Naar de inhoud

de hort op

akke.beakke.be

Archief

jommeke en filiberke

Chateau de Lacaze, daar logeren we en ik kan er kop noch staart aan krijgen. In mijn hoofd is dit niet te vatten, de overdreven grootte, de muurschilderingen, de overdadige versieringen op muren en plafonds, het lijkt een spookkasteel. Maar spoken bestaan wellicht niet, dus is het zeer vreemd en onwezenlijk dat wij hier verblijven. De vertrekken waar wij toegang toe hebben, of beter die ons toebehoren deze twee dagen, zijn immens. Er is een slaapkamer, een dressing, een badkamer en een salon. Een vleugel dus. Ingericht volgens een grandeur die wij niet kennen, in cremig roze, deuren en kasten en schuifjes, tabletten, inmaakrekken vol tierlantijnen, drie grote ramen vooraan, twee grote ramen achteraan, in hout, met luiken, min of meer onderhouden. Ik kon niet nalaten te roepen : que c'est grand, toen de kasteelvrouw ons binnenliet. Eerlijk, ik was niet op mijn gemak. Het bed was te groot, de douche te ingewikkeld (hoeveel knopjes kan zo'n douche wel hebben?), ik voelde me ziek, had koorts en vroeg Geert met aandrang de kamerdeur op slot te doen. Het had ook met de geur te maken. Muf, en toch doortrokken met een vaal parfum uit sprays en geurzakjes, goed om te verdoezelen maar niet om weg te nemen. Het leek of het jaren geleden was dat er hier nog gasten waren. Waren we Jommeke en Filiberke, dan zaten we nu in een spannende episode van het stripverhaal.

Wat zou ik graag de boekhouding van deze chateau inkijken, zijn er veel schulden, hebben ze een groot eigen vermogen (buiten de gebouwen),wat zijn hun kosten (veel, mijn gedacht) en opbrengsten (weinig, ook mijn gedacht)... En wie zijn de gastvrouw, ik zal haar Patricia noemen omdat ze ook zo heet, de andere vrouw, wiens ogen hun juiste plaats maar niet lijken te vinden, en die de vleugel hiernaast betrekt, wie is de man op de tractor en de man die het toilet kwam repareren omdat het niet werkte, waarna het plots te veel werkte en toen weer niet (we hebben het zelf ontmanteld nu, het houdt zich koest) ? Kom ik dat hier te weten?

Het slapen heeft me deugd gedaan, in de ontbijtplaats komt Patricia uit de muur gestapt. Die muur is eigenlijk een deur, maar dat valt niet op met al die krullewieten. Ze heeft twee soorten fruitsap voor ons, de ene is sap van rode biet en nog iets onverstaanbaars en kurkuma. Ik proef ervan en denk (reeds in het frans): il faut apprendre a l'aimer, voor het geval ze zou vragen hoe het is. Geert, voorspelbaar, is er niet zot van. Pourtant, het is bloedzuiverend, dat heeft ze ons gezegd. De andere soort is van het gewone kaliber, sinaassap dus.

Het is een geval apart, Patricia. De manier waarop ze ons verwelkomde gisteravond, op zijn minst speciaal. Ze kwam ons wapperend tegemoet gelopen (niet in rijgcorset en met lange sleep en een paar narren rond zich) in jeans en op crocs en met een oude, zwarte hond bij zich. De hond waggelde richting Geert, zijn grijze snoet vol verwachting, kwispelend.

Zij : Attention, il mord, le chien! Ah, il n'a pas beaucoup a manger, parce que vous avez le ventre plat. Kennismaking met enig risico. We lachten een beetje schaapachtig, meer verweer hadden we niet.

En wat zouden we vandaag zoal kunnen doen, vraagt ze zich na het ontbijt af. Zwemmen in het zwembad, stelt ze grijnzend voor. Douche inclus, want het regent weer voluit. Het is markt vandaag in Aiguillon, vertelt ze, als we willen mogen we haar auto lenen. Maar, opgelet, hij moet wel voorverwarmd worden. Ze toont het ons, geeft de sleutels, 'auto niet op slot doen, is niet nodig' geeft ze nog mee en wappert alweer naar een verre bijbouw. De auto is een Renault Express met reclamelogo van Kronenbourg, hij is zeker twintig jaar oud. Kasteel, hond, auto, allemaal vergane glorie. Toch zijn we blij met het vehikel, het houdt ons droog en in een oogwenk zijn we in Aiguillon. De markt ligt er even miezerig bij als het stadje, maar het heeft lekker en goedkoop gerief. We kopen fruit en brood en een tomaat van 400g, type Coeur de boeuf. De streek is befaamd voor zijn tomaten, les tomates de Marmande. De marktkramers trotseren dapper de lek in hun nek en dat voor een appel en een ei. Wij zijn blij, de rest van de dag hult zich in rust, noblegewijs.















Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 22:36 Reageer op dit bericht

le canal des deux mers

Donderdag 29 juni

Het belooft een zware dag te worden. De gastheer fronst zijn wenkbrauwen als we opperen dat de zon er nog kan doorkomen en (met accent op de e, wat ik hier niet kan zetten) de rit zal zo'n 85 km ver zijn. Toch vertrekken we monter, net zoals onze mede-loges. Die vertrokken zo monter dat ze de achterklep van de auto lieten openstaan. Doet me denken aan Thomas en ik, in het putteke van de winter, 's morgens vroeg, op weg naar het autorijexamen. Enkele meters gereden, maar wat was het donker, we zagen geen hand voor onze ogen, zouden de lichten niet branden? Bleek de motorkap nog open te staan. Ze was nog vlug even geopend om de onderdelen te bestuderen en in onze nervositeit vergeten sluiten. Het examen werd een even grote sisser, niet mogen deelnemen wegens papieren niet in orde.

De truuk met het douchegordijn als regenjas voor de fietskar is pico bello gelukt, we zijn trots als een natte gieter, wanneer de eerste regenbui op ons neerspat. We beginnen alvast met wat fout te rijden, maar een vriendelijke oudere man zet ons perfect op de goede baan. Eens we het kanaal van de Garonne vinden, is het simple comme bonjour : de groene fietsbordjes volgen.

De batterij heeft al heel wat moeten assisteren, er waren een paar klimmetjes, we zullen ze opladen in een van de veelvuldige bars langs dit toeristisch parcours. Niet dus. Elk dorpje dat we tegenkomen is doods. Pas de commerces. We zien in de verte nat en aandoenlijk parasols wapperen, opschrift boissons et glaces. De parasols zijn open, de bar is dicht. Maar, zegt de man, hij heeft een abri, we mogen er schuilen. De abri is het toilet. Eigenlijk een meevaller want we moeten zo nodig.
Van miserie eten we wat brood en een banaan uit de hand aan de voet van een kerk. Er staat een schamele bank, nat.

Zienderogen begint de batterij te slinken, mijn warmtepeil ook. Mijn handen zijn dood, gevoelloos van de natte kou, mijn voeten leven nog, maar zijn ook doorweekt. Geert voelt zich nog behoorlijk warm (Spaans bloed). Het fietspad ligt bezaaid met afgevallen bladeren, takken en stukken schors van de platanen die de route zo heerlijk ombreux maken bij zonneschijn. Het moet hier flink gewaaid hebben.

We moeten toch echt een bar vinden. Geert gaat bij elk dorpje op prospectie zodat ik geen nodeloze kilometers moet doen. Ik vind een dikke Duitser op een boot, die electriciteit aftapt van een paal op de oever. Ik vraag hem of ik even mee mag aftappen of hoe zo'n ding werkt. Je moet dat gaan aanvragen bij de gemeente, zegt hij en dan heb je lange tijd electriciteit voor 2 euro. Maar omdat ik het zo schoon vraag: hij kan me een half uur aansluiten. Stekker in, lampje brandt niet. Nog eens proberen, lampje brandt niet. Iets mis met de oplader, zegt hij. Tot hij zijn eigen laptop probeert. Hij heeft helemaal geen toevoer van electriciteit. Hij schiet in een Duitse colere, zijn jas aan, recht naar de Gemeinde, sehr teuer, zwei euro fur nur ein uhr. Gedaan met zijn rustig visnamiddagje. Zijn vrouw beziet het stoicijns, met of zonder electriciteit, ze zit daar te niksen, diep in de boot. Ik overweeg om ook wat electriciteit te gaan vragen aan de gemeente, Geert ziet dat niet zitten.
We vinden een restaurantje in Mas d'Agenais, een iets groter stadje. We mogen er iets drinken en onze batterij opladen, maar na 50 minuten moet ze sluiten. 50 minuten geeft niet veel energie, maar we zijn dankbaar voor wat we krijgen.

Af en toe krijgen we nu een streepje zon, het neemt de ergste koude weg. De wind wakkert aan, een felle zijwind.

Het gaat weer slecht met de batterij, het gaat ook niet goed met mij, ik voel me ziek, misselijk en al mijn rugspieren doen pijn. We rijden verkeerd, er is kort maar krachtig wederzijdse irritatie. Ondertussen is het al zeven uur, voor acht uur worden we verwacht in Chateau Lacaze, tegen Aiguillon. De batterij geeft het op, net als we het stadje binnenrijden. Geert neemt het laatste stukje over. Hier vinden we wel een oplaadpunt. We stoppen bij cafe les Tch'ts (ik dacht dat zij in het Noorden wonen),waar een paar mannen zich de ziel uit het lijf roepen bij het kaarten. Ongelooflijk hoeveel lawaai een man kan maken. Geert eet een menu, ik wroet wat in mijn eten en vind ondertussen een apotheker die me iets geeft contre les maux digestifs. Nog vijf kilometer te gaan. Er staan er al 100 op de teller.















Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 17:43 Reageer op dit bericht

boeuf pop

Carmelle, de gastvrouw, vriendelijk en zoet als een echte caramel, offreert ons een typisch frans ontbijt en weet over elk produkt iets te vertellen : de brioche, specialiteit van de streek, klaargemaakt met pastis, honing van de buren, confituur van druiven en appels/kweeperen, die men hier raisiné heet (on l'aime ou on le deteste), de yoghurt van een plaatselijke boer...onze ochtend is goed begonnen. De kapster wacht, Virginie is haar naam, een vrouw met levenswijsheid en empathie. We praten over dementie, hoe dit iedereen kan overvallen, rijk of arm, slim, dom, slecht, wreed en in die zin een rechtvaardige aandoening is, maar toch ook heel 'injuste',wat ik als onrechtvaardig begrijp omdat het mensen en hun omgeving zo meedogenloos treft. Juist gezien vind ik dat. Ondertussen verlost ze ook nog mijn hoofd van zijn tapis plein, omzeilt de weerborstels en vraagt 30 euro. Vlug en vaardig en goedkoop.

We gaan vandaag op zoek naar een regenjas voor onze fietskar. Doen we dat niet, dan riskeren we een bassin d'eau mee te zeulen als het nog durft te stortvlagen (katten spouwen, noemt Liza dat).

Carmelle is al aan het rondbellen naar sportzaken om een dekzeil voor de kar te vinden, zonder resultaat. Wij opteren voor een brico, oplossing ter plaatse te bedenken. Dat voert ons 18 km verderop, wederom langs de fietssnelweg, tot in Bazas (de stad van Juul Kabas). We staan even voor een spçitsing, wedden om een café gourmand of het links of rechts is. Ik win (een halve café gourmand, want ja, die reeenogen!).

Bazas heeft een kathedraal en op het plein ervoor ligt het restaurant Boeuf Pop, aanbevolen door de gastvrouw. Het is hier de gereputeerde streek van rundsvlees. We zijn niet zo'n vleeseters, maar hier zullen we ons maar eens laten gaan. Ik ga voor een steak tartaar, Geert voor piÚce de boeuf. Hij mag kiezen, 200 of 400 gram. Dat laatste is te veel, het zou zijn oren uitkomen. Boeuf Pop zit stampvol, goed teken. De steak tartaar ziet er walgelijk uit, moest ik niet overtuigd zijn dat het hier goed is, ik zou er niet aan beginnen. Maar het is huisbereid en ik maak de bedenking dat het waarschijnlijk ook zeer puur is, zonder roodgetinte additieven en zonder mayonnaise of andere sausen a volonte. Het smaakt wel lekker, vooral als ik mijn ogen toe doe. Dat laatste valt best mee, want er is plots bliksem, zware donderslag, het licht valt uit en ik zie de tartaar niet meer. De mensen hier blijven er rustig onder, ook als het een tweede keer gebeurt. De bakken water die daarna uit de lucht vallen stemmen ons vrolijk. Wat nu valt kan seffens niet meer vallen. We hebben wat wijn gedronken, het maakt me altijd lacherig. Het wordt de slappe lach als ik denk aan de folder van de b&b, die zegt dat Francois, de gastheer vermoed ik, massages aan bed geeft. Ik probeer er niet aan te denken, maar het zou eigenlijk niet eens een slecht idee zijn, want mijn kuiten zijn heel verzuurd...van het trappen doen in de vuurtoren twee dagen terug.

We vinden een oplossing voor de fietskar : we kopen een fluo douchegordijn. Dat gaan we straks met knippen en plakken (cut en paste) tot een waterdicht frakske omtoveren. Hopen we.

Het stadje waar we logeren heeft enig historisch belang want pape Clement V is hier geboren. Deze paus kwam regelmatig in Viilandraut terug waar hij enkele vertrekken van een doening bewoonde. Ik heb begrepen dat er op dat moment 2 pausen waren, een in Rome en deze Clement in Avignon. Hoe die overeenkwamen, dat weet ik niet, het moet een duobaan geweest zijn. Clement V had ook nogal wat last met de franse koning Filip le Bel, die boos was op de Tempeliers omdat ze hun rijkdom niet met hem wolken delen. Hij zette druk op Clement, die handenwringend niet meer wist wat te doen, want hij was niet a priori tegen de Tempeliers. Toch heeft hij maar gedaan alsof en die bende rijkaards veroordeeld. Toen de laatste Tempelier zijn hoofd op het kapblok legde, klaar voor de hakbijl heeft die arme veroordeelde  in een ultieme helderziendheid geroepen dat roi et pape dra voor het tribunaal Gods zouden moeten verschijnen! Die 'dra' was heel goed gezien, de koning stierf na een maand, pape Clement na 7 maanden.

In de b&b hebben enkele weken geleden voor de eerste keer 6 Chinezen gelogeerd. Die gasten komen hierheen om wijngaarden op te kopen, wijnen te importeren in China en big business daarmee te doen. Ze zijn rijk, maar ze hebben ook gewoontes die ons petje te boven gaan. Tijdens le petit dejeuner spuwden ze voortdurend op de grond. Carmelle was er ontdaan van.  Ze hadden 'champagne' bij zich uit Slovakije, die moest geproefd worden. Maar omdat het zo ontieglijk warm was in hun auto, spatte die 'champagne' in het rond toen ze de fles openden. Hij werd direct geklasseerd als 'slecht'. 

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 22:06 Reageer op dit bericht

weg van de zee

Prima ontbijt bij Agnes. Des crepes, du pain, salade de fruits et.....caramel fleur de sel. Ik ben er gek op. Geert moet er niks van weten. De gustibus et coloribus non est disputandum. Aan de ontbijttafel ook Spanjaarden uit Girona. Ze gaan richting Loire. Raden ons ten stelligste af om in Spanje te willen fietsen. Mountainbiken, dat zeker wel, Girona is een VTT paradijs.

We trekken vandaag het binnenland in, door de bossen van de Landes. Het is geen sinecure om de start van het fietspad te vinden, de fransen zijn soms erg nonchalant in hun bewegwijzering. Geert vindt een fietspad....dat uitkomt in een winkelcentrum. Zijn Spaans bloed laat borrelend van zich horen, wat gegrom en gerommel, donder en hellepreek, de bui waait voorbij. We vinden onze route :een fietspad, vrij van auto's tot op onze plaats van bestemming, een echte fietssnelweg, goed geasfalteerd, goed bewegwijzerd vanaf nu.



Er is bar slecht weer voorspeld, met onweer en hagel(slag), we fietsen flink door. Als kind zou ik hier niet graag de baan opgestuurd zijn, zeker niet bij valavond. In elke boom kan je een monster zien, hoog boven je hoofd. Met hun lange, zwiepende armen, bedekt met schubbig mos, en eindigend in meerdere tentakels kijken ze dreigend en krakend op je neer, en elk moment kunnen ze toeslaan. En nergens straatverlichting. Hier is donker nog echt donker.



Er zijn maar weinig dorpjes in dit uitgestrekt bosgebied en als er al zijn lijken ze zo geisoleerd dat ze een zekere eenzaamheid en tristesse uitstralen. Ik vraag me af wie hier woont, wat ze doen en of de jongeren hier kunnen aarden. We zien een paar tieners, 3 jongens en een meisje en ik moet denken aan het boek van Lize Spit. Ik hoop dat de tijden nu anders zijn, ook hier in het landelijk Frankrijk.

We moeten even schuilen voor een natte drash, van korte duur, maar een die maar een paar minuten nodig heeft om je zwabberzwabber te doen voelen. Onze schuilplaats is een kleine oosterse take away, met enkele stoelen voor wie ter plaatse wil eten. We nemen nems en gems, niemand weet wat het is, maar het smaakt. De man heeft de typisch oosterse vriendelijke glimlach, zegt dat hij ook van fietsen houdt. Zijn televisie toont continu eentonig gekweel van een koppel dat al zingend met de handen draait en fladdert, op de maat, en daarbij ook nog eens pasjes links en rechts synchroon uitvoert. Nicole en Hugo op oosterse wijze. Achteraan een hele school backing movers, ook draaiend en schuifelend. Wat een romantiek.

Het weer is vriendelijker dan we vreesden, buiten de stortbui van daarnet regent het een vol kwartier door, de rest van de rit blijft het droog. Toch rijden we aan een hoog tempo (Geert zegt dat het onze snelheidsrecorddag is), en komen in de late namiddag aan in Villandraut, een stadje waar nog leven in zit, getuige hiervan het aantal handelszaken, waaronder een kapper. Omdat mijn haardos al een tijd de afmetingen aanneemt van een kamerbreed tapijt en ronduit Trumpiaans begint te worden, zeur ik al een tijdje over een kapper. Welaan, hier is er een. De gastvrouw belt haar stante pede op, morgen mag ik gaan. Benieuwd wat dat gaat worden.
Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 21:40 1 reactie Reageer op dit bericht

chariot presque dans l'eau

Augustin is van 's morgens vroeg al een vrolijke frans en hij spreekt frans op zijn fernandelst. Ik begrijp er geen jota van, maar dat deert hem niet. Goed adresje om te overnachten, grote pot verse fruitsla bij het ontbijt, hij doet dat goed.



Alleen spijtig dat het regent vandaag. Maar, zegt Augustin, het is niet vilaine, het weer, het gaat beteren, we zullen het wel zien.



We kunnen het hem niet meer zeggen maar hij heeft gelijk. De hemelsluizen sluiten, een.waterzonnetje breekt door.



De fietspaden kunnen beter dit stuk, we hobbelen over Mac Adam en proberen de putten zo veel mogelijk te vermijden. De bomen zien er niet veel beter uit. Welke orkaan heeft hier huisgehouden? Weinig bomen hebben een kruin, de meeste staan gebroken zij aan zij, nog een gier erbij en we zitten in een strip van Lucky Luke. Veel dood hout op de grond ook, opruimwerken zouden hier nuttig zijn.



De bossen blijven onze dag vullen, we naderen la dune Pilat, de hoogste duin ter wereld (of toch zeker van Frankrijk) en de andere duinen willen niet onderdoen. Ze concurreren 'om het hoogst', voor ons geen probleem, we voelen ons op een roetsjbaan in Walibi : in volle snelheid naar beneden en dan een beetje bijbenen om terug boven te geraken. Het is leuk rijden. Ik vraag me af of België voor mij nog voldoende aantrekkelijk gaat zijn, na al die mooie, uitgestrekte groenigheid en eindeloze blauwigheid.



We zijn op weg naar Cap Ferret, dat is een landtong die tussen de zee en de monding van de Gironde ligt. Helemaal op het puntje van de tong geraken we niet, maar toch tot de phare, die we voor 6 euro mogen beklimmen. De vuurtoren is 53 m hoog en dat zijn behoorlijk wat trapjes. Er wordt gepuft, voor ons en achter ons en wij doen vrolijk mee. Boven, hoog en droog, zien we Arcachon liggen. Daar moeten we naartoe, met de boot.



We worden verzocht de kar los te koppelen, de fietszakken los te maken en bagage van het fietsrek te nemen. Want, het kan allemaal in het water vallen. Wie wel bijna in het water valt omdat ze overladen is met alles wat in het water kan vallen, ben ik, struikelend over een trapje. Ik houd er een blauwe arm aan over. Le chariot, de fietskar dus, wordt op het dek gezet, de fietsen ook. Dra wordt de eigenaar van de chariot opgeroepen om ook op het dek te klimmen en de kar vast te houden, want ze zou wel eens in het water kunnen rollen. Geert boven op het dek. Met zijn fietsschoentjes. Niet de kar maar de man bijna in het water als de boot heftig begint te schommelen. Een echte ferry ware toch handiger geweest, maar we halen de overzijde met ons hele hebben en houden. Oef.



Het wordt nog wat zoeken naar onze b&b, het adres zorgt voor verwarring, maar Agnes wacht ons op met een flink stuk zeep en een tip voor een plaatselijk restaurant. Met haar groeten mogen we daar een gratis aperitief verwachten. Pineau de charente dan maar. Alleen, we durven beiden niet zeggen dat Agnes ons gestuurd heeft. Het kost ons 12 euro.







Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 23:00 Reageer op dit bericht

zoet of zout ?

Wat een feestgedruis deze morgen. Parade van de duizenden motards voor ons hotel. Heel het dorp staat te kijken, er wordt gewuifd, gejuicht, het lijkt de Bevrijding van 1945. Ik vraag me af wat al die stoere ridders in het dagelijks leven doen. En de chicks (ja, nu gebruik ik dat woord ook al), die in netkousen paraderen en triomfantelijk of ijzig op hun stalen ros zitten. We wringen ons uit het verkeerskluwen, proberen een binnenwegje uit en dat lukt wonderwel. Terug de Velodyssee op, tocht door de bossen. Het is warm, we horen de krekels tsjirpen. Waarom doen ze dat toch, uren en uren aan een stuk? Of zouden ze mekaar aflossen zoals soldaten op een schip? Het fietspad is van zeer goede kwaliteit, breed en mooi effen geasfalteerd. Het rijdt heel gemakkelijk, we lijken te vliegen. Onderweg komen we nog een lone wolf tegen, man alleen, we zagen hem gisteren ook al. Hij herkent ons, slaat een babbeltje. Voor hem is het de laatste dag fietsen, hij keert morgen huiswaarts. Dat zal net op tijd zijn om het slecht weer, dat op komst is, te vermijden.

Tegen de middag hebben we al 40 km in de benen, we zijn in Maubuisson, aan een groot meer. Het is er druk, maar niet hinderlijk, we blijven er wat luieren op het witte zandstrand. Ik vraag me af of dat water zout of zoet zou zijn. Ik lees in het routeboekje dat het naburig meer zoet is én verbonden door een kanaal met dit meer. Betekent dat dan dat dit ook zoet is of kan het ook zout zijn en behoudt elk meer zijn eigenheid? Ik lik voozichtig van mijn ene been dat pootje gebaad heeft, ja, dit smaakt zout. Toch nog niet overtuigd. Misschien is het wit zand opgebaggerd uit de zee en komt de zoute smaak daarvan. Tja, ik weet het niet en laat het maar zo, er zijn grotere vraagstukken dan dat.

Het laatste stuk van ons parcours is een zalig stuk. Het gaat op en af, er zit zelfs een klimmetje van 10% bij, met veel bombarie aangekondigd. Het rijdt leuk en het is prachtig, volledig in het groen, met de zon die door het gebladerte schijnt en vreemde tekeningen op het asfalt projecteert. We fietsen tegen elkander op, ik verlies keer op keer de demarrages. Ja zeg, mijn billen zijn ook geen tomboonenbillen zoals die van Geert. Hij kirt dat ik nog veel moet trainen. Zolang hij maar niet 'chick' tegen me zegt.

We komen aan in Lacanau l'Ocean, chez Augustin. Die heeft geen kamer voor ons, maar wel een appartementje. We zeggen niet nee, wat een luxe. Achter een gordijn, beneden op terras, blinkt zelfs een jacuzzi. 'Dees' komt niet meer goed.
Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 21:48 1 reactie Reageer op dit bericht

15.000 motards

Om kwart voor negen stipt wordt er op de kamerdeur geklopt en krijgen we ontbijt op bed. De mensen van het hotel doen duidelijk hun best om het de gasten naar hun zin te maken.



De fietsroute loopt een hele tijd pal naast het strand, maar opgelet, daar zijn de falaises terug, we voelen het aan de klimmetjes. Ze zijn kort en soms nijdig, maar altijd word je beloond met een afdaling. Dalen op de fiets heeft voor mij veel gemeen met skiën, het geeft een zalig gevoel van snelheid zonder al te veel inspanning, je moet controle houden want te snel eindigt ergens ondersteboven naast de piste. En je kunt al eens links en rechts kijken en zien hoe alles voorbij zoeft. De snelheid die ik haal op de fiets zal ongeveer dezelfde zijn als bij het skiën, maximum 50 km/uur. Geert gaat daar galant een stuk boven, hij is als een valk die zich op een prooi stort. Ik denk dat hij tot 70 km/uur durft gaan. Een keer heb ik dit weten misgaan, bocht gemist en in de bramen beland. Maar bijna altijd schat hij zichzelf goed in. Dat zeg ik tegen mezelf als hij weer eens voorbij komt gefladderd. En als hij valt is het met stijl. Vandaag ook, volgens hem is het mijn schuld omdat ik te plots rem en hij de tijd niet heeft om uit zijn klikpedalen te geraken. Volgens mij rijdt hij te kort achter mij. Tweede couplet dus, valpartij zonder erg, hij verstaat de kunst.



We zetten over met de bac van Royan (heeft prachtige oude villa's langs de kustlijn) naar Le Verdon, een half uur op de boot, die deze keer de afmetingen heeft van een echte ferry. Het valt ons op dat er nogal wat motards ook de boot nemen. Vooral bij het uitrijden van de ferry worden we vergast (in elke betekenis van het woord) op een vroemvroemvroemconcert, hoe luider hoe liever. Voor hen toch.



We komen een koppel tegen uit Amsterdam, van daar vertrokken, met veel minder bagage dan wij. Geoefende fietsers. En altijd is er daar de zee, schuimend en wiegend en blinkend tot in de oneindige verte. En de goudgele stranden, langgerekt, weinig bezaaid met zonnende, spelende mensen, hier is plaats in overvloed. En langs de stranden, de pijnbomen, op hun lange stengels hoog boven onze hoofden, de geur van de Kempen. Waar is de tijd gebleven dat we als kind in de landduinen van de Lilse Bergen gingen spelen ? De duinen zijn er nog, vandaag staat er een omheining rond.



We eten een dagschotel en de dienster vertelt ons dat in Montalivet-les-Bains een grote happening voor motards is. Vandaar al dat gevroem. En vandaar dat we ter plekke geen logeeradres vonden.



We kijken onze ogen uit als we in het badplaatsje aankomen : wat een parade van moto's en moto's en moto's. We eten een ijsje en bekijken de begankenis. Heel veel zwart leer, kettingen, snorren, tatoeages mooi en lelijk, dikke buiken.... En daar zijn de chicks, roept Geert. Ik kijk tersluiks naar hem, dat is ook de eerste keer dat ik hem dat woord hoor gebruiken, mijn feministische inborst voelt zich gekweld, maar hij is geheel in vervoering. Dit is echt schoon materiaal. We horen dat er 15.000 motards verwacht worden en als we naar ons hotel verder fietsen horen we nog lang het gebrom van de zware motoren. Voor onze kamers staan twee Harley Davidsons te blinken. Geen stofje en geen schrammetje. En daar komen er nog twee. En daar...is de grasmaaier van het hotel in volle actie. Niet elk gebrom is 150 pk.



Montalivet is befaamd als mekka voor naturisten. De combinatie met al die Hells Angels, ik probeer er niet aan te denken.
Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 21:40 Reageer op dit bericht

ils sont abominables, les pistes cyclabes

Misschien was ik wat te snel met mijn oordeel gisteren over ons logeeradres, die mensen waren eerder wat onzeker en onbeholpen en kwamen daardoor niet erg vriendelijk over. We zijn dan maar zelf gaan vragen of we onze boterham in hun tuin mochten opeten en of ze misschien met onze koffie wat wilden koffiezetten. Dat zouden ze wel willen, maar ze hadden geen koffiezetmachine, enkel een espressoapparaat. Ja, dat was zeker ook goed. Na vijf minuten, nog geen espresso, tien minuten, geen espresso, kwartier, geen espresso en ook geen teken van leven meer. Het zette ons aan het denken : misschien was het espressoapparaat nog doosnieuw en kreeg ze het niet uitgepakt want de schaar was zoek, misschien waren de capsules net op, misschien verbood haar man espresso uit te delen aan vreemde mensen, misschien had ze een schuwe schrik gepakt van ons, ouwe hippies en durfde ze niet meer buitenkomen, stond ze handenwringend achter haar deur. Er was iets, maar we verstonden niet wat (en we verstaan het nog niet goed). De echtgenoot bracht de verlossing : hij bracht twee espresso's, de gastvrouw liet zich niet meer zien. Vreemd was dat. De nacht was ook een beetje vreemd, we sliepen als het ware op straat. De enige venster in onze kamer was eveneens de voordeur en omdat het zo warm was konden we niet anders dan die voordeur wagenwijd openzetten. Beelden van dwalende honden die plots bij ons in bed lagen verjoeg ik snel, niet denken aan wat er kan mis gaan. De enige beesten die binnenkwamen waren een dozijn pissebedden,daar konden we mee leven.
De etappe van vandaag was op zijn minst vol afwisseling, zowel qua landschap als qua emoties. Aanvankelijk een heel mooie route op een oude spoorwegbedding, rustig, onverharde wegen maar zeer goed berijdbaar. Hier komen duidelijk meer ruiters dan fietsers. We zien het aan de talrijke paardendrollen. Het doet me terugdenken aan mijn prille kindertijd toen de melkboer nog langs kwam met paard en kar. Het was een groot geluk als het paard zijn gevoeg deed in onze straat, Liza (mijn moeder dus) stond paraat met schopje en blik om de drollen te scheppen en in ons voortuintje te kieperen. Prima mest!!

Het tweede stuk voert ons door de marais, een groot natuurgebied rond Marennes. Hier komen de watervogels terug op de voorgrond, alles wat lange poten heeft waadt en baadt in het zilte water. We zien zwanen, majestueus van kop tot teen, en ook jonge zwaantjes. Ik moet het sprookje over het lelijke eendje gelijk geven. Een jonge zwaan is niet mooi. Het is een grauw ding. Maar wacht tot het lelijke eendje groot geworden is, niets zo mooi als de beminnelijke zwaan.
De route wordt moeilijk berijdbaar, veel uitstekende stenen, gruis, grind, afval, wat een puinhoop. Niet te verwonderen dat we platte band krijgen. Gelukkig is het de fietskar, we hebben een reservewieltje. Heel ons hebben en houden moet uit de kar (we lijken huisjesslakken, hebben onze rijkdom in de kar zitten), de hele weg staat vol. Geert zal gelijk de bandje nog eens stevig oppompen, wat natuurlijk wat verkeerd afloopt, het bandje verliest lucht in plaats van er op te nemen. Daar wordt iemand nerveus van. Ik hoor gemompel en binnensmonds gevloek, hij doet zich pijn bij het (wild!) pompen en er komt een tractor aangereden die onmogelijk langs onze huisraad kan. De 2 mannen, hoog op de tractor, gniffelen. Dat is er even te veel aan. 'Les pistes cyclables sont abominables', roept Geert hen achterna. Gelukkig brullen tractoren luid.
Les Landes zijn in aantocht. We krijgen een voorsmaakje op het laatste stuk van onze etappe : we rijden 2 uur door een bos met voornamelijk pijnbomen. Het strand is nooit ver weg, talrijke wegwijzers vertellen het ons. We rijden goed door, arriveren in La Palmyre, een badplaats. Geen enkele gelijkenis met zijn naamgenoot in Syrië. Hier staat alles overeind en zijn de mensen welvarend en in goede doen. Hoewel, in dat ene restaurant zit geen enkele klant. Het is open, maar niemand eet er. Niet om 7 uur, niet om 8 uur, niet om 9 uur. Hetzelfde zagen we op Ile de Re, waar een paardenmolen stond te tsjingelen, maar geen enkel kind dat er op zat. De man heeft zijn molen afgesloten en is naar huis gegaan. Als hij zich al niet gaan bedrinken is.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 23:10 Reageer op dit bericht

des huitres et des moules

Het was gisteravond onze schaaldieravond. De gastheer, die sprekend op JP Belmondo lijkt, maar dan te warm gewassen, plus mince dus, ging 's morgens strandjutten en ving voor ons 12 oesters, voor elk zes. Dat zou zeker genoeg zijn had de gastvrouw gezegd, want les huitres sauvages c'est bien vlezig. Wat het verschil is met gekweekte oesters, wilden we weten. Dat werd een hele uitleg, zowel van haar als van hem en meestal door elkaar. Wat Geert er van begreep (want ik begreep er niks van): de wilde oesters (wat zij ook laitieres heten?) zijn veel beter dan de gekweekte, locals zullen nooit gekweekte eten, de wilde worden pas na 5 jaar geplukt, de gekweekte worden opgefokt om na 2 jaar al klaar te zijn voor consumptie en, het pikantste detail, al of niet verzonnen, de huitres laitieres liggen te weken in hun eigen sperma, vandaar laitiere. ???? Waar of niet, moi, je ne sais pas. We vonden ze in elk geval heel lekker, als we er niet te veel over nadachten. Het vervolg waren mosselen met frietjes. Belmondo's zenuwen waren erg gespannen omdat hij frietjes moest maken voor les Belges. Tot overmaat van ramp was de frietketel plots kapot. Ja maar, zei zij, je moet une solution bedenken. Neem een pan en bak ze daar in. Hij verdween weer in zijn keuken en ja hoor, daar waren de frietjes, netjes zwart gebakken. Niet allemaal, er waren ook bruintjes bij en ze smaakten niet slecht. En de mosselen waren klein, maar overvloedig en lekker. Hoe beter we alles naar binnen werkten hoe breder de lach van de getaande zeerover werd. Hij legde nog uit dat op elke mossel ook een krabje zat, ze leven in een soort symbiose of de ene parasiteert op de andere, dat begreep ik alweer niet zo goed, maar het was inderdaad zo dat er krabjes te zien waren. We hebben die ook maar opgegeten. Om 22u was het mosselfestijn ten einde, we zaten nog steeds buiten. Het was een zalig zomerse avond.
En vandaag, alweer on the road. Eerst het stokrozeneiland af, La Rochelle door (wat staat de velodyssee toch slecht aangeduid in de steden),we krijgen spontaan hulp van 2 oude rakkers. En dan lange stukken langs de kust, terwijl de mist (la brume zegt men hier) vanuit de zee over het land trekt en alles in een fijn waas hult. We passeren het lange zandstrand van Chatellailon, heel mooi badstadje. Het laatste stuk van de route trekt het binnenland in, hier wordt aan landbouw gedaan : het hooi mooi gestapeld, de graanvelden goudgeel, rijp en gezwollen, wachtend op de oogst, de eerste zonnebloemvelden. We moeten Rochefort nog door, houden ons hart vast voor de bewegwijzering daar. Tot aan het prachtige stationsgebouw loopt het vlot. We drinken iets in een kebabzaak, spotgoedkoop en supervriendelijke jongens. Nadien rijden we op intuitie....de juiste kant uit. Oh, wat zijn wij heden blij.
De b&b vinden is een ander paar mouwen. Ze ligt ver buiten de route en is niet bewegwijzerd. Een nieuwe uitbating, mooi en modern, maar weinig hartelijk. We zijn wat ontgoocheld. We hebben samen 1 stoel om op te zitten en geen thee of koffie, noch water aanwezig. We hebben al veeeel beter meegemaakt.

Ook nog het vermelden waard : onze teller staat op 1.521 km. 

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 21:44 Reageer op dit bericht

Meer van de hort op

↑ Terug naar de berichten