Een heet bouwverlof
Zoals ik reeds in mijn blog van 5 dezer (’11 juli in volle Belgium gekte’) schreef, zal er van de viering van Vlaanderens feestdag op 11 dezer niet veel in huis komen, nu de Rode Duivels de dag ervoor de kwart finale spelen en op de dag zelf president Trump hier arriveert voor de NAVO-bijeenkomst die ook rond die dagen plaats zal vinden.
Rechtuit gezegd, ik had nooit verwacht dat de duivels het zouden waar maken. Veel goede spelers betekent nog altijd niet een goed elftal en zelfs een goed elftal niet dat het vlot zal winnen. Al bij al is er een zekere nivellering in het mondiaal beroepsvoetbal, grotendeels door het feit dat tegenwoordig overal spelers constant van club en land veranderen, verkocht, verhuurd, geleased of gewoon uitgewisseld. Italië en Nederland haalden de eindronde niet, Duitsland, Argentinië en nu ook Brazilië geraakten niet in de halve finales. Het WK is daardoor eigenlijk een EK geworden. Een teken des tijds (en money), zeg maar.
Net zoals onze vriend Walter heb ik tot nu toe geen enkele match gezien Ik heb het te druk met het besproeien van mijn tuin (niet het gazon, maar de moestuin en zelfs enkele jonge fruitboompjes die hun bladeren begonnen te verliezen) en dat moet ’s avonds gebeuren. Als men echter de gewone Tv-journaals ziet, weet men er ook genoeg van. Alles wordt tot in der treuren herhaald en nog eens herhaald, inbegrepen de flauwe kul die dolgedraaide supporters verkopen.
Wie in deze drukte op mij een gunstige indruk heeft gemaakt, is Rode Duivel Thomas Meunier, een Waalse voetballer, afkomstig van het bescheiden Virton uit de Gaume (Belgisch Lotharingen) en die nu bij het steenrijke PSG speelt. In tegenstelling tot heel wat Waalse sportsterren (de Borlées, de Hazards e.d.) spreekt de man een fatsoenlijk woordje Nederlands zonder dat hij daarvoor aangespoord dient te worden en blijft hij de bescheidenheid zelve. Een witte merel, zeg maar.

