
JAPANSE TERRIËR
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Kleine Terriërs | Japan | Nihon Teria | Japanse Terriër - Nippon Terriër |
| HOOFD
Klein, vlakke scheld. Niet te duidelijke stop. Rechte snuit. Droge wangen. Fijne, aangeslopen lippen. |
![]() |
| OGEN
Van gemiddelde grootte, ovaal, donker. |
|
| OREN
Hoog aangezet, klein, fijn, V-vormig, naar voren vallend. |
GEWICHT
3 - 4 kg. |
| LICHAAM
Compact. Sterke hals zonder keelhuid. Diepe borstkas. Goed gewelfde ribben. Korte, stevige rug. Sterke lendenen. Lichtjes gewelfde, sterke kroep. Opgetrokken buiklijn. |
KARAKTER - EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
De Japanse Terriër is levendig, waakzaam, vrolijk en zeer lief. Het is een aanhankelijke gezelschapshond. |
| LEDEMATEN
Niet al te zware botten. Voeten met gesloten compacte tenen. |
|
| STAART
Vrij fijn. Indien gecoupeerd: ingekort ter hoogte van de derde of vierde staartwervel. In Nederland is couperen niet toegestaan. |
|
| VACHT
Zeer kort (2 mm), glad, dicht. |
VERZORGING
De Japanse Terriër past zich aan het leven in de stad aan, maar hij heeft voldoende beweging nodig. Hij houdt niet van de kou. De Japanse Terriër moet regelmatig geborsteld worden. |
| KLEUR
Driekleurig met een zwarte kop, tan en wit; wit met zwarte vlekken, zwarte of wildkleurige platen op het lichaam op het lichaam. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Ongeveer 30 - 33 cm. |
GEBRUIK
Gezelschapshond. |





















