Hoe bepaal of onderzoek ik de structuur van de bodem ?

Nu we weten uit welke samenstelling de bodem in de tuin bestaat,welke grondsoort we hebben,wanneer we moeten spitten,zonder al te veel invloed uit te oefenen op het broodnodige bodemleven,de bodem verbeteren door gebruik te maken van groenbemesters en het gebruik van compost,gaan we nu een stapje verder. Ik ga jullie vertellen hoe men op een eenvoudige manier de bodemtextuur kan testen. Maar wat is de bodemtextuur ? De textuur word bepaald door de aandelen van zand,leem en klei. Om deze drie soorten te bepalen kan je deze gaan meten. Men zal dus op verschillende plaatsen van de tuin bodemstalen nemen,als je die stalen in een emmer doet en je mengt de grond goed,verkrijg je al een gemiddelde van de aanwezigheid van de drie grondsoorten. bij het nemen van bodemstalen kan je het beste de extreme plaatsen in de tuin vermijden,dit zijn de ongewone natte of droge plaatsen. Om op deze plaatsen na te gaan of deze plaatsen de bodemtextuur verklaren waarom ze anders zijn kan je deze plaatsen het beste afzonderlijk testen.
Hierna vind je de eenvoudige test om de bodemtextuur te testen.
1: Benodigdheden:
Emmer-Plantenschopje-Grote bokaal met deksel-water-detergent voor de vaatwasser-klok-viltstift-meetlat en een rekenmachine (hoeft niet)
2: Werkwijze test:
1: Graaf op 6 verschillende plaatsen van de tuin een gat van 15 cm diep. Steek van de wand van elk gat een lange plak grond,gooi alle verzamelde plakken grond in een emmer en vermeng de grond grondig. Voor een goede test moet je ten minste een halve liter grond hebben.
2: Giet 0,25 liter van het grondmengsel in de bokaal,verwijder alle keien,hout of plantendelen. Vul de bokaal bijna tot bovenaan met water,voeg er 2 ml vaatwasmiddel aan toe en sluit de bokaal. Schud er krachtig mee,als er nog kluitjes overblijven schudt je de bokaal nogmaals.
3: Zet de bokaal met slijkwater op een plaats waar hij ten minste voor 24 uur ongestoord kan blijven staan. Na 1/2 tot 1 uur moet je op de bodem een duidelijke laag neergeslagen zien,dit is de zandlaag,duid met een viltstift aan tot waar deze laag komt.
4: Wacht nog 1 uur,je zal dan een tweede laag zien,is dit niet het geval wacht dan nog 1 uur langer.De tweedelaag is de leemlaag. duid de bovenkant van deze laag eveneens aan met een viltstift.
5: Na 24 uur of van zodra het water helder is,duidt je de bovenkant van de derde laag aan. Deze laag is de kleilaag. Beweeg de bokaal niet,want de kleideeltjes warrelen gemakkelijk op. Je krijgt meteen een visuele indruk van de relatieve aandelen van zand,leem en klei. Om de percentages te berekenen deelt je 100 door de dikte van de drie lagen samen,en met dat quotiënt vermenigvuldigt je telkens de dikte van elke laag (Zie kaders onderaan)
3: De berekening en de rangschikking van je resultaat :





















