wat eten we?

Moos komt moe terug van het Waterlooplein en vraagt aan Saar: <Wat eten we vanavond?> <Weet ik niet, zegt Saar, je moeder kookt....>
wat eten we?
Moos komt moe terug van het Waterlooplein en vraagt aan Saar: <Wat eten we vanavond?> <Weet ik niet, zegt Saar, je moeder kookt....>
Denken

<Waar dénk je aan?>, vraagt Aaron aan Rebecca als ze samen in de bank zitten. <Ik denk aan niets>, zegt Rebecca, terwijl doorgaat met peinzen. <Hoe kán dat nou, roept Aaron, je kunt toch niet aan niets denken? Je denkt toch altijd érgens aan?> <Nee, antwoordt Rebecca, ik denk aan het kado dat je mij met Pasen niet gegeven hebt>.
Appels
Levi Schellevisch komt bij de groenteman en vraagt: <Heeft u mooie appels die je direkt op kunt eten? Ze zijn voor mijn schoonmoeder>. <Zeker en vast>, zegt de in Belgie geboren groenteman.
Pak lenen,
Moos komt Sam Matteman tegen op de Dam in Amsterdam.
Rotnacht
Dokter Nathan Goudsmit doet 's morgens zijn ronde in het Isr. Ziekenhuis (de Joodse Invalide) en vraagt aan de zuster Roosje Schellevis hoe de patient van kamer 114 de nacht heeft doorgebracht. Roosje: <Slecht dokter>.
Op zoek
Schoontje Brilleslijper bespreekt met haar hartsvriendin Rebecca Rokkestikker haar geheimen. <Ik zoek een jongeman, zegt Schoontje, die erg knap moet zijn, sterk en gespierd, heel lang, een warme stem heeft en zeer gedistingeerd>. Waarop Rebecca zuchtend antwoordt: <Ik óók>.
Zonde
De vrome Hartog Brilleslijper wordt betrapt, terwijl hij op een Zaterdag uit het huis van een vrouw komt, die bij roze licht haar beroep uitoefent.
Liefde

<Liefste, fluistert Salomon Vischschoonmaker tot zijn meisje: <gisteravond heb ik toch hartstochtelijk in mijn armen genomen?>. <Ja,>, zegt Duifje innig. <En kun je je nog herinneren dat ik je een zoen op je mond gaf, die wel vijf minuten duurde?>. <Of ik het weet!, zegt Duif blozend, maar waarom vraag je me dat?>. <Omdat, en de stem van Sal klinkt nu koel en zakelijk, <ik een stiftand ben verloren. Heb jij die soms in je mond gevonden?>.
Roulette
Salomon Schijveschuurder was met vakantie in Knokke geweest. Betje de Hond voeg aan zijn moeder of hij ook in het casino was geweest en of hij nog wat had gewonnen. <Dat moet wel, antwoordde Flora, hij is er heen gegaan met een auto van 20.000 euro en kwam terug met een autobus van 150.000 euro...>.
hemel of hel
Bram Mosselman stond op het Damrak op een vluchtheuvel op de tram te wachten. Plotseling zagen de omstanders hem bleek worden en in elkaar zakken. Een dominee, die het ergste vreesde, boog zich bezorgd over hem heen en zei: <Waar u ook heen moogt gaan, naar de hemel of naar de hel, misschien wilt u mij nog iets zeggen?> Bram sloeg zijn ogen op en fluisterde: <Ik moet naar de Beethovenstraat>.