Beeld
Wij aanbidden het beeld,
maar vergeten daarbij
het onzichtbare te eren.
Alhoewel het beeld slechts
gevormd werd door onze eigen handen,
en het onzichtbare
door de kracht van de Heer.
En jij zult geen beeld vormen
naar Mijn gelijkenis,
want Ik zit in ieder van jullie
allemaal.
Ik ben een deel van
die steen,
een deel van dat blad.
Ik ben het pad waarop jij
loopt,
het water waarmee jij jezelf
reinigt.
Wij zijn één,
verbonden met elkaar,
zoals dat kelkje met haar stengel,
zoals die boom
met zijn wortel,
zoals de aarde met de
hemel.
Zo zijn wij een geheel,
verbonden met een zijden draad
en toch onbreekbaar.
Want geen mens kan ons ooit
scheiden van elkaar.