sprak vier wijze woorden : deze kan niet mee. In het ruimteschip zal hij bedoeld hebben. Tja, eigenlijk wou ik ook niet mee, zo maar in de ruimte geworpen worden en ik maakte me snel uit de voeten, nu iedereen zich klaarmaakte om in te stappen. Daar zat plots Lisa, mijn moeder, met bezwerende vinger in de lucht : 'een ander moet ook de kans krijgen om iets te zeggen'. Juist, moeder, groot gelijk. En ik belandde terug op aarde en toch wel in mijn bed zeker.

We kunnen maar moeilijk een einde breien aan ons fietsavontuur en besluiten om via een omweg naar Ansignan te rijden. Niet langs Bugarach dus, maar via twee cols : de col de la Fage, 731 m en de Col de la Redoulade, 753 m. Het worden twee pittige klimmen, het is al bloedheet, de zon heeft ons goed te pakken. Het zweet loopt in mijn ogen, bij Geert druipt het op zijn stuur. Maar het loont zo de moeite. Hoe prachtig is deze streek. En hoe rustig. We komen slechts een levende ziel tegen, een man met een mandje, op champignontocht vermoed ik. We belanden in het dorpje Auriac. Het heeft een mairie, een cafeetje en 39 inwoners. Piepklein. De vrouw van het cafeetje (die misschien eveneens burgemeester is) geeft ons een fietskaart mee van de omgeving, blijkbaar zitten we op een zwarte piste, zwaarste niveau dus. Maar ze zegt er wel fijntjes bij dat het zwaar (en zwart) is voor de fietsers die van de andere kant komen. Voorzichtig zijn, verwittigt ze nog, de afdaling is niet gemakkelijk, elk jaar zijn er accidenten. Het is vooral de gravé die op de baan ligt die het remmen gevaarlijk maakt. Maar eerst nog 4 klimkilometers. Het lijkt hier een vlindertuin, we zien er ontelbare en in alle kleuren. Ze fladderen van bloem tot bloem, ontvouwen hun prachtige vleugels. Alleen daarvoor zou een mens zich in het zweet werken. Ik dank in gedachten de uitvinder van de elektrische fiets. We kunnen op deze manier heel goed samen fietsen. Niet dat we continu in mekaars zog rijden, het klimmen gaat best voor mij, in de afdalingen is Geert niet bij te benen. En zo fietsen we globaal gezien even rap.

We rijden langs de Gorges de Galamus, een erg smalle baan, langs duizelingwekkende dieptes, de afspanning slechts een halve meter hoog. Als je hier in valt kan je nog een mop vertellen voor je beneden bent. Hoog op de fiets is het aan te raden het midden te houden, vooral omdat de kloof ook nog eens een corridor is voor le vent violent du nord. Dat is nu niet het geval. We zien een paar groepen op weg voor de canyoning, vrolijk en vol moed.

En dan is het nog 9 km, het laatste stuk naar Ansignan. We arriveren vroeg, onwennig blij, weten niet wat er van te denken. Het was een groot project en het voelt aan als geslaagd. We legden 2.364 km af in 38 fietsdagen.

De eerste dagen zullen we zwaar moeten afkicken. Dat voelen we nu al.























Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 20:11 2 reacties Reageer op dit bericht

apocalyps

Het ontbijt is buiten categorie. Alles wat ons mondje wenst springt er bijna vanzelf in. Heel lekker en overvloedig. We horen dat de b&b vorig jaar bij de 20 beste was van heel Frankrijk. Het verwondert me niet. En wat me ook charmeert is dat het vooornamelijk de man is die de b&b runt. Een echte nieuwe man dus. Zijn vrouw werkt als anesthesiste in de kliniek van Carcassonne.

De rit zal kort maar krachtig zijn vandaag. Een paar klimmetjes, maar evenzeer lange afdalingen. Kan ook moeilijk anders, blijven klimmen zou tot ongekende hoogten leiden en die zijn niet aanwezig. Het begint meer en meer gekend terrein te worden en dat geeft vertrouwen. Eigenlijk volgen we nu even een stuk van de Katharenroute, maar de echte bastions Monsegur, Peyrepertuse, Queribus liggen niet op de weg. Arme Katharen, zij hebben afgezien in de dertiende eeuw. De inquisitie heeft ze met duizenden omgebracht, tot er geen enkele meer overbleef. Grondig werk, dat wel.

We komen in Couiza, een lager gelegen stadje tussen Limoux en Quillan, en van daaruit trekken we terug de bergen in. Achter de 'pong', naar rechts, heeft men ons gewezen. Het is eventjes druk, maar algauw ebt de drukte van de stad weg en is het weer heerlijk rijden. De zon prikt en brandt, bomen couperen regelmatig al dat zonnegeweld, er zijn ook rotspartijen, graanvelden, wijnranken. Een riviertje slingert zich langs de weg, soms aan onze zijde, soms diep beneden, verstopt tussen struiken en bomen. Af en toe een toerist die aan het water verpoost. Dit is een lieflijk mooie streek. In Rennes les Bains lopen nogal wat alternatievelingen rond, maar ook oudere mensen die wellicht voor de weldadigheid van de thermen gekomen zijn. Het zegt me ook wel wat, een dagje thermen. 'Nu we in de herfst van ons leven zijn','zegt Geert, 'moet dat kunnen'. Ik denk niet dat hijzelf er rap aan zal beginnen. Te veel Pietje Ongeduld.

We gaan richting Bucharach (boecharatsj). De door de Maya's voorspelde apocalyps van 21 december 2012 kon verhinderd worden voor degenen die in Bucharach waren op die datum. Zij zouden in een soort ruimteschip naar andere tijden en andere dimensies gebracht worden. Het dorp stroomde vol rond de dag des onheils. Mensen wilden gered worden. De apocalyps bleef uit en toen zijn ze maar terug naar huis gegaan. Toch blijft het een dorp en een omgeving met een ongewone aantrekkingskracht. De pic de Bucharach (1200m hoog, een hele boterham om te beklimmen) zou magische eigenschappen hebben. Men beweert dat hij ooit zou geexplodeerd zijn en ondersteboven terug naar beneden gevallen. Hij zou dus op zijn kop staan. Verhalen in overvloed over deze streek. Want wat te denken over de pastoor die de schat van de Tempeliers zou gevonden hebben ergens in Rennes le Chateau? Hij en zijn Marie beschikten plots over veel fondsen van onverklaarbare oorsprong. Waar vandaan, niemand die het weet. Hij zweeg als vermoord en ook zij hield haar lippen stijf op elkaar. We zouden er boeken kunnen over schrijven, maar spijtig genoeg zijn die al geschreven.

We dromen weg, maar eigenlijk zijn we nog aan het fietsen, ik op mijn 'brommerke' (zo genoemd door Geert als hij moeite heeft om te volgen, waarop ik steevast antwoord dat niemand hem verbiedt om ook een brommerke te kopen, wellicht is dat nog te vroeg, het idee nog onverdraaglijk) en hij op zijn koersfiets met zijn fluo kousjes en schoentjes en zijn getrainde bruine benen.

We zijn vroeg vandaag, het moet nog drie uur slaan, als we onze kamer bezetten. Ik begin te beseffen : goed van ons, alles samen hebben we 2.300 km. Afgerond.
Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 17:50 Reageer op dit bericht

het is stil waar het nooit waait

We schoven gisteravond aan bij de uitbaters voor het avondmaal en kregen een dikke schouderpoot van een varken voorgeschoteld. Een stoofpot die 4 uur geprutteld had, knook en vel inbegrepen. Veel vlees, maar ook aardappelen en wortels en ramenas en een hele resem kruiden, waaronder de mooie steranijs en jeneverbessen. Het was lekker en spoelde goed weg met de karaf wijn. De lippen werden losser, er werd al eens op mekaars schouder geklopt, het was 22 uur als we bedwaarts trokken.
Windkracht 5 vandaag. Uit het oosten en wij moeten in zuidoostelijke richting, bestemming Limoux. De twee kolossen van honden hebben Geert verkozen tot hun beste vriend en leggen zich op zijn voeten. De gastheer zegt dat we en arriere moeten trappen als we de wind willen verschalken. Hij neemt Geert nog in een innige verstrengeling, (bij mij houdt hij meer afstand) en hoopt dat hij ons spoedig zal weerzien. Wie weet.

Het is zonnig warm, een enkel schapenwolkje aan de hemel. We keren het kanaal definitief de rug toe, smijten ons in de landelijkheid van de Aude. Hier wordt graan en zonnebloemolie geproduceerd.
We vorderen langzaam, zetten ons schrap om de uitzinnige wind baas te kunnen. Hij blaast en fluit in mijn oren, probeert me met fiets en al van de baan te stoten, enkele meters lager, het stoppelveld in, hij klettert aan linten en kleppen aan mijn fiets en aan mijn helm en hij maakt me zelfs bang. Moeten wij op die manier, vechtend om baan te houden, op een Route Nationale rijden, met camions, bestelwagens, wilde fransen? Ik zie dat niet zitten en we besluiten onze etappe om te leiden naar kleinere baantjes. Weliswaar iets verder, maar ook veiliger en leuker.
We slaan af naar Fanjeaux, een mooi stadje, hoog op een flank. De batterij is de helft van haar pluimen al kwijt, we hopen een bar te vinden om ze terug op te laden. Het wordt een moeilijke klim, Geert neemt het woord 'col' in de mond, ja, warempel, de stijging is 14%. Dat is hijgen geblazen. Er komt een bataille de verbes van. Ik rijd te vlug. Ik luister niet, want ik hoor niet. Ik heb oogkleppen aan. Hij laat zijn wensen niet horen, ziet mij overal voorbij rijden, geraakt oververhit in lijf en kop omdat ik nergens stop. We bakkeleien, zenden onze verzoenengelen om te onderhandelen, het raakt opgelost. Het is stil waar het nooit waait.
Ik ben heel blij met de alternatieve route, het is rustig rijden, het is enkel de wind die ons dwingt de twee handen aan het stuur te houden. De zonnebloemvelden verdwijnen, hier worden volop druiven verbouwd. Limoux is befaamd om zijn blanquette, de oudste schuimwijn ter wereld, per ongeluk uitgevonden bij een mislukte wijnfabricatie.
De b&b ligt langs de baan en wordt gerund door...Vlamingen. Dat beseffen we eerst niet, dus praten we lustig in het frans tegen mekaar tot de gastheer ons onderling nederlands hoort praten. 'Dan zal ik het ook maar in het nederlands zeggen',lacht hij. Het praat zo veel gemakkelijker, we drinken samen een glaasje, ik breek er eentje, krijg weer een ander (het is geen kristal van zijn overgrootmoeder, gelukkig). Geert is gefascineerd door de jonge leeftijd van de Vlaming en dit in relatie tot de grootte van het huis dat hij bezit. 6 kamers en een gite, het is niet niks. Hoe heeft die dat voor mekaar gekregen? Hij kan het niet begrijpen. Ach, we hoeven niet alles te begrijpen. Wat is is. Denk ik.
Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 21:25 1 reactie Reageer op dit bericht

kaphonden

We hebben moeite om ons bed uit te raken. Het is nochtans al 8.45u en de lucht helderblauw, maar dat weet en zie je niet als je slaapt. De madame rommelt in de keuken van de b&b (zij woont zelf in een huis iets verder op het domein met man en nawas),maar voorlopig zwijgt ze nog. Dat is een groot gemak, want ze praat veel en wat bekakt. Zoals een duif ook veel te veel praat, altijd dat geroekoeroekoeroe, geef mij maar koerkoerkoer, ca suffit. En een ekster dan, maar dat kan je geen praten meer noemen, dat is schorschreeuwen. Neen, dat doet deze madame niet, ze praat meer in de hoogte, haar stem is best aangenaam, maar er zitten veel eupeupeups tussen. Ze wil ons ook twee keer uitleggen wat een nectarine is. We komen uit het noorden, dat is waar, maar we zijn geen hottentotten meer. We krijgen een typisch frans ontbijt, ze heeft heel lekkere confituur van kleine kersen (de kers van de kirsch) en ze maakt haar yoghurt zelf. Die is zo laxerend dat ik het einde van haar betoog niet haal maar de pot op moet. Geert volgt tien minuten later.

We volgen nog steeds het kanaal, het is van naam veranderd, heet nu Canal du Midi. Het ligt als pas gekookte erwtensoep, nog zelf gemaakte croutons er in en ze is af, aan onze rechterzijde. Weinig of geen varende boten, wel een heleboel woonboten met exotische namen : le haricot noir, cocorico, esmeralda cinq, trop de sauterne... De zon is een inhaalbeweging aan het maken en tracht het bladerdek van -alweer die prachtige platanen- te doorboren, het lukt haar maar half, de weg blijft heerlijk koel. Langs de kant een symfonie in blauw : korenbloemen, scabiosa, nog enkele bloeiende bramen met lila bloemetjes en verderop het warme geel van de eindeloze zonnebloemvelden. Samen met het groene loof een droom van een kleurenpalet.

Ook in vele kleuren komen ons tegen : fietsende oudere mannen. Zijn ze alleen, geen probleem, ze sportelen wat. Zijn ze met twee, alles in orde : ze voeren dialoog, overlopen de dagorde. Maar zijn ze met drie of meer : aaah! De eerste en ook de tweede kijken ontspannen en trekken de kar, maar verder naar achter vertrokken gezichten, wanhoop in de ogen, tanden bloot en op elkaar geklemd. Het gaat te rap voor die mensen, maar liever doodvallen dan toegeven. Ik heb daar een theorie over. Ze kunnen niet ouder worden. Ze missen het copingmechanisme om te kunnen zeggen : ik word een dagje ouder, vandaag rijd ik eens geen dertig kilometer per uur. We hebben er allemaal last van, zeker in deze tijden der eeuwige jeugd. Maar (deze)mannen stralen het met zulk een weerloze wanhoop uit, ik zou ze willen toe roepen : on vous aime, pas de soucis!

Het kanaal neemt wat bochten, ik weet niet of dat zo gepland was door die ene ingenieur die er zijn levenswerk van.gemaakt heeft in de jaren stillekes, het verhoogt het pittoreske van de route. Vissers zijn er niet te zien, vreemd, is de vis in de erwtensoep gestorven?

We hebben gepland om tot Castelnaudary te fietsen en dan een eindje terug te keren naar ons logeeradres, maar het valt anders uit. Het prima fietspad stopt plots en gaat over in onverhard tot smalle streep. Bovendien lijkt het Canal zich te splitsen in zijarmen of poelen, we zitten in de knoei. We volgen een jong koppel, volgens Geert kennen die beslist de weg. Het blijken Zweden te zijn. Geert houdt een geblokte Vtt'er tegen, kan hij ons helpen? Suivez moi, zegt de man in het geel en zo rijdt hij ook, alsof hij in het geel zit. We hotsen en botsen langs kanaal na kanaal tot we er niet meer wijs uit geraken. Une question, zegt Geert, kent gij de weg naar Mas Saints Puelles. Suivez moi, zegt de man en hij koerst alweer verder. En inderdaad daar is het dorp waar we logeren. Waar moeten we zijn? Le Roc, zeg ik. Oh, putain, zegt hij, (ik hoop dat hij niet mij bedoelt), we zijn te ver, suivez moi. Hij keert zijn Vtt kar en daar gaan we weer. Baantje in, baantje uit, hoe gaan wij de weg terug vinden? Voila, wijst hij, le Roc. Lange oprijweg, de man fietst nog altijd voorop, ook al hebben we hem uitbundig bedankt. Je connais ces gens, zegt hij en hij fietst met zwier het erf op. We zijn veel te vroeg, er is niemand thuis. Enkel 2 loebassen van honden staan voor gek te bassen achter een venster. L'homme jaune verdwijnt, zwaait nog eens. Wij staan perpleks, die gele engel heeft meer dan een half uur uit getrokken om ons ter plaatse te brengen. De levende hulplijn van Zuid Frankrijk. Wij zijn die dingen niet gewoon. Ons hectisch leven staat zoiets niet toe. Ik vraag aan Geert wat de man allemaal verteld heeft. Ik denk, zegt hij, dat hij gans zijn leven verteld heeft, maar ik heb er niks van verstaan.

Er blijkt toch iemand thuis te zijn. De boerderij ziet er erg verwaarloosd uit,.ik houd mijn hart vast voor onze kamer. Maar die is tiptop, volledig in het nieuw, ruim, met zithoek, fris, proper. We eten hier vanavond mee. De honden, met hun kap, hebben beide een infectie opgelopen. In de snikhete week zijn ze le Canal ingesprongen en ze zijn er ziek weer uit gekomen. Ze zijn in behandeling, vandaar die twee zedige kappen. Geen erg, want ze hebben wel een erg grote muil, waar ze nu niks mee kunnen aanvangen.

Geert kan nog uitgebreid naar de tour de France kijken. Valpartijen inbegrepen. Die koersende mannen toch.
Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 19:02 Reageer op dit bericht

la vie en rose

Vooraleer we Toulouse kunnen bezoeken moeten we nu echt eerst een wasje slaan, we zitten door onze kleren, nochtans hebben we ze ook al eens averechts aan gehad. In de garage van de madame staat een wasmachine en een droogkast. Geert smijt een visje, ze bijt niet. Hier verderop is een laverie, ze legt uitvoerig uit waar. Een beetje zoeken brengt ons bij 2 wasmachines en een droogkast in open lucht, onder een afdakje. We smijten gans ons boeltje in de machine, na een kwartier valt ze stil met als boodschap : erreur default nr 45. Daar staan we dan, de vuile kleren zijn kletsnatte halfpropere kleren geworden. We wringen ter plekke alles zo goed mogelijk uit en stoppen het in de droogkast. Waar het na 2 beurten van vijftien minuten nat uitkomt.



Tijdens al dat wachten heb ik wel even de tijd om Toulouse Lautrec te googelen. Ik kan er veel over vertellen, maar stel voor dat u zelf ook eens wat doet. Toch een merkwaardig figuur, tragisch door zijn dwerggroei (korte benen, normaal lijf, enorme tong, dit alles het gevolg van inteelt onder de adel), groots door zijn onmiskenbaar tekentalent, zich staande houdend door ironie, cassante humor, alcohol en het parijse nachtleven, verstoten door zijn vader die beschaamd was over zijn zoon, levenslang beschermd door zijn moeder, gestorven toen hij 37 was. Hij was niet van Toulouse, hij is geboren in Albi.







Terwijl wij nog altijd druk doende zijn met onze was, borrelt het idee op om veggie te gaan eten in de buurt voor we naar de stad trekken. Wat is het lang geleden dat we groenten met groenten aten. Een piepklein vogeltje komt kijken, het heeft een scheef pootje, we tonen ons mededogen, maar het draait zijn staart naar ons en legt een klein wit kakje. Stank voor dank.







Komaan, zeggen we, nu moeten we echt wel naar de stad gaan kijken.



We komen boven uit de metro aan het wilsonplein (voelen ons onmiddellijk thuis), vlak bij het Capitool (ja, we voelen ons helemaal thuis). Het is een prachtig gebouw, roze tussen al het andere roze. Veel open ruimte, maar ook veel volk. Druk dus. We zoeken de oever van de Garonne op, de stroom is ontzaglijk breed geworden, maar ook rustig, statig, voornaam, met op haar rug enkele rondvaartboten en aan haar oevers jong en oud, keuvelend, joelend, springend, schrijdend...en ook weer datzelfde roze in prachtige gebouwen aan de overzijde. Het blijft druk. We zijn rust gewend en hier lijkt alle lawaai van de wereld samen te komen : het verkeer, het getater, muziek (muzak, zegt Geert, hij vindt het rommel), we drinken haastig op een terras, we willen weg.



De metro zit vol, geen plaats om te zitten. Er staat een jonge vrouw recht, vraagt of ik wil zitten. Ik kan niet zeggen dat dit de eerste keer is dat dit me overkomt, maar het is wel confronterend. Kordaat en (te) kortaf zeg ik 'non'. Als ik de vrouw nog eens goed bekijk zie ik dat ze aan het wenen is. Ik kijk naar Geert, schuldbewust, hij kijkt naar mij, kijkt naar de vrouw, het medelijden stroomt uit zijn ogen. Ik tik haar zacht aan : 'c'est ma faute que vous...?' Ze schudt van neen. De vrouw die recht over haar zit, pakt haar even bij de schouder. Wenen in het openbaar, het moet kunnen. Maar hoe schamel zijn we als we er moeten mee omgaan. De vrouw stapt uit, ze heeft een zonnebril op.







We zijn er stil van geworden, maar dat betert al weer vlug als we zien dat Sagan de rit won in de Tour de France. De oermens uit Slovakije met zijn mooie blauwe kijkers.







Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 21:57 Reageer op dit bericht

Toulouse

Als wij al dachten dat we gisteren een heel bijzonder fenomeen hadden gezien met de aquaduct, hadden we het mis. We zijn nauwelijks 20 km ver, als er weer een aquaduct opduikt, zelfde principe, kanaal kruist Garonne. Het kanaal smal en kalm. De Garonne breed en woest.



De platanen langs de oever bladderen overvloedig af. De stukken dunne schors liggen als bruine schilfers verspreid op en naast het fietspad. Antiroosshampo helpt hier niet. Eigenlijk is er niets dat de platanen kan helpen, ze zijn ziek en moeten gekapt worden. Er is een boosaardige champignon die hen van binnenuit opvreet. Zo jammer, ik hou wel van die zuiderse bomen



Het waterpeil van het kanaal is hoog, beetje lager dan het fietspad waar we op rijden. Dat geeft een vreemd effect, het lijkt een lange oprijlaan van geboend beton en met een beetje fantasie denk je daar een kasteel achter en komt een statige koets met versierde Pruisische paarden, die meer ter plaatse trappelen dan ze dichter komen, aangereden. Ik maak voor alle zekerheid een buiging met mijn hoofd. Verder dan dat kan ik niet gaan, het fietspad is niet breed en ik moet fiets en kar op het droge houden.



We eten over de middag lekker, maar te duur voor wat het is, in een bistro bij een jachthaventje. Gelukkig hebben we nog een lekker abrikozentaartje, uit de hand in de mond, dat compenseert.



Kan je geen verhaaltje verzinnen voor je blog over Toulouse Lautrec?, vraagt Geert. Oei, Toulouse Lautrec, ik weet niet wie dat is, zal dit moeten opzoeken, de enige Toeloes die ik ken is een poes, maar die is komen te gaan en kende een eerder gewoon levensverhaal.



Toulouse, de stad dan, komt maar schoorvoetend dichterbij. De kilometers stapelen zich op, misschien is de franse kilometer iets kleiner dan de onze. En dan die pestvogeltjes die een eindje meevliegen en zich vlug in een boom nestelen om 'vite vite vite' te roepen als ze ons zien komen. Was ik een reiger, ik slokte ze naar binnen.



We komen in de regio Haute Garonne. Water genoeg hier, zowel links als rechts van ons. En vissers die mekaar bijna verdringen, maar zelden een vis aan de haak slaan. Een keer zie ik een wit exemplaar bovenhalen, het ziet er niet uit, een witte vis.



De stad komt in zicht, het industriegebied verdwijnt, bidonvillewijken verschijnen. Hier en daar zien we tentjes, koterijen, ook hier wonen mensen. We kunnen niet misrijden, het kanaal loopt dwars door de stad en wij doen dat ook, maar dan op de fiets. Vreemd, het lijkt of ik bekende gezichten zie. Loopster Elodie die langs het kanaal jogt, Bent van Looy op een bankje met witte sokken aan, mijn ex-collega Katelijne met snelle pas en boodschappentas (het is toch zondag??),twee keer Georges Moustaki, een bekend gezicht van TV, maar ik kan op haar naam niet komen.... allen verzameld in de immense stad, vierde grootste van Frankrijk. Sportief zijn ze hier wel, er wordt ontzettend veel gejogd en gefietst en gewandeld. We slalommen ons de stad weer uit, het drukste deel toch, logeren in de rand, morgen bezoeken we Toulouse echt. Vandaag is het genoeg geweest, we hebben 94 kilometers gefietst.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

omer bij karel en martine

Het verhaal van Patricia is nog niet ten.einde. Plots werden we uitgenodigd voor een aperitief en vielen wat puzzelstukjes op zijn plaats. De grote chef was overduidelijk Patricia, haar man was dezelfde man die het toilet repareerde, een tweede man/jongen hun zoon, dan nog een man/jongen met ongekende stamboom en de dame met de vreemde ogenstand, een vriendin-helpster, afkomstig uit de Dordogne, maar later op de avond werd haar geboortestreek plots Toulouse. Voor ons bleef dat gelijk, zelf zat ze er vrolijk bij, al kon ik me niet van de indruk ontdoen dat er achter de vrolijkheid een donkere kant zat. Ze werd trouwens behoorlijk afgesnauwd door Patricia. Het kasteel zal binnen drie maanden niet meer van hen zijn, ze verkochten het voor 900.000 euro aan een familie uit Nice, die met zijn allen naar Lacaze komen wonen, grootouders aan beide kanten incluis. Patricia en haar gevolg verhuist naar Alsace, waar ze vandaan komt, een b&b had en nu terug zal beginnen met b&b. Als we daar passeren zal ze voor ons tartes de flamme bakken. Flammenkuchen. Dat waren haar laatste woorden (die ze aan ons richtte).



Nu we dit allemaal weten kunnen we opgelucht ademhalen dat we zelf dat kasteel niet per ongeluk kochten en gaan we weer op weg, uitgewuifd door de 2 jongelingen en la femme toulousienne, die ook mee naar Alsace trekt. De hemel zit toe, de zon mag niet buiten vandaag. Maar het regent niet de eerste 35 km en dat is een opluchting van formaat, want zo goed liggen de weerkaarten niet.



Agen, het stadje waar we eten, heeft een merkwaardig fenomeen : het kanaal waar wij langs fietsen kruist de Garonne en beide gaan onverstoorbaar verder hun eigen weg. Hoe komt dat? De Garonne stroomt onder het kanaal door, want dat wordt via een aquaduct over de rivier geleid. Mooi gedaan , wij rijden met het kanaal mee over de aquaduct, voelen ons trots over zoveel menselijk vernuft. Ik vraag me trouwens af hoe en wanneer zo een kanaal voor de eerste keer volloopt. Komen de pompiers om die geul te vullen ? Regent dat vanzelf vol? En waarom loopt net dat kanaal vol en niet de lager gelegen delen achter de oevers van dat kanaal ? En als het kanaal nog niet af is, maar wel al begint vol te lopen, worden de gravers dan niet overspoeld? Ik denk dat ik beter terug naar school zou gaan om de knepen van de kanaalkunde te leren. Aan Geert moet ik het ook niet vragen. Hoe de economie in Belgie reilt en zeilt, ja, maar over kanalen weet hij niets. Geldkanalen wel, maar dat helpt niet.



Er is wel wat te zien langs het kanaal. Een wildkampeerder die een vuurtje maakt, meer rook dan vuur, alles is nat, een marcheerder met een enorme rugzak , vijf snoezelende eendjes, een donkere jongen in kleermakerszit waarvan ik even denk dat hij zit te bedelen, maar dat zou wel heel dom zijn, bedelen langs een weg waar bijna niemand komt, een kale kip op de vlucht, een duister persoon met zonnebril zonder zonneschijn (een tsjolder, zegt Geert), een grote vis, dood, een grote vis, springend als een dolfijn, een prachtige grote geitebok, donkerbruin. blinkend van gezondheid en van zin in groen gras en gewillige vrouwtjes (even leek zelfs ik in aanmerking te komen), maar helaas voor hem vasthangend aan een koord. En verderop de zonnenbloemvelden, reeds in bloei, maar in de war omdat hun richtpunt, de zon, maar niet te vinden is en heel af en toe, op glooiende flanken, een wijngaard. Sooi, mijn vader, had lang geleden nog nooit een wijnstruik gezien. Wel was hij thuis in alle gewassen die Kempense grond kan voortbrengen. Hij hield van reizen, wat in die tijd niet zo evident was en zijn eerste 'verre' reis, samen met zijn Liza en een paar van zijn kinderen was naar de moezelstreek. Wat keek hij raar op! Al die bonenstruiken groeiend op de bergflanken. Aten die Duitsers dan zo graag bonen? Het was zijn kennismaking met de druivenstok.



We moeten naar Merles, een klein dorpje, niet ver voorbij Valence d'Agen (een ander Valence dan dat onder Lyon). Het is hier duidelijk de fruitstreek, appels, peren, kiwi's. De franse kiwi's vind ik nog steeds niet kunnen concurreren met de Nieuw-Zeelandse, maar als ik de inspanningen zie om die vruchten te kweken, dan voel ik toch veel respect. Ook voor de plukkers, meestal immigranten, die voor weinig geld dit werk nog willen doen.



We komen aan in onze b&b en worden.verwelkomd door...Vlamingen uit Kruibeke. Karel en Martine. Daar drinken we een Omer op. Ze wonen hier acht jaar, gewezen bakkers, en willen nooit meer terug naar het hectische België. Het is ontspannend nog eens doodgewoon Nederlands te horen en te spreken. Het zijn goedlachse, hartelijke mensen, we voelen ons alweer thuis.



En, wat ik niet mag vergeten vermelden, we hebben de 2.000 km overschreden. Vandaag, na de elfde kilometer.







Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 22:45 Reageer op dit bericht

Meer van de hort op

↑ Terug naar de berichten