Naar de inhoud

Hufo

akke.beakke.be

Archief

DEP III. Justitie. 1. Strafbeleid. A en B


 

1. Strafbeleid.

 

Dit is een dringende kwestie. De oplossing is echter (minstens) tweeërlei : andere aanpak van het voorzien in ‘logies’ en andere vormen van ’bewaking’.

 

1A. Andere politiek van voorziening in ‘logies’.

 

We gebruiken opzettelijk niet het woord ‘cellen’ omdat er in die ‘logies’ ook op andere, veel goedkopere en snel te verwezenlijken, manieren kan voorzien worden.

 

Het totaal van de gedetineerden (en ‘te detineren’) personen is nl niet homogeen, maar bestaat uit verschillende categorieën. Er zijn de zware en gevaarlijke criminelen, die streng bewaakt moeten worden en daarom moeten ondergebracht worden in echte gevangenissen, veilig voor wat ontsnappingsmogelijkheden en onderlinge baldadigheden betreft.

 

Er zijn vervolgens de weliswaar gevaarlijke criminelen (pedofielen ed) die echter niet zo direkt macho’s zijn die over een gevangenismuur gaan klauteren of cipiers met wapens bedreigen.

 

Er zijn de jeugdigen (ook nog eens onder te verdelen, maar toch een categorie apart).

 

Er zijn de ‘witteboordcriminelen’, wat bewakingsnoodzaak betreft, te vergelijken met de cat. ‘pedofielen’

 

Er zijn vooral ook de vele ‘in voorhechtenis gehouden’ verdachten, die voor een gedeelte onschuldig zijn en dus helemaal niet thuishoren tussen veroordeelde zware criminelen.

 

De bestaande gevangenissen volstaan waarschijnlijk ruimschoots voor de eerste categorie : de zware en gevaarlijke criminelen, op voorwaarde dat men de andere categorieën er kan uithalen.

 

Voor dezen moet een leegstaande kazerne of eventueel een aangekochte leegstaande fabriek of klooster, met beperkte kosten en betrekkelijk vlug kunnen omgebouwd worden tot een voldoende veilig en menselijk verblijf.

 

Er zijn bovendien de mogelijkheden van de ‘electronische bewaking op afstand’, de enkelband en vormen van ‘gedeeltelijke invrijheidsstelling’ die deze ontlasting van de echte gevangenissen mede kunnen bewerkstelligen.

 

Deze ‘ingreep’ zal, op korte termijn, een onvermijdelijke supplementaire uitgave betekenen, maar is ook meteen een ‘besparing’, doordat de noodzaak van nieuwe gevangenissen, uiteraard veel duurder dan de voorgestelde maatregelen, zal wegvallen.

 

1B. Van bestraffing naar wederopvoeding

 

Hiermee bedoelen we een vrij ingrijpende wijziging in de manier van behandelen van de gedetineerden.

Vandaag bestaat die ‘behandeling’ hoofdzakelijk in het ontnemen van de vrijheid, plus het ontnemen van de meeste comfort en ‘genoegens des levens’, cultuur inbegrepen. Daar bestaan wel enkele uitzonderingen op : sommige gevangenen krijgen de gelegenheid te werken en op die manier wat ‘drinkgeld’ te verdienen (meer is het niet gauw, bij mijn weten), er wordt rondgegaan met boeken, ze kunnen af en toe (?) een film zien, er zijn uitzonderlijk optredens voor gevangenen. Er bestaan ook maatregelen ‘ter wederopvoeding’ van gedetineerden, meer voor jongeren dan voor de anderen. Ze kunnen zelfs een ‘aalmoezenier’ of andere ‘geestelijke raadsman’ spreken en dergelijke povere afwisselingen op het moordende gedwongen nietsdoen. (Er bestaan uitzonderlijke figuren die zich in de gevangenis hebben kunnen opwerken tot waardevolle en suksesrijke mensen, maar de uitzonderlijke - vooral karakteriële, maar ook intellectuele - mogelijkheden waarover die beschikten, kunnen onmogelijk als ‘haalbaar voor iedereen gelden en zijn derhalve ook waardeloos als ‘bewijs’  dat het mogelijk is ‘als men maar wil’).

 

Alles samen genomen zijn boven beschreven ‘wedereopvoedings-maatregelen’ die nu reeds bestaan, ontoereikend om de ‘doorsnee-gevangene’ een reële kans te geven beter uit de gevangenis te komen dan hij er ingegaan is. Integendeel : de gevangenissen worden een beetje de ‘hogeschool van de criminelen’, Men geraakt er vaak, soms eerder occasioneel,  in als een ‘beginneling’ maar komt er uit als een gevorderde of zelfs volleerde misdadiger.

DAT moet veranderen. DAAROM is een totaal andere aanpak niet alleen verantwoord, maar noodzakelijk. Bij deze werkwijze zal de klemtoon komen op allerlei vormen van gemeenschappelijke ‘heropvoeding’, zeg maar een deugddoende ‘hersenspoeling’, gekoppeld aan een individuele, aan elke persoon aangepaste en intense vorming van ‘een nieuwe mens’, die, eens vrijgekomen, alle kansen heeft, niet alleen om de maatschappij niet langer tot last te zijn, maar zelfs in die maatschappij een steentje bij te dragen.

 

De detailuitvoering van dit project zal uiteraard het werk moeten worden van intense studie en voorbereiding, die aan specialisten zal moeten toevertrouwd worden.

 

Het is duidelijk dat deze aanpak weer een pak duurder zal zijn dan de huidige....althans op korte termijn. Want op lange termijn zal de criminaliteit afnemen en zullen de kosten minder zijn dan vandaag.

 

Dat dit verhaal niet over heel de lijn een ‘suksesverhaal’ zal worden moeten we incalculeren. Er zijn ‘onverbeterlijken’, er zijn ‘hopeloze gevallen’. Het doel (op lange termijn) is een betere maatschappij, met minder criminaliteit en dus ook minder gevangenissen en minder onkosten.

 

Er blijft nog : de nazorg ! Ook die bestaat reeds, maar kan, door ontoereikende mensen en middelen, niet optimaal functioneren. Over deze nazorg zou een apart hoofdstukje zeker niet overbodig zijn.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 18:48 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP III . Justitie, 'Vooraf'


 

                                     J U S T I T I E

 

 

De ‘rechtstaat’ is een grote verworvenheid en een groot goed. We krijgen voldoende informatie over vele andere landen waar deze rechtstaat een illusie is en dit zou ons moeten verheugen over ons rechtsysteem.                                                                                                                            

 

Dit betekent uiteraard niet dat ons rechtsysteem ideaal zou zijn of zelfs maar gewoon ‘goed’. Dat het voor sommigen niet streng genoeg is en voor anderen wellicht te streng, is vaak een kwestie van uitgangspunten of van...perceptie.

 

Hoe dan ook : verbeteringen zijn altijd mogelijk.

 

Zoals meestal is het goed functioneren van een ministerie een kwestie van hogere of lagere prioriteit die de regering er aan geeft, wat in hoofdzaak neerkomt op het budget dat ze voorziet. (Dat laatste is beïnvloedbaar en zal afhangen van ‘de roep van het volk’, de onverschilligheid of de woede. Ook de figuur van de minister van justitie kan hier een rol spelen).

 

In ons programma moet dit budget (alweer) gevoelig opgetrokken worden.

 

 

Vooraf :             Vrijheid en verantwoordelijkheid

 


Wij gaan er van uit dat de mens, ook de misdadiger, weinig of geen echte vrijheid bezit, waardoor hij zelf verantwoordelijk zou kunnen gesteld worden voor al zijn daden.


Kan iedereen dan maar doen wat hij wil en desnoods op andere mensen beginnen schieten ed, zoals we bv uit Amerika verhalen te horen krijgen die, helaas, ook hier reeds tot de mogelijheden gaan behoren ?
Uiteraard niet. Maar als de mens niet verantwoordelijk is voor zijn daden dan kunt ge hem ook niet straffen ? 'Straffen' inderdaad eigenlijk niet, wel beletten dat hij meer kwaad aanricht en proberen hem te doen inzien dat hij 'verkeerd bezig' is. Maw de mens kan weliswaar geen 'misdaden' begaan, maar hij kan wel 'fouten' maken. Als deze fouten de maatschappij storen moet er tegen opgetreden worden, desnoods met beroving van de vrijheid, wanneer men nl moet vrezen voor herhaling van die daden.
Er zal dus bij de 'strafuitvoering' een fundamenteel andere houding aangenomen worden tov 'criminelen'. Om te beginnen moet het element 'wraak' uit de bestraffing weggehaald worden. Mensen pijnigen omdat ze ons gepijnigd hebben leidt tot niets, dan doen de bestraffers hetzelfde als de overtreder, ze plaatsen zich op hetzelfde, lage, niveau. Dit 'oergevoel' van wraak moet de beschaafde mens afzweren en afleren. De 'gestrafte' zal maw meer een 'patient' worden dan een misdadiger. Dat zal dan ook de manier van tegemoettreden van de bewakers moeten worden eerder dan : 'wij zijn uw bewakers en gij zijt de bandieten', 'wij zijn de
goeden en gij de slechten'.

Dit zal evenwel ook een grondige wijziging meebrengen ivm de 'be- en veroordeling' van de 'misdadigers’ (zij die verkeerd bezig zijn, zij die iets ‘mis -  deden’). Er zal meer met soort straffen en in 'gradaties' moeten gewerkt worden. (en niet langer alle veroordeelden met éénzelfde soort straf bedelen, nl zwaar bewaakte gevangenissen) : kruimeldieven en vechtjassen waarvan het gevecht slecht is afgelopen bv. zullen veroordeeld worden tot het volgen van cursussen tot een commissie zal oordelen dat de gestrafte het 'begrepen' heeft. Bij verkeerde reactie kan deze 'straf' desnoods verstrengd worden en niet stoppen vooraleer de reactie positief is.
Roofmoordenaars en pedofielen zullen 'in verzekerde bewaring' moeten gesteld worden; de enen in stevige en streng bewaakte gevangenissen, de anderen in een (minder sterk bewaakte) afzondering waar de mogelijkheid om
kinderen te benaderen weliswaar uitgesloten wordt. En, wat zeer  belangrijk en ingrijpend is : ZONDER TIJDSLIMIET ! Hier wordt het 'systeem' in feite veel strenger dan het bestaande, waarbij na een zekere tijdsduur de gevangene automatisch vrij komt. In dit systeem worden deze gevangenen zolang 'vastgehouden' tot ze wederopgevoed (1) zijn en bewezen hebben dat ze een normaal leven zullen aankunnen. Lukt dat niet, dan moeten ze 'blijven zitten', desnoods hun leven lang omdat het gewoon onverantwoord is gevaarlijke mensen terug ‘los te laten’ en hen opnieuw in de mogelijkheid (de verleiding) te brengen te herbeginnen.
In het 'regime' van de gevangenen moeten daarom verschillende 'stadia' ingebouwd worden : van uiterst streng naar 'bijna vrij', naargelang de gevangene blijk geeft van ernstige 'beterschap', waardoor hij meer vrijheid aankan. Tot uiteindelijk de volle vrijheid volgt wanneer hij helemaal 'normaal' oordeelt en zijn fout inziet. In principe kan deze periode dus ook relatief kort zijn, nl wanneer bij een gevangene de Euro vlug valt.

Dit systeem kan uiteraard niet zo maar in de plaats van het bestaande komen. Het is een richtsnoer 'op lange termijn'. Er moet evenwel zonder verwijl een aanvang mee genomen worden, beginnende bv met het afzonderlijk 'bewaren' en 'bewaken' van zware criminele en 'lichte gevallen'. Ook mensen in 'voorarrest' zullen onmiddellijk moeten uit de gevangenissen gehaald worden en ondergebracht in een menselijk onderkomen, waarbij alleen voor verdachten van gevaarlijke daden ook een strenge bewaking zal nodig en toegelaten zijn.

 

(1) Mochten mettertijd mogelijkheden ontstaan om onverbeterlijke misdadigers door een chirurgische ingreep van hun ‘kwaal’ af te helpen, dan zou dit meer dan welkom zijn.

 

PS De ‘wederopvoeding’ waarover hier sprake doet denken aan de ‘verbeteringsgestichten’ van vroeger (en van vandaag ?) die niet bepaald suksesrijk kunnen genoemd worden. Maar daar was (is ?) de benadering zeker niet zoals die hier beschreven werd.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 16:22 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP II,2. Bevordering van de economie


2. Bevordering van de economie

 

Door de absolute prioriteit van de armoedebestrijding heeft dit item wellicht minder urgente, maar evenzeer uiterst belangrijke, zelfs fundamentele beginselen voor een goed werkende economie wat achteruit geduwd :

-         Om de creativiteit en het ondernemerschap (bronnen van onze welvaart) maximaal te steunen is de grootst mogelijke vrijheid een noodzaak en een onbetwistbaar recht.

-         Om deze vrijheid niet te laten ontsporen en om de minder zelfstandige en minder bekwame mensen te behoeden voor mogelijke uitbuiting is een regulering van de economie noodzakelijk. Deze regulering mag uiteraard niet vervallen in de uitwassen van het communisme en andere experimenten waarbij de staat alles domineerde en plande, waardoor de creativiteit en de inzet geleidelijk aan afnamen of zelfs verdwenen, alles werd toch door de staat geregeld.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 17:22 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP II, 4. Maatregelen ter ondersteuning van de E.

 

4. Maatregelen ter ondersteuning van de economie

 

Gaat de economie aan belang verliezen dan ? Neen : de ‘taart’ moet gebakken worden. Maar de economie zal zichzelf moeten heroriënteren en de oude afgoden afzweren. Doet ze dat niet uit zichzelf, uit een groeiend verantwoordelijkheidsbewustzijn, dan zal er ‘regulerend’ moeten opgetreden worden door de overheid, jammer maar helaas. Maar er bestaat momenteel een tendens binnen de economie zélf die de richting van dit ‘verantwoordelijkheidsbewustzijn’ uitgaat, die heeft zelfs een naam (‘verantwoord ondernemen’). Dat zou natuurlijk de ideale manier van evolueren zijn. Ik vrees dat er toch hier en daar een correctie ‘van bovenuit’, vanuit de politiek, vanuit de gemeenschap dus, noodzakelijk zal blijken.

 

- Onderwijs

 

De ondersteuning van de noodzakelijk economie zal er oa in bestaan : degelijk onderwijs te behouden en nog te verbeteren, dat onderwijs, door regelmatige contacten, voor zover verantwoord goed afstemmen op de economie, zodat zoveel mogelijk jongeren zonder problemen aan het werk kunnen wanneer ze afgestudeerd zijn en zodat de economie zo                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          vlug en zo accuraat mogelijk van de nodige werkkrachten kan voorzien worden.

Nota : ‘voor zover verantwoord’ slaat hierboven op de noodzaak de jeugd niet louter in functie van de productie op te leiden, maar ook op alle mogelijke vlakken waardoor dat inividu zelf en onrechtstreeks de hele samenleving er maximaal bij wint. We denken dan aan de brede waaier van humanitaire opvoeding, die de jonge mensen niet alleen oog geeft voor hun later beroep en eventueel daaraan verbonden inkomsten = welvaart, maar ook  aan algemene culturele, morele en gevoelsmatige  vorming. Dit thema hoort uiteraard thuis in ‘onderwijs’, maar mocht hier niet ontbreken om het accent op voorbereiding op de ‘economie’ niet te verabsoluteren.

 

Zeer belangrijk in het ondersteunen van de economie is overigens ook het hoger en universitair onderwijs dat vooral de vernieuwing en de inventiviteit van de economie voortdurend van nieuw bloed en nieuwe ideeën moet voorzien.

 

- Loonlast

 

Waar we eerder reeds wezen op de noodzaak van wetten die de armoede voorkomen, moet er ook voorzien worden in een apparaat waardoor de economie kan blijven concurreren met het buitenland : de absolute loonlast mag bij ons zeker niet hoger liggen dan in de buurlanden, als het kan zelfs lager. De fiscale stimuli die gegeven worden moeten ook gelijke tred houden met de concurrentie of beter zijn.

 

- Eén loket-service

 

De ontmoedigende papiermolen die een startend bedrijf afremt moet herleid worden tot een doorzichtig geheel dat liefst aan ‘één guichet’ kan aangevraagd en afgehandeld worden. Er moet voorzien worden in een menswaardig ‘opvangnet’ voor de mislukkende ondernemer : anders worden nieuwe ondernemers wellicht te bang en komen vele echte ondernemerstalenten niet tot leven.

 

 

- Infrastructuur

 

Een degelijke en aangepaste en onderhouden infrastructuur is ook noodzakelijk voor een vlot draaiende economie (alles hangt aan alles vast): dit thema reserveren we verder voor ‘openbare werken’.

 

(1) De sogen. ‘taart’ bestaat uitereerd niet alleen uit gefabriceerde ‘producten’, maar ook uit de ‘diensten’ die meer en meer de plaats innemen van de oude industrie. Neem maar de informatica en al wat daar mee samenhangt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 18:19 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP II, Ec., 3. Economische 'stop'

                                     DEP II, Economie,

 

3. Economische ‘stop’

 

Maar : ‘Alvorens een taart kan verdeeld worden moet er een taart (1) zijn’. Een ‘open deur’.

 

Toch is dit uitgangspunt uiterst belangrijk. Dwz de economie en de inspanningen om ze goed te laten functioneren, ook al wordt de e. op zichzelf gerelativeerd,   zijn uiterst belangrijk.

 

Alleen willen we hier toch een voorafgaandelijke nota bij maken : de taart moet er zijn, maar de taart....IS er. En....ze is GROOT GENOEG. Dwz dat wij het dogma van de (neo-liberale) economie : ‘de economie moet groeien of ze gaat achteruit’, principieel afzweren : als we kunnen blijven produceren aan welvaart wat we nu produceren dan is dat voldoende : de tendens ‘altijd meer en altijd’ beter, ‘luxe op luxe’ stapelen, zweren we af.

Niet alleen overigens omdat we zodoende op een onverantwoorde wijze de aarde aan het leegplunderen zijn en de grondstoffen, die voor eeuwen  zouden moeten reiken, op korte tijd aan het verzwelgen zijn...

Maar ook ....‘omdat het niet nodig is’ : wat we nu hebben is ruimschoots voldoende. Alleen : 1. we moeten ervoor zorgen dat het kan blijven duren, maw we moeten streven naar een e/ gebaseerd op recyclage en 2. het moet beter verdeeld worden. Niet alleen in het binnenland overigens (zie boven : armoedebestrijding), maar ook wereldwijd (zie buitenlandse politiek).

 

Dit is geen oorlogsverklaring aan de economie. Dat zou absurd zijn maar wel een STOP aan die economie : 1. stop met het plunderen van de aarde; 2. stop met de onverantwoorde luxe aan één kant en onverantwoordbare armoede aan de andere.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 18:15 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP II. Economie1. Armoedebestrijding


 

                      DEP II, Economie

 

 

1. Armoedebestrijding

 

Levend in een wereld (de Westerse dan !) van overvloed en verkwisting; levend in een land dat daarin gezwind meedraait, en waar tegelijk een groot aantal mensen (daar bestaan verschillende cijfers over, maar allemaal wijzen op ‘een groot aantal’) armoede lijden, ‘onder de armoedegrens leven’, en daar de huidige partijen, ze heten dan al christelijk of sociaal, er weinig van bakken stelt ‘onze partij’ de armoedebestrijding als prioriteit. Geen gemakkelijke keuze, want armoede bestrijden kost geld, veel geld wanneer we het efficient willen doen. En méér geld naar armoedebestrijding zal onvermijdelijk als neveneffect (collateral dammage !) minder geld voor andere dingen betekenen. Tenzij we ergens bijkomende geldbronnen kunnen aanboren. (Daarover in IV Financiën, 1. Zes mogelijkheden om de staatskas te spijzen). Ondanks het inzicht dat het geen gemakkelijke klus wordt gaat ‘onze partij’ en ons programma resoluut en prioritair voor armoedebestrijding.

 

We lazen hier onlangs nog cijfers van 700 en 900 E. maandinkomen voor een gezin en constateren daarbij gewoon dat dit bedrag onder de ‘armoedegrens’ ligt. Afgezien van de vaststelling van deze grens en afgezien van de vraag of volgend voorstel zal volstaan om al die mensen boven de armoedegrens te tillen (daar zijn specialisten voor nodig) gaan wij uit van het ronde bedrag 1000 E. (indexgebonden).

 

Het optrekken van dit minimuminkomen zou, zonder ingreep, onmiddellijk als gevolg hebben dat de beruchte ‘werkloosheidsval’ wijdopen gezet wordt. Het verschil tussen een minimuminkomen en het minimumloon moet groot genoeg zijn om mensen die ‘werkbekwaam’ zijn (in alle betekenissen van het woord) de prikkel niet te ontnemen om de handen uit de mouwen te gaan steken. We staan daarom voor een minimumloon van 1500 E..

Een tweede aderlating uiteraard, dit keer niet rechtstreeks van de staatskas, maar via de werkgevers komen die meeruitgaven uiteindelijk toch ook weer uit dezelfde gemeenschappelijke kas : de belastingen. Men kan immers niet alleen de bedrijven die veel minimumloontewerkgestelden hebben, laten opdraaien voor die kosten terwijl hoogtechnologische bedrijven daarvan gespaard zouden blijven. Dit moet dus op een of andere manier ‘gecompenseerd’ worden door de staatskas.

 

Even proberen de rekening te maken (al is het voor een niet-econoom onmogelijk om met alle neveneffecten rekening te brengen).

We gaan ons niet verschuilen achter de dooddoener : ‘terugverdieneffecten’, waar de vorige regeringen zo vaak mee schermden. Uiteraard bestààn die wel, maar ze dekken slechts een klein gedeelte van de meeruitgaven. Omdat ze reëel zijn mogen ze wel vermeld worden : door de hogere inkomsten van de minimum-ontvangers en door de hogere lonen van de minimumloon-ontvangers zal er meer geconsumeerd worden door die mensen en zullen er dus meer BTW-ontvangsten zijn. Bovendien zal door deze groep meer RMZ betaald worden.

Door het feit dat er hogere minimumlonen vastgesteld zijn kan men ook verwachten dat er meer werklozen aan het werk zullen gaan > minder uitgaven voor werkloosheid. Geen oplossing, maar : ‘meegenomen’.

Het grootste deel van de meeruitgaven zal niettemin van elders moeten komen.

Hier komen we aan een fundamenteel uitgangspunt van ‘onze partij’ : grote welstand aan de ene kant en grote armoede aan de andere, daar is maar één reële, maar noodzakelijke oplossing voor : wie véél heeft staat af aan wie minder heeft. Met een ‘oud’ maar duidelijk woord : solidariteit. Of met een ‘new speech (?)’ - woord : SOGALEV (SOberder GAan LEVen) (1). Dus inderdaad : de lonen juist boven het (nieuwe) minimumloon nog wat optrekken (het zou anders frustrerend zijn voor mensen met ervaring en ‘anciëniteit’) maar de gemiddeld hoge en zeker de hoge lonen crescendo belasten, met serieuze inleveringen voor de ‘schandalige’ lonen en/of vergoedingen van ceo’s en sub-top mensen.

Een tweede bron van ‘nieuwe inkomsten’, kapitaalbelastingen en een derde : belastingsfraudebestrijding, zullen we bespreken bij ‘Financiën’.

                            
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 18:26 Reageer op dit bericht Stuur door

DEP A De Naam

 

                                 DEP I

 

                                            DE NAAM

 

DEP staat voor :’Democratische Eenheids Partij’, zoals de ondertitel aangeeft.

 

Democratisch, dwz ‘de meerderheid beslist’. Die meerderheid kan in extreme gevallen bestaan uit 50%  +1. Dit is natuurlijk niet wenselijk, want dan zijn praktisch evenveel stemmen tegen X als voor. Normalerwijze zal in een enigzins gelijkgezinde groep mensen (een politieke partij) een grotere meerderheid voorhanden zijn om een wetsvoorstel of een programmapunt al of niet goed te keuren. In gevallen van +- 50/50 is een verdere beraadslaging dan ook sterk aan te raden. Maar bij een dringende stemming moet de meerderheid, al bestaat ze maar uit één stem de doorslag geven. Men kan dit een deficit van de democratie noemen, maar onze vriend Churchill wist het reeds : ‘democratie is de minst slechte van alle bestuursvormen’.

 

Ook al is een besluit genomen (met welke meerderheid ook), dat betekent niet dat geen rekening meer moet gehouden worden met de minderheid : er zal getracht worden in de definitieve tekst van de wet de andere mening zo veel mogelijk tegemoet te treden.

 

                                   -------------------------------------

 

Eenheidspartij : waarschijnlijk is het toekomstmuziek en zullen de twee hoofdtendensen, een ‘liberale’ om het op te nemen voor de economie (voor welvaart die kan verdeeld worden) en een ‘sociale’ om te waken over een eerlijke verdeling van deze goederen nog lang noodzakelijk zijn (1). Daar we ons nu voorgenomen hebben een ‘ideale partij’ op papier te zetten vind ik dat we van die tweedeling moeten afzien en er van uitgaan dat volwassen mensen in een open dialoog, moeten in staat zijn om wederzijdse belangen zo te verdedigen en zo te relativeren dat er evenwichtige en voor iedere burger bevredigende wetten moeten kunnen gemaakt worden.

 

Eenheidspartij betekent niet ‘eenheidsworst’. De universele mens is sinds Da Vinci niet meer opgedoken en zal waarschijnlijk nooit meer opduiken, omdat de diversiteit van de wereld en de wetenschap zo groot geworden zijn dat dit onmogelijk schijnt.

In een ‘eenheidspartij’ zullen de verschillende specialisaties en belangengroepen die nu meestal over verschillende partijen verdeeld zijn, hun plaats moeten krijgen

Ik zie daarvoor niet één studiebureau, maar precies verschillende van die bureaus (bv één voor economische zaken, één voor sociale zaken, maar ook één voor het milieu, één voor de armoedebestrijding, één voor Europa en de internationale politiek, immigratie ....hier kunnen er nog vele aan toegevoegd worden). Deze studiebureaus kunnen als ‘lobbygroepen’ beschouwd worden, maar er kunnen daarnaast ook minder studiegerichte lobby’s bestaan. Met altijd in het achterhoofd dat het eigenbelang of het beperkte belang van de groep het algemeen belang niet mag voorbijzien. Ze zullen maw telkens hun standpunt moeten kunnen verdedigen als goed voor het algemeen belang. Moeten in elk geval bereid zijn de eigen standpunten voor te leggen ter discussie aan de hele partij.

Men zou kunnen zeggen : de eenheidspartij geeft onderdak aan verschillende ‘zweeppartijen’

Als deze eenheidspartij kiest voor het samengaan van liberalen en socialen (gemakshalve zo genoemd), dan kiest ze zeker voor het samengaan van gelovigen en ongelovigen. Maw ze baseert zichzelf op geen enkele godsdienst, maar staat wél voor volledige godsdiensvrijheid op PRIVE terrein. Men zou kunnen zeggen dat ze a-godsdienstig is : niet godsdienstig, maar ook niet anti-godsdienstig. Ze zal dus in principe godsdienstig geïnspireerd onderwijs niet subsidiëren.

Dit behelst ook de basisregel : politiek en kerk moeten volkomen gescheiden zijn. De stem van de kardinaal, een man die voor een grote groep burgers spreekt, moet met de nodige aandacht beluisterd worden, maar heeft niet noodzakelijk meer waarde dan bv. de stem van een vakbondsleider of een werkgeversverenigingsvoorzitter, die ook namens een belangrijke groep burgers spreken.            

 

22.05.08                     

 

(1) Zie Van Chaos tot Harmonie, III., 2 : ‘Liberalisme versus socialisme’.

 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Van Chaos tot Harmonie. Inhoudsopgave


                                    Van choas tot harmonie

                                            Inhoudsopgave

 

 

I.                   De evolutie van het heelal vanaf de oerknal tot op heden.

 

II.                De mens

 

1.      Het zelfbewustzijn

2.      De vrijheid

3.      Verantwoordelijkheid

4.      Misdaad en straf

5.      Het geweten

6.      Betekenis van schoonheid, kunst en waarheid

7.      Het kwaad

8.      De liefde

9.      De zin van het leven en het geluk

 

III.             De maatschappij

 

1.      Eigendomsrecht

2.      Verschillen in rijkdom

3.      Socialisme en liberalisme

4.      Globalisme en ‘anders-globalisme

 

IV.              Politiek : DEP (Democratische Eenheids Partij)


I. De naam
    - democratie
    - eenheidspartij

II. Economie

    1. Armoedebestrijding
        - minimuminkomen
        - minimumloon 
        - noodzaak SOberder te GAan LEVen.
      2. Bevordering van de economie
        - grote vrijheid
        - de nodige regulering
      3. Econmische 'stop', de 'koek' is groot genoeg.
      4. Maatregelen ter ondersteuning vd economie
        - onderwijs
        - vermindering loonlast
        - 'één loket-service'
        - infrastructuur

II. Justitie

Vooraf : Filosofische basis voor nieuw rechtssysteem : ‘Vrijheid   en
                verantwoordelijkheid’
.


    1. Strafbeleid
     A. Andere 'logies', categorieën

        B  Andere bestraffing, van ‘bestraffing’ naar ‘wederopvoeding’
    2. Preventie

         A. Door wijziging levensomstandigheden
         B. Preventie door sociale controle

    3. Aanpassingen wetgeving
        A.  Aanpassing van sommige wetten (bv kinderbescherming)
        B.  Herziening, ordening en inkorting  wetboek
    4. De rechters, audit ivm doelmatiger werking
    5. Enkele specifieke problemen

A. Herziening 'verjaring'

B. Herziening 'procedurefouten

C. Nota over de ethiek van de advocatuur

D. De slachtoffers

                E.  Automatisering


IV. Financiën

    Inl. Overvloed moet naar armen en andere noodzakelijke doelen
    1. Zes mogelijkheden om de staatskas te spijzen
    2. Hervormingen op het departement financiën
        - audit ivm efficiëntie
        - verandering basisinstelling
        - herinstalleren van afgeschafte (efficiënte) controledienst
        - automatisatie afwerken
        - controlecommissie
    3. Internationale acties

        - belastingpardijzen en bankgeheim

V. Buitenlandse zaken

    Nota 1. Uitgangspunt : natuurlijke grondstoffen zijn van àlle   
                            wereldburgers
    Nota 2. Strikte verdediging mensenrechten
    Nota 3. Democratie


    1. Con
go
    2. Immigratie
        - Europese (wereld-) kwestie
        - maximum immigratie : zoveel als draaglijk is
        - buitenlandse 'hulp' : 'leren vissen'
    nota 1. Niet alleen economisch interessante vluchtelingen
    nota 2. 'contract' met elke immigrant

    3. Europa en de wereld (zie ook Van Chaos...III, 5)
        - verdelende regulering bevorderen
        - geen uitbreiding voorlopig
        - mondiale regulering (dringendst : economische     
              controle - instelling)    4. Diplomatie
        - in de vorming de noodzaak van een wereldregering inbouwen
        - idem mbt toenadering tot moslimlanden
        - ivm Israël : genuanceerde houding

VI. Milieu

    Inleiding
    1. energie en grondstoffen
    2. de regenwouden
    3. water
    4. co2 en andere gifstoffen
    5. Geboortebeperking

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Van Chaos.. III. De Maatschappij, 6. 'Wereldregering'


6. Een ‘wereldregering’? (1)

 

Meer en meer schijnen de financiële en economische krachten in de wereld een macht te gaan uitoefenen, die door geen enkele regering, laat staan een gerechtshof, in bedwang te houden is. (2)

 

De enige oplossing zal een internationale ‘instelling’ moeten zijn die de bevoegdheid krijgt die alle (nationale) grenzen overschrijdt en boven alle andere instellingen geplaatst is om orde op (wereld)zaken te stellen. Deze instantie zal uiteraard bevoegd moeten zijn om controles uit te oefenen en sankties op te leggen. Aanvankelijk zeker op een zeer beperkt aantal terreinen en wel die, die niet meer op te lossen zijn op een kleinere schaal. Het subsidiariteitsbeginsel moet hier tot leidraad dienen (het ‘niveau’ dat meest geschikt is voor een oplossing moet gehandhaafd of opgericht worden. Niets van wat op een lager niveau best kan opgelost worden mag door een hoger naar zich worden getrokken). Er zijn enkele materies die duidelijk niet meer kunnen opgelost worden, tenzij op wereldschaal :

-         Het bestrijden van de wereldwijd vertakte maffia (oa drugsbaronnen).

-         Het beheer van de regenwouden.

-         De uitbating van de grondstoffen (3).

-         Het drinkwaterbeheer (dat nu gebruikt en stilaan uitgeput wordt door degenen die de beste installaties, de sterkste pompen en/of de grootste dammen kunnen inschakelen).

-         Het opdoeken van de belastringsparadijzen en het bankgeheim in het kader van de bestrijding van de belastingsfraude.

-         De regulering, controle van-, en toezicht op de beurzen.

-         Het beheer van de oceanen en het visbestand.

-         De bescherming van het milieu (opwarming van het klimaat...) en de planning van de noodzakelijke maatregelen om het leefbaar te houden.

-         Het toepassen van de ‘rechten van de mens’. Een minimum aan sociale wetten zou deze instantie moeten kunnen opleggen over heel de wereld (4).

-         Een volslagen nieuwe opdracht : het beheer van de tot op heden aan geen enkele natie toebehorende Noord- en Zuidpool.

 

 

Deze instantie zal in elk geval een ‘wereldwijd’ bevoegd gerecht moeten behelzen dat kan (be)oordelen en eventueel sankties uitspreken. Daar hoort ook nog een of andere internationaal erkende instelling (politie) bij die desnoods met harde hand deze sankties kan afdwingen (5).

 

Dit alles is zeer hoog gemikt, zeer hoog gegrepen, utopisch, maar zonder utopie, zonder een groete droom, zonder visie op lange termijn is het moeilijk op kleinere schaal zinvol te plannen en te streven. Men moet weten waar men heen wil, een ver ideaal hebben en dan stapsgewijs in die richting werken, ‘timmeren aan de weg’. ‘Mik hoog, de pijl zakt tijdens zijn vlucht’ is een oud (ik geloof Jezuïeten-)gezegde dat zowel van idealisme als van realisme getuigt.

(1)   Hoewel de naam wereldregering zeker niet wenselijk is. Primo omdat die grote weerstanden zal oproepen, secundo omdat het ook niet de bedoeling mag zijn er een echte regering van te maken die op alle domeinen kan optreden, zeker voorlopig niet.

(2)   Hierin kan de crisis van 2008-2009 misschien een keerpunt worden.

(3)   In het beheer van de grondstoffen zal olie en andere energiedragers van primordiaal belang zijn. Enerzijds omdat de ‘voorraden’ beperkt zijn, anderzijds omdat een bepaalde vorm van energie, kernenergie, een gevaar betekent voor de wereldbevolking, maar nog meer omdat het kernafval een bedreiging vormt voor het nageslacht, tienduizenden jaren lang.

(4)   De bestaande ‘rechten van de mens’ (en van het kind, uiteraard) zijn hierbij een goed uitgangspunt, maar zolang er geen sanktierecht aan verbonden is : machteloos.

(5)   Noemen we deze instanties samen een ‘wereldregering’ ? Het doet er weinig toe. Men kan ook denken aan verschillende instanties die zich dienen te beperken tot hun eigen domein, maar wel voldoende voeling houden met elkaar.

Er bestaan overigens reeds verschillende van dergelijke ‘instanties’ die in dit kader zouden passen : de UNO, de Veiligheidsraad, het Internationaal Gerechtshof. Daar is wel enige ‘restauratie’ nodig : de UNO is nog steeds niet door alle naties erkend en veregenwoordigd, De Veiligheidsraad is voorlopig een Westers instelling, al wordt daar aan gewerkt. De Wereldbank en de IMF leiden aan dezelfde kwaal, maar werken bovendien in feite niet in het algemeen (wereld-)belang, maar zijn neoliberale instellingen (vrije markt, deregulering, privatisering), die eerder in het belang van de Westerse kapitalistische welvaartstaten werken.

 

Het hieropvolgende deel IV is een poging om deze hoge idealen, dit verre streefdoel, te vertalen naar de concrete politiek. Naar een toepassing vooral op België gericht. Eerst ‘keren voor eigen deur’.

Het hoort uiteraard eerst thuis in de mailgroep (politiek’, waarvoor het ook oorspronkelijk geschreven werd).

Doordat het een concretisering is van wat in deel I-III uiteengezet werd, heeft het in deze groep toch ook zijn plaats. Het is dan anderzijds ook weer niet zó concreet (meestal toch) en blijft meestal op de eerder bezinnende achtergrond, als een soort richtingaanwijzer, een soort ‘kompas’.

 

 28.8.09

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 11:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Van Chaos.. III. De Maatschappij, 5. Globalisme en 'anders-globalisme".


5. Globalisme en ‘andersglobalisme’.

 

We zijn in het vorige hoofdstukje uitgegeaan van de feitelijke organisatie van de wereld in ‘onafhankelijke’, soevereine staten. Hoewel deze onafhankelijkheid met een dikke korrel zout moet genomen worden : in feite zijn er ‘grootmogendheden’ (tot vandaag nog steeds de US in eerste plaats), die de lakens uitdelen.

 

Formeel is de wereld politiek ingedeeld in soevereine staten.

Waar de economische activiteiten zich eeuwenlang ook binnen deze staten ontwikkelden en de relaties (buiten de oorlogen) zich hoofdzakelijk op commercieel plan afspeelden, is deze relatie sinds enkele decennia geëvolueerd naar een economie waarbinnen de zogenaamde ‘multinationals’ een grote rol zijn gaan spelen : zij beslisten in grote mate over goederen-, geld- en productiestromen die grotendeels grensoverschrijdend werden. Zij groeiden uit tot machtige organisaties die zich nog weinig gelegen lieten aan nationale wetten. Integendeel : zij werden zo machtig dat ze vaak door regeringen werden aangesproken om in hun land te investeren en konden op die manier eisen en voorwaarden stellen (oa fiscale) waar die regeringen wat graag op ingingen om zodoende werkgelegenheid, productie en uitvoer te vergroten. Hierdoor werden ook een deel van de fiscale en andere faciliteiten ‘terugbetaald’. Deze grote macht stelde de multinationals in staat om zélf de landen en de streken uit te kiezen waar ze hun activiteiten best konde uitoefenen. Dit bracht op zijn beurt een mobiliteit tot stand bracht die vaak de plaatsen opzocht waar de arbeidskrachten goedkoopst waren, de sociale wetgeving weinig of niet-bestaande en de milieuwetgeving nog niet gekend.

Men zou deze evolutie kunnen vergelijken met de industriële evolutie van de 19e eeuw (1). De uitbuiting door de multinationals schept nu op wereldschaal een vergelijkbare toestand : ze crëren welstand en rijkdom, maar deze verdwijnt voor een groot deel in de zakken van de ‘happy few’ van de tweede helft van de 20e eeuw en het begin van de 21e. De individuele rijken van de 19e eeuw werden door de grote omvang van die multinationals ‘vervangen’ (uitgebreid) naar de rijke landen die de rest van de wereld op gewetenloze, egoïstische manier zijn gaan uitbuiten. Deze rijke landen (waar wij toe behoren) hebben, behalve de goedkope arbeid ook de grondstoffen van die arme landen geroofd (2) De periode is nu stilaan aan het aanbreken dat de ‘opstand van het nieuwe proletariaat’, de uitgebuite landen, begint : het ‘anders-globalisme’ dat zich langzaam organiseert (zoals de syndicaten tijdens de industriële revolutie) krijgt stilaan vaste vorm (bv in het WSF, World Social Forum) en de wereldvakbond (die op papier bestaat, maar voorlopig nog niet veel van zich heeft laten horen) en wordt ook in de hand gewerkt door de opkomende grote ‘ontwikkelingslanden’ (China, India, Brazilië...) die zichzelf zo opgewerkt hebben dat ze ernstige concurrenten vormen van de Westers machten.

 

De wereldwijde beurs- en financiële crisis van 2008-2009, met een economische depressie tot gevolg, luidt wellicht het einde in van het Westerse neo-liberalisme en zo ook van de macht van de multinationals en grootkapitalisten die er achter staan en ervan profiteren : hun kapitalen opstapelend in belastingsparadijzen waar niemand er aan kan, beschermd als ze zijn door het bankgeheim dat nog in verscheidene Westerse  landen als een heilige koe blijft voortleven.

 

Deze beschouwingen leiden ons naar wat wellicht een nieuw hoofdstuk in de wereldgeschiedenis zal worden.

 

 

(1)   Deze was ook krachtig, inventief, rijkdom scheppend; maar ongebonden en vaak zeer sterk gericht op rijk maken van de industriëlen zonder oog voor de sociale en andere gevolgen van deze uitbarsting. Er kwam meer rijkdom, maar deze werd verdiend op de rug van het rechteloze proletariaat en vezameld door enkelen. Dit heeft geduurd tot de ellende zo groot was, dat ze ondraaglijk werd en de arbeidersmassa, die toch niets meer te verliezen had in opstand kwam en de wantoestanden na harde strijd omgebogen werden tot een meer algemene welstand zoals we die in de eerste helft van de 20e eeuw in onze contreien hebben leren kennen.

(2)   Dwz er tegen belachelijk lage vergoedingen olie en andere grondstoffen weggehaald. Dit werd vaak bereikt door een kleine heersende inlandse groep op schandalige wijze te corrumperen en aan de leiband te doen lopen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 19:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Hufo

↑ Terug naar de berichten