Het Achterlijk Belgisch VakVerbond
Bij de betoging van de vakbonden op 11 maart kwam op een gegeven ogenblik ook de ABVV-delegee van Audi Brussels in beeld. De man zal er waarschijnlijk naartoe moeten komen zijn i.v.m. zijn functie binnen de vakbond, want ik betwijfel of hij over ook maar iets te klagen zou hebben. Volgens een recent bericht van Audi, kunnen de medewerkers van de Brusselse vestiging nl een bonus verwachten van (houdt u vast) 3.574 euro! En dat was dan voor het jaar 2014, dat iets minder goed was dan het jaar ervoor.
Die bonus, die ze bij onze oosterburen de ‘Mitarbeitererfolgsbeteiligung’ noemen (écht Duits, in het Frans hebben ze daar een hele zin voor nodig!), heeft te maken met wat we maar ‘het Duitse model’ zullen noemen. In Duitse bedrijven profiteren de werknemers even goed mee als de aandeelhouders als het goed gaat. Als het slecht gaat, maakt men ook de andere zijde van de medaille mee en moet men inleveren. In tegenstelling tot bij ons heeft Duitsland geen index (net zoals trouwens de rest van Europa). Dat systeem bestaat alleen nog bij ons en zorgt ervoor dat iedereen een opslag krijgt als de index stijgt, ongeacht of het bedrijf waar men werkt winst maakt of niet. Bedrijven waar het niet zo goed gaat, moeten hun werknemers dan toch meer betalen. Dat extra verlies wordt op die manier dus niet mee betaald door de werknemers, maar door de bedrijven en de belastingbetaler. Dat daardoor de loonkost steeds hoger wordt en de loonkloof met de omliggende landen steeds groter, zal de vakbonden een zorg wezen. Daarom dat deze laatsten zo hevig tekeer blijven gaan tegen de indexsprong, waarbij – voor één keer – de lonen niet zullen stijgen.
In Duitsland hebben vakbonden, bedrijven én werknemers één gezamenlijk doel: het bedrijf vooruit helpen om daarna de vruchten te kunnen plukken. Hier bij ons is men nog steeds bezig met een soort klassenstrijd uit de negentiende eeuw. ‘Den boas is ne smeirlap’ doet het hier nog steeds, zeker bij het ABVV.

