Naar de inhoud

Hufo

akke.beakke.be

Archief

DEP V. Buitenlandse zaken, 3 Europa en de wereld, (4 Diplomatie)


                          DEP V. Buit. zak., 3 Europa en de wereld



- Verdelende regulering bevorderen

 

Op Europees vlak is onze houding zonder meer positief, maar niet kritiekloos. Het is aangewezen dat Europa zich vooral bezig houdt met grote krachtlijnen en over belangrijke kwesties. We hebben onze bedenkingen bij een Europese bemoeizucht die zich te veel in details verliest. Europa mag en moet alleen tussenkomen waar het lagere niveau, momenteel de staten, niet doelmatig kunnen werken.

Veiligheid en misdaadbestrijding (vooral dan de mega-misdaden : maffia, vrouwensmokkel, drugs, milieu-delicten, witteboordencriminaliteit), zijn opgaven voor Europa.  Immigratie (zie boven), economie : de Euro en zijn plaats in de wereldeconomie, het waken erover dat de economie niet in handen terechtkomt van alleen maar neoliberaal grootkapitaal en multinationals, maar dat de verdelende ‘regulering’, de sociale dimensie zeker zo krachtdadig verdedigd wordt. En op dat punt is er alvast een achterstand in te halen.

 

Op gebied van het milieu moet Europa een krachtig geluid laten horen mbt de moorddadige en onomkeerbare illegale en/of onverantwoorde houtkap. Uiteraard in E. zelf, maar ook op wereldvlak (het Amazonegebied, Centraal Afrika, Indonesië enz.). Het moet grote ondersteuning verlenen aan onderzoek en experimenten met vernieuwbare minder milieubelastende energie (desnoods  ten koste van maan- en planetenexploratie).

 

Het bestuur van Europa : na het ‘neen’ van Ierland mag niet getalmd worden met de nieuwe bestuursmogelijkheden (vooral het afschaffen van de noodzaak van unanimiteit in de besluitvorming!) door te voeren, liefst mét, maar desnoods zonder Ierland.

 

- Voorlopig geen uitbreiding

 

Europa mag voorlopig niet meer uitbreiden : het stapelt de problemen alleen maar op. Er kan wel gestreefd worden naar een tweede (derde, vierde) evenknie van Europa. Dat zich aan dezelfde principes houdt, maar zich als een zusterorganisatie gaat gedragen. Hoe meer ‘Europa’s’ hoe liever (uiteraard met een andere naam). We kunnen het alleen maar toejuichen dat er ook andere groepen van landen zich verenigen in dezelfde geest als E. : minder militair gericht, vredelievender, socialer, milieubewuster dan bv Amerika of China. Maar dat kan niet allemaal onder de vleugels van E. gebeuren. Het volgende, hogere niveau is... de wereld. Europa zou desgevallend wel klaar moeten staan met alle mogelijke morele en administratieve steun.

 

- Gericht op mondiale regulering (vooral op economisch vlak)

 

Onze buitenlandse politiek zal inzake wereldpolitiek ook gericht zijn op een bevordering van een mondiale reguleringsbevoegdheid. Men stelle zich daar evenwel geen regering bij voor zoals die van België of zelfs Europa. Het bevoegdheidspakket zal nog meer beperkt zijn dan dat van E., nl waar het nog beter voor geplaatst is dan E., waar maw zelfs de Europese organisatie nog te klein is (subsidiariteit). We denken dan opnieuw aan milieu (regenwouden), misdaadbestrijding, met name witteboordcriminaliteit, maffia, belastingsparadijzen, mensensmokkel, emigratie/immigratie, waterhuishouding...

Er bestaan reeds enkele instellingen met mondiale bevoegdheid : de VN en de Veiligheidsraad (het tweede ver van ideaal georganiseerd), het internationaal strafhof... Het IMF en de Wereldbank reken ik hier liever niet bij, omdat zij te veel door Amerika gedomineerd worden en eerder neoliberaal gericht zijn. Het eerste wat er zou moeten bijkomen is een economische organisatie met bevoegdheid over de multinationals en de belastingsparadijzen. De miljarden die in deze paradijzen geparkeerd worden zouden rijkelijk volstaan om de honger uit de wereld te helpen. Daarvoor moeten internationaal geldende wetten gemaakt worden, met de nodige sancties wanneer deze overtreden worden.
Dit is weer een streefdoel op lange termijn. Een richting waarin moet gewerkt en de publieke opinie moet voorbereid worden.

Van de afschaffing van de belastingsparadijzen en het bankgeheim zou wel dringend werk gemaakt moeten worden.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 16:55 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP V. Buitenlandse zaken, Nota vooraf (nota 3)


 

                                 DEP V, Buitenl. Zaken,

 

Nota 3 : democratie (zie ook 'Democratie' in de alg. inleiding DEP I)

 

Een volgend principe, dat wel enigzins opgesloten ligt in het eerste, maar toch uitdrukkelijk dient vermeld, is het beginsel van de democratie. Dictaturen of andere tussenvormen zijn niet aanvaardbaar : alle mensen moeten mee hun eigen lot bepalen, niet sommigen ‘in de plaats van de massa’.

Toch moet deze democratie op een of andere manier met ‘vertegenwoordigers’ werken. Het is onmogelijk dat alle burgers bij alle beslissingen, persoonlijk betrokken worden. Zij beslissen en leiden echter niet ‘in plaats van’ ‘de massa’, maar ‘in naam van de massa’; wat uiteraard een wezenlijk verschil is, maar wat de waan omzeilt dat het mogelijk zou zijn dat alle mensen effectief mee beslissen in elke wet en zijn toepassingen.

De volksraadpleging hoort daar voor ons wel bij. Maar ‘raadpleging’ kan geen bindend ‘referendum’ zijn, behalve wellicht voor uitzonderlijke en duidelijke alternatieve keuzen : de doodstraf afschaffen of niet, afscheuring of geen afscheuring, ed.

Voor het overige moet het volk zijn ‘vertegenwoordigers’ kiezen en hen volmacht geven in zijn naam beslissingen te nemen. De enige sanktie daartegen is : wegstemmen bij de volgende gelegenheid. Of dit systeem nu precies moet verlopen zoals dat vandaag in de Westerse landen gebeurt : met politieke partijen die zélf hun kandidaten aanduiden enz. kan eventueel betwist worden. De ‘particratie’ is, helaas, een uitwas en zeker geen pronkstuk van de democratie. Dit onderwerp kan wellicht ook het voorwerp uitmaken van een studiegroep die de mogelijkheden grondig bestudeert.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 17:18 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

DEP V. Buitenlandse zaken, 1 Congo, 2 Immigratie


 

                                V. Buitenlandse Zaken

 

Zo komen we aan het eigenlijke ‘programma'.

 

1. Congo

Niet omdat het een kwestie van levensbelang zou zijn, maar omdat ze actueel is, beginnen we met Congo.

De feitelijke situatie dwingt ons te erkennen dat we daar nog weinig ‘te vertellen’ hebben. De vraag is : of we er nog veel ‘te zoeken’ hebben...

We denken er goed aan te doen Congo te behandelen als een ander ‘derdewereldland’. Het eventueel steunen zoals andere landen, met de nodige controle dat het geld goed besteed wordt, maar zonder de ‘De Guchtiaanse’ ambitie om daar nog veel lesjes te gaan geven. Laat hen helemaal los, maar blijf bereid ‘met raad en daad’ te helpen, mocht er nog beroep op de ‘Belgische kennis, ervaring en hulp’ gedaan worden.

 

2. Immigratie

 

Het meest cruciale actuele thema van de ‘buitenlandse politiek’ (hoewel dit feitelijk meer door binnenlandse zaken wordt beheerd en daar evengoed zou kunnen behandeld worden) is : de immigratie.

We stellen voorop :

 

- Europese, (wereld-) kwestie.

 

Dat dit een Europese kwestie is, die dan ook in eerste plaats door Europa zou moeten behandeld worden lijkt duidelijk. Het thema is overigens aan de orde geweest in de recent (2008) gehouden ‘top’, maar is daar zeker niet volledig geregeld.

Dit mag geen afschuiven of doorschuiven van de hete aardappel betekenen. Uiteindelijk moet ook België een standpunt innemen en verdedigen op dat Europees niveau, het kan wel alleen dààr efficiënt behandeld worden omwille van de uniformiteit, noodzakelijk om praktische maatregelen uit te vaardigen die dan overal kunnen toegepast worden en die ‘shoppen’ door vluchtelingen moeten voorkomen. In afwachting van deze Europese regeling, moet er in België toch een immigratiepolitiek bestaan en toegepast worden.

 

- Maximum immigratie : zoveel als draaglijk is

 

Als eerste norm zou moeten gelden : we laten zoveel vluchtelingen toe als we kunnen ‘verwerken’ zonder zelf ten onder te gaan. Want de nood in vele landen is groot. Dat mensen hun leven wagen in ‘gammele’ bootjes en er hun leven ook vaak bij inschieten moet ons overtuigen van deze nood. Maar als we er zelf aan ten onder gaan is het ook gedaan met helpen natuurlijk. Op Europees vlak is die capaciteit wel enorm groot, maar daarbinnen moet ze verdeeld worden in verhouding tot de mogelijkheden van elk land. De basisidee blijft hier : die mensen leven in min of meer grote nood en wij zijn allen verantwoordelijk voor allen, de ellende in sommige landen mag niet onder de mat geveegd worden, wij zijn medeverantwoordelijk voor al onze medemensen. (nog afgezien van het feit dat we deels medeverantwoordelijk zijn voor die ellende zelf : (neo-)kolonialisme en grondstoffenroof). Een zekere vorm van vermindering van onze globale (Westerse) ‘weelde’ moet hier zonder meer ingecalculeerd worden.

 

- Buitenlandse ‘hulp’ : Leren vissen

 

Een andere, veel betere methode om deze mensen te helpen zou natuurlijk zijn : hen in eigen milieu, in eigen land helpen en zorgen dat ze alleen verder kunnen (‘geen vissen aanvoeren, maar zelf leren vissen’). Dit is wel een zaak niet alleen van lange adem, maar ook zeer bemoeilijkt door de vermenging van allerlei belangen van de zogen. donorlanden, vermenging van eigen belang en zelfs uitbuiting, allerlei vormen van corruptie van de ‘donoren’ maar ook van de ‘acceptoren’. Toch zal alleen deze vorm van hulp definitief helpen, vooral op lange termijn. Intussen moeten we ons, en vooral hén, ‘behelpen’.

 

Opvang van vluchtelingen, ook ‘economische’ enerzijds en stimuleren van de ‘zelfredzaamheid’ van deze gebieden anderzijds, zijn twee aspecten van onze hulp, allebei noodzakelijk.

 

Nota 1. Niet alleen (voor ons) ‘interessante’ vluchtelingen

 

Het moet nog vermeld worden dat de norm tot aanvaarding in geen geval uitsluitend de vraag kan zijn of een vluchteling in onze economie kan ‘van pas komen’. Dit zou een puur egoïstisch standpunt zijn, waarbij ons voordeel op de voorgrond komt iplv de hulp aan de vluchteling.

Bovendien zijn deze mensen broodnodig in eigen land en hebben zij normaal gesproken zélf geen hulp nodig.

 

Nota 2. ‘Contract’ met elke immigrant

 

Bij het toelaten van vreemdelingen, vooral wanneer het om grote getallen gaat, zoals tegenwoordig, moet ook gewaakt worden, niet alleen op de eigen leefbaarheid, maar ook over de eigen cultuur, in de breedste zin van het woord. Niet vanuit de pretentie dat die alleen goed zou zijn, maar vanuit de zekerheid dat ze ‘werkt’ en dat we er (goed) mee kunnen leven. Dit sluit geen beïnvloeding uit van andere culturen, we moeten niet de pretentie hebben dat alles bij ons beter is dan elders, wederzijdse ‘bevruchting’ is derhalve niet alleen toegelaten, maar zelfs wenselijk.

 

‘Dit gezegd zijnde’ moet er meer over gewaakt worden dat wij geen overrompeling kunnen aanvaarden door immigranten die besloten hebben hun cultuur en hun wetten hier in te voeren en de bestaande te overheersen.

Daartoe is een systematische verplichting noodzakelijk die deze mensen moet opgelegd worden, nl de verplichting zich akkoord te verklaren met de hier heersenden wetgeving en vooral met de ‘rechten van de mens’, meer specifiek met de gelijkwaardigheid van man en vrouw en met de ‘rechten van het kind’. Ook de vrijheid van meningsuiting en van godsdienst (op privaat terrein) moet hier uitdrukkelijk in vermeld zijn. Deze ‘akkoordverklaring’ moet schriftelijk gebeuren en ondertekend worden, met de vermelding dat zij de verplichting hebben deze principes ook aan eventuele kinderen bekend te maken. Een eksemplaar van deze overeenkomst dient in hun dossier bewaard, een ander dient met de ondertekenaar meegegevn, uiteraard in zijn eigen taal.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP V. Buitenlandse zaken, Nota vooraf


                  DEP 5. Buitenlandse zaken

 


Nota vooraf
: Een artikeltje over Groenland en de natuurlijke grondstoffen onder de noordpool is de aanleiding om ‘buitenlandse zaken’ als volgende hoofdstukje te behandelen.

 

Nota 1. Eigenomsrecht van grondstoffen

Een van de fundamentele uitgangspunten in deze materie is de stelling dat : ‘alle grondstoffen, zoals olie, steenkool, allerlei ertsen, water (!), uranium, diamant en al wat in de grond zit, EIGENDOM IS VAN DE HELE WERELDBEVOLKING EN NIET VAN HET LAND DAT ER TOEVALLIG BOVEN LIGT. Deze stelling gaat in tegen de heersende praktijk dat grondstoffen de eigendom zijn van de souvereine staten in wiens ondergrond deze stoffen gevonden worden. Het absurde van deze FEITELIJKE toestand wordt geïllustreerd door de internationale wet (?), als die al zou bestaan, in elk geval tegen de internationale gewoonte om de territotiale grenzen eigenmachtig te kunnen bepalen in de zee (of zeeën) waaraan dit land grenst. De zogen. ‘territoriale wateren’.

Nu hebben blijkbaar Rusland, Denemarken, de USA, Canada en Noorwegen, hun ‘territotiale wateren’ elk voor een deel uitgebreid tot de Noordelijke IJszee en uiteraard de ‘bodemschatten’ die er onder liggen.

Deze vijf landen zijn in Groenland overeengekomen zich aan het ‘internationale recht’ te zullen houden mbt tot de uitbating van deze grondstoffen (die meer en meer bereikbaar worden naar gelang het smelten van de ijskap). IJsland, dat nochtans dichter tegen de Noordpool ligt dan Denemarken, maar geen ‘kolonies’ heeft zoals Denemarken (Groenland) of de USA (Alaska), heeft ‘zijn toer laten voorbijgaan’ in dit ‘circus’.

 

Maar niet alleen deze onontgonnen gebieden, ook de olie van Saoudi-Arabië, het koper en uranium van Congo en ga zo maar door, hoort niet aan S.-Arabië of aan Congo, maar aan de wereldbevolking.

Dit is natuurlijk een ver ‘ideaal’ dat nauw samenhangt met een ‘wereldregering’, nog zo’n ideaal dat ver van verwezenlijkt is; alhoewel er meer en meer stemmen opgaan om in die richting te ijveren.

Het is voor ons dus ook een min of meer ver ideaal, maar meteen een streefdoel ‘op lange termijn’ waarmee we rekening moeten houden bij het uitstippelen van onze onmiddellijke en kortetermijndoelen.

Men verwacht in deze saaie (?) materie wellicht geen beeldspraak, maar ik denk hierbij toch aan het heldere water van gletschers en bronnen in de bergen dat in zich de zekerheid bergt van eens in de zee terecht te komen. Rechtdoor naar zee, de kortste weg, is echter duizend maal afgesloten. Maar dat water komt er, gestuwd door de ingebouwde zwaartekracht, zoekt het zijn weg en ondanks duizende obstakels en honderde kilometerslange  kronkels eromheen vindt het die weg ook, soms na decennialang (eeuwenlang ?)  oponthoud in meren, soms na het eeuwenlang graven van canons of grotten door de rotsen. Het zoekt en vindt zijn weg en komt uiteindelijk tot zijn einddoel : de zee.

 

Nota 2 : strikte verdediging van de mensenrechten

 

Wanneer we ons buitenlands beleid uitstippelen is er (minstens nog) een ander grondbeginsel dat we voor ogen moeten houden, al zullen we ook dat niet in elke regel of wet dadelijk kunnen doen gelden : de mensenrechten. In één woord samengevat : de gelijkwaardigheid van alle mensen (in eerste plaats van man en vrouw) en daarop gebaseerd : het even groot recht van alle mensen op gezondheid, voeding, onderdak, onderwijs enz., in één woord op ‘welvaart’. Ook hier zal onvermijdelijk moeten begonnen worden vanaf de bestaande toestand, die verre van dit ideaal verwijderd is, maar zal deze fundamentele stelling als ideaal voor ogen moeten blijven gehouden worden als uiteindelijk (langste termijn-) doel, terwijl we intussen alleen kunnen (en moeten !) werk maken van veel onmiddellijke - en kortetermijndoelen, en wellicht enkele langetermijndoelen in de richting van het langstetermijndoel’.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP. IV Financiën, 2. Interne Hervormingen, 3. Internat. acties


 

                           DEP. 4 Financiën

2. Interne hervormingen

 

- Dat de ontvangsten van de belastingen beter moeten gebeuren wordt door niemand betwist, behalve door diegenen die er baat bij hebben : de fraudeurs (ook de kleine). Het is algemeen aanvaard dat de belastingontvangsten niet goed zijn en dat de staatskas daardoor honderden miljoenen en misschien miljarden misloopt. Toch zouden onze diensten méér beambten tewerkstellen als de diensten in het buitenland (ik heb geen statistieken bij de hand). Een serieuze audit is het minste wat men kan doen om te beginnen. In de hoop dat deze zwakke plekken zou duidelijk maken en hervormingen mogelijk. Efficiënter werk leveren dus.

 

- Maar de kwaal zit dieper dan deze uitvoerende tak van financiën : het ontbreekt op het ministerie van f. zélf de juiste instelling om de belastingen doelmatiger te innen. Met name wanneer het over de grote fraudeurs gaat.

Er hapert iets aan de vaste wil om deze fr. aan te pakken, er moet om te beginnen een minister aangesteld worden met een overtuigde wil daar werk van te maken. en dat zou, zeker voor één keer, geen persoon met ‘liberale’ voorkeuren mogen zijn : zij runnen al te lang dit ministerie. Mede daardoor dragen ze al vooraf de verdenking mee dat ze de ondernemers en de financiers een te warm hart toedragen. Laat het maar eens iemand zijn met sociale voorkeuren. Iemand die al jaren zich verzet tegen de gang van zaken de laatste regeringsperiodes.

Dan pas zal een krachtige aanpak van de fiscale fraude, vooral op grote schaal, denkbaar zijn.

 

- Om deze hervormingen mogelijk te maken zal wellicht in een eerste fase weer in verhouding meer geld moeten uitgegeven worden dan dat ze zullen binnenbrengen. Alhoewel reeds gebleken is dat kleine aanzetten in die richting vlug hun geld  ‘terug verdienen’, en méér dan dat.

Het gaat er oa om diensten die hun nut bewezen hebben en TOCH afgeschaft werden, te herinstalleren, en hen van het nodige personeel (kwantitatief, maar vooral kwalitatief en qua 'instelling') te voorzien.

 

- Een dringend onderdeel van de oplossing, zeer technisch maar wellicht doorslaggevend,  is de automatisatie van f.. Daar zijn al aanzetten geweest, maar door onvoldoende kennis en (wellicht ook) wil, zijn die niet van de grond geraakt. Allemaal materie voor de boven vermelde ‘controlecommissie’, die deze hervormingen op de voet moeten volgen en op vaste tijdstippen verslag moeten uitbrengen aan de regering die eventueel kan bijsturen.


- We hadden het hier al herhaaldelijk over controlecommissies. Ook hier zal die noodzakelijk zijn. Ze werd al voldoende beschreven. Een audit is een in de tijd beperkte onstelling. De controlecommissie zou bestendig moeten zijn, en in dit geval zeker regelmatig (om de 4 jaar ?) moeten wisselen.
 
3. Internationale acties

Een derde hoofdstukje bestrijkt een nog hoger niveau, nl het internationale. Het is een vastgesteld feit dat de ‘haute finance’ en ook de maffia, aan elke controle ontkomt door de belastingsparadijzen, die op hun beurt ‘gedekt’ worden door het bankgeheim. Het is een materie die uiteraard ook ‘buitenlandse zaken’ aanbelangt, maar de verantwoordelijke ministers van deze twee departementen zouden de opdracht moeten krijgen van de regering om zich uitdrukkelijk tegen deze praktijken te verzetten. Er zal ook een budget moeten voorzien worden (weeral geld !) om acties en lobbywerk op dit terrein te ondernemen en daar zelfs initiatieven voor te nemen. Een klein land als België (laat staan Vlaanderen) zal daar op zichzelf weinig of niets kunnen aan veranderen, maar we kunnen wel een duidelijk standpunt bepalen en dat ook bekend maken. En bij gelegenheid kunnen wij initiatieven nemen om deze internationale kwaal ook internationaal aan te pakken. Dit is soms voor een klein land zelfs gemakkelijker dan voor een groot (vgl het initiatief van België tegen landmijnen).

  

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 17:10 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP. IV, Financiën, Inl, 1. Zes mogelijkheden om de staatskas te spijzen


                                   DEP IV, Financieën

 

Inleiding

 

Achter de verschillende programmapunten die (meer-)geldeisend zijn, wordt het hoog tijd - om niet als utopisch bestempeld te worden -, ook te zorgen voor de middelen om aan die eisen te voldoen.

 

Vooraf een korte bedenking : we horen enerzijds in de politieke discours voortdurend dat er ‘geen geld meer is’. We lezen anderzijds langs alle kanten dat ‘de rijken maar steeds rijker worden’.

En inderdaad, 3/4, of voor mijn part 2/3 van de bevolking in het Westen, ook in ons land, leeft in min of meer grote weelde (gewoon eten is niet goed genoeg meer : het moet van het fijnste zijn, het moet ‘exotisch’ zijn, het moet ‘eens iets anders zijn’. Te weinig eten is al lang geen probleem meer, maar wel te veel : boelemie is de ziekte van onze tijd, niet ondervoeding; Voldoende voedsel is geen probleem, maar te veel calorieën wél : de diëtisten en allerlei regimes vieren hoogtij... De mode beleeft hoogdagen (hoog-jaren) en de kleerkasten puilen overal uit : plaats voor kleren is een groter probleem dan geld voor kleren. We (2/3en !) hebben allemaal de laatste snufjes op gebied van TV en DVD (TV en DVD zélf voelen we al lang niet meer aan als luxe !). Er rijden nog alleen ‘jonge’ wagens op onze wegen, met radio (natuurlijk !) en airconditioning én GPS, stuur- en rembekrachtiging wil ik al niet meer vermelden. Eén reis per jaar is voor de loosers, we gaan twee of drie keer. Blankenberge en Benidorm zijn we al decennia moe : het moet minstens Thailand of Mexico zijn.... Gezond kraantjeswater drinken alleen nog sukkelaars en enkele idealisten (de zotten). Onze gezondheidszorg gaat tot in het absurde : ‘plastichirurgen’ doen gouden zaken. Op een peacemaker en andere ‘levensverlengers’ hebben we ‘recht’ wanneer ons hart of een andere levensfunctie normaal zou begeven... Het lijstje van onze schaamteloze consumptie zou nog veel langer kunnen gemaakt worden.

Alleen maar om te zeggen : ‘er is geen geld meer’ is een leugen. Er is geld genoeg maar het wordt meer en meer aan luxe besteed.  Luxe, het woord zegt het zelf, is niet nodig. We willen de mensen het laatste beetje luxe niet ontnemen, maar heel de dag luxe en op alle domeinen is niet nodig, is verkeerd en is misdadig wanneer we weten dat sommige mensen (ook in ons bloedeigen land) ‘menswaardig’ leven moeten derven. En dan spreken we nog niet van mensen (buiten Europa) die levensnoodzakelijke goederen, tot en met water soms (!), moeten missen.

 

In één woord : we moeten de luxe ‘afschuimen’ en wat daar mee uitgespaard wordt besteden aan noodzakelijke dingen waar zogezegd ‘geen geld’ voor is.

 

1. Zes mogelijkheden om de staatskas te spijzen.

 

We noemen 6 verschillende acties die een betere verdeling van ‘de goederen der aarde’ in ons land kunnen bewerkstelligen of toch zeker bevorderen.

 

A.   Aansluitend op bovenstaand betoog : Een ingrijpende belastingsverhoging, in verhouding van het inkomen groeiend, en uiteraard beginnend bij nul voor de laagste inkomens.

B.    Een ‘zuinigheidsprogramma’ dat door alle ministers moet gevolgd worden : om dit realistisch te maken moet er een ‘commissie’ van kamerleden of senatoren (of misschien nog beter : outsiders, mensen die zélf niet ‘in het systeem’ zitten), opgericht worden dat als enige taak heeft, het bewaken van de uitgaven van alle ministeries met de bekommernis, waar mogelijk, verkwisting of onverantwoorde uitgaven te ontdekken en voor te leggen aan de ministerraad om ze eventueel te beteugelen of te vernietigen. De uitgaven mogen dus maar gemaakt worden nàdat deze commissie haar werk heeft gedaan. Deze commissie zal op regelmatige, vooraf bepaalde momenten, rekenschap moeten afleggen aan de regering.

C.   De ‘notionele intrestaftrek’ zal grondig moeten geëvalueerd worden en drastisch aangepast zodat alvast misbruiken voorkomen kunnen worden indien hij al niet kortweg moet afgeschaft worden.(1)

D.   De fraudebestrijding is een ‘goede bedoeling’ die elke regering en elke partij in haar programma heeft. Als we hier tot resultaten willen komen zal er dus anders moeten tewerk gegaan worden dan in het verleden. Ook hiervoor moet er een commissie, zoals boven beschreven, in leven geroepen worden die zich uitsluitend toelegt op deze materie. Zij zal ook volgens een vast schema, eens in de maand bv, aan de regering haar werkzaamheden, plannen en vooral resultaten moeten voorleggen.

E.    Wij zullen trachten de Tobin-taks in te voeren, rekening ermee houdend dat dit slechts mogelijk zal zijn wanneer er (minstens) op Europees vlak een overeenkomst kan gevonden worden. De partij zal zich daar ten volle voor inzetten.

F.    Last but not least : als al deze inspanningen niet zouden volstaan om de meeruitgaven te dekken, zouden wij een begrotingstekort tot 3 % niet uitsluiten, er rekening mee houdend dat er ‘precedenten’ zijn van grote landen. In deze 3 % zou wel een verdere afbouw van onze staatsschuld moeten verrekend zijn, want die is ook een prioriteit die op lange termijn veel nodeloze uitgaven (aan rente) zal voorkomen. Daar moet ook een ernstige ‘spekking’ van het ‘zilverfonds’ in opgenomen zijn.

 

Tot hier de maatregelen om de staatskas voldoende te vullen, zodat maatregelen op lange termijn mogelijk worden.

 

 

(1) Dit zal moeten ingepast worden in het geheel van maatregelen die moeten zorgen voor een slagkrachtige en concurrentie-bestendige (tov vnl onze buurlanden) economie. (zie ook DEP 2)

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 18:31 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP III. Justitie, 5, Enkele specifieke problemen, A-E.


 

5. Enkele specifieke problemen

 

5A. Een ernstige herzienig van de ‘verjaring’ moet doorgevoerd worden. Sommige misdaden mogen gewoon niet verjaren. Het ‘rekken’ van procedures door sommige (blijkbaar daarin gespecialiseerde) advocaten(kantoren) moet beteugeld worden en liefst uitgeroeid. Men zou er kunnen aan denken dat elk uitstel dat toegekend wordt afgetrokken wordt van de totale duur van de ‘verjaring’. Het geval KBC-Lux is wel een typisch voorbeeld van dit misbruik en meteen een bewijs dat het weer de rijksten zijn die aan het langste eind trekken : als men over voldoende geld beschikt, dan kunnen de beste (?), althans de minst scrupuleuze advocaten ingezet worden en kan ‘het geld dat dom is recht maken wat krom is’ zoals het spreekwoord zegt. Of, om het met de woorden van Kruithof te zeggen : ‘Ten slotte moet ook justitie onderdoen voor de economische macht’ (Het neoliberalisme, p. 191. Isbn 90 6445 067 6), hij spreekt ook ergens van ‘standenjustitie’. Het feit dat ‘gehaaide’ advocaten de rechters vaak te slim af zijn, houdt een argument in om de wedden van de rechters eens onder de loep te nemen en te vergelijken met de inkomsten van sommige advocaten. Zoals in ‘financiën , m.n. de belastingen, gebeurt het ook bij justitie dat de vaak minder vergoede ambtenaar of magistraat, ook minder ‘onderlegd’ is dan die advocaten en sommige accountants die de regels – en vooral de mazen tussen de regels – vaak beter kennen dan de inspecteurs of de magistraten zélf.

 

5B. Procedurefouten zijn eveneens een nachtmerrie ivm justitie. Dat ze gemaakt worden is op zichzelf te betreuren, maar veel erger is het misbruik dat van deze regel gemaakt wordt.

Procedurefouten die kunnen aangetoond worden door de verdediging kunnen leiden en leiden in feite soms tot vernietiging van een uitspraak. En als ik het goed voorheb kan een proces niet ‘overgedaan’ worden. Men kan uiteraard een nieuw proces inspannen, maar dan alleen op grond van andere bewijzen. Niet voor niets liggen advocaten op de loer naar procedurefouten (ik wil het niet hebben over misdadige intrigues die procedurefouten uitlokken of veroorzaken).

Het is op zich goed dat procedurefouten afgestraft worden. Alleen blijkt dat het bepaalde kapitaalkrachtige beschuldigden zijn die deze kunnen achterhalen en gebruiken, denk aan KBCL en aan Beaulieu.

Procedurefouten mogen niet uit wetboek geschrapt worden : het is niet omdat er ergens misbruik van gemaakt wordt dat men het kind met het badwater mag weggooien. Er zou wel een grondige hervorming van dit gebruik moeten gemaakt worden.

Men zou alvast kunnen beginnen met de gevolgen van p. te verkleinen. In de plaats van het hele proces nietig te verklaren zou men, zo mogelijk, alleen dit gedeelte van de uitspraak moeten vernietigen dat door die procedurefout veroorzaakt werd.

Men zou ook kunnen denken aan een ‘vermindering’ van de straf in de mate van de grootheid van de fout en niet het bestaande alles-of-niks-systeem blijven toepassen.

Er zou een soort gradatie kunnen opgesteld worden waarin het gewicht van bepaalde p. zou kunnen bepaald worden om het nadien in dezelfde verhouding op de uitspraken invloed te laten uitoefenen.

De uitwerking van deze mogelijkheden is uiteraard weer specialistenwerk. Maar de ‘vernietiging’ van een rechtspraak op grond van p. zou tot een minimum moeten worden herleid.

 

5C. Het is niet aan de wetgever of aan politieke partijen om advocaten regels op te leggen, maar er zou wel ernstige druk kunnen uitgeoefend worden op de ‘orde der advocaten’ (of wat daar kan voor doorgaan) om de ethiek van de advocatuur ernstig te bekijken en eventueel te hervormen in het licht van deze twee eikele punten : verjaring en procedurefouten. Advocaten die volgens dit ‘lichaam’ misbruik maken van die rechten zouden intern door deze ‘orde’ moeten berispt en eventueel ‘geblaamd’ worden. In het ergste geval geschorst. Zoals dat ook in de ‘orde der geneesheren’ kan.

 

5D. De slachtoffers (nog te schrijven)

 

5E. Automatisering (nog te schrijven)

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 18:32 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

DEP III. Justitie, 4. De Rechters (audit)


4. De rechters.

 

 

Dat de rechterlijke macht ‘onafhankelijk’ mag opereren is een goede zaak die zeker moet behouden blijven en wellicht nog veel kan verbeteren. Onafhankelijkheid betekent echter geen ‘bandeloosheid’. Maw het gerecht blijft ondergeschikt aan de demokratische controle. Niet in hun functie van be- en eventueel veroordelers van wetsovertreders, wel in hun doelmatigheid en ‘rendabiliteit’. Zij werken ‘op kosten van de gemeenschap’ en zijn daarom ook aan de controle van die gemeenschap onderwerpen : zij moeten in een woord, hun functie goed vervullen. Er zou maw ook eens een audit mogen gebeuren van het rechterlijke apparaat. Wellicht zouden daar heel wat verouderde en misschien wel versleten gewoonten en werkwijzen ontdekt worden die na een (weeral geld kostende) ingreep een groter ‘rendement’ en dus een besparende invloed zouden hebben op langere termijn.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 18:22 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

DEP III Justitie, 3 Aanpassingen wetgeving A en B


3. ‘De wetgeving’

 

3. A. Aanpassing van sommige wetten.

 

Wetgeving hoort uiteraard thuis in het parlement (en de regering in feite  vandaag) eventueel op voorstel(len) van het ministerie van justitie. Het gerecht (de magistratuur) moet hier evenwel zeker bij betrokken worden Door zijn courante, beroepsmatige omgang met wetten (om de toepassing ervan af te dwingen) hebben deze mensen wél een soort ‘uitkijkpost’ op het strafrecht en daardoor ook een zicht op tekorten en eventueel fouten in de wetgeving daaromtrent. Het ligt dan ook voor de hand dat het gerechtswezen intens samenwerkt met (liefst gespecialiseerde) parlementsleden om deze leemten op te vullen. Een voorbeeld van de nood aan verbetering en aanvulling is de kinderbescherming. Wetgeving ivm bestraffing en voorkoming van pedofilie, betere aanpak van pedofielen door ze van de mogelijkheid tot hervallen af te houden, desnoods door blijvende internering (of een of andere vorm van ‘afzondering’).

Het opmaken van een ‘inventaris’ van dergelijke ontoereikende wetgeving kan het voorwerp uitmaken van een ‘studiedienst’, zoals hoger vermeld, die zich daar op toelegt.

 

3. B. Aanpassingen van het wetboek.

 

Een andere noodzaak mbt de wetgeving is een algemene ‘herziening’ van het wetboek. Dit is een gigantisch ‘monnikenwerk’, maar gaat, door toedoen van de informatica, tot de realiseerbare mogelijkheden behoren. Ook hier zal een intense samenwerking van rechtsdeskundigen en parlementsleden noodzakelijk zijn om tot een logisch(er) opgebouwd en ‘tot een fractie van het huidige wetboek herleide’ uitgave te komen.

Bij een onveranderde senaat zou het misschien een ‘nuttige bezigheid’ kunnen worden voor een groep senatoren.

Weer een méérkost op korte termijn uiteraard, maar op langere termijn waarschijnlijk een grote besparing.

Een belangrijk onderdeel van deze ‘hervorming’ zou een doorgedreven studie en aanpassing van de wetten moeten zijn die het inroepen en vooral het ‘uitbuiten’ (misbruiken) van ‘procedurefouten’ en ‘verjaringen’, mogelijk maken (zie verder).

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 18:13 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP III. Justitie, 2. Preventie, A en B

 

2. Preventie door wijziging van de levensomstandigheden

 

2.A. Preventie door wijziging sociale omstandigheden

 

En ten slotte, eigenlijk het voornaamste, maar ook veruit het moeilijkste : er zal in de maatschappij, in eerste plaats voor jongeren, maar niet alleen, moeten gezorgd worden dat de levensomstandigheden zo zijn, dat niemand gedwongen wordt tot het neerdrukkende en aftakelende leven (al of niet in een verkrottende wijk) waar alle mogelijke ellende samenkomt : werkloosheid, verveling, slentergedrag, kliekjesvorming, kleine en uiteindelijk grote criminaliteit. Dit is een wantoestand van alle tijden, die nog in geen enkele ‘tijd’ voldoende werd bezworen, maar die in ONZE tijd, waar alle middelen voorhanden zijn zou kunnen geëlimineerd worden. Het zal evenwel een gemeenschappelijk bewustzijn en inzet vergen om deze toestanden te kunnen en te willen zien als een gevolg van de onvoldoende sociaal geïnspireerde maatschappij en de hele bevolking te brengen tot de gemeenschappelijk overtuiging en inzet om het tij te keren.

Hier zal het meest welvarende deel van de bevolking moeten leren ‘in te leveren’ om de minderbegoeden deelachtig te maken aan de welvaart waarvan globaal voldoende aanwezig is om iedereen een menswaardig leven, en méér dan dat, te bezorgen. (Dit werd uitvoerig besproken in het hoofdstuk ‘economie’ waar veel aandacht werd besteed aan het uitroeien van de armoede in de maatschappij, armoede die zeker een van de - zoniet de balangrijkste, oorzaken is van criminaliteit.)

 

Dit over het ‘bestraffings-, wederopvoedings- en preventiebeleid’.

 

Er zal echter ook moeten gewerkt worden aan het gerechtelijk apparaat in zijn geheel : de wetgeving, de rechters, de ‘achterstand’, het ontbreken van de nodige ‘infrastructuur’ in de breedste zin : het nodige personeel, de nodige computerprogramma’s enz.

 

 

De detailuitvoering van dit project zal uiteraard het werk moeten worden van intense studie en voorbereiding, die aan specialisten zal moeten toevertrouwd worden.

 

2. B. Preventie door sociale controle (nog toe te voegen)

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 18:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Hufo

↑ Terug naar de berichten