De helft van de Belgische Zeemacht gaat meedoen aan de Europese missie in de Rode Zee. De andere helft ligt ergens in een droogdok voor onderhoud en reparaties. We hebben nu eenmaal maar twee schepen die voor dergelijke taak in aanmerking komen.
Doet me denken aan dat mopje waarom België geen duikboot heeft. Die is gezonken bij de eerste open-deur-dag.
Of waarom de Belgische luchtmacht bij het begin van WOII niet was opgestegen. De piloot was ziek.
In mijn opleiding tot KROO (Kandidaat Reserve Onderofficier) in 1960 moest ik ooit eens een wachtdienst doen. Mijn mannen waren gewapend met afgekeurde Franse Vigneron-machinegeweren. Als er iets zou gebeuren, hadden ze moeten roepen : ‘Halt, of ik gooi’.
* 'ABL' stond bij ons voor 'Arm Belgisch Leger'
--
Het strafste wat ik tijdens mijn legerdienst meemaakte, gebeurde in Höhne, op de Lüneburger Heide bij Hamburg. Daar hadden we, eind november 1960, schietoefeningen met onze Patton tanks en tijdens een weekeinde moest ik als KROO wachtmeester met drie soldaten de wacht op bij het brandstoffendepot. Dat stelde niet veel voor, want het bestond in feite uit een hele reeks opleggers met brandstofvaten en jerrycans, plus stapels kratten met bussen olie. We werden er afgezet op een zaterdag rond 17.00 uur. Het was haast donker en het stond te regenen. Ons wachtkwartier was een tent, waarin normaal een ‘swingcalor’ stond, een soort verwarmingstoestel dat werkte op benzine. Dat ding was echter al een week stuk en onze voorgangers hadden er niets beters op gevonden dan een oliebus leeg te laten lopen, ze vol aarde te doen, er benzine op te gieten en dan – midden in de tent – aan te steken, zodat men licht en warmte had. Telkens het vuur uitdoofde, goot men er opnieuw benzine op en zo ging dat verder…
Rond middernacht was het vuur weer uitgedoofd. Ik nam een jerrycan en goot weer benzine in de bus. Er moet daar waarschijnlijk nog een vonk geweest zijn, want opeens stond ik met een brandende jerrycan in mijn handen. Ik smeet ze de tent uit, maar de wind stond recht op de ingang en in een mum van tijd stond heel de tent in lichtelaaie. We waren allemaal naar buiten gesneld met uitzondering van een der soldaten. Die lag in zijn slaapzak en had er niets beters op gevonden dan, met slaapzak en al, in een put achter de tent te duiken, een put waarin de etensresten werden gestort. We hebben nog geprobeerd te blussen met de aanwezige brandblussers, maar die deden het niet; er kwam hoogstens een klein straaltje water uit gesijpeld. De tent, die binnenin poederdroog was na zo’n week stoken met die oliebus vrij vlug helemaal opgebrand. In een eerst moment dacht ik, dat we eraan waren. We bevonden ons daar midden in een brandstofdepot met een brandende tent! Gelukkig stonden de opleggers met brandstof toch ver genoeg verwijderd. Het enige dat smeulde was hier en daar wat hout van een oliekrat, maar dat konden we blussen. Ik had verwacht, dat we meteen bezoek zouden krijgen. De Lüneberger Heide is nl één grote vlakte, qua oppervlakte ettelijke keren die van mijn Kalmthout, één grote uitgestrektheid en een vuur van die grootte op zo’n vlakte moet ’s nachts toch ver te zien zijn geweest. Maar er gebeurde niets.
De zondagmorgen kregen we het bezoek van de bevoorrading, die ons ontbijt brachten. We vertelden hen ons verhaal en verwachtten dat we zo dadelijk e.e.a. zouden gaan meemaken, maar er gebeurde helemaal niets en dat zou pas veranderen nadat ’s middags een tweede bevoorradingsploeg het nieuws te horen kreeg. Binnen de kortste tijd stond het hele opperbevel er en werden we afgelost door een inderhaast opgetrommelde nieuwe ploeg van wacht.
Ikzelf kreeg de opdracht een rapport over de zaak te maken. Daarin schreef ik over het uitvallen van de verwarming en de verlichting, over het niet functioneren van de brandblussers, over het feit dat de eerste bevoorradingsploeg niets gemeld had, maar ook over het feit dat ik die nacht geen enkele controle had gekregen. Bij een wachtdienst krijgt men normaal ’s nachts het bezoek van een adjudant van wacht én van een kapitein van wacht, een onderofficier en een officier. Daar het weekeinde was, was de kans groot dat die twee de bloemetjes waren gaan buitenzetten op de Hamburgse Reeperbahn. Een pluspunt voor mijn ploeg was ook, dat we onze wapens uit de brand gered hadden. Ik werd niet gedegradeerd, zoals ik gevreesd had. Twee weken nadat ik was afgezwaaid, kreeg ik van een der soldaten die erbij waren, te horen dat in de orders was verschenen, dat ik de helft van mijn soldij kwijt was (30 Bfr – 0,75 euro - per dag!)…
2 reacties op dit bericht
Beste Guido
Off the record.
Gisteren waren het in New Hampshire (Amerika) de voorverkiezingen voor de republikeinen.
De strijd ging tussen Nikki Haley en Donald Trump*.
Op het middagnieuws (radio) van het "onafhankelijke" persagentschap belga werd gezegd "Nikki Haley maak grote kans daar te winnen, aangezien daar veel hoogopgeleiden wonen".
Dus m.a.w: domme mensen stemmen voor Trump.
We kennen dat verhaaltje van in Vlaanderen dat de meeste stemmen voor Vlaams Belang van 'laagopgeleiden' komen.
Wat wil nu?
Trump heeft het van Nikki gehaald, eerder in Iowa, en nu in New Hampshire.
Het "onafhankelijke" radio nieuws wist deze morgen te melden "dat Trump gewonnen had, en dat zelf zetelend president Biden heeft toegegeven dat Trump de kandidaat voor de republikeinen zal worden.
Het is uiteraard nog een lange weg naar 24 november, en er zal nog wel wat show verkocht worden, en met modder gegooid. Zelfs binnen de eigen partij.
* Ongeacht of je nu voor of tegen Trump bent, hij doet het toch maar.
Beste Guido
Toen Oost en West Duitsland werden samengevoegd, heeft West-Duitsland het op zich genomen om de financiële kloof op zich te nemen.
Velen in Oost-Duitsland zijn er niet beter op geworden, vooral de eerste 15 jaar niet.
West-Duitsland had duidelijk zijn hand zwaar overspeeld.
Hopelijk heeft BDW de mosterd daar niet vandaan gehaald?