Culinair intermezzo
Voor de verandering, eens iets culinair.
Lezer Walter, die bijna elke dag reageert, schrijft terecht dat wie zelf een tuin heeft iets kan doen aan de prijzen die men aan groenten tegenwoordig betaalt. Toen wij ons stukje grond kochten voor de woning, hadden we te maken met de Kastelse zandgrond, die grotendeels uit zavel bestond. We kregen later echter de kans om een stukje van zo’n 100 m² bij te kopen dat anderhalve meter lager lag en echte grond was, geen zand. Ik ben daar een moestuin begonnen en koop in de winkel alleen nog groenten in de winter, in de eerste plaats voor de soep, maar ook witloof uit volle grond, die ik eet als sla met tartaarmayonaise. Ik heb die ooit zelf proberen te telen, maar dat was geen succes. Dat is iets voor specialisten. Men is er een heel jaar mee bezig en één nacht serieuze vorst is er soms teveel aan. Die witloof is trouwens ook van hier.
Voor de rest weck ik alles wat kan, zoals diverse (staak)boontjes, tomaten (uit de serre), warmoes, rode bietjes en labbonen, die ik oogst op halve grootte* zodat men ze kan eten mét de schil. En wat ik daaraan over hou, gaat naar de kippen. Die krijgen van mij elke dag ook vers groen, wat de kleur van de eieren roziger maakt en de kwaliteit beter.
--
*Lab- of tuinbonen was vroeger arme-mensen- eten. Men liet ze helemaal uitgroeien, waarbij ze wel heel voedzaam waren, maar niet lekker en men de schil eraf moest halen alvorens ze te kunnen eten. Ze oogsten op halve grootte heb ik geleerd toen ik in Eindhoven ben gaan werken.

