Mudaeus onthoofd


Tijdens de werken voor het verplaatsen van het beeld van Mudaeus op het Gemeenteplein, lieten arbeiders het beeld vallen. Mudaeus werd daarbij 'onthoofd'.
Mudaeus' betekenis voor de geschiedenis, met name voor die van het recht, ligt in de door hem uitgedragen objectieve methode van de terugkeer tot de klassieke bronnen - het wezenskenmerk van het humanisme. Totdien beperkte de studie van het recht zich namelijk tot het interpreteren van vaak onbeholpen commentaren van de Pandecten van Justinianus, de belangrijkste bron van Romeins recht, waarop ons rechtstelsel is gebaseerd. Mede om de kritische, onbevooroordeelde kijk geldt Mudaeus als grondlegger van de 16e-eeuwse rechtskundige school in België. Deze erkenning moge ook blijken uit de buste van de Brechtenaar in de beeldengalerij van het Gerechtshof te Brussel. Een andere grote rechtsgeleerde, zijn tijdgenoot Cujas, sprak over Mudaeus de lovende - ons weinig hoop latende! - woorden: Ante illum talem in Belgio non habuistis, nec post illum habituri estis. Zo iemand (als Mudaeus) hebben jullie in België vóór hem niet gehad en zullen jullie na hem ook niet meer krijgen.
Dit standbeeld is een schepping van de Antwerpse beeldhouwer Ducaju uit 1860, waartoe opdracht werd gegeven ter gelegenheid van het 300e sterfjaar van Mudaeus. Het werd op 10 september 1865 ingehuldigd onder de toren van een speciaal gecomponeerde Mudaeuscantate.









