Poëzie
Je kroop daarstraks
door een deur in mijn buik
Je stampte wat rond
en rekte je uit
Stak je armen
in mijn armen
- als in een trui -
stak je benen
in mijn benen
- als in een broek -
strekte je vingers
in mijn vingers uit
en liep met me mee
naar het strand
waar de wind
grote golven maakte
en het zand
als wilde paarden
over golfbrekers stoof
en je lachte
met mijn mond
met het zand
tusen mijn tanden
met de tranen in mijn ogen
Marleen Pas (2002)
Niet ik, o nee, of jij,
het zou niet kunnen.
Wij zijn te dom
daarvoor
misschien te oud, spreken te veel
en mogelijk ook
zingen
te vaak wanneer
de lente weer ontwaakt.
Maar wel het
'kind'
dat zonder woorden
ongeboren
nog is en
niemand spreekt
van zijn geluk,
luistert aandachtig
naar de vreugde;
kan niet dansen
maar wel
ontluiken
als de eerste knop
herleeft.
Marleen Pas

