Tijdens een wetenschappelijk congres wordt Bram van Praag onophoudelijk door iemand aangestaard. Eindelijk kan hij niet meer uithouden en vraagt aan zijn vriend Moos die naast hem zit: <Wie is die man toch die me hele avond zit aan te staren?>. <Dat is een van de grootste antropologen van deze eeuw, zegt Moos, hij heeft definitief aangetoond dat de mensen van de apen afstammen.
Sara: <Bertha heeft mij gezegd dat ik, als het nodig is, altijd geld van haar kan lenen>.Helma: <En heb je dat gedaan?> Sara: <Nee, want zulke vriendinnen wil ik niet verliezen>.
Op de Floriade vraagt mevrouw Cohen advies aan een tuinarchitekt. <Ik wil in mijn tuin graag iets hebben dat weinig water nodig heeft, en ook geen mest of zon, maar dat boven alles uitkomt>. Zoder zich een moment te bedenken zegt de deskundige: <Het enige dat ik u dan kan aanraden, is een vlaggestok>.
De verloofde van Maurits zit tegenover diens moeder en zegt, <mevrouw Mosselman, ik maak mijn verloving met uw zoon uit.Ik heb het twee jaar geprobeerd. en vorige week zijn we zelfs naar een psychiater geweest>. <En wat heeft die gezegd?> <Dat uw zoon een Oedipus-complex heeft>. Oedipus-complex?, herhaalt Saar, alsof ze iets vies proeft.Oedipus-complex? Mijn Maurits is een prachtjongen. Je moest eens weten hoeveel hij van zijn moeder houdt!>.
Moos, 75 jaar, komt onverwachts terug van vakantie, maakt de kamerdeur open en ziet een meisje dat op het punt staat met allerlei waardevolle voorwerpen uit zijn huis de benen te nemen. <Vuile dief, zegt hij, grijpt haar vast en vervolgt: <Ik zal de politie bellen> Het meisje werpt zich op haar knieen en smeekt hem om het niet te doen. <Dat niet; u kunt alles krijgen als u dat niet doet, zelfs mijn lichaam>
<We zullen kijken, zegt Moos. En een half uur later zucht-ie, <Ik geloof toch maar dat ik de politie bel>
Ken je deze? zegt Levi. Moet je horen. Sam en Moos die..."Waarom moet je altijd moppen van Sam en Moos vertellen. Waarom nooit van Jan en Piet?! "Ook goed, zegt Levi, jij je zin. "Moet je horen, Jan en Piet lopen op de Dam in Amsterdam. Zegt Piet tegen Jan, <weet jij wanneer het grote Verzoendag is?>
Sam en Moos lopen in de Kalverstraat. Moos loopt krom voorovergebogen naast Sam. "Waarom loop je zo raar met je neus op je schoenen?., Je lijkt wel niet wijs! " "Hou je mond, zegt Moos,"ik heb in mijn broek gepoept!""Nou, zegt Sam, dan kun je nu toch wel gewoon lopen?" "Nee, zegt Moos, want ik ben nog niet kláár!" (Max)
Men had een jonge kapelaan betrapt, terwijl hij met een mooi meisje op de divan in zijn kamer zat. Nu stond hij voor zijn pastoor, die hem streng aankeek en verwijtend zei: Ik neem aan dat je iets was vergeten""Ja", knikte de kapelaan schuldbewust, ik had vergeten de gordijnen dicht te doen. Zij wilde haar laatste sigaret roken...".