Naar de inhoud

Music Is King

Music is Life & Life is Music
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Dirk Van der Linden

Als fiere Antwerpenaar kan ik het niet nalaten om de biografie van Dirk Van der Linden te prubliceren. Dirk is een van de beste multi-instrumentalisten die ik ken. Altijd even goed. Zowel op gitaar, Hammond-organ als piano.

En net zoals ik is hij een `brillen-verzamelaar`.

Geboren te Antwerpen op 28 augustus 1969. Als zesjarige bespeelt hij de gitaar.
Dirk komt voor het eerst in contact met jazz op twaalf jaar, in een restaurant te Antwerpen. Hij speelt tegelijk zijn eerste noten op piano. Momenteel bespeelt
Dirk Van der Linden naast gitaar, Hammondorgel, piano, bas.

In 1989 besluit Dirk Van der Linden beroepsmuzikant te worden.
Sinds dan speelt hij als muzikant bij verschillende theaterproducties van Blauwe Maandag, K.V.S., K.J.T. en andere.

Momenteel speelt Dirk Van der Linden bij verscheidene jazzformaties.
Zo is hij de vaste pianist van de Internationale groep "Swingcats" waarbij in gans Europa wordt opgetreden en bij het kwartet "Swingdealers". Als Hammond organist heeft hij z’n eigen " Dirk Van der Linden trio" alsook de band "triorgan" en als gitarist speelt hij vast bij de Internationale bezetting "Echoes of Swing Orchestra" en "P D J Swing Trio". Veelvuldig wordt Dirk gevraagd bij gelegenheids formaties.
Hij werkte herhaaldelijk voor Radio en Televisie in binnen~ als buitenland.

Hij concerteert in België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Engeland, Italië, Schotland, Wales, Finland, op Ibiza, Nieuw Zeeland, Noorwegen en Amerika.

Hij trad op met o.a. Clark Terry, Deborah Brown, Dan Barrett, Tom Baker, Red Holloway, Colin Dawson, Mike Carr, Howard Alden, Frits Landsbergen, Bob DeVos, Bruce Adams, Bob Bamard, Leroy Jones, Teddy Edwards, Charlie Gabriel, Jim Galloway, Mark Braud,
Scott Hamilton, Carlo d' Wys, Gianni Basso, Bert Boeren, Patrick Artero, Joe Wulf, Big Al Carlson, John Barnes, Andy Cooper, Charlie Antolini, Phil Abraham, Mighty flea Conners, Mike Cotton, David Paquette, Lilian Boutté, Danny Doriz, Jesse van Ruller e. a.

Geschreven door Jay Stanton om 17:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De meest ruige, gore Blues: RL Burnside

 De Amerikaanse blueszanger en gitarist R.L. Burnside werd in 1926 in Layfayette County in Mississippi geboren. Burnside begon zijn loopbaan als agrariër. In de jaren vijftig verhuisde hij naar Chicago, waar hij leerde gitaar spelen van Fred McDowell.

In de gevangenis

Nadat binnen een maand zijn vader, broer en oom waren vermoord, hierover schreef hij later nummers als "R.L.'s story" en "Hard time killing floor", keerde R.L. Burnside terug naar de Mississippi-delta, maar ook daar zou geweld nog een rol spelen. R.L. Burnside schoot een man dood, die hem thuis lastig zou hebben gevallen en zat zes maanden in de gevangenis.

Bothered man

R.L. Burnside werkte lang overdag als boer en visser. Tot laat in de jaren tachtig kon hij zich alleen in de avonduren met muziek bezig houden. Uiteindelijk werd R.L. Burnside opgemerkt door Matthew Johnson van het Fat Possum-label. Burnside was al over de zestig toen hij bekend werd. Vooral "Bad luck city" (1992) en "Too bad Jim" (1994) waren succesvolle albums bij Fat Possum.
Later nam R.L. Burnside een album op met de band Jon Spencer Blues Explosion en ging ook op tournee met deze band. Het laatste album van R.L. Burnside verscheen in 2004: "Bothered man".
R.L. Burnside overleed in september 2005 op 78-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Memphis.
Geschreven door Jay Stanton om 10:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Power, More Power

Er is in de loop van de tijd van alles bedacht om een gitaar harder te laten klinken. Toen de gitaar nog darmsnaren had en akoestisch was, legde je het af tegen een trompet, sax of drumstel. Met stalen snaren lukte het al iets beter. Er zijn ook gitaren met een metalen resonator (dobro's) gebouwd die vrij hard gingen. Maar het ging pas écht lukken met het volume toen er een microfoontje werd ingebouwd en de gitaar via een versterker en luidspreker versterkt kon worden. Het is dan begin 30-er jaren van de 20e eeuw.

Als het volume erg hoog werd waren er problemen met feedback: de klankast ging met het geluid uit de luidspreker mee trillen met een piep- of zoemtoon als gevolg. De oplossing daarvoor kwam van gitarist Les Paul. Hij bouwde in 1948 een gitaar met een massieve body (solid body). Korte tijd later volgde Leo Fender met de Telecaster en de Stratocaster. Deze 3 klassieke modellen worden nog steeds gebouwd in allerlei varianten. Er bestaan ook talloze imitaties van van andere merken.

In de zestiger jaren, toen de pop en rock opkwamen, waren solidbodies dé instrumenten van deze muziekstijlen. In deze periode begonnen ook de Japanse bedrijven imitaties van de Amerikaanse modellen op de markt te brengen voor zeer lage prijzen. Zodoende werd de elektrische gitaar bereikbaar voor zeer grote groepen muzikanten. De kwaliteit van de Japanse gitaren werd in snel tempo beter. Tegenwoordig doen merken als Ibanez, Yamaha ed. beslsit niet meer onder voor de Amerikaanse merken als Gibson en Fender. Goedkope gitaren komen nu uit landen als Korea, China, India en Indonesië.

Toen in 1962 de Marshall versterkers kwamen werd het écht hard. Jimi Hendrix, Deep Purple, Black Sabbath en dergelijke bands maakten van keiharde gitaren en een muur van Marshalls hun handelsmerk.

Bouw

Qua bouw wordt er een onderscheid gemaakt in:

* hollow body of full body gitaren, met een klankkast (bijv. ES 175)

* thinline of semi-akoestische gitaren, met een dunne klankkast (bijv. ES 335)

* solid body gitaren, met een massieve body (bijv. Telecaster, Stratocaster, Les Paul)


De laatste soort zie je het meest. Full bodies en thinlines worden vooral in jazz en ook wel in blues gebruikt. Ze geven in het algemeen een donkerder geluid.

Geschreven door Jay Stanton om 13:46 Reageer op dit bericht Stuur door

Het Latijnse spreekwoord zegt «des gustibus et coloribus non disputantum est», ofwel «over kleur en smaak valt niet te twisten». Maar als notoir dwarsligger wil ik me hier toch even aan wagen…

Ik heb het hier namelijk over de vele keren dat de Vlaamse groep Clouseau het Antwerpse Sportpaleis laat vollopen. Laten we zeggen, ik ben absoluut geen Clouseau-fan, dat meen ik oprecht. Maar als men honderd mensen zou vragen wat ze van de broertjes Wauters vinden, zal een heel hoog percentage vinden dat ze niet goed zijn. Maar als we dan daar de verkoopcijfers van het Sportpaleis naast leggen, dan is het duidelijk dat er heel wat hypocrieten rondlopen.

Voor mij persoonlijk is Clouseau niets meer dan een fenomeen dat over zijn paard getild is in de tijd dat VTM begon met “Tien om te Zien”. Maar als je op de keper gaat beschouwen wat ze werkelijk aan de muziekgeschiedenis hebben bijgebracht, zal je moeten toegeven dat het enorm weinig is. De liedjes die ze maken gaan gewoonlijk eventjes heel snel naar de top om dan ook weer redelijk gauw in de anonimiteit te verdwijnen. Daarom ben ik ook van mening als Clouseau er mee zou ophouden, dat er weinig van hun muziekpatrimonium zal overblijven.

Volgens de beelden die ik op televisie zag van de Clouseau-concerten (men beschouwde dit blijkbaar als hoofdnieuws), kon ik zien dat er grote artiesten op het podium stonden, ik denk hierbij aan Eric Melaerts, Vincent Pierins en de rest van de begeleidingsband.
Geschreven door Jay Stanton om 11:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Langs Vlaamse Wegen

Wanneer ik door het Vlaamse muzieklandschap reis zie ik veel aankondigingen van Jazz-optredens, maar als ik naar die optredens ga kijken/luisteren valt mij op dat er dan veel muziek gespeeld wordt die quasi onmogelijk te catalogeren is onder de noemer Jazz. Het gaat dan dikwijls over pop of rock die gespeeld wordt met een paar jazzy akkoorden, maar voor de rest is de jazz dikwijls ver te zoeken. Waarom dan de aankondiging Jazz?? Wel een sluitend antwoord kan ik hierop niet geven. Doen ze het omdat het "sjiek" staat; of om meer mensen naar hun optreden te lokken??
Wanneer ik op een affiche "Jazz" lees, verwacht ik dan toch dat er dat er Jazz gespeeld wordt...
Geschreven door Jay Stanton om 09:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Coltrane changes

Coltrane changes is een in de jazzmuziek algemeen aanvaarde term die zijn oorsprong vindt in een compositie van saxofonist John Coltrane, getiteld "Giant Steps". De benaming slaat enerzijds op een typische akkoordenprogressie (opeenvolging), maar impliceert anderzijds een compositietechniek die voor het eerst frequent door Coltrane werd toegepast.

Geschiedenis

Na de bloei van de (tonale) swingmuziek in de jaren '20 en '30, na de stomende bebop periode van de jaren '40, en eveneens na de intimistische Cool Jazz in de jaren '50, sloeg "Giant Steps" (1959) in als een bom. John Coltrane had voor de eerste keer in de geschiedenis van de jazzmuziek (en wellicht ook in die van de klassieke muziek) een compositie geschreven die integraal gebruik maakte van het "multi tonaal systeem". Bij deze techniek verdeelt men het octaaf (vb.: van do tot do') in twee, drie, vier, of meer gelijke delen, zodat er twee, drie, vier, of meer ijkpunten ontstaan. Die ijkpunten worden dan bijgevolg beschouwd als de verschillende toonaarden van de compositie. Coltrane, bijvoorbeeld, verdeelde het octaaf voor "Giant Steps" in drie delen: B groot - D# of Eb groot - G groot (telkens een grote terts van elkaar verwijderd). Op die manier had hij drie toonaarden die een heel symmetrisch verband vertoonden. Coltrane zorgde ervoor dat elke toonaard evenwaardig was, en gebruikte ze elk ongeveer evenveel. Hij verbond de ene toonaard met de andere door simpelweg elke toonaard door zijn eigen vijfde graad (dominant) te laten voorafgaan (vb.: B-D7-G-Bb7-Eb-Gb7-B), of door middel van de overbekende II-V-I progressie (vb.: B /Am7 D7/G /Fm Bb7/Eb /Dbm Gb7/B ). Vergis je niet, tracht niet zoals in traditionele (tonale) muziek een toonaard te achterhalen, door bijvoorbeeld te kijken op welk akkoord het stuk eindigt. Bij het multi tonaal systeem zijn er diverse toonaarden (meestal drie of vier) die allemaal even belangrijk zijn. Coltrane paste deze techniek ook toe op andere, reeds bestaande composities (standards), waarvan hij de akkoorden en soms ook de melodie veranderde (vb.: "Countdown"; gebaseerd op "Tune Up" van Miles Davis, of "But Not For Me" van George Gershwin).

"Giant steps" verscheen op de gelijknamige elpee in 1959, en bleek geen gemakkelijk stuk te zijn om op te improviseren. Ondanks de voortreffelijke solo van Coltrane zelf (die had blijkbaar goed gestudeerd), slaagde pianist Tommy Flanagan er op de plaat niet in zijn solo tot een goed einde te brengen. Echter, wellicht had niemand in die tijd het beter gedaan. Men was immers gewend in één toonaard (of door modulatie in twee toonaarden) te spelen of te improviseren, en plots, met "Giant Steps", moest je in sneltempo door drie constant wisselende toonaarden fietsen.

Geschreven door Jay Stanton om 15:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Aankondiging 20.05.07

Op 20 mei 2007 speelt de fantastische pianist RAY SINGH met zijn trio in café Cotton Fields op de Antwerpse Groenplaats. De aanvang is voorzienom 16.15h en de inkom is gratis.

Het trio bestaat uit piano, accordeon, drums en zang. Men brengt een variatie tussen blues, jazz en country.
Het gaat zeker de moeite zijn dit trio in actie te zien en te horen!

Groeten,
Jay
Geschreven door Jay Stanton om 14:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Blue Note

Er is geen jazz-label dat zo nauw verbonden is met de hard bop als Blue Note. Blue Note is begonnen door Alfred Lion en Francis Wolff die, gevlucht uit nazi-Duitsland, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten aankomen. Al snel brengen ze hun eerste catalogus uit. Vanaf 1939 zal Blue Note in de daarop volgende dertig jaar uitgroeien tot een van de meest richtinggevende en in artistiek opzicht succesvolle labels in de geschiedenis van de jazz.
Lion en Wolff kunnen het goed vinden met hun artiesten en weten hen tot grote creatieve hoogten te brengen. Bij Blue Note is de kwaliteit altijd belangrijker dan de kosten: als een opnamesessie geen succes is, wordt hij door Lion en Wolff op de planken gelegd.
‘Song for my Father’ van Horace Silver en ‘The Sidewinder’ van Lee Morgan zijn in het midden van de jaren zestig grote successen. Blue Note legt talloze hardboppers op de plaat vast. Lion en Wolff plannen de opnamesessies heel nauwgezet en betalen ook de repeteertijd van hun muzikanten. Ook dit onderscheidt hen van andere labels. Rudy van Gelder, de geluidstechnicus, is verantwoordelijk voor het unieke Blue Note geluid en is daarmee een van de meest gewilde geluidstechnici uit de geschiedenis van de jazz geworden. De hoezen van de albums zijn het werk van Reid Miles die dankbaar gebruik maakt van de fotoportretten die Francis Wolff maakt. Miles ontwerpt honderden platenhoezen die het label ook letterlijk een ‘eigen gezicht’ geven. In 1967 trekt Lion zich terug uit het label, hetzelfde jaar gevolgd door Miles die zich volledig met de fotografie bezig gaat houden. Wolff blijft het label nog een aantal jaren toegewijd maar met zijn overlijden in 1971 verschuift de aandacht van het label naar funk en fusion, de muziek die dan vooral in de belangstelling staat.
Na het vertrek van Lion en later de dood van Wolff gaat het snel bergafwaarts met het label.
In 1975 is er nog een opleving wanneer Michael Cuscuna onbekend materiaal dat lang op de planken heeft gelegen begint uit te brengen. Dat duurt tot 1981 en in deze jaren komt prachtige muziek voor de eerste maal beschikbaar via Japan. De hoezen zijn geïnspireerd door het werk van Miles. In 1984 krijgt het label een doorstart, maar een herkenbare ‘Blue Note school’ heeft het (nog) niet opgeleverd.

De cd heeft veel betekend voor de geluidskwaliteit,maar het kleine formaat van de doosjes doet geen recht aan de altijd herkenbare Blue Note ontwerpen van Miles uit het tijdperk van de lp.

Geschreven door Jay Stanton om 15:12 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Music Is King

↑ Terug naar de berichten