Sluit de baby opvang

Sluit de babyopvang
Recent onderzoek van orthopedagoog Esther Albers toont aan dat baby’s veel meer stress hebben in de crèche dan thuis – hou ze een jaar thuis, is haar advies. Acht jaar geleden wees hoogleraar Ontwikkelingspsychologie Marjan Riksen Walraven ook al op de kwetsbaarheid van het babybrein. Hoe lang moet het nog duren voor we maatregelen gaan nemen? De economie moet draaien, maar ten koste van wat?
Agnes van Hoesel, de dagvoorzitter van het onlangs gehouden congres ‘Babyopvang kan beter’ windt er geen doekjes om. Jarenlang stelde ze ouders gerust die hun drie maanden oude (of jongere) baby aan haar kinderdagverblijf toevertrouwden: “voel je maar niet slecht, het is echt niet schadelijk voor je kind.” Nu ze zelf net oma is geworden durft ze dit niet tegen haar eigen dochter te zeggen. ‘Er is veel nieuwe kennis. Had ik dit maar eerder geweten.’
Bewijs
Toch is deze kennis niet nieuw. Het is eerder zo dat het bewijs steeds sterker wordt. Acht jaar geleden wees Marianne Riksen Walraven in haar inaugurele rede er al op dat er een duidelijk verband lijkt te bestaan tussen het aantal uren dat kinderen doorbrengen op de crèche en de kans dat ze op lange termijn te maken krijgen met sociaal-emotionele problemen. Dit verband lijkt des te sterker naarmate de kinderen op jongere leeftijd naar de crèche worden gebracht. Verder wees zij er toen al op dat baby’s voor hun ontwikkeling vastigheid en aandacht nodig hebben. Dus: veel één-op-één contact en de aanwezigheid van een sensitieve vaste leidster.
Deze informatie viel helemaal niet in goede aarde. ‘Wilde Riksen Walraven vrouwen weer terug naar het aanrecht sturen?’ En daar bleef de discussie bij. (Dat mannen ook voor kinderen kunnen zorgen kwam in veel geëmancipeerde hoofden niet op.)
Groei
Ondertussen groeit het aantal kinderen dat gebruik maakt van babyopvang enorm. Nog steeds moet één leidster zorgen voor vier hele jonge kinderen. Nog steeds is er vanwege de vele parttimers en een hoog ziekteverzuimpercentage zelden sprake van een vaste leidster. En nog steeds ligt het accent op de fysieke verzorging en niet op ontwikkelingsstimulering – is het niet vanwege een gebrek aan kennis of sensitiviteit, dan is het wel vanwege een gebrek aan tijd.
De informatie voor ouders over deze ongunstige omstandigheden is gebrekkig. Het standaard commentaar is: voel je niet schuldig over de crèche, uit onderzoek blijkt dat een kind zich kan hechten aan meer dan één vaste verzorger. Dat is ook zo, maar dan hebben we het over één, hooguit twee verzorg(st)ers naast de vader en de moeder – en dat hebben de meeste crèches niet in de aanbieding. Bovendien is die hechting maar één van de vele aspecten waar je op moet letten, zoals nu weer duidelijk wordt.
Ander veel gebezigd misverstand: ‘mijn kind heeft het heerlijk op de crèche, hij is zo rustig’. Maar nu blijkt uit onderzoek van Albers dat ook deze rustige kinderen verhoogde stresswaarden hebben. Het ene kind uit zijn gevoelens nou eenmaal anders dan het andere.
Economen
Maandagavond 31 mei is in de Rode Hoed gediscussieerd over de integratie van kinderopvang in het basisonderwijs. Alles wijst er op dat de kinderopvang er niet beter op gaat worden. Want wie zijn de belangrijkste deelnemers aan het debat? Drie hoogleraren economie, de jurist Ina Brouwer van de Taskforce kinderopvang, Pia Dijkstra van de Taskkforce ‘deeltijd plus’ en een aantal politici waaronder Sharon - ‘kinderopvang dat gun je ieder kind’- Dijksma. De ontwikkelingspsychologen en pedagogen schitteren weer eens door afwezigheid. Money rules!
Het wordt tijd dat er serieuze aandacht komt voor het probleem waar veel ouders mee worstelen: hoe kan ik mijn werk en het ouderschap zo combineren dat mijn kinderen daar niet het slachtoffer van worden? Dat vraagt om een serieuze erkenning van dit onderwerp waar niemand zijn vingers aan wil branden – ‘babyopvang is een persoonlijke keuze’.
En dat vraagt om het stimuleren van opvang die beter aansluit bij de ontwikkeling van jonge kinderen: oppas aan huis, kleinschalige opvang in een gastoudergezin of betere verlofregelingen voor ouders. Goede kans dat dit op de lange termijn meer vruchten afwerpt dan het mompelen van bezwerende mantra’s als ‘de kwaliteit van de kinderopvang moet omhoog’, het verlagen (!) van de gastouderbijdrage en verder alles bij het oude laten.
Andere artikelen uit de categorie Opvoeding:
Vaders gebruiken bakfiets voor kratjes bierLabelkind
Waar blijft de kinderombudsman?
Opvoeden
Wie kan rekenen kiest voor ouders en kinderen
We overdrijven met al die misbruikverhalen
Beheers je emoties
Bron: De Volkkrant http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/5942/Sluit_de_babyopvang







Spreek de ouders aan op een positieve manier. Lukt dat niet, probeer het dan bij een buurman of huisarts
Vaak zijn ouders op zoek naar de beste weg om hulp te krijgen voor zichzelf of hun gezin. In het algemeen is de huisarts de beste start. Die kan mee evalueren of je terecht moet bij hulpverlening die zich richt op de ouders als koppel, dan wel iemand die de kinderen onderzoekt of iemand die hulp brengt voor het héle gezin. Een andere insteek is het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), dat heeft heel wat ervaring met het netwerk van jeugd- en gezinshulpverlening in de regio, ook zij kunnen je helpen de weg te wijzen.
Waar kom je nadien terecht? Voor de meeste organisaties is de hulpverlening vrijwillig en vertrouwelijk. De Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) hebben een lage drempel. Ze hebben ervaring met relatieproblemen zoals jij er een beschrijft. Zij hebben ook ervaring met crisisproblemen. Is het al duidelijk dat er nood is aan een specifieke vorm van therapie, dan kan verwezen worden naar een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG). Maar nogmaals: voor de meeste diensten is het belangrijk dat ouders zich vrijwillig aanbieden. Dat wil zeggen dat mensen geacht worden er minimaal mee akkoord te gaan dat er een probleem is waarvoor ze graag advies, steun of hulp zouden krijgen.
In jouw verhaal lijkt dit niet meteen het geval te zijn. Je maakt je zorgen over een ander gezin. Je vraag is een teken van goed burgerschap. Je zorgen durven te maken over kinderen die om welke reden dan ook niet de nodige emotionele of opvoedkundige zorg krijgen van hun ouders, is soms levensreddend. In ieder geval geeft het een kans aan die kinderen om de kwaliteit van hun leven tijdig een betere wending te geven. De eerste vraag is dan of je zelf een beetje huisarts kunt zijn voor hen, of je de ouders kunt aanspreken op een positieve manier en motiveren om zich te laten helpen. Dat loopt niet altijd vlot, een probleem in deze tijd is dat mensen veel minder openstaan om zich door anderen advies te laten geven voor wat niet goed loopt.
Lukt dat niet, zoek dan of je een andere vertrouwenspersoon van dit gezin kent: een buurman, een huisarts. Je kunt hen informeren en vragen of zij iets kunnen doen voor de kinderen. Kan dat niet of heb je het gevoel dat je met je bezorgdheid niet echt goed onthaald wordt, dan kan je het steeds melden aan een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Daar kan je eventueel ook anoniem terecht. Kies de weg waar je je zelf het beste bij voelt. Er is maar één ding dat je niet mag doen: stoppen met je zorgen te maken over deze kinderen. Als meer mensen jouw houding overnemen, zal het aantal dramatische krantenkoppen dalen.
Voor adressen kijk op www.belgium.be/nl in de rubriek Familie --{gt} Koppel --{gt} Gezinsproblemen en op www.wvg.vlaanderen.be/welzijnengezondheid
In 'De Opvoedingsdokter' gaat de bekende kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens wekelijks in op een lezersvraag over opvoeden. Peter Adriaenssens is de auteur van verscheidene klassiekers over het opvoeden van kinderen.
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=GVJ27P2RM&kanaalid=1225