Naar de inhoud

Hechtingsprobleem

akke.beakke.be
Voor ouders, hulpverleners, en leerkrachten, die zich zorgen maken over kinderen, met Hechtingsprobleem, Hechtingsproblemen, hechtingsstoornis, hechting, gehechtheid, ouders, babys, kinderen, pleegkinderen, stiefkinderen,jeugd, volwassenen, hulpverleners, onderwijs, jeugdzorg

Archief

Reactieve Hechtingsstoornis

Reactieve hechtingsstoornis

Een reactieve hechtingsstoornis is een psychische aandoening die in het DSM-IV is ingedeeld bij de ontwikkelingsstoornissen. De aandoening ontwikkelt zich in de eerste vijf levensjaren. Het DSM-IV onderscheidt het geremde (waakzaam, terughoudend) en het ongeremde type (gebrek aan onderscheid). In het ICD-10 is het ontremde type afzonderlijk beschreven (F94.2).

Kinderen die aan deze stoornis lijden, slagen er niet in om zich op een gepaste wijze emotioneel te hechten aan hun ouders of anderen die voor hun zorgen. De oorzaak kan liggen in verwaarlozing of mishandeling (geestelijk of lichamelijk), maar kan ook ontstaan als het kind niet voldoende gelegenheid krijgt om emotionele banden te vormen, bijvoorbeeld als het regelmatig andere verzorgers krijgt.

Emotioneel zijn de relaties van het kind korter en oppervlakkiger dan normaal. Het reageert op jongere leeftijd teruggetrokken of overdreven waakzaam. Ook zijn de reacties vaak onvoorspelbaar: het kind wijst soms toenadering van verzorgers af, is vaak overdreven waakzaam of verzet zich tegen troosten, gedraagt zich teruggetrokken en kan sociaal geïsoleerd raken (geremde type). Op wat oudere leeftijd maakt het kind vaak te weinig onderscheid tussen vertrouwde en onbekende personen (ontremde type). Soms slaat het gedrag om in een korte, maar zeer sterke aanhankelijkheid, ook bij relatief onbekenden. Het kind is verminderd gevoelig voor straf of pogingen het gedrag te corrigeren.

De reactieve hechtingsstoornis is gevoelig voor comorbiditeit, dat wil zeggen dat deze gepaard kan gaan met of oorzaak kan zijn van andere stoornissen. Zo kunnen groei-, leer- en eetstoornissen (bv. pica) optreden.

Een verleden van RHS speelt op later leeftijd soms een rol bij het ontstaan van angst- of gedragsstoornissen..

Voor diagnose moet worden vastgesteld dat er geen sprake is van mentale retardatie of een pervasieve ontwikkelingsstoornis.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 19:51 Reageer op dit bericht

Iedereen Borderline?

Iedereen ‘borderline’?      
woensdag, 27 oktober 2010 07:09

“De laatste twintig jaar zijn er opvallend meer mensen met borderline”, stelt psychiater Dirk De Wachter vast. Borderline is een persoonlijkheidsstoornis. Mensen met borderline hebben sterke wisselingen in stemmingen, gedachten en gedrag. Ze zijn enorm impulsief, denken vaak zwart-wit of reageren extreem. Relaties lopen moeilijk en wisselen sterk.

Scheelt er iets met onze hersenen? “Nee, de wereld is in één generatie gewoon heel erg veranderd”, stelt De Wachter.

De Wachter formuleert negen kenmerken van de mens anno 2010. Hij vergroot daarmee maatschappelijke trends uit. Welke zijn ook op jou van toepassing?

O   Je vindt het leven soms zinloos en leeg

Dirk De Wachter: “Hoe vinden we zin in ons bestaan? Die zin zit in relaties met mensen, met geliefden. Maar ook in zorgberoepen, in zinvol bezig zijn met mensen. De zorgsector en het onderwijs zijn niet ‘cool’. De reclamesector, de media, design en esthetiek wel. Vraag aan jonge mensen hoe de wereld is en ze antwoorden: fast, short, kicking and new. Al de rest is bo-o-o-oring.”

O    Je handelt nogal eens impulsief

Dirk De Wachter: “We leven op de top van onze driften. We hebben seks omdat we willen genieten of omdat we moeten genieten. Om te genieten hebben we middelen nodig: soft- en harddrugs, maar ook slaap- en kalmeermiddelen. We eten ongezond: zwaarlijvigheid is een enorm probleem. Ook geld geven we impulsief uit: meer en meer mensen vragen schuldbemiddeling of krijgen loonbeslag. We consumeren vóór het geld er is.”

O   Je kunt je agressie niet altijd kwijt

Dirk De Wachter: “Agressie heeft altijd bestaan. Oorlog kanaliseert de agressie in een maatschappij. Onze jongens gingen het geloof of de natie verdedigen in de loopgraven. Maar er zijn geen grote verhalen meer. Dus vindt die agressie via onaangepaste vormen zijn uitweg in onze maatschappij: hooliganisme, verkeersagressie, steeds driester wordende criminaliteit. Op tv vallen de doden bij bosjes. De doorsnee computerspelletjes bevatten een enorme dosis agressiviteit. Kunnen onze kinderen een onderscheid maken tussen zo’n spelletje en de realiteit?”

O   Je bent een emotionele rollercoaster

“Jongeren zitten de hele week tegen hun zin op school, en kijken uit naar de kicks in het weekend”

Dirk De Wachter: “We surfen op de golven van onze emoties: ups en downs wisselen heel snel af. Wij kijken uit naar onze volgende citytrip, shortski, een avontuurlijke reis. En daarna volgt de down: werken. Jongeren zitten de hele week tegen hun zin op school, en kijken uit naar de kicks in het weekend. En dan sta je op de Mount Everest en krijg je een geweldige kick. Maar je moet terug naar beneden.”

O   Hypes en trends beïnvloeden je

Dirk De Wachter: “De media bepalen de werkelijkheid. Plots ontstaan er hypes. Maar ondertussen draait de werkelijke wereld verder. Mooi voorbeeld: de Witte Mars van tien jaar geleden. Een miljoen mensen op straat voor de hervorming van justitie. Maar justitie is de voorbije tien jaar heel weinig veranderd. Die uitvergrote hype is een zeepbel, de realiteit gaat gewoon verder en er gebeurt niets.”

O   Je weet soms niet meer wie je bent

Dirk De Wachter: “Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Wat is de zin van ons bestaan? Op die vragen hebben we geen antwoord. Generaties lang toonden de Kerk of onze ouders ons hoe te leven. Nu worden jonge mensen via televisie, computer en reclamecultuur geconfronteerd met massa’s modellen. En ouders weten het ook niet meer. De sekserollen vervagen. Koppels verdelen de huishoudelijke taken met veel enthousiasme. Dan komen er kinderen. En dan kiest toch weer de man voor de carrière. Nu zegt Weekend Knack hoe we moeten leven. Dat is onze norm geworden. Welk restaurant, welke auto, welk kapsel we moeten kiezen. ‘Ik ben hoe ik eruit zie’. Op Facebook, in games nemen jongeren een virtuele identiteit aan, doen zich voor als iemand anders. Zo dreigen ze het contact met de realiteit te verliezen.”

O   Je bent bang om eenzaam te zijn

“Maar als we oud en afhankelijk worden, zal Skype onze poep niet afkuisen”

Dirk De Wachter: “De mens is bang om alleen te vallen. We denken dat we ons eigen leven kunnen vormgeven. We willen kiezen met wie we ons leven delen, of we kinderen willen, waar we werken, wonen, op vakantie gaan. Kortom: we willen onze goesting doen. De prijs van die vrijheid is de eenzaamheid, omdat de andere mensen ook hun goesting willen doen. De kans is dan ook zeer groot dat geliefden andere keuzes maken en dat we verlaten worden. Het gezin als hoeksteen van de maatschappij bestaat niet meer. Onze geliefden, onze ouders verlaten ons, onze kinderen gaan via Erasmus studeren in Rio, trouwen daar met een Braziliaan, en blijven via Skype met ons in contact. Maar als we oud en afhankelijk worden, zal Skype onze poep niet afkuisen. We blijven vereenzaamd achter.”

O   Je hecht extreem veel belang aan hoe je eruitziet

Dirk De Wachter: “We hechten enorm veel belang aan de lichaamscultuur, aan hoe we eruitzien: kapsel, kledij en versiering van ons lichaam. De tatoeage- en piercingcultuur bepaalt wie we zijn. We willen een extreme make-over bij de plastisch chirurg. Geluk lijkt af te hangen van de grootte van je cup, een rechte neus, perfecte schaamlippen. Maar de grens tussen jongeren die in hun armen snijden omdat ze zich slecht voelen en plastische ingrepen is erg dun. Ook over onze dood willen we zelf beslissen. We willen zelf bepalen: nu is het genoeg geweest.”

O   Je relaties zijn intens, maar instabiel

“We willen nú genieten, niet na de dood, want we weten niet of er nog iets komt”

Dirk De Wachter: “Relaties werden tot honderd jaar geleden ‘geregeld’. Mensen beslisten daarover niet zelf. Er waren geen echtscheidingen en de relaties waren stabiel. Wij daarentegen worden verliefd en daarop bouwen we onze relaties. Maar die zijn per definitie instabiel. Gevolg: het gemiddelde huwelijk in België duurt 12,5 jaar, genoeg om kinderen op de wereld te zetten en dan voor ander en beter te gaan. In onze wegwerpcultuur consumeren wij relaties tot ze op zijn. We geven elkaar enkel ons jawoord in goede dagen. Partners die ziek worden, worden heel dikwijls verlaten. Mensen kunnen nog moeilijk leven met tekorten, met ernstige trauma’s. Maar kwetsuren zijn onvermijdelijk in ons bestaan. We willen nú genieten, niet na de dood, want we weten niet of er nog iets komt.”

Voldoe je aan minstens vijf van de negen kenmerken? “Dan is de diagnose borderline”, zegt prof. Dirk De Wachter. Zijn we dan allemaal ziek en moet de wereld genezen worden?

“We zijn allemaal ‘niet-patiënten’. Tot er iets gebeurt”

Dirk De Wachter: “Al wie niet meedraait in ons gekmakende kapitalistische systeem, krijgt van onze samenleving een psychiatrisch label, zoals borderline. We zijn allemaal ‘niet-patiënten’. Tot er iets gebeurt. Sommige patiënten weten zich staande te houden ten koste van anderen. En die noemen we dan geen patiënten, maar wel: ‘geslaagd’. Als het succes stopt, als we ons werk, onze geliefde, onze gezondheid, onze kinderen verliezen, komen we in de miserie terecht en vallen we uit de boot.”

Bron: klasse.be

Iedereen ‘borderline’?      
woensdag, 27 oktober 2010 07:09

“De laatste twintig jaar zijn er opvallend meer mensen met borderline”, stelt psychiater Dirk De Wachter vast. Borderline is een persoonlijkheidsstoornis. Mensen met borderline hebben sterke wisselingen in stemmingen, gedachten en gedrag. Ze zijn enorm impulsief, denken vaak zwart-wit of reageren extreem. Relaties lopen moeilijk en wisselen sterk.

Scheelt er iets met onze hersenen? “Nee, de wereld is in één generatie gewoon heel erg veranderd”, stelt De Wachter.

De Wachter formuleert negen kenmerken van de mens anno 2010. Hij vergroot daarmee maatschappelijke trends uit. Welke zijn ook op jou van toepassing?

O Je vindt het leven soms zinloos en leeg

Dirk De Wachter: “Hoe vinden we zin in ons bestaan? Die zin zit in relaties met mensen, met geliefden. Maar ook in zorgberoepen, in zinvol bezig zijn met mensen. De zorgsector en het onderwijs zijn niet ‘cool’. De reclamesector, de media, design en esthetiek wel. Vraag aan jonge mensen hoe de wereld is en ze antwoorden: fast, short, kicking and new. Al de rest is bo-o-o-oring.”

O Je handelt nogal eens impulsief

Dirk De Wachter: “We leven op de top van onze driften. We hebben seks omdat we willen genieten of omdat we moeten genieten. Om te genieten hebben we middelen nodig: soft- en harddrugs, maar ook slaap- en kalmeermiddelen. We eten ongezond: zwaarlijvigheid is een enorm probleem. Ook geld geven we impulsief uit: meer en meer mensen vragen schuldbemiddeling of krijgen loonbeslag. We consumeren vóór het geld er is.”

O Je kunt je agressie niet altijd kwijt

Dirk De Wachter: “Agressie heeft altijd bestaan. Oorlog kanaliseert de agressie in een maatschappij. Onze jongens gingen het geloof of de natie verdedigen in de loopgraven. Maar er zijn geen grote verhalen meer. Dus vindt die agressie via onaangepaste vormen zijn uitweg in onze maatschappij: hooliganisme, verkeersagressie, steeds driester wordende criminaliteit. Op tv vallen de doden bij bosjes. De doorsnee computerspelletjes bevatten een enorme dosis agressiviteit. Kunnen onze kinderen een onderscheid maken tussen zo’n spelletje en de realiteit?”

O Je bent een emotionele rollercoaster

“Jongeren zitten de hele week tegen hun zin op school, en kijken uit naar de kicks in het weekend”

Dirk De Wachter: “We surfen op de golven van onze emoties: ups en downs wisselen heel snel af. Wij kijken uit naar onze volgende citytrip, shortski, een avontuurlijke reis. En daarna volgt de down: werken. Jongeren zitten de hele week tegen hun zin op school, en kijken uit naar de kicks in het weekend. En dan sta je op de Mount Everest en krijg je een geweldige kick. Maar je moet terug naar beneden.”

O Hypes en trends beïnvloeden je

Dirk De Wachter: “De media bepalen de werkelijkheid. Plots ontstaan er hypes. Maar ondertussen draait de werkelijke wereld verder. Mooi voorbeeld: de Witte Mars van tien jaar geleden. Een miljoen mensen op straat voor de hervorming van justitie. Maar justitie is de voorbije tien jaar heel weinig veranderd. Die uitvergrote hype is een zeepbel, de realiteit gaat gewoon verder en er gebeurt niets.”

O Je weet soms niet meer wie je bent

Dirk De Wachter: “Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Wat is de zin van ons bestaan? Op die vragen hebben we geen antwoord. Generaties lang toonden de Kerk of onze ouders ons hoe te leven. Nu worden jonge mensen via televisie, computer en reclamecultuur geconfronteerd met massa’s modellen. En ouders weten het ook niet meer. De sekserollen vervagen. Koppels verdelen de huishoudelijke taken met veel enthousiasme. Dan komen er kinderen. En dan kiest toch weer de man voor de carrière. Nu zegt Weekend Knack hoe we moeten leven. Dat is onze norm geworden. Welk restaurant, welke auto, welk kapsel we moeten kiezen. ‘Ik ben hoe ik eruit zie’. Op Facebook, in games nemen jongeren een virtuele identiteit aan, doen zich voor als iemand anders. Zo dreigen ze het contact met de realiteit te verliezen.”

O Je bent bang om eenzaam te zijn

“Maar als we oud en afhankelijk worden, zal Skype onze poep niet afkuisen”

Dirk De Wachter: “De mens is bang om alleen te vallen. We denken dat we ons eigen leven kunnen vormgeven. We willen kiezen met wie we ons leven delen, of we kinderen willen, waar we werken, wonen, op vakantie gaan. Kortom: we willen onze goesting doen. De prijs van die vrijheid is de eenzaamheid, omdat de andere mensen ook hun goesting willen doen. De kans is dan ook zeer groot dat geliefden andere keuzes maken en dat we verlaten worden. Het gezin als hoeksteen van de maatschappij bestaat niet meer. Onze geliefden, onze ouders verlaten ons, onze kinderen gaan via Erasmus studeren in Rio, trouwen daar met een Braziliaan, en blijven via Skype met ons in contact. Maar als we oud en afhankelijk worden, zal Skype onze poep niet afkuisen. We blijven vereenzaamd achter.”

O Je hecht extreem veel belang aan hoe je eruitziet

Dirk De Wachter: “We hechten enorm veel belang aan de lichaamscultuur, aan hoe we eruitzien: kapsel, kledij en versiering van ons lichaam. De tatoeage- en piercingcultuur bepaalt wie we zijn. We willen een extreme make-over bij de plastisch chirurg. Geluk lijkt af te hangen van de grootte van je cup, een rechte neus, perfecte schaamlippen. Maar de grens tussen jongeren die in hun armen snijden omdat ze zich slecht voelen en plastische ingrepen is erg dun. Ook over onze dood willen we zelf beslissen. We willen zelf bepalen: nu is het genoeg geweest.”

O Je relaties zijn intens, maar instabiel

“We willen nú genieten, niet na de dood, want we weten niet of er nog iets komt”

Dirk De Wachter: “Relaties werden tot honderd jaar geleden ‘geregeld’. Mensen beslisten daarover niet zelf. Er waren geen echtscheidingen en de relaties waren stabiel. Wij daarentegen worden verliefd en daarop bouwen we onze relaties. Maar die zijn per definitie instabiel. Gevolg: het gemiddelde huwelijk in België duurt 12,5 jaar, genoeg om kinderen op de wereld te zetten en dan voor ander en beter te gaan. In onze wegwerpcultuur consumeren wij relaties tot ze op zijn. We geven elkaar enkel ons jawoord in goede dagen. Partners die ziek worden, worden heel dikwijls verlaten. Mensen kunnen nog moeilijk leven met tekorten, met ernstige trauma’s. Maar kwetsuren zijn onvermijdelijk in ons bestaan. We willen nú genieten, niet na de dood, want we weten niet of er nog iets komt.”

Voldoe je aan minstens vijf van de negen kenmerken? “Dan is de diagnose borderline”, zegt prof. Dirk De Wachter. Zijn we dan allemaal ziek en moet de wereld genezen worden?

“We zijn allemaal ‘niet-patiënten’. Tot er iets gebeurt”

Dirk De Wachter: “Al wie niet meedraait in ons gekmakende kapitalistische systeem, krijgt van onze samenleving een psychiatrisch label, zoals borderline. We zijn allemaal ‘niet-patiënten’. Tot er iets gebeurt. Sommige patiënten weten zich staande te houden ten koste van anderen. En die noemen we dan geen patiënten, maar wel: ‘geslaagd’. Als het succes stopt, als we ons werk, onze geliefde, onze gezondheid, onze kinderen verliezen, komen we in de miserie terecht en vallen we uit de boot.”

Bron: klasse.be  http://www.klasse.be/ouders/24113/iedereen-borderline/

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 21:44 1 reactie Reageer op dit bericht

Erasmus MC opent centrum psychiatrie en zwangerschap

Erasmus MC opent centrum psychiatrie en zwangerschap

Een op de tien vrouwen heeft tijdens de zwangerschap psychische hulp nodig. Psychische problemen van de moeder kunnen de ontwikkeling van de baby ongunstig beïnvloeden, maar worden tijdens de zwangerschap of kort na de bevalling vaak niet herkend. Zowel bij beroepskrachten als patiënten lijken psychische problemen rond de geboorte van een kind nog taboe, aldus het Erasmus MC.
Meer informatie: www.lkpz.nl
Bron: Erasmus Medisch Centrum
Zie ook:
02-06-2010 - Angst bij zwangere leidt tot gedragsprobleem kind Link
18-05-2010 - Angstige moeder krijgt vaker kleine droeve baby Link
04-05-2010 - Gedragsproblemen ontstaan al tijdens zwangerschap
Link
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 14:05 Reageer op dit bericht

Sluit de baby opvang

Sluit de babyopvang

Marilse Eerkens, 03-06-2010 14:2
buiten_slapen_kinderdagverblijf_300
Het wordt tijd dat er serieuze aandacht komt voor het probleem waar veel ouders mee worstelen: hoe kan ik mijn werk en het ouderschap zo combineren dat mijn kinderen daar niet het slachtoffer van worden?

Recent onderzoek van orthopedagoog Esther Albers toont aan dat baby’s veel meer stress hebben in de crèche dan thuis – hou ze een jaar thuis, is haar advies. Acht jaar geleden wees hoogleraar Ontwikkelingspsychologie Marjan Riksen Walraven ook al op de kwetsbaarheid van het babybrein. Hoe lang moet het nog duren voor we maatregelen gaan nemen? De economie moet draaien, maar ten koste van wat?

Agnes van Hoesel, de dagvoorzitter van het onlangs gehouden congres ‘Babyopvang kan beter’ windt er geen doekjes om. Jarenlang stelde ze ouders gerust die hun drie maanden oude (of jongere) baby aan haar kinderdagverblijf toevertrouwden: “voel je maar niet slecht, het is echt niet schadelijk voor je kind.” Nu ze zelf net oma is geworden durft ze dit niet tegen haar eigen dochter te zeggen. ‘Er is veel nieuwe kennis. Had ik dit maar eerder geweten.’

Bewijs
Toch is deze kennis niet nieuw. Het is eerder zo dat het bewijs steeds sterker wordt. Acht jaar geleden wees Marianne Riksen Walraven in haar inaugurele rede er al op dat er een duidelijk verband lijkt te bestaan tussen het aantal uren dat kinderen doorbrengen op de crèche en de kans dat ze op lange termijn te maken krijgen met sociaal-emotionele problemen. Dit verband lijkt des te sterker naarmate de kinderen op jongere leeftijd naar de crèche worden gebracht. Verder wees zij er toen al op dat baby’s voor hun ontwikkeling vastigheid en aandacht nodig hebben. Dus: veel één-op-één contact en de aanwezigheid van een sensitieve vaste leidster.

Deze informatie viel helemaal niet in goede aarde. ‘Wilde Riksen Walraven vrouwen weer terug naar het aanrecht sturen?’ En daar bleef de discussie bij. (Dat mannen ook voor kinderen kunnen zorgen kwam in veel geëmancipeerde hoofden niet op.)

Groei
Ondertussen groeit het aantal kinderen dat gebruik maakt van babyopvang enorm. Nog steeds moet één leidster zorgen voor vier hele jonge kinderen. Nog steeds is er vanwege de vele parttimers en een hoog ziekteverzuimpercentage zelden sprake van een vaste leidster. En nog steeds ligt het accent op de fysieke verzorging en niet op ontwikkelingsstimulering – is het niet vanwege een gebrek aan kennis of sensitiviteit, dan is het wel vanwege een gebrek aan tijd.

Nog steeds moet één leidster zorgen voor vier hele jonge kinderen

De informatie voor ouders over deze ongunstige omstandigheden is gebrekkig. Het standaard commentaar is: voel je niet schuldig over de crèche, uit onderzoek blijkt dat een kind zich kan hechten aan meer dan één vaste verzorger. Dat is ook zo, maar dan hebben we het over één, hooguit twee verzorg(st)ers naast de vader en de moeder – en dat hebben de meeste crèches niet in de aanbieding. Bovendien is die hechting maar één van de vele aspecten waar je op moet letten, zoals nu weer duidelijk wordt.

Ander veel gebezigd misverstand: ‘mijn kind heeft het heerlijk op de crèche, hij is zo rustig’. Maar nu blijkt uit onderzoek van Albers dat ook deze rustige kinderen verhoogde stresswaarden hebben. Het ene kind uit zijn gevoelens nou eenmaal anders dan het andere.

Economen
Maandagavond 31 mei is in de Rode Hoed gediscussieerd over de integratie van kinderopvang in het basisonderwijs. Alles wijst er op dat de kinderopvang er niet beter op gaat worden. Want wie zijn de belangrijkste deelnemers aan het debat? Drie hoogleraren economie, de jurist Ina Brouwer van de Taskforce kinderopvang, Pia Dijkstra van de Taskkforce ‘deeltijd plus’ en een aantal politici waaronder Sharon - ‘kinderopvang dat gun je ieder kind’- Dijksma. De ontwikkelingspsychologen en pedagogen schitteren weer eens door afwezigheid. Money rules!

Het wordt tijd dat er serieuze aandacht komt voor het probleem waar veel ouders mee worstelen: hoe kan ik mijn werk en het ouderschap zo combineren dat mijn kinderen daar niet het slachtoffer van worden? Dat vraagt om een serieuze erkenning van dit onderwerp waar niemand zijn vingers aan wil branden – ‘babyopvang is een persoonlijke keuze’.

En dat vraagt om het stimuleren van opvang die beter aansluit bij de ontwikkeling van jonge kinderen: oppas aan huis, kleinschalige opvang in een gastoudergezin of betere verlofregelingen voor ouders. Goede kans dat dit op de lange termijn meer vruchten afwerpt dan het mompelen van bezwerende mantra’s als ‘de kwaliteit van de kinderopvang moet omhoog’, het verlagen (!) van de gastouderbijdrage en verder alles bij het oude laten.

Marilse Eerkens is psycholoog en vaste medewerker van het maandblad J/M ouders

Sleutelwoorden bij dit artikel:

babyopvang, marilse eerkens, creches
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 22:17 Reageer op dit bericht

Gehechtheid bij baby's

Hoop

Welke hoop en verwachting koestert de moeder als zij haar kind draagt!

Eigen verhaal
Ieder heeft zijn eigen verhaal
Aanvaarden dat ons kind anders is, is geen sinecure.
Na de zwangerschap en geboorte komt de hoop, als het maar gezond is.

Na de geboorte
Al snel na de geboorte komen de eerste signalen.
De baby reageert anders dan je verwachtte.
Daardoor ontstaat bij jou als moeder angst en onzekerheid dat je het niet goed doet. De huisarts maar ook op het consultatie bureau weet men vaak geen raad.

Niemand gelooft moeder
Je familie en omgeving begrijpt je niet
Die gaat de schuld bij zichzelf zoeken.

Muur van onbegrip
Na de pijnlijke bewust wording van de 'handicap' van ons kind botsen we vaak op een muur van onbegrip en verwijten van familie, vrienden buren en de buitenwereld, zodat we het gevoel krijgen 'alleen' te staan met ons probleem.

Problemen
Wat soms tot woede en depressie kan leiden
Er ontstaan nog meer problemen als er meer kinderen in het gezin zijn
Je relatie komt onder druk te staan.
Je sociale contacten worden minder, want je omgeving ziet een leuk kind zonder problemen en moeder probeert te vertellen hoe hij of zij zich thuis gedraagt.

Problemen komen er ook met de oppas, hulpverlening, schoolkeuze enzovoort
Hoe kun je een kind opvoeden die zich niet kan hechten.
Geen inzicht heeft in eigen gedrag, dat alleen zwart of wit kan denken.
Toch blijft het jouw kind. Jij hebt hem of haar gebaard.
Je moet afstand van hem of haar nemen, een lat- relatie aangaan met je kind.
Accepteren dat je je kind niet kan veranderen, dat je alleen je eigen opvattingen en houding kunt veranderen.

Achterdocht
Wanneer na een lang- soms jarenlang proces van vechten met ons zelf en ons kind, we de stap zetten naar de hulpverlening, botsen vele ouders op een nieuwe muur van 'professionele' achterdocht, indirecte (soms directe) beschuldiging en vooral (mijns inziens het pijnlijkste) het gebrek aan begrip, erkenning en waardering voor de ouderlijke inzet.
Ieder probeert op zijn eigen manier de pijnlijke realiteit van ons kind te verwerken.

De Knoop
Bij “De Knoop” wordt die ervaringsdeskundigheid benut om andere ouders te helpen je neemt elkaar serieus, je hoeft niets uit te leggen, je kunt er terecht met je emoties, je vragen om informatie en hoe kan het anders?

www.deknoop.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 18:41 Reageer op dit bericht

Geen diagnoses meer voor probleemkinderen ouder dan 7

Geen diagnoses meer voor probleemkinderen ouder dan 7

De Centra voor Ontwikkelingsstoornissen (COS) moeten door een gebrek aan budget kinderen ouder dan zeven jaar weigeren voor onderzoek. "Dat is schrijnend, omdat veel gedrags- en leerproblemen pas in de lagere school tot uiting komen", luidt het maandag in Gazet van Antwerpen. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) belooft een meerjarenplan.

In Vlaanderen zijn er vier Centra voor Ontwikkelingsstoornissen: in Antwerpen, Gent, Leuven en Brussel. Zij onderzoeken duizenden baby's en jonge kinderen op mogelijke mentale, fysieke, gedrags- of leermoeilijkheden, waaronder ADHD en autisme.

Enorme wachttijden
De wachttijden voor kinderen ouder dan 24 maanden waren enkele jaren geleden opgelopen tot twee jaar. "Om daar iets aan te doen hebben de centra ervoor gekozen om zich te concentreren op de baby's en kleuters. Om daar de problemen vroeg te detecteren zodat snel met ondersteuning gestart kan worden", zegt Lieve Heene, de directrice van COS Antwerpen.

Privémarkt
Daardoor blijft een hele groep ouders met kinderen met moeilijkheden wel in de kou staan. Zij kunnen alleen op de privémarkt terecht, maar daar kosten multidisciplinaire onderzoeken minstens 750 euro, waar de ouderbijdrage bij een gesubsidieerd onderzoek door een COS maximaal 60 euro bedraagt.

Uitbreiding
Vlaams minister Vandeurzen zegt dat er vanaf 2011 een uitbreidingsoperatie moet starten. "Die zal zorgen voor meer capaciteit in de verschillende diagnosecentra", luidt het. (belga/kve)
29/03/10 04u47
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 23:24 Reageer op dit bericht

Waar kan ik terecht met wat ik zie mislopen?

Waar kan ik terecht met wat ik zie mislopen? 

Van op afstand ben ik getuige van hoe het in een gezin fout lijkt te lopen: de ouders voeren ofwel oorlog, ofwel leven ze naast elkaar. Ze blijven samen voor hun kinderen (10 en 12), maar die zijn de laatste tijd heel stil en teruggetrokken. Ze trekken hun haren uit, doen opnieuw in hun broek, weigeren te eten, vechten met elkaar en hebben vaak bang. De oudste moet bijvoorbeeld onder narcose voor een simpele tandverzorging. Ik denk dat dit gezin hulp nodig heeft, kan ik iets doen?

Spreek de ouders aan op een positieve manier. Lukt dat niet, probeer het dan bij een buurman of huisarts

Vaak zijn ouders op zoek naar de beste weg om hulp te krijgen voor zichzelf of hun gezin. In het algemeen is de huisarts de beste start. Die kan mee evalueren of je terecht moet bij hulpverlening die zich richt op de ouders als koppel, dan wel iemand die de kinderen onderzoekt of iemand die hulp brengt voor het héle gezin. Een andere insteek is het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), dat heeft heel wat ervaring met het netwerk van jeugd- en gezinshulpverlening in de regio, ook zij kunnen je helpen de weg te wijzen.

Waar kom je nadien terecht? Voor de meeste organisaties is de hulpverlening vrijwillig en vertrouwelijk. De Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) hebben een lage drempel. Ze hebben ervaring met relatieproblemen zoals jij er een beschrijft. Zij hebben ook ervaring met crisisproblemen. Is het al duidelijk dat er nood is aan een specifieke vorm van therapie, dan kan verwezen worden naar een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG). Maar nogmaals: voor de meeste diensten is het belangrijk dat ouders zich vrijwillig aanbieden. Dat wil zeggen dat mensen geacht worden er minimaal mee akkoord te gaan dat er een probleem is waarvoor ze graag advies, steun of hulp zouden krijgen.

In jouw verhaal lijkt dit niet meteen het geval te zijn. Je maakt je zorgen over een ander gezin. Je vraag is een teken van goed burgerschap. Je zorgen durven te maken over kinderen die om welke reden dan ook niet de nodige emotionele of opvoedkundige zorg krijgen van hun ouders, is soms levensreddend. In ieder geval geeft het een kans aan die kinderen om de kwaliteit van hun leven tijdig een betere wending te geven. De eerste vraag is dan of je zelf een beetje huisarts kunt zijn voor hen, of je de ouders kunt aanspreken op een positieve manier en motiveren om zich te laten helpen. Dat loopt niet altijd vlot, een probleem in deze tijd is dat mensen veel minder openstaan om zich door anderen advies te laten geven voor wat niet goed loopt.

Lukt dat niet, zoek dan of je een andere vertrouwenspersoon van dit gezin kent: een buurman, een huisarts. Je kunt hen informeren en vragen of zij iets kunnen doen voor de kinderen. Kan dat niet of heb je het gevoel dat je met je bezorgdheid niet echt goed onthaald wordt, dan kan je het steeds melden aan een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Daar kan je eventueel ook anoniem terecht. Kies de weg waar je je zelf het beste bij voelt. Er is maar één ding dat je niet mag doen: stoppen met je zorgen te maken over deze kinderen. Als meer mensen jouw houding overnemen, zal het aantal dramatische krantenkoppen dalen.

Voor adressen kijk op www.belgium.be/nl in de rubriek Familie --{gt} Koppel --{gt} Gezinsproblemen en op www.wvg.vlaanderen.be/welzijnengezondheid

In 'De Opvoedingsdokter' gaat de bekende kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens wekelijks in op een lezersvraag over opvoeden. Peter Adriaenssens is de auteur van verscheidene klassiekers over het opvoeden van kinderen.

http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=GVJ27P2RM&kanaalid=1225
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 13:25 Reageer op dit bericht

'˜Eenduidige klachtbehandeling bureaus jeugdzorg wenselijk'

Eenduidige klachtbehandeling bureaus jeugdzorg wenselijk’Er moet een eenduidige klachtbehandeling komen door de bureaus jeugdzorg. Nu bestaan er nog opmerkelijke verschillen tussen de diverse bureaus.
‘Goede klachtbehandeling is belangrijk voor het herstel van vertrouwen van de burger.’
Dat stelt de Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer in een persbericht. Hij heeft tezamen met drie Bureaus Jeugdzorg een gezamenlijke visie op goede, eerlijke en eenduidige klachtbehandeling ontwikkeld. Op grond van die visie hebben zij een handreiking opgesteld voor kwalitatieve klachtbehandeling. De Nationale ombudsman hoopt dat ook andere Bureaus Jeugdzorg met deze manier van klachtbehandeling aan de slag gaan.
 
Opmerkelijke verschillen
Op dit moment zijn er bij de klachtbehandeling opmerkelijke verschillen. De Nationale ombudsman vindt dat voor iemand die met Bureau Jeugdzorg te maken krijgt, de klachtbehandeling niet mag afhangen van de provincie waar hij woont.
 
Verhaal achter klacht
In de zomer van 2009 startte de Nationale ombudsman het project met Bureau Jeugdzorg Gelderland, Bureau Jeugdzorg NoordBrabant en Bureau Jeugdzorg ZuidHolland. Samen stelden zij een visie en uitgangspunten voor klachtbehandeling op. Hierin staat het verhaal achter de klacht centraal. Als een klacht bij een bureau jeugdzorg binnenkomt, neemt een medewerker persoonlijk contact op met de klager om het verhaal achter de klacht te achterhalen. Op basis van dit gesprek zoeken medewerker en klager een passende vorm van klachtbehandeling. Het belang van de klager en de aard van de klacht zijn hierbij leidend.
 
Herstel van vertrouwen
Goede klachtbehandeling is belangrijk voor het herstel van vertrouwen van de burger. Ook geven klachten goede aanleiding voor zelfreflectie die passend is voor professionals in de jeugdzorg. De Nationale ombudsman meldt in het persbericht erop te vertrouwen dat de bestuurders van alle bureaus jeugdzorg en de landelijk werkende instellingen, het Leger des Heils, de Stichting Gereformeerde Jeugdzorg en de William Schrikkergroep aan de hand van deze handreiking, ook aan de slag gaan met goede eerlijke en eenduidige klachtbehandeling.
 
Bron?
http://www.sozio.nl/eenduidige-klachtbehandeling-bureaus-jeugdzorg-wenselijk/1023573

De Redactie, Geplaatst: 30 maart, 2010
Relevante categorieën: hulpverlening, Bureau Jeugdzorg, jeugdzorg, Cliënt, Klachtbehandeling
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 16:45 Reageer op dit bericht

Levenslang met jeugdzorg

 

Levenslang met jeugdzorg
door Anne Boer anneboer@destentor.nl. zaterdag 20 maart 2010 | 12:31 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 20 maart 2010 | 12:50

Leen van der Hoek, op 5-jarige leeftijd uit huis geplaatst. Zag zijn ouders en zusje nooit meer terug. "Voor mij is het 63 jaar geleden, maar wat zijn we eigenlijk opgeschoten?"


Een leven lang in de ban van jeugdzorg. Rond de tafel zitten drie mensen. Ze hebben hun eigen verhalen. Maar dat ene ding gemeen. Jeugdzorg is de rode draad in hun leven. Bart en Evelien hebben een zorgboerderij voor de opvang van onder meer kinderen en zelf drie pleegkinderen. Leen van der Hoek werd 63 jaar geleden uit huis geplaatst. Een aangrijpend verhaal over hun worstelingen.

Zie ook:
Verplaatsen slecht voor ontwikkeling kind
Kind tussen moordenaars en verkrachters

Leen van der Hoek (68) uit Lelystad staat er mee op en gaat er mee naar bed. Een leven lang jeugdzorg in z'n kop.

Nr. 151. Het nummer dat hij van de kinderbescherming kreeg nadat hij op 5-jarige leeftijd uit huis werd gehaald. Getraumatiseerd door de ellende uit zijn kinderjaren.

Hij zou er moeiteloos een boek over kunnen schrijven. Zover is hij nog niet. De eerste stap is al moeilijk genoeg en vooral emotioneel. Voor het eerst praat hij er openlijk over. Naar aanleiding van verhalen in deze krant. "Ik lees de verhalen over jeugdzorg werkelijk met tranen in de ogen. Voor mij is het 63 jaar geleden, maar wat zijn we eigenlijk opgeschoten?"

Het begin is pijnlijk. In het dorp van zijn jeugd, Maasdijk, van na de oorlog gonst het van de geruchten. Zijn vader zou NSB-er zijn, terwijl zijn moeder juist uit een verzetsfamilie kwam. Het gezin raakt verscheurd. De ouders kunnen niet meer voor de twee kinderen zorgen. Leen en z'n zusje worden uit huis gehaald. Leen gaat naar een weeshuis; z'n zusje naar een pleeggezin.

Leen ziet z'n ouders en z'n zusje nooit meer terug. De rest van de familie verdwijnt ook definitief uit beeld. Hij staat alleen op de wereld en moet zien te overleven in de mallemolen van tien pleeggezinnen, instellingen en tehuizen. Geen bezoek. Geen weekendverlof. Nooit visite op z'n verjaardag. Geen cadeautjes. Het grote niets. "Elke zondag stond ik te kijken. Komt er iemand op bezoek? Tegen beter weten in. Er kwam nooit iemand."

Hij kan pijnlijk gedetailleerd uitleggen waarom die periode hem zo heeft geraakt en ook gevormd. "In het eerste pleeggezin kreeg ik te horen dat er iets niet in orde was met mij. Maar in het gezin ging het mis. Gebeurden allerlei rare dingen. Daar ben ik door de politie weggehaald en vervolgens onderzocht in een paedalogisch instituut in Amsterdam. Pas tientallen jaren later heb ik kunnen lezen wat de conclusie was. Er mankeerde niets aan mij. Mijn gedrag was normaal. Tot de dag dat ik dat las, heeft altijd het idee in mij gewoekerd dat er iets niet met mij in orde was. Kinderbescherming heeft het me nooit verteld. Je wordt daardoor onzeker, terwijl je zeker moet zijn om overeind te blijven."

"In de tehuizen geldt het recht van de sterkste. Je gaat jezelf overstemmen om je te handhaven en belandt in een spiraal van opstandig gedrag en verzet tegen het gezag. Dan krijg je het stempel moeilijk opvoedbaar en zo beland je in een vicieuze cirkel. Je wordt hard. Ik had niets te verliezen. Straffen hielp niet. Wat moesten ze me afnemen. Het interesseerde me allemaal niets meer. Zelfs veertien dagen isoleercel niet."

Leen moet wachten tot hij achttien jaar is om eindelijk te ontsnappen aan de wereld waarin hij gevangen zit. Hij doet dat letterlijk. Hij gaat de zee op. Weg. Helemaal weg. "Ik wist niets van het leven. Niets van geld, van vrouwen van liefde. Ik had nooit heimwee. Niets om naar terug te verlangen."

De koopvaardij heeft hem gered, zegt hij terugblikkend. "Aan boord heerste discipline. En ik had voor het eerst een eigen hut, met eigen toilet en een eigen douche. Ik was de situatie met twintig jongens op een zaal gewend."

Leen werkte op de passagiervaart (Holland-Amerikalijn) en wilde vaart. Verdiende de kost als scheepstimmerman. Ging de hele wereld over. Per reis kreeg hij een beoordeling voor bekwaamheid, ijver en gedrag. "Wat was ik trots op m'n eerste beoordeling. Voor het eerst kreeg ik te horen dat ik deugde. Dat ik goed was. Dat vergeet ik nooit meer."

Terugblikken deed Leen niet meer. Hij verstopte de ellende uit zijn jeugd in hard werken, maar de pijn bleef. Als hij op 26-jarige leeftijd serieuze verkering en werk aan wal krijgt, gaat het mis. "Iedereen was aardig en lief voor me. Dat benauwde me vreselijk." Na twee maanden verbreekt hij halsoverkop de relatie en pakt z'n boeltje om terug te keren naar zee. Als snel krijgt hij spijt. Vijf dagen na vertrek vraagt hij zijn grote liefde via Radio Scheveningen ten huwelijk.

Leen van der Hoek heeft een zwaar leven achter de rug. Ellende en geluk wisselen elkaar af. Hij trouwt. Krijgt twee kinderen. Scheidt. Dat hij zijn kinderen een fijne jeugd heeft kunnen geven en dat ze dat zelf ook zeggen, is zijn grootste geschenk.


Op 57-jarige leeftijd stort zijn wereld weer in. De werkgever voor wie hij twintig jaar werkte, zet hem na een directiewisseling op straat. "Weer afgeschreven. Weer met lege handen, terwijl ik zo hard had geknokt om zover te komen. Werk had voor mij een heel andere waarde dan voor andere mensen. Ik was kapot. Ik kon het niet verwerken. Wilde niet meer leven, maar had niet de moed er zelf een einde aan te maken. Ik raakte aan de drank en belandde in een verslavingskliniek. Gelukkig hebben m'n kinderen me nooit laten vallen. Ik kreeg het advies te doen wat ik altijd had gedaan. Ga weer vechten. Doe waar je goed in bent." Dat leidde tot een rechtszaak tegen de werkgever die Leen glansrijk won.

De laatste jaren gaat het goed, maar op de achtergrond is het nooit weg. Zo kon het gebeuren dat hij in tranen uitbarstte toen hij het verhaal 'Kind tussen moordenaars en verkrachters' in deze krant las. Dat verhaal, van de 12-jarige Ricardo die uit huis werd geplaatst en in een jeugdgevangenis belandde, is ook zijn verhaal. "Wat zijn we opgeschoten in al die jaren. Er blijkt weinig veranderd, terwijl we nu toch echt beter zouden moeten weten."

De ellende blijkt bovendien nooit ver weg. Leen is kind aan huis bij Bart (55) en Evelien (54) in Lelystad. Als - op latere leeftijd - gediplomeerd goudsmid leert hij hun oudste zoon sieraden maken van edelstenen en -metalen. Bart en Evelien hebben vier kinderen (drie zonen en een dochter) en drie pleegkinderen, uit een gezin. Ze wonen met hun gezin bij een zorgboerderij, waar kinderen en volwassenen worden opgevangen. Evelien heeft de dagelijkse leiding over een heel team van medewerkers.

Hoewel instellingen voor jeugdzorg elk jaar een honderdtal kinderen op de boerderij plaatsen, kon het toch gebeuren dat Bart en Evelien keihard in conflict kwamen met jeugdzorg over een van hun pleegkinderen.

Na negen jaren dreigde het jochie van twaalf namelijk uit huis te worden gehaald. „Dat wilden we echt niet laten gebeuren. Dan zou hij van crisisopvang naar crisisopvang gaan en uiteindelijk in een tehuis belanden. We weten dat hij hulp nodig heeft. Hij heeft een hechtingsstoornis. Daarom vragen we ook al jaren om hulp, maar die kwam maar niet. Daar mag het kind toch niet de dupe van worden.”

Het verzet van het echtpaar heeft succes. Hun klachten worden gegrond verklaard, maar de relatie met jeugdzorg verbetert daar niet mee. Eind vorig jaar komt het tot een uitbarsting. Hun pleegzoon wordt toch weggehaald. „Dat was echt een drama. Iedereen in tranen. Onze pleegzoon heeft heel veel gehuild. Terwijl we net een nieuw traject hadden ingezet en het echt de goede kant op ging.”

Van 11 december tot 19 januari mag hij niet bij het pleeggezin komen. Volgens de rapporten van jeugdzorg is het kind beter af in een residentiële setting, een min of meer gesloten huis dus. Opnieuw tekent het echtpaar protest aan en opnieuw krijgen ze gelijk.

Om herhaling te voorkomen, hebben ze een eigenkrachtconferentie bedongen. Om een sterk netwerk te creëren om het kind en te voorkomen dat hij weg moet.

„We voelen ons niet meer veilig bij jeugdzorg. Ze onderzoeken niet. Ze overleggen niet, maar vinden wel heel veel. Als je leest hoe al die jaren pleegzorg en jeugdzorg bij ons opeens werden afgeschreven, gaat dat door merg en been. De hulpverlening schakelt je uit en dat gaat ten koste van het kind.”

Leen heeft het van nabij zien gebeuren. „Te veel gestudeerd, te weinig praktijk”, is zijn analyse. „En wat niemand lijkt te beseffen is dat de schade vaak onherstelbaar is. Het kind wordt bang, wantrouwend. Zeker als het van hot naar her wordt gesleept. Ik heb het allemaal meegemaakt.”

Evelien heeft daar ook de meeste moeite mee. „Onze pleegzoon heeft zeven jaar onder toezicht gestaan. Al die tijd bleef de onzekerheid. Mag ik blijven, ga ik terug naar mijn ouders, ga ik naar een ander pleeggezin. Dat vreet aan kinderen.”

Nr. 151. Leen van der Hoek komt het nummer steeds weer tegen. Hij heeft nooit op nummer 151 willen wonen. Hij is niet de enige die nog steeds rondloopt met de erfenis van jeugdzorg. Eind vorig jaar was er een reünie van een van de kindertehuizen waar hij heeft gezeten, Nieuw Voordorp in Voorschoten. „Veel mensen hebben last van traumaproblemen. En dat zou toch eens te denken moeten geven, zodat we met meer verstand en begrip in deze tijd ingrijpende maatregelen nemen die werkelijk in het belang van het kind zijn.”

Leen heeft het graf van zijn vader gevonden. Dat bezoekt hij af en toe. De tekst op de steen doet hem pijn. ‘Zijn leven was geven’. „Ik heb alleen niets van hem gehad.”

De namen van Bart en Evelien zijn op hun verzoek gefingeerd. Ze willen daarmee voorkomen dat hun pleegzoon de dupe wordt van hun frustraties over instanties.

www.destentor.nl/jeugdzorg
Link

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 19:19 Reageer op dit bericht

In de DSM-V zullen psychiatrische stoornissen worden geschrapt en toegevoegd.

Ziektes komen en gaan

Geplaatst: 20 maart 2010 05:00, laatste wijziging: 19 maart 2010 18:44

door Petra Noordhuis

Prof.dr. Michiel W. Hengeveld: ,,Een ziektebeeld heeft weinig te maken met de patiënt.'' Hengeveld heeft de afgelopen negen jaar bij het Erasmus MC gewerkt als hoogleraar-afdelingshoofd psychiatrie. Hij is redacteur van het Leerboek Psychiatrie, auteur van vele wetenschappelijke artikelen en hoofdstukken en schrijver van onder meer Het psychiatrisch onderzoek en Psychiatertaal. |foto Dick Hogewoning

Er komt een nieuwe versie van de DSM aan, het indelings-systeem voor psychiatrische stoornissen dat psychiaters in Amerika en Europa gebruiken.

In de DSM-V zullen psychiatrische stoornissen worden geschrapt en toegevoegd. Dat stoornissen opkomen en verdwijnen is moeilijk te begrijpen en volgens psychiater Michiel W. Hengeveld is het ook niet waar. ,,De natuur laat zich niet afgrenzen.''

Prof.dr. Michiel W. Hengeveld is kersvers emeritus hoogleraar psychiatrie van het Erasmus MC. In februari gaf hij zijn afscheidscollege over psychiatrische diagnostiek. Hij is nog volop bezig met psychiatrie, maar nu vanuit huis. In zijn studeerkamer, met boekenkasten die bijna tot aan het plafond reiken, bekijkt hij de conceptversie van de nieuwe DSM die momenteel op internet staat. ,,Hé, een nieuwe stoornis, mensen die geen spullen kunnen weggooien'', zegt hij.

Er verdwijnen ook ziektes. Zo worden alle autismestoornissen straks op één hoop gegooid. Het onderscheid tussen klassiek autisme, Asperger en PDD-NOS komt te vervallen. Alle vormen van autisme heten straks 'autisme-spectrumstoornis'.

nd Het volledige artikel kunt u lezen in het Nederlands Dagblad van zaterdag 20 maart 2010. Een los digitaal nummer kunt u hier kopen en lezen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 16:41 Reageer op dit bericht

Meer van Hechtingsprobleem

↑ Terug naar de berichten