Zondag 30 oktober 2005
De scoutsceintuur.
Kijk, bezoekende oorlogsgeneratie; een anecdote.......
Tijdens de bombardementen op Mechelen.
De directie van het Jongensweeshuis in de Lange Schipstraat, had besloten de jongens over te brengen naar het zomerverblijf in Rijmenan.
Daar waren ze veilig voor de luchtaanvallen.
Na enkele tijd ondervond de directeur, Richard Bellens, dat de jongens zich stierlijk verveelden. Zijn broer, Silvain Bellens, was scoutsleider bij de Graalridders te Mechelen. Hij vroeg hem of men soms geen vrijwilligers vond om die knapen daar in Rijmenam wat bezig te houden, onder de vakantie. Geen probleem; scouts staan steeds paraat om te helpen....toen toch. IK weet niet of dat nu nog zo is.
Een zekere Bellon - algemeen gekend als de Specht en ene Maurice Leysen namen de taak op zich. Stilaan groeide er feitelijk een nieuwe scoutsgroep, ondanks het verbod van de bezetter.
De groep kreeg de naam van het weeshuis: Sint-Heilwichgroep.
Nu komt de anecdote.
Specht reed met de stoomtram van Mechelen naar Rijmenam, om een namiddagvergadering te leiden.
Plots stopte de tram. Een getier van Duitse Feldgendarmen. "Aufsteigen, Papieren bitte!!!" Feitelijk waren die ondanks hun gebrul wel beleeft hé. "Bitte !"
Specht moest geen angst hebben vermits hij een studenten 'schein' had.
Waar hij geen erg in had, zijn scoutsbroeksriem..
Sorry voor het geradbraakte Duits, wij kenden geen ander.
" So herr Bellon, wass ist das aan die hosse?"
Bellon wist niet wat die Feldgendarm bedoelde. Hij bedoelde feitelijk de scoutsgesp aan die riem.
Bellon antwoorde: '" Das ist vor meine hosse op te halten!"
Dien Duits, niet van humor gespeend zo bleek, glimlachte en zei: " Mache sich mal fort." En Bellon kon terug den tram op naar "zijn" weesjongens.
Eind goed, al goed. Dat verhaaltje ging langs alle scouts van het district Mechelen rond als een grappig mopje.
Ken jij ook zulke anecdotes? Stuur ze aub naar onderstaand mail-adres.
woelige.ekster@skynet.be
Dank !!!
Tijdens de bombardementen op Mechelen.
De directie van het Jongensweeshuis in de Lange Schipstraat, had besloten de jongens over te brengen naar het zomerverblijf in Rijmenan.
Daar waren ze veilig voor de luchtaanvallen.
Na enkele tijd ondervond de directeur, Richard Bellens, dat de jongens zich stierlijk verveelden. Zijn broer, Silvain Bellens, was scoutsleider bij de Graalridders te Mechelen. Hij vroeg hem of men soms geen vrijwilligers vond om die knapen daar in Rijmenam wat bezig te houden, onder de vakantie. Geen probleem; scouts staan steeds paraat om te helpen....toen toch. IK weet niet of dat nu nog zo is.
Een zekere Bellon - algemeen gekend als de Specht en ene Maurice Leysen namen de taak op zich. Stilaan groeide er feitelijk een nieuwe scoutsgroep, ondanks het verbod van de bezetter.
De groep kreeg de naam van het weeshuis: Sint-Heilwichgroep.
Nu komt de anecdote.
Specht reed met de stoomtram van Mechelen naar Rijmenam, om een namiddagvergadering te leiden.
Plots stopte de tram. Een getier van Duitse Feldgendarmen. "Aufsteigen, Papieren bitte!!!" Feitelijk waren die ondanks hun gebrul wel beleeft hé. "Bitte !"
Specht moest geen angst hebben vermits hij een studenten 'schein' had.
Waar hij geen erg in had, zijn scoutsbroeksriem..
Sorry voor het geradbraakte Duits, wij kenden geen ander.
" So herr Bellon, wass ist das aan die hosse?"
Bellon wist niet wat die Feldgendarm bedoelde. Hij bedoelde feitelijk de scoutsgesp aan die riem.
Bellon antwoorde: '" Das ist vor meine hosse op te halten!"
Dien Duits, niet van humor gespeend zo bleek, glimlachte en zei: " Mache sich mal fort." En Bellon kon terug den tram op naar "zijn" weesjongens.
Eind goed, al goed. Dat verhaaltje ging langs alle scouts van het district Mechelen rond als een grappig mopje.
Ken jij ook zulke anecdotes? Stuur ze aub naar onderstaand mail-adres.
woelige.ekster@skynet.be
Dank !!!
Geschreven door hopmanekster om 21:09
Reageer op dit bericht












