Naar de inhoud

Herman Boon pr.

'... aan hen die hem ontmoetten'
akke.beakke.be

Archief

Tot weerziens (Jeugraad)

Tot weerziens
Op 22 augustus 1968 had ik de eer als voorzitter van Jeugdraad Meise de leden van de Jeugdraad uit te nodigen op een etentje.

Goede vrienden,

Op maandag 26 augustus 1968 om 19.45 uur komen wij samen aan de woning van E.H.H.Boon. u wordt verzocht uw wagen(s) mee te brengen, want van daar vertrekken wij naar een gezellig restaurant, waar wij bij een lekker avondmaal TOT WEERZIENS (afscheid) nemen van E.H.H.Boon.
Voor de leden van de Jeugdraad is het eten gratis. Drank en ev. nagerecht zijn voor uw eigen rekening. De echtgenoten van de gehuwde leden van de Jeugdraad mogen ook meekomen, maar betalen 70 fr. als ze deelnemen.
Om de organisatie te vergemakkelijken is het nodig te laten weten of u meegaat of niet. Dus in beide gevallen vult u onderstaande strook in en bezorgt ze mij voor zondagmiddag hetzij in de jeugdmis (St.-Elooikapel) of door het strookje in de bus van het taallabo (Audio-Visueel Centrum, Brusselsesteenweg 50,) te droppen
Ik doe ook een oproep om allen aanwezig te zijn woensdagavond in de TOT WEERZIENSMIS in de parochiekerk. Dit is het ogenblik waarop wij, de bezieling die van E.H.Boon steeds uitging, in ons kunnen versterken, om zijn werk in Meise te bestendigen en verder uit te bouwen, voor de JEUGD?
Tot ons gezellig samenzijn,  J.De Cuyper   Voorzitter Jeugdraad Meise

Geschreven door Jef De Cuyper om 17:06 Reageer op dit bericht

In "Schoon Meise"  Jaargang 2 - sept.1966 werd een themanummer gewijd aan het afscheid van Herman Boon pr. als onderpastoor in Meise.
Dank u herman !
- voor uw meeslepende regie … Gij waart pas in Meise toen de Chiro toneel speelde over de Hongaarse revolutie. Gij haalde er een Hongaarse danser, zanger en accordeonspeler bij. Gij schreef “Tarcitius in Moskou”, vertaald in 5 talen, daarna soms in één nacht “Een vriendschap”, “De blauwe tijger”, “De moord van Nijlen”, “Tituto”, “De klik”, "De witte roodhuid”, “Het sprookje van de fotograaf”, “Een wereld vol trommels”, een fantastische circusavond, allemaal sprankelende choreografie, alles met een ondertoon van schoonmenselijkheid.
- Voor het vereeuwigen door boeiende filmverhalen van Chirobivakken te Lommel, Blenz, Basseilles, Oosterhout, Oetz, Texel, Ovifat, Aosta, Koersel,Spich …
- Voor uw krachtdadig verzet tegen alles en allen die de jeugd in haar schone groei bedreigde
- Voor Berlijn, Fatima, Tirol, Aosta … nooit vroegt gij : Kunt gij betalen ? Iedereen mocht mee, allen waren evenwaardig
- Voor Israël, Rome, Spanje, Rusland, Kongo waarover gij zo levendig vertellen kon en schrijven alsof op elk van uw reizen uw parochie met U mee was
- Voor uw rijkgevulde bibliotheek, diskoteek en bandopnemer die zowel als uw keuken en heel uw huis gul en gastvrij openstond voor ieder die er gebruik wilde van maken
- Voor uw groene en sinds een kermis uw blauwe fiets, voor uw bromfiets die iedereen mocht gebruiken en waarop gij zoveel hebt geleden door kou en regen, voor uw Volkswagen waarin iedereen mee mocht en die gij dikwijls uitleende
- Voor uw artikels in “Trouw”, “Lente”, “J”, “Straal”, “De Linie”, “Kerk en leven” en zoveel andere godsdienstige en culturele tijdschriften , boeiend proza en steeds verrijkend
- Voor uw gedichten …en er zit nog zoveel poëtische schoonheid in uw schuiven verborgen …
- Voor de verzorgde T.V.-uitzendingen zowel over de jeugd als over de St.-Elooiviering in Meise
- Voor de zonnebloem, de gouden regen, de Japanse kerselaar, de fotomontages en al de zinvolle versiering van het kerkkoor
- Voor de vooruitstrevende teksten op huwelijks- en geboorteaankondigingen, doodsbrieven en de vernieuwende wijze waarop gij alle kerkelijke diensten en sakramentele vieringen diep godsdienstig kon maken
- Voor uw kunstzinnige begeleiding bij het inrichten van lokalen, kamers van jongeren en woonkamers, het kiezen van gelegenheidsprentjes …
- Voor de Zazo … week-ends in Meise en uw steun bij het doorbreken van het Vlaamse chanson
- Voor uw doordrijven om de eredienst te ontdoen van de overbodige, pompeuze ornamenten om Gods aanwezigheid beter tot uiting te laten komen
- Voor de tientallen filmforums. Zovele Meisenaars leerden goede films genieten.
- Voor de wijkkruiswegen, de gespreksgroepen, gebedsstonden in de gezinnen, de studiekringen over het ontstaan van het leven en anderen in de arbeidersgezinnen… gij haalde voor ons sprekers en kunstenaars met de grootste namen naar Meise, bekende orkesten en meesterwerken …
- Voor de gezinskringen die gij stichtte met Pater Glorieux, Herman Servotte, Pater Louis, Pater Emiel en wijlen pater Joris …
- Voor uw medewerking en realistisch zin geven aan Broederlijk Delen. Wij stuurden lang massa’s lakens naar Israël en nog zoveel meer …
- Voor uw grote liefde voor de Kerk, evenals uw liturgisch, eukaristisch en mariaal beleven dat gij van uw moeder erfde. Zoals zij het deed in Ukkel, stichtte gij het Marialegioen te Meise dat onder uw impuls het hardste en ondankbaarste werk aandurfde, omdat de werkmethode niet meer beantwoordde aan de noodwendigheden
- Voor uw slogan “Goede dag, gebuur” waarmee gij gelovigen zowel als ongelovigen, geletterden zowel als minder ontwikkelden de eenvoud van de Kristelijke naastenliefde leerde begrijpen.
- Voor uw welslagen in de samenwerking tussen mensen van alle strekkingen, zonder U te doen klasseren in een politieke groep
- Voor uw voortdurende zorg voor de organisaties in hun geheel , zonder de meerderheid van de niet georganiseerden te verwaarlozen.
- Voor uw moedige houding en hard werken in de priesterraad, waar gij als eerste durfde spreken over het bisdom “Vlaams-Brabant”.
- Voor de eerbied waarmee gij over uw meerderen sprak en ontzag dat gij afdwong door uw manier van gehoorzamen.
- Voor uw eerlijke houding en moed om iemand de waarheid te zeggen; voor uw opbouwende kritiek, uw hoge eisen maar krachtige steun bij al onze ondernemingen.
- Voor uw hoofsheid in het debat, men mocht U alles zeggen, nooit waart gij zwak, nooit krabbelde gij achteruit of bleeft gij wrokken na een pijnlijke discussie.
- Voor uw vergevingsgezindheid. Wie U pijn deed of bekampte werd bedacht met attenties. Gij leerde ons “steeds superieur te zijn in liefde”.
- Voor uw gezonde humor, voor uw bevrijdende schaterlach, die schijnbaar grote moeilijkheden tot plezierige anektdoten kon omtoveren.

Wat wij nooit konden begrijpen is hoe gij na dagen en nachten ingespannen werken, U nog kon gereed houden voor iedereen en hoe gij na de grootste moeilijkheden en het grootste verdriet, U vol levensmoed kon oprichten in een blije gerichtheid naar de Heer, steeds vertrouwend op het goede in iedere mens. Boven uw elf jaar priester zijn te Meise schrijven wij uw gedicht :

Leg in mijn handen Heer,
één gouden klomp geluk,
wij zullen die in duizend stukken breken,
elk zal van Uw liefde spreken,
en wij zullen die delen
aan elke mens een stuk.
En als alles zal weggegeven zijn,
zullen wij onze lege handen in de Uwe leggen.
Dan hebben wij alleen nog dit te zeggen :
Naar U hebben wij verlangd
Laat ons in U LIEFDE zijn !

Redactie Schoon Meise : Louis Becq, Frans en Piet De Cuyper

Geschreven door Jef De Cuyper om 11:03 Reageer op dit bericht

Langs een hele omweg heb ik uw danknummer over mijn vriend-priester Herman Boon gelezen. Al zijn we zeer vertrouwde vrienden sinds onze kollegetijd, hij zelf had er me niets van gezegd. Ik was erg blij om uw artikels, en toch ontbrak er mij veel in zijn geestelijk portret? Het zou een boek worden en sommige dingen zijn moeilijk te zeggen. Ik weet een beetje hoe mijn lieve vriend trachtte priester en mens te zijn, met zoveel mogelijkheden en moeilijkheden met zijn overrijk temperament. Ik weet een beetje van uit vele gesprekken hoe hij vanuit de fundamentele keuze en zijn ja-woord als retoricastudent, met zovele andere mogelijkheden, op de roepstem van Heer altijd probeerde te combineren gebed en studie, bezinning en actie, scheppen en vernieuwen, actie en totaal gegeven zijn, aan allen behoren en toch de positieve eenzaamheid verdiepend beleven. Ik weet dat het voor hem een voortdurend innerlijk gevecht was priester te zijn, zo totaal mogelijk, en de vele menselijke talenten die hem bedeeld waren slechts te gebruiken als ze iets konden betekenen voor de Kerk, wat hij noemde “kanalen voor het evangelie”. Ik weet hoe hij altijd innerlijk vechten moest voor wat voorrang had elke dag, door zovelen werd hij dag en nacht voor zoveel gevraagd, zodat hij probeerde ’s nachts het andere te doen, om in de dag helemaal voor zijn parochie te zijn. Hij had daarvoor een sterk gestel en een buitengewoon recuperatievermogen, al is hij veel ziek geweest in zijn leven.Als ik over hem zou schrijven, zou ik vooral getuigen dat hij mij en mijn gezin heeft leren geloven en leren bidden, met liefde en rechtvaardigheid in schoonheid, waarheid en edelmoedigheid deed stellen voor ons denken en ons doen. Ik weet dat hij vele medepriesters hielp enthousiast en blij te blijven en ik heb vele vrienden horen zeggen : als wij maar zo een priester hadden, en ik vond het zo fijn van hem dat hij nooit verdroeg dat over andere priesters of over zijn bisschop iets kwaads werd gezegd, en met welke oprechte bewondering sprak hij mij over zijn pastoor, en nu met welke liefde over zijn opvolger! Ik weet hoe hij kon bidden. Het is gebeurd dat ik in zijn altijd open huis binnen sprong en hem verraste, geknield op zijn bidstoel, of dat hij het gesprek onderbrak of afsloot met een uitnodiging om mee te bidden. Eens was het heel laat of vroeg geworden in de nacht, en voor ik naar huis reed vroeg hij me met hem nog even mee te gaan bidden bij het Heilig Sacrament in de donkere kerk. Ik denk dat hij zeer dikwijls ’s nachts alleen zo in de kerk heeft gebeden.Hij leerde het aan zijn medewerkers, eerst even biddend naar God te staan vooraleer een opdracht voor de kerk te gaan vervullen. Ik heb het horen vertellen van een Chirobivak in de Kempen : niet alleen van zijn bezinningen met zijn leiders en leidsters ’s morgens vroeg,en de gebedsmomenten met de keukengezinnen, hoe hij elk bivak maakte tot een jeugdretraite, maar ook hoe eens op een nacht heel het tentenbivak dreigde onder geregend te worden. Een nabij bivak was al opgekraamd. Herman met zijn leiders trachtten het gutsend water weg te krijgen met kanalen te graven en het wegscheppen in emmers en bussen. Maar het regende voort. Hij ging al de tenten af, om te kijken of alles van binnen droog bleef en zijn jongens sliepen. Het werd wanhopig. Nog een half uur zo regenen, en ook zij zouden moeten verhuizen. Toen zei Herman : “mannen, ik ga naar mijn tentje. Ik ga eens met de Heer praten,. Wij doen dit Chirobivak toch voor Hem. Hij moet voor ons zorgen.” Hij ging bidden in zijn tentje; Twintig minuten later hield het regenen op. Iets dergelijks heb ik dit jaar opnieuw gehoord toen het tentenbivak dreigde te sneuvelen onder een windstorm en hij aan zijn Chiromeisjes vroeg even rustig te bidden bij het Mariakapelletje opdat alles goed zou aflopen en elk zou weten wat best te doen. Wat was hij een Mariale priester! Hij zei me eens : voor elk jaar Meise, wil ik een Mariakapelletje bouwen! De laatste jaren heeft hij vele retraites en bezinningsdagen geleid. Ik hoorde daarover altijd lof over zijn creativiteit, maar vooral : hij heeft ons leren geloven en bidden, en wat staat die met zijn geloof in het hart van de werkelijke wereld! Hij had eigenlijk een missionariskarakter. Hij heeft altijd gedroomd van Zuid-Amerika, maar als zijn bisschop zei : “we hebben u hier nodig” dan was dat voor hem goed. Ik hoor hem nog na zijn Kongoreis, diep onder de indruk van zijn ontmoetingen met de zwarte universitairen, met de missionarissen, en vooral van dat melaatsendorp in de Mayumbe, en dat hij zei : “wat doe ik hier toch in dat luxueuze Europa! Mijn vriend zei me eens : weet je dat de echte armoede van de priester, dat is totaal, dag en nacht beschikbaar zijn voor iedereen, elke telefoon, elke bel, elke mens, onze armoede is weten dat we maar broze instrumenten zijn van de Heer, onze zwakheden ervaren, bepraat en belasterd worden en moeten zwijgen en elke morgen je tekenen inde naam van God en iedereen helemaal terug graag zien. Ik zag hem eens thuis komen op zijn fiets, kletsnat, een beetje bleek, met bevroren handen. Zijn huis was leeg en koud. Ik was in mij warme auto blijven zitten, maar hij lachte gul en gelukkig en vertelde mij enthousiast over zijn mensen, terwijl hij vuur voor mij aanmaakte en water opzette om wat koffie te maken. Hij zal niet graag hebben dat ik het verklap, maar ik heb toevallig eens ontdekt dat hij jaren lang op de grond geslapen heeft. Hij lachte maar met de legende over zijn rijke familie en zo!

Hij leefde op zijn zolderkamertje, ijskoud in de winter en snikheet in de zomer. Op een nacht had hij zijn eigen bed weggedragen naar iemand die er een nodig had.Ik weet hoe tijdens een Sinterklaasnacht voor verschillende deuren van mensen die het niet breed hadden dozen ging zetten met allerlei geschenken, en hoe vooral op gevoelige dagen voor eenzamen, zoals met Kerstmis en Nieuwjaar naar eenzame of zieke mensen fietste om hen iets te brengen, ook altijd de geschenken die hij zelf had gekregen.. ik heb zijn ontroering geweten, toen hij van eenvoudige lieve vrienden van hem een bromfiets kreeg, en toen hij een kleine wagen kreeg van een gezin uit Meise, was zijn eerste blije rit naar Brussel naar het Rode kruis om er een invaliditeitswagentje te gaan halen voor een sukkelende vriend in de parochie, en ook zijn volkswagen nadien was voor iedereen, een werkinstrument zoals zijn telefoon, schrijfmachine, en heel zijn huis voor iedereen was, en zijn fiets en brommer gingen als geschenk naar Chirojongens.

Ik zou u een boek kunnen schrijven over hem. Hij zuchtte soms dat hij zo weinig kon doen, dat een mens zo begrensd is en de tijd zo vlug voorbij gaat, en hij zelfzo onvolmaakt. Hij was een geweldig gevoelsmens. Dat maakte hem innerlijk zo rijk, maar ook zo kwetsbaar.Een zeer sterke persoonlijkheid, die daardoor wel eens weerstand opriep. Hij kon ineens wegkruipen in zichzelf; maar ook geweldig animeren. Vooral heb ik in hem bewonderd is dat hij zijn fouten kon zien en vergiffenis kon vragen en vergeven kon,dat hij zich zen de anderen altijd op weg wist, groeiend. Ik weet ook hoe oneindig veel hij van Meise hield! Hoe dikwijls had hij mij de laatste tijd niet met vreugde verteld over het komend tehuis voor bejaarden en zijn droom om voor zijn zo dierbare jeugd een eigen tehuis te bouwen waar ze, tegen alle commerciële uitbuiting van hun kwetsbaarheid,en hoe kon hij zich kwaad maken tegen mensen die zijn jeugd kwaad deden.Zichzelf zouden kunnen zijn, en in schoonheid zouden, kunnen groeien. Wat leed hij eronder als hij zelf al eens jonge mensen verkeerd had aangepakt, maar wat was hij fier en gelukkig als zij iets schoons hadden gedaan! Toen de bisschop hem tijdens het Chiromeisjesbivak vroeg enkele jaren in het Universiteitsmidden te Leuven priester te gaan zijn, vergde het hem een zeer zwaar offer en hard geloof om in alle vrijheid ja te zeggen, omdat hij wilde voorgaan in de beschikbaarheid aan de Kerk. Hij zei me eens :ik heb getracht mijn eigen jeugdidealen als KSA’er en later als Chiroleider volwassen gestalte te geven, en ik heb getracht al deze mensen graag te zien, zoals ik anders mijn vrouw en mijn kinderen graag zou gezien hebben, dus ook met al mijn en hun gebreken. Maar hoe meer ge ervan houdt, hoe zwaarder het dan ook valt afscheid te nemen. Maar de Heer roept mij. Ik moet kunnen, afstand doen, om wille van deze liefde. Vaders en moeders moeten dat ook doen … en wij preken toch de gekruisigde en de Verrezene!

Ik herinner mij nog al het rumoer toen hij de muur rond de pastorij afbrak, omdat hij ook een geestelijk open pastorie wilde. Toen werd hij met van alles bedreigd. Toen hij wegging uit Meise, hoorde ik iemand zeggen : voor die afbraak van de muur moesten ze hem een monument oprichten! Wat heeft hij niet moeten doorslikken toen hij de St.-Elooikapel had laten herstellen door zijn vrienden De Smedt en er het verschrikkelijk vermolmd altaar afbrak, maar veel schoonheid in de plaats stelde. Hij werkte soms als een bulldozer, maar daarin klopte een zeer rijk en warm hart, soms teder en broos als van een kind, soms wenend, soms hevig van wat hij noemde ‘mijn geweldig levensgevoel’. Ik herinner mij hoe enthousiast hij aan het werk toog als verkozene in de priesterraad en als secretaris van de groep Vlaams Brabant; Ik hoorde een van zijn confraters eens zeggen : wat een eerlijke durf en openhartigheid, en wat een werkkracht …

Toen hij zwaar gekwetst na zijn auto-ongeval in de kliniek lag, waar hij pas aalmoezenier was benoemd, tastte hij naar zijn hand en zei : “Ik leef. Dit is me duidelijk : ik moet met mijn leven nog iets heel schoons doen voor de anderen. Het leven is zo schoon, zo de moeite waard, maar soms zo moeilijk en hard!

Ik zou een boek kunnen schrijven over mijn vriend Herman, zoals ik hem een beetje heb mogen kennen, een boek van vriendschap en bewondering.

K.V.M.  Reactie op Schoon Meise sept. 1966 “dank u herman !

Geschreven door Jef De Cuyper om 10:47 Reageer op dit bericht

In Poverello-nieuws nr.2 /2005 (4-5-6-) verscheen : Overledenen : Herman Boon (priester, 75 j.) Ondanks zijn drukke agenda als aalmoezenier op de luchthaven van Zaventem, kwam Herman af en toe de zondagnamiddag de Eucharistieviering voorgaan in het Poverellozaaltje. Met al zijn overtuiging en veel respect nodigde hij ons telkens weer uit om te luisteren naar Jezus’ woord en Hem binnen te laten in ons hart. In 2003 zou hij meegaan om de bedevaart naar Lourdes te begeleiden. Met veel enthousiasme hielp hij ons bij de voorbereiding. Helaas heeft hij om gezondheidsredenen (hij wilde ons niet tot last zijn) op het laatste moment moeten afhaken. Toch stuurde hij nog 400 missiepaternosters en 400 medailles van de rue de Bac met ons mee. We weten dat hij tijdens de week dat wij in Lourdes waren veel voor ons gebeden heeft.

Dank u wel Herman voor je gebed en bezieling. Het is jammer dat we je hier nu moeten missen, maar we hebben er wel iemand bij die voor ons ten beste zal spreken.

Geschreven door Jef De Cuyper om 09:55 Reageer op dit bericht

Contact

Vorige week kreeg ik bezoek van Margareta Maria Boon.  Zij zocht contact in Meise om meer te weten over kunstenaar Willem Rosiers en over de metaalstructuur, waarvan het origineel op het overlijdensbericht van haar broer Herman stond.  Ik kon via haar de zaken die betrekking hebben op Meise gaan inkijken in Heverlee.
Enkele dagen later kreeg ik bericht van Thérèse Boon en een kaart met de engel Rafaël, die ik zocht.
De schoonzus Lieve Boon- Simoens sprak in naam van de familie op de uitvaart van Herman Boon pr., haar schoonbroer :
Herman, in naam van je drie zussen en de hele familie heet ik je vele vrienden hartelijk welkom.
Beste Herman, ontelbare keren heb je elk van ons op een of andere manier geholpen en daarvoor is iedereen je erg dankbaar, maar zeker niet zo dankbaar als mijn kinderen en ik voor wat je in het afgelopen jaar deed, toen ons vake, je broer Ward, ziek was.
Het was je derde broer die je begeleidde naar de dood.
Je kwam tot drie maal per dag naar de kliniek in Leuven of naar het verplegingstehuis in Tervuren en we weten allen hoe druk je het had en hoe ziek je zelf was.
Misschien was er wel een groot verschil tussen het sterven van je broers - priesters : Johan in Peutie en Frans in Japan en het sterven van de familievader die Ward was.  Ward was nooit alleen.  We waren meestal met twee of drie om hem drinken te geven, lieve woordjes te fluisteren, zijn hand te strelen of gewoon vast te houden.
Op een keer zegde je met een zucht : " Wie zal er mijn hand vasthouden ?" en we voelden dat jij toen ten volle begreep wat een gezin eigenlijk betekende.
Voor de onvergetelijke manier waarop je nadien Ward' s uitvaart voorging, het gezegende water met volle handen op zijn kist sprenkelde, in de zon veranderend in schitterende parels.  Dankbaar voor de vele kleine gebaren van troost, die je zelf ook nodig had.
Jammer, in het ultieme uur was er niemand van je familie die je hand kon vasthouden, maar we weten dat iemand je aan de hand naar de kapel leidde, die je tot bij Maria (moemoe), je moeder, bracht, die je hand ook vastpakte en meenam naar de sterrenhemel van waaruit ze al heel lang naar je keek.
Heel bedroefd zijn we, Herman, maar toch ook dankbaar voor de manier waarop je sterven mocht, niet éénzaam, maar als de echte priester die je bent, aan de voeten van Onze Lieve Heer en zijn Moeder aan wie je je leven had gewijd.
In die geest vieren we nu allen ingetogen je uitvaart : "vieren" omdat je dat woord zo graag gebruikte.
Je hebt het goed gedaan, lieve Herman, bedankt ... bedankt.
Lieve Boon - Simoens
Zaventem, vrijdag 13 mei 2005
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:16 Reageer op dit bericht

4 Leven en sterven voor ...

‘Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf.
We leven en sterven voor God onze Heer,
Aan Hem behoren we toe’ (Rm 14,8)

Herman heeft zichzelf niet gespaard. Die dienstbaarheid heeft hem tot op de draad versleten. Hij is uitgedoofd van het danig liefhebben. Zijn hart heeft het begeven.
Hij zou nu zeggen: ‘Hou nu maar op met over mij te spreken en over al het goede dat ik deed. Want mijn geheim ligt dieper : mijn menslievendheid was niet zomaar sociale dienstbaarheid of nobele filantropie. Ze kwam van veel verder : het ging me om Gods menslievendheid in mij, zoals ik trouwens elk jaar in de kerstnacht aan de misgangers voorlas: ‘De goedheid en menslievendheid van God onze Heiland is op aarde verschenen’ (Tit 3,4). De menslievendheid van God. Ik wilde een man van God zijn en van Christus. Ik heb het ook nooit verborgen, voor niemand. Men wist wat men op dat stuk aan mij had. Ik vroeg me altijd af waarom men zich zou moeten verontschuldigen te geloven. Ik heb dat nooit begrepen en heb het ook nooit gedaan. Want ik wist dat ik niet mezelf verkondigde maar de Christus. Zeg het nu maar eens luidop hier en aan allen die willen horen : bij leven en sterven was ik van Hem. Daarom is het wellicht ook dat is de Heer me in de kapel is komen halen.’ Zeg het maar: ‘Niemand leeft voor zichzelf alleen, niemand sterft voor zichzelf alleen. Zo lang we leven, leven we voor de Heer en sterven wij, dan sterven we voor de Heer: of wij leven of sterven, aan Hem behoren wij toe’ (Rm 14,7v).

Geschreven door Jef De Cuyper om 10:15 Reageer op dit bericht

Wie staat daar aan de hemelpoort ?

Herman, we zullen je missen. Ook ik zal je dus niet meer zien bij het inchecken, je zal er niet meer zijn aan de gate, als ik aankom en uit het vliegtuig stap. Je bent weg.
Maar nee. Wie staat daar aan de poort van de hemel bij mijn laatste reis en die van ons allemaal? En horen wij de vader van de jonge Tobias niet zeggen: ‘Ga maar mee met die man op reis en God die in de hemel woont zal jullie vergezellen’ (Tb 5)? En wij maar vragen bij de hemelpoort: Is dat niet de engel Rafaël? Maar van achter de hemelpoort roept Iemand: ‘Maar nee, kijk eens goed, het is Herman Boon. Die staat altijd aan de gate als je aankomt. Dat is, hier aan de hemelpoort, niet anders. Wat dachten jullie wel?’

+ Godfried Kardinaal Danneels

Aartsbisschop van Mechelen-Brussel

Geschreven door Jef De Cuyper om 00:00 Reageer op dit bericht

3 '˜Komt allen tot mij die belast en beladen zijt'

Velen werden door Herman uitgeleide gedaan. Evenveel deed hij het ook omgekeerd: van buiten naar binnen. En die weg was lang niet zo plezierig. Wie zal ooit de vluchtelingen en asielzoekers tellen die Herman heeft opgevangen, de levenden en de doden die de vliegtuigen aan de grond zetten zoveel jaren lang? Wie ging de aangespoelde mensen opzoeken in de transitzone en ze moed inspreken. Wie ging in stad kleren en vers linnen voor ze kopen? Nee, hij was geen revolutionair, hij respecteerde de wetten van dit land. Maar hij vond - en hij zei het ook publiek - dat vluchtelingen niet behandeld moesten worden als ‘verloren voorwerpen’ op de luchthaven. Maar hij duldde al evenmin dat ze geïnstrumentaliseerd werden door groepen die hun eigen ideologie en strategie wilden doorzetten op hun kosten. Vaak stond hij van vrijdagavond tot maandagmorgen alleen voor de taak. En hij was er vaak voor zonsopgang bij het vertrek van de charters en tot na middernacht en op elk onvoorzien moment troostend bij familie van gerepatrieerde doden.

Herman was een man van cultuur en met een fijne smaak. Het zat in de familie trouwens. Hij was iemand die de culturele en diepmenselijke familietraditie van zijn vader had geërfd en ze heeft weten te transponeren op het terrein van geloof en Kerk. Want hij was een man van God en van de Kerk. Ik heb hem nooit iets gevraagd in naam van de Kerk, dat hij niet heeft aangenomen: gewoon onderpastoor in een parochie, ziekenhuisaalmoezenier in Sint-Rafaël te Leuven - hij had blijkbaar toen al iets met die engel Rafaël – pastoraal supervisor op het Johannes XXIII-seminarie, in Missio en tenslotte op de luchthaven. ‘U vraagt het, zei hij, ik doe het’. Zelfs als het ging om een bijna hachelijke onderneming.

Hij was een fijnbesnaarde man, met een diepe adel van gemoed. Maar daarbij ook zeer sociaal. Want echte adel is sociaal. Hij kwam op voor de rechten van zijn mensen die hun werk verloren. Hij die zoveel smaak had en kunstzin – de hele kapel op de luchthaven staat vol met moderne religieuze kunst – kon zo blij zijn met dit woord van Jezus uit het evangelie : “Ik prijs u Vader, Heer van hemel en aarde, omdat gij deze dingen verborgen hebt gehouden voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kleinen. Ja Vader, zo heeft het U behaagd” (Mt 11,25) . Herman kon jubelen om die woorden van Jezus. Net als Hij was hij verrast over die liefde Gods voor de kleinsten : ‘Ja Vader, zo zijt Gij en ik ben er zielsblij om”. Hij had heel zijn leven iets met : de arme Palestijnse christenen in het land van Jezus : de armsten wel van heel de christenheid. Ze lagen hem zo nauw aan het hart.

Hij was zo’n goede man. Met de jaren zelfs beter en beter. Wie hem ooit heeft ontmoet kan niet dan aan deze woorden van Jezus denken: ‘Komt allen tot Mij, gij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt en Ik zal u rust en verlichting schenken. (…) leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van haart en ge zult rust vinden voor uw zielen’ (Mt 11,24v). Zeker, het zijn Jezus’ woorden, maar ze stonden ook Herman op het hart geschreven: ‘Komt allen tot mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt en Ik zal u rust en verlichting schenken’.

Geschreven door Jef De Cuyper om 11:54 Reageer op dit bericht

2 Een engel Rafaël voor talloze Tobiassen

Herman leefde de laatste zeventien jaar op de luchthaven, van de morgen tot de avond, ’s nachts en overdag. Het was zijn biotoop: daar was hij geworteld, daar groeide en bloeide hij. Daar leefde hij, daar stierf hij. In de kapel van de luchthaven had hij de icoon laten aanbrengen van Tobias op reis met de engel Rafaël. Hij was er fier over: zo’n icoon van de jonge Tobias met zijn reisgezel Rafaël was daarvoor nog nooit gemaakt. We hebben ze dan ook meegebracht naar deze kerk.

Hij zal ongetwijfeld daarnet van uit de hemel aandachtig hebben toegeluisterd bij de eerste lezing. En hij heeft er zeker zichzelf in herkend. Als een engel Rafaël heeft hij duizenden Tobiassen begeleid naar het vliegtuig: missionarissen vertrekkend naar alle windstreken en bedevaarders van alle slag: naar Rome, naar Lourdes, naar Jeruzalem, tot naar Mekka toe. Bij sommigen was het hun eerste vliegreis. Ze hadden vliegangst en vroegen hem - zoals Tobias aan de engel: ‘Kan je met me meegaan; en ben je bekend in die streken?’ En Herman antwoordde zoals de engel Rafaël: ‘Ik ken de weg …’. En hij ging mee tot aan het vliegtuig - of soms nog verder - met hen op bedevaart. In het begin ging hij gezwind mee als een lichtvoetige engel, de laatste tijd met grote moeite door de eindeloze gangen van de luchthaven. De laatste weken zei hij: ‘Ik word te oud voor dit leven hier, maar des te jonger voor de hemel’. Onderweg groette hij iedereen. Het hele luchtvaartpersoneel kende hij en zij kenden hem. En terwijl hij onderweg met je aan het praten was, riep hij telkens weer tussendoor naar ieder die zijn pad kruiste en op zijn onnavolgbare manier: ‘Daaaag!’ . Zo’n Rafaël zullen we nu op Zaventem moeten missen en het zal ons niet makkelijk vallen.

De vlieghaven was zijn thuis en hij was zijn permanente bewoner. Hij heeft er veel lijden meegemaakt. Maar het was niet enkel een plaats van kommer en kwel. Er waren grote en troostende momenten. Zo was er elk jaar weer de kerstnachtviering. In een werkplaats, onder de vleugels van een grote Boeing of Airbus – een reuzenengel - , mocht hij elk jaar kerstnacht vieren voor honderden mensen van binnen en buiten de vlieghaven. Dat was dan dé kerststal van Zaventem, want elders in de gebouwen was er geen plaats voor de kleine Jezus in de herberg. De luchthaven moest neutraal zijn, hij heeft dat nooit begrepen.

Geschreven door Jef De Cuyper om 10:00 Reageer op dit bericht

1 + Godfried Kardinaal Danneels

De uitvaart van Herman BOON gebeurde in Zaventem, in de Sint-Martinuskerk op 13 mei, 2005. De Aartsbisschop van Mechelen – Brussel ging voor in een overvolle kerk vrienden. Magister Frans Stoffelen van de broederschap van St.-Elooi in Meise bezorgde mij de tekst van de homilie die + Godfried Kardinaal Danneels hield bij die gelegenheid.
Ik geef ze weer in 5 afleveringen, opgedeeld volgens de thema’s die hij behandelt :

1

Tb 5 passim

Rm 14, 8-12

Mt 11, 25-30

Onze dood kunnen we niet kiezen, we nemen ze aan uit Gods hand. Waar, wanneer en hoe we onze laatste reis aanvatten, wordt ons door Hem gegeven uit wiens hand ons leven is gekomen. Aan beide deuren staat God: bij de aanvang en aan het einde. En toch is niets toeval, ook niet onze dood.
Zo was het ook bij Herman Boon: zijn laatste reis heeft hij aangevat in de kapel van de luchthaven, zijn kapel. Hij had ze gevraagd en gekregen en hij heeft ze met veel smaak ingericht. Herman vertrok zonder iemand te laste te willen zijn, op kousenvoeten om zo te zeggen en daags na Hemelvaart; hij wou zijn Meester achterna en hij deed het vlug, heel vlug zelfs. Zo was Herman: een man die het liefst vertoefde in Gods huis op de luchthaven, geplant als een ‘biddende struik’ voor het tabernakel, die niemand ten laste wou zijn, die heel zijn leven lang gehaast was om zoveel mogelijk goed te doen. Zijn dood was zoals zijn leven. En zo heeft God het ook laten blijken.

Geschreven door Jef De Cuyper om 10:26 Reageer op dit bericht

Meer van Herman Boon pr.

↑ Terug naar de berichten