De woonfiscaliteit
Ik kom even terug op mijn blog van gisteren i.v.m. de woonbonus waarvan even sprake. Als men hoort en ziet wat voor chaos die nieuwe woonfiscaliteit teweeg heeft gebracht en nog zal brengen, acht ik mij gelukkig dat ik daar niet meer moet aan meedoen. In vergelijking daarmee hadden wij het vroeger toch een stuk gemakkelijker, toen we het grotendeels met de eigen middelen moesten doen. Een koppel dat toen – zeg maar in de jaren 1970/80 – een eigen huisje wou bouwen, spaarde wat centen bijen en kocht een lapje grond. Als dat betaald raakte, ging men naar de bank voor een bouwlening en gaf men de grond als waarborg. Op die (toen meestal vaste) lening betaalde men een rente die een stuk hoger lag dan wat men tegenwoordig moet, maar er was zo goed als geen alternatief en men boerde ermee voort tot ze was afbetaald. Ik herinner me nog dat ons dat toen bijna 10% kostte, maar we even geluk hadden. In die tijd waren wij lid van de Bond der Kroostrijke Gezinnen, zoals dat zo mooi heette. Wie vier of meer kinderen had kon, via die Bond, goedkoper lenen. Dat konden wij niet meteen, want we hadden ‘maar’ drie kinderen. Gelukkig werd die voorwaarde juist in diezelfde periode teruggebracht van vier naar drie, kon ik onze lening laten omzetten en hoefde ik maar de helft meer te betalen, nog altijd zo’n 5%. Het was toen, in vergelijking, iets duurder, maar zeker niet zo ingewikkeld als tegenwoordig.
Voor zover ik het simpel zou kunnen uitleggen, wordt men tegenwoordig voor de aankoop en het bezit van een woning belast terwijl men voor de financiering ervan een soort aanmoedigingspremie krijgt in de vorm van die bonus. Die bonus beloont niet het woonbezit, maar wel de financiering ervan. Om alle voor- en nadelen van het systeem te begrijpen, doet men er best aan een specialist onder handen te nemen (maar die kan ook geld kosten). En het kan nóg straffer.
Wie nl vóór het einde van dit jaar nog eigenaar wordt van een woning (de notarisakte geldt als enig bewijs), krijgt nog een bonus, net zoals iedereen die er daarvóór al een gekregen had. Wie de notariële verkoopakte pas in 2020 heeft, krijgt die bonus niet meer, maar wel een korting op de registratierechten. Het lijkt allemaal zo’n beetje op: ‘If you can’t convince them, confuse them’. Ik benijd de huidige kandidaat kopers en bouwers echt niet. Die laatste worden daarenboven nog geconfronteerd met duizend en één nieuwe regeltjes die met elkaar maar één ding gemeen hebben: ze maken het bezit van een eigen huis voor vele mensen onbetaalbaar.

