Naar de inhoud

Herman Boon pr.

'... aan hen die hem ontmoetten'
akke.beakke.be

Berichten van 17 oktober 2005 tot 23 oktober 2005

4 Leven en sterven voor ...

‘Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf.
We leven en sterven voor God onze Heer,
Aan Hem behoren we toe’ (Rm 14,8)

Herman heeft zichzelf niet gespaard. Die dienstbaarheid heeft hem tot op de draad versleten. Hij is uitgedoofd van het danig liefhebben. Zijn hart heeft het begeven.
Hij zou nu zeggen: ‘Hou nu maar op met over mij te spreken en over al het goede dat ik deed. Want mijn geheim ligt dieper : mijn menslievendheid was niet zomaar sociale dienstbaarheid of nobele filantropie. Ze kwam van veel verder : het ging me om Gods menslievendheid in mij, zoals ik trouwens elk jaar in de kerstnacht aan de misgangers voorlas: ‘De goedheid en menslievendheid van God onze Heiland is op aarde verschenen’ (Tit 3,4). De menslievendheid van God. Ik wilde een man van God zijn en van Christus. Ik heb het ook nooit verborgen, voor niemand. Men wist wat men op dat stuk aan mij had. Ik vroeg me altijd af waarom men zich zou moeten verontschuldigen te geloven. Ik heb dat nooit begrepen en heb het ook nooit gedaan. Want ik wist dat ik niet mezelf verkondigde maar de Christus. Zeg het nu maar eens luidop hier en aan allen die willen horen : bij leven en sterven was ik van Hem. Daarom is het wellicht ook dat is de Heer me in de kapel is komen halen.’ Zeg het maar: ‘Niemand leeft voor zichzelf alleen, niemand sterft voor zichzelf alleen. Zo lang we leven, leven we voor de Heer en sterven wij, dan sterven we voor de Heer: of wij leven of sterven, aan Hem behoren wij toe’ (Rm 14,7v).

Geschreven door Jef De Cuyper om 10:15 Reageer op dit bericht

Wie staat daar aan de hemelpoort ?

Herman, we zullen je missen. Ook ik zal je dus niet meer zien bij het inchecken, je zal er niet meer zijn aan de gate, als ik aankom en uit het vliegtuig stap. Je bent weg.
Maar nee. Wie staat daar aan de poort van de hemel bij mijn laatste reis en die van ons allemaal? En horen wij de vader van de jonge Tobias niet zeggen: ‘Ga maar mee met die man op reis en God die in de hemel woont zal jullie vergezellen’ (Tb 5)? En wij maar vragen bij de hemelpoort: Is dat niet de engel Rafaël? Maar van achter de hemelpoort roept Iemand: ‘Maar nee, kijk eens goed, het is Herman Boon. Die staat altijd aan de gate als je aankomt. Dat is, hier aan de hemelpoort, niet anders. Wat dachten jullie wel?’

+ Godfried Kardinaal Danneels

Aartsbisschop van Mechelen-Brussel

Geschreven door Jef De Cuyper om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Herman Boon pr.

↑ Terug naar de berichten