
,



,



,











































,


,





Tranen
Een gewoon woord, waar niet bij wordt nagedacht
Ze komen vanzelf, als je feest en lacht
Iedereen laat zijn tranen wel eens gaan
Bij lol en gein komen ze spontaan,
Tranen zijn altijd paraat
Zelfs bij het uien snijden,als je in de keuken staat
Dan nog heb je tranende ogen
Die je telkens weer moet drogen
Bij evenementen in de sport
Zij ze er lang of kort
Tranen bij vele gebeurtenissen in je bestaan
Vaak laten zij zich gaan
Komt er verdriet bij naasten of vrienden in je leven
Dan ga je ze de vrije loop geven
Het lucht soms op, ze komen ongerept
Met je zakdoek, heb je heel wat gedept
Dan bij moeilijke tijden, begrafenis, crematie bij een overlijden
Wat moet je er dan tegen strijden
Dan wil je sterk zijn, je wilt je tranen terug sturen
Je zoekt een punt om naar te turen
Je keel wordt droog en je hoofd wordt zwaar
Een snik, het is onthoudbaar
Hoe je ook schuift op je stoel en wat je ook probeert
Als de tranen iets willen, dan is er niets wat dit keert
Tranen voor sport,feest, geluk of verdriet
Ze komen en gaan of je wilt of niet
Want …..emotie,s heeft toch iedereen
Ook al lijk je naar buiten toe van steen
![]() |


;






,
1Een vriend is…
Een vriend is iemand die je vertrouwt,
die je je zorgen en geheimen toevertrouwt.
Een vriend is iemand die je aanvaardt met je fouten
en die je begrijpt en helpt je problemen op te lossen.
Een vriend is iemand met wie je prettige
en minder prettige momenten beleeft
en met wie je open en eerlijk kunt praten.
Een vriend is iemand met wie je kan lachen en huilen,
iemand voor wie je je niet hoeft te schamen.
Een vriend vertelt geen leugens en is oprecht.
Een vriend geeft je je vrijheid.
Een vriend mag je duidelijk tonen dat je van hem houdt.
Een vriend is iemand die niet alles van één kant laat komen.
Een vriend is …
iemand bij wie je helemaal JEZELF kunt zijn


Woorden doordrenkt van dodelijke schoonheid,
Daar dwarrelen zij.
Op een wind met snijdende scherpte.
Zij bestaan niet.
Zij zullen nooit bestaan.
Geen menselijk hart kan ze horen,
Geen menselijk hart kan ze aan.
Slechts in een sluier
Dringen zij vaag door.
Om daarna weg te zweven,
Hulpeloos op zoek.
Naar een ziel, dapper genoeg,
Om de vergankelijkheid te verdragen.