De Turkse chantage
De Europese beleidsverantwoordelijken hebben nu al vier keer op één maand vergaderd over de vluchtelingenproblematiek, maar geraken er niet uit. Ze drinken een glas, lozen een plas en laten alles zoals het was. Min of meer althans. Dat laatste is niet helemaal juist: er wordt wél e.e.a. overeengekomen. Probleem daarbij is dat er meestal niet over de klassieke invulling van de te spenderen bedragen wordt gepraat, zodat alles zeer vrijblijvend blijft. M.a.w. men maakt akkoorden die niet uitgevoerd raken. Neem nu die laatste vergadering over Turkije, land dat door zijn strategische ligging op de pole position van de emigratie naar Europa zit en al zo’n twee miljoen Syrische vluchtelingen herbergt. Europa wil dat die vluchtelingen daar blijven, maar heeft er momenteel maar een half miljard euro voor in kas. Dat is een zesde van wat Turkije vraagt voor 2016 alleen. En daar houdt het niet mee op. De Turken willen ook dat de visumplicht in de E.U. voor hen wordt afgeschaft, dat Turkije herkend wordt als een veilig land (!) én dat de gesprekken voor een lidmaatschap van de E.U. worden hervat*. Dat is gewoon chantage die door “sultan’ Erdogan wordt gebruikt om hopelijk een betere uitslag te verwerven bij de komende nieuwe parlementsverkiezingen. Gelukkig voor Europa vallen die al op 1 november, zodat men de zaak wat kan laten uitzweten zonder daarover een definitieve uitspraak te moeten doen. Het blijft daar kiezen tussen pest en cholera.
* Die toetredingsgesprekken begonnen zo’n tien jaar geleden. Van de 35 discussiepunten is er tot nu toe slechts één afgesloten. Nu de spons halen over de andere 34 is – gelukkig – niet denkbaar. De E.U. heeft geen behoefte aan een nieuw lid dat op de rand van een burgeroorlog leeft, het niet nauw neemt met mensenrechten en eerder evolueert naar een islamstaat, waarin de scheiding tussen kerk en staat ter discussie zou kunnen komen te staan. In dat laatste geval is het uitgesloten dat Turkije ooit bij de E.U. zal geraken.

