Politieke geldsmijterij
Nu bij de volgende verkiezingen de senatoren niet meer kunnen verkozen worden door het gewone volk (wél door de zichzelf ‘democratisch’ noemende partijen), dreigden die partijen een deel van de riante staatssteun kwijt te raken. Gelukkig had men dat tenminste tijdig gezien en werd die financiering ‘aangepast’. Dat laatste dacht men tenminste. Nu blijkt dat ze niet alleen werd aangepast, maar zelfs nog verhoogd. Na de moeder aller verkiezingen krijgen de partijen met verkozenen in totaal 28,3 miljoen euro i.pl.v. de 20,2 miljoen die ze nu al ontvingen. Als excuus wordt o.m. door ‘Markske’ Beke aangevoerd dat deze verhoging mogelijk was, omdat men in de senaat tegelijkertijd 11,5 miljoen zal besparen. Dat heeft hij helemaal alleen gevonden, zonder hulp van de ‘high potentials’ van Innesto. Dan bespaart men eindelijk eens ergens en smijt men het grootste deel van dat geld langs een andere deur buiten.
Om te beginnen, had men niet alleen de verkiesbaarheid van de senaat moeten afschaffen, maar de vergadering zelf, tout court. Die praatbarak, die al zo weinig voorstelde, zal dat nog minder dan vroeger en zal in principe alleen nog dienen om gebuisde kandidaten te depanneren, zeker nu de plaatsjes bij Europa voor de traditionele partijen steeds zeldzamer en duurder worden. Hoe weinig senatoren er straks ook nog overblijven, de structurele en logistieke kosten zullen ongeveer dezelfde blijven.
Ten tweede is het gewoon een schande, dat in een periode waarop door de politiekers zoveel beknibbeld wordt op de lonen van allerlei overheidsmanagers, zij zichzelf extra geld toekennen. Luister naar mijn woorden, maar zie niet naar mijn daden. En dan heeft Beke nog het lef te stellen dat ‘alleen journalisten met slechte intenties e.e.a. in een verkeerd daglicht stellen’.
Tenslotte zou men al die financieringen van partijen en media beter meteen compleet afschaffen. Juist door die activiteiten te subsidiëren, maakt men van partijen, politiekers en mediamensen gewillige klaplopers die meedoen o.w.v. de smeer. Bij crisistijden horen geen subsidies, tenzij kan worden aangetoond dat ze meer baten dan lasten met zich meebrengen, wat bij de senaat – maar ook bij andere instanties, zoals bv de provincieraden – zeker niet het geval is.

