We overnachtten in het hotel "Museum Los Infantes", een 17-18 eeuws gebouw, een echt museum destijds ingericht ten tijde van koning Filips V. Na het ontbijt gaat het naar Comillas, het vroegere zomerverblijf van de Spaanse koninklijke familie. Naast het paleis staat “Il Capricho”, het bekendste gebouw van Comillas, één van de eerste werken van de bekende Spaanse architect Gaudi. Zo hebben we de enige 3 meesterwerken van Gaudi gezien buiten Catalonië. Vanaf nu reizen we eigenlijk op een andere Santiago-camino, el Camino de la Costa of Camino del Norte.
Na het middagmaal vertrekken we opnieuw naar Santilliana del Mar. Die naam klopt niet met wat men in de naam leest: niet heilig, niet in het vlakke landschap en evenmin aan de zee gelegen. Dit schilderachtige dorp met zijn geplaveide straten, vele winkeltjes en oude huizen is in zijn geheel geklasseerd en behoort tot de mooiste van Spanje. Daar bevindt zich ook het vroegere huis van de toenmalige Markies, dat thans een restaurant is.
Tijd voor de verdere stap naar Bilbao, de stad in het Baskenland. Wij rijden over de spectaculaire brug "la Arena" en in een uitgestrekt industriegebied. Rond 18 uur komen we aan in het hotel "El palacio de Oriol", gelegen recht tegenover het bisschoppelijk paleis, in de wijk Santurtzi. Daar bezoeken we de hangbrug met naam "Puente Calgante", die tot het werelderfgoed van de Unesco behoort.
Santillana del Mar is een gemeente in de Spaanse provincie Cantabrië in de regio Cantabrië met een oppervlakte van 29 km². Santillana del Mar telt 4.184 inwoners (1 januari 2016).
Het dorpscentrum van Santillana del Mar telt veel historische gebouwen. De geschiedenis van het benedictijnenabdij Colegiata Santa Juliana gaat terug tot de 12e eeuw en heeft nog veel van zijn oorspronkelijke karakter behouden. Op het plein staat de Torre de don Borja uit de 15e eeuw vernoemd naar Don Borja Barreda. Verder zijn er veel mooi versierde herenhuizen met op de gevel de wapens van oude Spaanse adellijke families. Het dorp ademt nog steeds een middeleeuwse sfeer, wegverkeer is nauwelijks toegestaan waardoor het veel op een openluchtmuseum lijkt.
Dicht bij dit dorp ligt de grot van Altamira. In deze grot zijn zo'n 150 rotstekeningen van bizons, herten, paarden, zwijnen en mensen te vinden die zo'n 15.000 jaar oud zijn.
Men zegt dat de naam drie leugens bevat: "Santa" (heilig), "llana" (vlak) en "del Mar" (aan de zee). Het dorp is niet heilig, is erg heuvelachtig en is enkele kilometers verwijderd van de zee. In werkelijkheid komt de naam van de heilige Juliana (of Santa Illana) van wie de resten worden bewaard in de Benedictijnerabdij Colegiata Santa Juliana (12de eeuw).
El Capricho (Spaans voor 'gril', kuur', iets 'buitenissigs') is een bouwwerk (gebouwd tussen 1883 en 1885) van de Catalaanse architect Antoni Gaudí. Het is een huis (villa) in Comillas nabij Santander.
Gaudí kreeg van de vrijgezel Don Maxímo Díaz de Quijano de opdracht tot het bouwen van een herenhuis op een niet al te groot stuk grond in een parkachtige omgeving. Gaudí heeft gepoogd in dit huis diverse historische periodes in de Catalaanse bouwkunst te verenigen. Het huis werd dan ook een architectonische 'mengelmoes' van bouwstijlen, waarin zowel middeleeuwse, Catalaanse, Moorse, en fantasie-elementen verenigd werden. Zo heeft het huis een toren met robuuste voet op vier Dorische zuilen (die de entree van het huis verbergen), waarboven grove natuurstenen blokken op middeleeuwse wijze een draagconstructie voor de ranke meer Moorse toren (die aan een minaret doet denken) erboven vormen. De toren zelf is (net als de rest van het huis) dichtbezet met zonnebloemtegels en rijk versierd met smeedijzeren hekwerk, en gesculptuurd metselwerk. De top van het torentje wordt gevormd door een soort kroon, een afdak dat in de lucht lijkt te zweven omdat het rust op vier zeer ranke pilaartjes.
De combinatie van Moorse motieven en Spaans metselwerk is karakteristiek, en geeft het geheel een grillige uitstraling. Het interieur van het huis is mede opmerkelijk door de houten plafonds die in regelmatige vlakken zijn onderverdeeld. Aan de noordzijde kent het huis een muur met nissen, waarin gesprekken konden worden gevoerd. In tegenstelling tot veel andere gebouwen van Gaudí is het dak van dit huis opvallend eenvoudig met vlakke dakpannen bedekt. Dit was nodig vanwege de vele regen in de streek, waardoor het dak in dit gebouw eerder een praktische dan een decoratieve functie vervult. Het huis kent een grote salon, die alle verdiepingen van het gebouw omvat.
Opmerkelijk is verder dat Gaudí, die doorgaans bij vrijwel al zijn bouwprojecten zelf de bouw leidde vanaf de bouwplaats, bij de bouw van dit huis nooit aanwezig was. Hij besteedde het werk uit aan een vriend, Christòfol Cascante i Colom.