Naar de inhoud

Hufo

akke.beakke.be

Archief

Van Chaos.. III. De Maatschappij, 4. Democratie

4. Democratie

 

Omdat in om het even welk politiek systeem in de geschiedenis, de leiding altijd in handen is geweest van een min of meer kleine groep, soms zelfs maar van één persoon, werd in feite de hogere stand, die mede instond voor de financiering van de staat (en zijn vele oorlogen) altijd geprivilegiëerd. De ‘lagere standen’ waren overgeleverd aan de goodwill van de hogere. Dit overgeleverd zijn ging van slavernij (waarin mensen gekocht en zelfs gedood weren volgens de willekeur van de ‘heer’), tot toestanden waarbij een relatieve welvaart ook deel werd van de ‘kleine(re) lui’.

Pas sinds de Grieken is een tendens ontstaan om het hele volk te betrekken  bij de leiding van het land. (1) In de moderne tijden kwam het idee van mederegeren door het volk eerst in Engeland tot leven. Het algemeen stemrecht kwam pas aan bod in de 20e eeuw.

 

Er zijn ook verschillende vormen van democratie, maar in het Westen werd dit algemeen een ‘vertegenwoordigende’ democratie, waarbij ‘verkozenen van het volk’ de opdracht ontvangen de wetgevende macht uit te oefenen. Politieke partijen vormen het kader waarbinnen het volk zich organiseert om de verkiezingen te kunnen uitvoeren en programma’s op te kunnen stellen en na te treven.

Democratie zal daarom, zoniet de beste, dan toch een mogelijke organisatie van de staat uitmaken waarbinnen hogerbeschreven hoofdtendensen van liberalisme en socialisme kunnen werken en tot resultaten leiden. Een golfbeweging zal waarschijnlijk altijd een wisselend overwicht behelzen dat dan telkens weer door een reactie wordt omgebogen naar het overwicht van de andere tendens. Zo zal het failliet van het neoliberalisme dat we nu (2008-2009) meemaken waarschijnlijk een periode inluiden waarbij de controle, de regulering, de ‘herverdeling’ (2) weer meer aan de orde zullen zijn.

Men kan zich uiteraard afvragen of d. nu de beste vorm van staatsbeheer is. Dit wordt alvast in de feiten tegengesproken in bijna heel Azië (behalve de Oostelijke en de Westelijke uiteinden : Japan en Turkije en Israël). In Afrika bestaan dan weer veel democratiën ‘bij naam’, maar weinig echte (ZuidAfrika ?...). In het Westen daarentegen is d. vanzelfsprekend. Toch wordt daar ook de d. niet als alleenzaligmakend beschouwd. Iedereen kent wel de boutade van Churchill : ‘Democratie is de beste van alle slechte regeringsvormen’ (uit het hoofd geciteerd).

Dat er intussen sleet op de d. zit is voor mij een zekerheid. Zoals elke organisatie ondervindt ook deze wijze van staatsbeheer, met name in de politieke partijen (die ergens onvermijdelijk schijnen) de nadelen van lang te bestaan : oeganisatie wordt vaak ‘overorganisatie’, macht wordt vaak machtswellust of een variatie op dat thema, het vergaren van geld, noodzakelijk om gelijk welke organistaie te laten werken, wordt te gemakkelijk een doel op zich, een begrijpelijke en aanvaardbare vorm van ‘ervan leven’ wordt dikwijls een vorm van ‘rijk worden’ die hoofdzaak wordt in de plaats van het partijprogramma enz...

Ik zie geen betere vorm van staatsbeheer, maar vind wel dat de burger meer en meer het reilen en zeilen van de partijen moet zien te volgen, te bekritiserren en zo nodig en zo mogelijk positeif te beïnvloeden. Zij zullen zelf moeten uitvinden hoe ze dat best doen.

 

 

(1)   Alhoewel toen de laagste standen nog niet in aanmerking genomen werden.

(2)   Er zijn uiteraard andere vormen van organisatie van de staat denkbaar dan het vigerende model van de natiestaten. Gaande van familie- en stamverbanden tot een wereldregering die met allerlei onderverdelingen heel de wereld regeert. De studie van deze evolutie zou zeker een interessant onderwerp zijn.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 16:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Van Chaos.., III De Maatschappij, 3. Liberalisme en Socialisme


3. Liberalisme en  Socialisme.

 

Onverantwoord grote verschillen in rijkdom, zoals hierboven beschreven, zouden uit de wereld kunnen geholpen worden mochten de grote geld-bezitters over een sterk en gaaf geweten beschikken en over de good-will om dat te volgen..

 

Zoals in deel II, 7. Het Kwaad, beschreven, speelt het kwaad een rol in het leven van elke mens en derhalve ook in de gemeenschap van die mensen. Op die ‘good-will’ mogen we wel hopen, maar liefst niet op rekenen dus. We kennen voldoende de wantoestanden in de wereld, mn de kloof arm/rijk.

 

Maw, we kunnen de rechtzetting van deze toestanden niet aan het individu zélf overlaten. Er zal een ‘duwtje’ moeten gegeven worden door de gemeenschap. Er zullen regels moeten komen, wetten en grenzen gesteld worden door een of andere vorm van politiek.(1) Deze zullen moeten afdwingbaar gemaakt worden door een of andere vorm van grotere macht, bijgestaan door politie en gerecht.

 

Als ‘de politiek’ het moet doen, welke vormen, partijen enz. komen daar dan voor in aanmerking ?

 

De twee ‘grondlijnen’ in de politiek komen neer op enerzijds ‘liberalisme’ (de naam doet er niet toe en mag hier zeker niet vereenzelvigd worden met één of ander concrete verschijningsvorm van dat L, al zeker niet met de huidige Vlaamse VLD-open) en anderzijds het ‘socialisme’ (zelfde opmerking).

Het Liberalisme dat uitgaat van de grootst mogelijke vrijheid, niet alleen op het vlak van het individu, maar ook op het vlak van de maatschappij, de onderneming en de markt, verdedigt dan de ondernemer, de ‘winner’, de ‘kapitalist’ en zijn wil om ‘de rijkdom’, ‘de welvaart’ te vergroten, liefst zonder enige beperking of ‘regulering’ : ‘Laisser faire, laisser passer’ is sinds A. Smith hun geliefkoosde leuze. Deregulering en privatisering zijn niet voor niets de grote dada’s geweest van het neo-liberalisme dat sinds Reagan en Tatcher opgeld heeft gemaakt (2).

 

Het Socialisme is dan de tegenhanger die vooral het ‘sociale’, de gemeenschap en met name de zwakkeren van deze gemeenschap wil verdedigen en daartoe allerhande beperkingen, reguleringen aan de eerste wil opleggen (3).

 

Deze twee tendenzen, strevingen, idealiter complementair, maar feitelijk nog steeds tegenstrijdig, zullen elkaar in evenwicht moeten houden, want het vrije initiatief en ondernemerschap enerzijds zijn noodzakelijk en goed in zich om de welstand van de mensen op te tillen. Maar evenzeer is nog steeds de tegenkracht nodig die erover waakt dat de verdeling van deze welstand op een rechtvaardige wijze gebeurt.

 

Daarvoor is een politiek kader nodig waarbinnen ze hun activiteiten in alle vrijheid kunnen ontplooien.

 

Een onderzoek naar alle mogelijk systemen met hun voor- en nadelen om dat mogelijk te maken is hier niet aan de orde. We gaan ervan uit dat de democratie het enige bestaande systeem is waarbinnen dat kan..

 

(1)   In een volgend hoofdstukje zoeken we naar het beste politieke systeem dat daar kan in voorzien. In deel IV volgt een concrete toepassing van deze politiek.

(2)   En nu (2008-2009) in een zware crisis is beland.

(3)   Of deze dualiteit, de enige manier is waarmee een gemeenschap in goede banen kan geleid worden laat ik hier in het midden. Ik ga hier uit van de feitelijke situatie. In deel IV wordt een programma uitgewerkt waarbij deze twee tendenzen overbrugd worden en tot één programma versmolten. Op die manier wordt deze dualiteit wel ‘ingebakken’ in die partij zelf. Daarbinnen moet dan ook gestreefd worden naar overeenkomst en eenheid. Dit wordt geprobeerd in zogen. volkspartijen die het hele volk, in al zijn lagen wenst aan te spreken en te winnen. Bv de CD&V en het VB bij ons. Ook het nieuwe SPL hoort daar bij. Deze partij schrijft de verzoening van de twee tegenstellingen zelfs in de naam van de partij : Sociaal-Liberale Partij. Dit is intussen een weinig overtuigende paradox gebleken (regionale verkiezingen ’09).

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 12:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Van Chaos.., III. De Maatschappij, 2. Verschillen in rijkdom


2. Verschillen in rijkdom

 

Als we uitgaan van de wenselijkheid van het eigendomsrecht, worden we automatisch geconfronteerd met de verschillen in eigendom, de verschillen in rijkdom. Het reguleren van het eigendomsrecht zal er  in bestaan uitwassen te voorkomen zodat er geen extreem rijken en ook geen extreem armen komen. ‘In alle landen is het aandeel van het nationaal inkomen dat naar de arbeid gaat, hisyorisch laag en het deel dat naar bedrijfswinsten en aandelen gaat, )historisch hoog.’ (Rik Coolsaet in De geschiedenis van de wereld  p. 120. ISBN 978 5617 825)

Zo kan het niet dat rijken in staat zouden zijn en blijven grote natuurgebieden te bezitten en die naar eigen goeddunken uit te baten (uit te buiten) met verwaarlozing van het ‘natuurrecht’ (1). Eén van de grondvesten (wellicht hét) van dit n., is DAT DE AARDE VAN IEDEREEN IS. (Niet dat dit beginsel algemeen aanvaard wordt, maar voor mij staat dit als een paal boven water) : grondstoffen (olie, steenkool, ertsen...) mogen nooit eigendom van ‘iemand’ worden (2), zij zijn van ons allen, van alle levende en...komende (!) mensen. Het kappen van regenwouden is dus ook een onrecht tov de wereldgemeenschap (die in feite alléén zou mogen beslissen over deze wouden) (3) en dus een exces van het eigendomsrecht.

Zelfde redenering voor het ‘bezitten’ van grondstoffen (2).

Als er geen excessen in rijkdom mogen geduld worden dan is dit omdat anders vele arme mensen van hun recht op menswaardig leven (een natuurrecht toch ?) verstoken blijven.

 

Er bestaat maw een een natuurlijke plicht tot solidariteit, zodat rijken hun rijkdom niet onbeperkt en onverantwoord mogen laten groeien zonder dat ze rekening moeten houden met diegenen die, om welke reden dan ook (fraude uitgesloten), er niet in slagen voor zichzelf en hun gezin in de noodzakelijkste levensbehoeften te voorzien.

 

John Rawls, nochtans een groot liberaal ideoloog, heeft een stelling uitgewerkt die mi kan gelden als basis voor de ‘regulering’ van de rijkdom. In de inleiding tot het boek van Rawls Een theorie van rechtvaardigheid schrijft Percy B. Lehning :

 

‘Dat ongelijkheden (in inkomen en vermogen) aantoonbaar een bijdrage aan de verbetering van de positie  van de minst bevoorrechten dienen te leveren en dat er alleen dàn sprake is van ‘rechtvaardige ongelijkheden’ : het is een opvatting die Rawls nooit gewijzigd heeft.’

 

Het verwerven van rijkdom wordt aanvaard als een goede zaak, maar alleen omdat het een stimulans moet zijn om ook de niet-rijken rijker te maken (lees : menswaardiger te laten leven).

 

Dit sluit meteen in dat beursspeculatie (ik heb het hier niet over de kleine aandeelhouder die probeert zijn spaarcenten wat meer te laten opbrengen of te minste op het peil van de inflatie te houden), niet onbeperkt mag toegestaan worden : dat men met het kopen en verkopen winsten maakt kan en hoeft wellicht niet uitgesloten (4), omdat op die manier bedrijven gestimuleerd worden om goed, beter, te presteren. Speculeren (in enge zin) kan echter niet als een nuttige bezigheid beschouwd worden : ze levert geen enkele meerwaarde op voor de gemeenschap, zeker niet voor de armen (alvast niet zolang beurstaksen onbestaande blijven). Bijgevolg moet het voordeel dat daar uit kan gehaald worden begrensd zijn : geld (= macht) verwerven zonder grens is niet alleen a-sociaal, het zelfs gevaarlijk. Want met die macht kan een priveepersoon onaanvaardbare dingen doen, zoals concurrenten uitschakelen en zodoende klanten prijzen kunnen vragen zonder ‘plafond’ en goederen leveren zonder ..bodem, zonder kwaliteitsgarantie : hij is dan immers alleen en de klant wordt verondersteld die goederen nodig te hebben. Het monopolieverbod is in dat opzicht een heel goede zaak. Die wet heeft overigens zijn nut reeds bewezen. Hij is wel ontoereikend (5).

 

De vraag is hier wel op haar plaats of het ongebreideld uitbreiden van de multinationals niet aan banden moet gelegd. Het spreekt voor zich dat deze bedrijven een suksesrijk parcours hebben afgelegd. Dat deze bedrijven zeer efficiënt en rendabel werken is op zichzelf een goede zaak... Als dat rendement de gemeenschap ook vooruit helpt (zie hierboven : Rawls). Met als conditio sine qua non dat er geen mensen worden uitgebuit, dat het milieu niet onnodig en onbetaald wordt belast. Deze twee condities zouden minimaal dezelfde moeten zijn als in het land van oorsprong van die multinational. Als bedrijfsleiders en vooral aandeelhouders zich mateloos kunnen verrijken door dit bedrijf, gaat de vraag rijzen : staan deze winsten en deze superlonen (en ‘parachutes’) nog in enige verhouding tot de geleverde prestaties en komt er geen punt waar deze winst en ‘verdienste’ overgaan in profitariaat. Vooral wanneer men bedenkt dat degenen die de producten vervaardigen (of telen) meestal niet in hoge mate delen in het sukses van de multinational waarvoor zij produceren. Dan nog gezwegen over de uitbuiting die zulke bedrijven vaak toepassen op machteloze stumpers die geen enkel verhaal hebben tegen hun machtige uitbuiters (denk bv aan kinderarbeid in India of aan de deerniswekkende bananentelers in Zuid-Amerika). Dan nog gezwegen over de gewetenloze uitbating van grondstoffen ten koste van het nageslacht (denk aan de regenwouden, maar ook aan de oliebaronnen die bezig zijn essentiële grondstoffen, oa voor de farmaceutica, op te pompen en te verhandelen en die zo ver gaan de pogingen tot het vinden en rendabel maken van milmieuvriendelijke energie te dwarsbomen omdat ze er een concurrent in zien.

 

Maar ik beoogde in dit hoofdstukje niet in eerste plaats al die misbruiken en uitwassen. Het is ook zonder deze noodzakelijk zowel de beurs als de multinationals ernstig te onderzoeken en beter te reguleren, zodat beide niet langer alleen de ‘happy few’ ten goede komen, maar de hele mensengemeenschap. (6)

 

(1)   Over het bestaan en de inhoud van dit ‘natuurrecht’ is al veel te doen geweest. Ik ga er hier niet op in. Men kan het wellicht het best concretiseren door ze te zien als ‘de rechten van de mens’. Omschrijving die we vandaag geregeld gebruiken. Die omschrijving heeft mi het nadeel dat ze niet ‘exhaustief’ is, niet alle mogelijke rechten bevat. Waar natuurrecht alles insluit, ook onbenoemde (onbekende ?) rechten.

(2)   Volgens mij ook niet van een staat overigens. Maar dit gaat in tegen de toestand die vele decennia lang gegroeid is en die allicht evenveel decennia zal nodig hebben om terug ‘genormaliseerd’ te worden. (Zie hierover ook  DEP V. nota 1)

(3)   Waarbij in eerste plaats zou moeten rekening gehouden worden met de ‘rechten van de mensen’ die er al lang leven en afhankelijk zijn van die wouden voor hun levensbehoeften.

(4)   Ten minste wanneer men uitgaat van de meerwaarde van de vrije markt...

(5)   Er dient al minstens een zware belasting gelegd op deze winsten, in verhouding tot de omvang ervan. Als tegenprestatie kan gedacht worden aan een soort ‘verzekering’ waarbij faillisementen met de daaraan vasthangende verliezen voor de belegger enigermate vergoed wordt. (Uiteraard moet in dat systeem voorzien worden dat er geen nieuwe winst kan gepuurd worden uit deze verzekering zélf. Een grote trransparantie zal daarom voorwaarde zijn met inbegrip van de opheffing van het bankgeheim.)

(6)   Het is wellicht niet overbodig hier even in te gaan tegen de dooddoener die nogal vaak uit de kast gehaald wordt ivm deze ‘heppy few : de zogen. ‘wet van de grote getallen’. Die zou maken dat het weinig zin heeft de verdiensten van deze top te verdelen omdat dit aan de basis slechts een verwaarloosbaar verschil zou teweegbrengen. Dit klopt alvast niet wanneer het gaat om de rijkdommen die zijn opgestapeld over heel de wereld. Volgens een berekening van prof. Coolsaet (zelf ?) zou 10 % van de10% hoogste kapitalen volstaan om alle hongerlijdenden van het nodige voedsel te voorzien. Een niet te verwaarlozen verbetering dus.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 18:38 Reageer op dit bericht Stuur door

Van Chaos..., III De Maatschappij, Inleiding

                                                                                                                    

 

                         III. De maatschappij.

 

Inleiding

 

De evolutie van het universum, voor zover ons bekend (1), is tot aan de mens zonder zelfbewustzijn verlopen, zonder dat ‘iemand’ zich bewust was van die evolutie zelf. Toch was ze er.

 

Vanaf de mens (pas) is er ‘bewustzijn’. Dit is, tot nu toe, de laatste belangrijke stap in die evolutie : daar waar die minuscule kleine intelligente, energieke wezentjes waarover ik het in het eerste deel had, tot menselijke hersenen zijn geëvolueerd, waarin dan het (zelf)bewustzijn is ontstaan. Het lijkt de zoveelste stap naar eenheid en harmonie. En we kunnen heel logisch verwachten dat er nog stappen zullen volgen. Theillard De Chardin gaat in het ‘planetaire bewustzijn’ die richting uit. Volgens mij belanden we ooit in die evolutiefase, al lijkt het momenteel zwaar om daar in te geloven. Deze ‘planetaire harmonie’ zal zich niet verwezenlijken in de stenen of in de dieren, maar in de mens(en), in het geheel van de mensheid, in de maatschappij.

De mensen zullen ooit ‘in harmonie’ leven. Dit behelst niet alleen in vrede (in niet-oorlog), maar ook in een zekere graad van geluk...voor iedereen. Daar zijn we nog lang niet. Zelfs de minimumbehoeften zijn nog niet gegarandeerd voor alle mensen, integendeel : de armoede groeit (voorlopig) nog. De disharmonie wordt groter in plaats van kleiner.

Deze wantoestand valt dus helemaal uitde toon van een ‘normale’ evolutie van chaos naar harmonie. We beleven eerder een terugval momenteel. Laten we uitgaan van een ‘dip(je)’ in de evolutie. Het wereldbewustzijn evolueert intussen voortdurend naar een afkeuring van oorlog en een noodzaak om de wereldproblemen van de armoede op te lossen. Er is hoop.

Wellicht kan de financiëel-economische crisis die we nu (2008-2009) meemaken een start betekenen voor een betere verdeling van ‘de goederen der aarde’ onder alle mensen, met matiging aan de top en opvullen van de gaten der armoede bij de andere leden van dezelfde maatschappij.

 

Niemand beweert dat er buiten (of zelfs binnen) het ons bekende heelal geen andere intelligente wezens zouden bestaan die een gelijkaardig ‘parcours’ aan het afleggen zijn, integendeel zelfs. Niet voor niets wordt dag en nacht uitgekeken zover de waarneming kan reiken om signalen op te vangen van mogelijk bestaande wezens, die wel eens veel verder zouden kunnen ontwikkeld zijn dan wij, mensen.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 18:28 Reageer op dit bericht Stuur door

De onvrijheid.


01-07-2007

'Vrijheid'

De menselijke vrijheid is altijd een intrigerend thema geweest voor filosofen.

Persoonlijk heb ik me al vaak de vraag gesteld : als de menselijke vrijheid bestaat (wat ik betwijfel) : wanneer is ze dan be
gonnen ?

Ik ga uit van de evolutieleer, waarmee ik bedoel dat we geleidelijk aan gegroeid zijn uit minder complexe wezens, waarvan de laatste stap vóór de mens de aap moet zijn geweest.

Algemeen (?) wordt aangenomen dat er sprake is van 'de mens' vanaf het moment dat de aap 'zelfbewust' is geworden. Niet alleen, zoals voordien, uitsluitend 'pragmatisch' (op het handelen gericht) heeft gedacht, maar is gaan nadenken over zichzelf : "wie ben ik" enz...
De 'geleidelijkheid' van de evolutie is een aneenschakeling van kleinere sprongen, maar in de evolutieleer houdt men ook rekening met grotere, duidelijke, sprongen. Het komen tot zelfbewustzijn moet dan zo'n 'sprong' geweest zijn.

Is het ook zo met de menselijke vrijheid ?... Was onze voorvader, de aap, vrij ? Zoniet, wanneer is die aap vrij geworden ? Op hetzelfde ogenblik als hij zelfbewust is geworden ?... Was dat ook zo'n 'evolutiesprong' ? Werd hij ---'plotsklaps' een vrij wezen dat originele, alleen aan hémzelf te danken, beslissingen nam ?...

Persoonlijk geloof ik dat niet. Omdat ik gewoon niet geloof in de menselijke vrijheid.
Al wat een mens doet, doet hij op basis van prikkels : niet alleen het zoeken naar voedsel of naar een 'vrouwtje', eminente voorbeelden van prikkels waarop niet alleen dieren, maar ook mensen reageren. Maar die 'prikkels' zijn niet allemaal zo eenvoudig.  Er zijn vooreerst prikkels 'bijgekomen' die een eenvoudige aap niet, of in veel mindere mate, ondervond : neem bv 'status'. Hoe sterk worden wij niet gedreven door deze prikkel ? We zullen het niet gauw toegeven, maar zouden wellicht versteld staan hoe vaak we zus of zo handelen omwille van onze 'status' in de maatschappij en de (veelal onbewuste) drang om die status te behouden, resp. te verhogen (1). Onze hebzucht is een andere dominante drang. We zullen het weer niet gemakkelijk toegeven, maar veel van onze daden zijn gericht op het hebben en het méér hebben.
Het kunnen vervolgens 'combinaties' zijn van prikkels, zo verschillend en complex, dat we er zelf niet meer van bewust zijn en niet meer kunnen uitmaken over welke prikkels het gaat. Méér : we zijn gaan geloven dat we niet handelden op basis van 'prikkels', we hebben onszelf 'vrije mens' verklaard...

Ik moet eerlijk toegeven dat ikzelf niet voor 100 % overtuigd ben van die theorie, maar toch voor 99 % ! Zóveel van wat we denken 'vrij' te doen, kan uiteindelijk, na diepe analyse, verklaard worden als gevolg van (allerlei, vaak onbewuste) prikkels. (de 'rationalisatie', in de filosofische betekenis van dat woord, is een actie van de mens waarmee hij vaak - steeds achteraf - zijn handelingen en beslissingen probeert te verklaren als gebaseerd op 'vrije beslissing' en redelijke motieven, waar in feite de handeling puur op prikkels was gebaseerd. Deze rationalisatie is voor mij een 'bewijs' dat de mens niet zelf, vrijelijk, beslist, maar in feite 'gedreven wordt' door duizende prikkels in hem die in een daad overgaan, prikkels die hij niet 'in de hand' heeft.)
(2)

Hufo

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 16:42 Reageer op dit bericht Stuur door

De Vrijheid.


                          VRIJHEID

 

In een bijdrage over ‘geweten’ (11.3.05) beloofde ik een vervolg dat zou gaan over de vrijheid die daar al ter sprake kwam.

 

Het gaat dan niet over ‘niet gevangen zijn’.

Het gaat niet over de vrijheid van meningsuiting.

Het gaat zelfs niet over de VRIJheid van DENKEN.

Laten we het noemen de filosofische vrijheid, de vrijheid van de wil : “de mogelijkheid te handelen zoals men wil” (Philosophisches Wörterbuch).

 

Men kan moeilijk vrij handelen wanneer men geen fysische vrijheid geniet en toch kan een gevangene, die zijn straf aanvaardt, vrijer zijn dan een bon vivant die er op los leeft, maar verslaafd is aan alcohol of iets anders.

 

Als we nog iets dieper willen graven, dan komen we bij de vraag : IS de mens wel vrij, beslissen wij zelf wat we doen, of worden wij uiteindelijk gedreven door wat wij vroeger ‘de instincten’ noemden, het instinct van levensbehoud zorgen (desnoods vechten) voor eten en drinken. Zorgen voor nageslacht (= verder leven na onze dood). Vandaag spreekt men van de genen : het zit in onze genen, waarmee men vaak bedoelt : “er is niets of niet veel aan te doen”. Of (erger nog ?) de chemie bepaalt ons leven : “welke chemie zou dààr de oorzaak van zijn ?” Ik schreef overigens eerder een bijdrage over ‘Leren leven met zijn genen’ waarin ik mijn idee over het bestaan van de vrijheid uiteenzette.

 

Er zijn mensen, filosofisch denkende mensen, en ik ken er, die het bestaan van deze menselijke vrijheid ronduit loochenen. En ik volg hen zeker voor een groot deel. Want wanneer we uitgaan van de evolutieleer, - en ik neem aan dat er in de westerse wereld (afgezien van het ‘reservaat’ landelijk Amerika) geen mensen meer zijn die dat niet doen (overigens ook gelovige mensen niet, want die hebben het scheppingsverhaal uit de bijbel ook al lang vervangen door een wetenschappelijke uitleg, waarbij van dat bijbels verhaal eigenlijk nog alleen het scheppingsbeginsel overblijft), wanneer we dus van de evolutieleer uitgaan, dan stellen we vast dat tijdens het grootste deel van die evolutie naar de mens toe, geen sprake kan geweest zijn van deze ‘vrijheid’. Was het één – of tweecellige wezen vrij ? Was de vis vrij ? Waren de eerste zoogdieren vrij ? Was (en is) de aap vrij ?.... Ik geloof dat we hier enkel negatief kunnen op antwoorden. Dan komt de netelige vraag : wanneer is de mens dan vrij geworden ?...

 

Wanneer we aan het andere einde van de evolutie beginnen, nl. met de situatie van vandaag, dan hebben we het moeilijk met het ontkénnen van die vrijheid. We weten beter dan vroeger dat er allerlei krachten zijn die ons handelen (mede) bepalen : onze genen, onze opvoeders, onze private geschiedenis (al wat we meemaakten in ons leven). (Door een Engels filosoof worden al deze gegevens samengevat in de woorden ‘nature and nurture’). Maar uitgaande van ons eigen bewustzijn, lijkt die ‘vrijheid’ ontegensprekelijk. Wij hebben althans de stellige indruk dat wij zélf beslissen wat wij doen en niet doen. We kennen wel allemaal de verhalen van advocaten over “onweerstaanbare drang”, we wéten dat een verwaarloosd kind het uiterst moeilijk heeft om tot een hoogstaand moreel leven te komen, gekwetst als ze soms zijn in hun diepste menselijkheid. Maar toch blijft de perceptie van onze eigen beslissingen, dat die vrij zijn genomen. Of is dit ook maar het gevolg van een soort indoctrinatie gedurende eeuwen ?.... Als ‘vrije denkers’ moeten we ons die vraag durven stellen en een ontnuchterend antwoord niet a priori afwijzen.

 

 

Ik schreef hier al eerder, en ik blijf er bij, dat wij inderdaad vrij zijn, althans in zekere mate, en zeker in een veel kleinere mate dan wij vroeger geleerd hebben. Ik geloof nl dat deze vrijheid beperkt blijft tot een fundamentele keuze : de keuze tussen goed en kwaad, tussen ‘het stemmetje op onze rechter schouder en dat op onze linker’, tussen het volgen van ons geweten en het niet-volgen. Ik zou het nù liever noemen : het kiezen om mee te werken aan het totstandkomen van ‘de harmonie’ (van hét leven, van het heelal uiteindelijk) die ons beperkingen oplegt en offers vergt, of de keuze voor onszélf (en de onzen eventueel) en de weigering om ons in te schakelen in de stroom naar die harmonie.

 

Dat we naar die harmonie evolueren is voor mij een zekerheid, ik ben maw fundamenteel optimist.

 

Maar over dit optimisme en de redenen ertoe zullen we het toch maar beter een andere keer hebben.

 

Ufo.7.05.05.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 16:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Van chaos...III. De Maatschappij, 1. Eigendomsrecht

                                                                                                                                   13.

Van chaos tot harmonie, III. De maatschappij,

 

1. Het Eigendomsrecht

 

Het is verleidelijk om in het kader van een ideale maatschappij (‘Utopia’), het eigendomsrecht niet op te nemen : alles is van iedereen, we zijn allen gelijk, dus... Dat is wellicht denkbaar in een (veel) verder gevorderd stadium van deze maatschappij. We willen daar niet op vooruitlopen en gaan er van uit dat onze hedendaagse maatschappij niet zonder eigendomsrecht kan, al is de wereld in principe dan ook van ons allen.

 

Is dit wel een goede zaak in het perspectief van die harmonieuze maatschappij ?

Er zijn zeker nadelen aan dit systeem (beginsel). Er zijn dan ook in de loop van de geschiedenis verschillende pogingen geweest om het samen-leven te organiseren zonder dit eigendomsrecht : bij de eerste christenen zijn er groepen geweest die alles in gemeenschap hadden en met elkaar deelden. Het communisme ging uit van een samenleving zonder eigendomsrecht. De ‘communes’ van de Flower-Power-beweging van ’68-’69...  Ze zijn geen van allen blijven bestaan. Hoe lang die groepen eerste christenen het systeem hebben kunnen volhouden is niet zo duidelijk. De Flower-Power-communes waren na een paar jaar opgerold. Het communisme, dat het het langst volhield moest beroep doen op ijzeren wetten, verklikkers en goelachs om het te rekken, maar is uiteindelijk ook ten onder gegaan. Daar schoot toen van die ‘afwezigheid van eigendomsrecht’ al niet veel meer over. Het werd omzeild door politiekers en partijfunctionarissen met eigen winkels en allerhande privileges die eigenlijk maar gecamoufleerde eigendom waren.

 

Eigendomsrecht zal dus voorlopig alvast wel onvermijdelijk zijn. En dat moet ons niet verwonderen gezien de voordelen die dat systeem ontegensprekelijk heeft :

Wie initiatieven neemt, bekwaam is en er hard voor werkt, wil terecht graag de vruchten van zijn inzet plukken en die bestendigd zien. Hij wil eigendommen kunnen verwerven en die met zekerheid behouden. Hij wil zelfs de vruchten van zijn inzet kunnen doorgeven aan zijn nakomelingen. Dit is de prikkel van het eigendomsrecht om iets te beginnen en ook om het vol te houden.

 

                                                                                                                                    14.      

 

Tot daar is er niets mis met e. en kan het alleen toegejuicht worden. Zeker wanneer men er dan ook rekening mee houdt dat een bedrijf dat door deze initiatiefnemende ondernemer werd opgebouwd, meteen ‘werk-gever’ wordt en daardoor werknemers een zekere welstand bijbrengt.

De ondernemer moet op kapitaal kunnen rekenen om eventueel verder te groeien.

 

Maar het voordeel wordt een nadeel (voor de gemeenschap) wanneer deze eigendom ongebreideld kan groeien, wanneer die eigendom een doel op zich gaat worden en gaat leiden tot machtsposities die niet meer in de hand te houden zijn. Waar geen enkel gezag nog vat op heeft. Zodat bv uitbuiting van de werknemers mogelijk wordt (in de geschiedenis is deze wantoesdtand in mindere of meerdere mate voortdurend aanwezig geweest) en verder zelfs invloed in de politiek (steekpenningen).

 

Privaateigendom moet maw ‘gereguleerd’, beperkt, in de hand gehouden worden door een hogere instantie, een overheid – hoe ze zich ook organiseert – die toezicht houdt, regels (wetten) opstelt en de toepassing ervan kan afdwingen (politie, gerecht, sankties). Die is, helaas, momenteel niet toereikend, en helemaal onbestaande wanneer het over multinationals gaat.

 

03.’09

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Van chaos...II. De Mens, 8. De zin vh leven en 'het geluk'.


                                                                                                       10.

 

8. De zin van het leven en ‘het geluk’.

 

Afgezien van godsdiensten die de zin van het menselijk leven min of meer gaan verleggen naar het ‘hiernamaals’ en daardoor aan het heden op zich eigenlijk zin ontzeggen, vind ik persoonlijk dat er wel degelijk een ‘zin’ is, dat het maw de moeite loont om te leven, om ‘erbij te zijn’. Dat we ons niet moeten wentelen in pessimisme à la Schopenhauer.

 

Als ongelovige (in een of andere openbaring) moeten we die zin echter in onszelf en in de ‘materiële wereld’ buiten ons (universum) kunnen vinden (1) (ik bedoel niet dat wijzelf die zin uitmaken), er bestaat geen andere bron, behalve natuurlijk eventueel andere ‘zinzoekers’ die ‘iets ‘ gevonden hebben (binnen hetzelfde ‘gegeven’).

 

Joël De Ceulaer schreef in een artikel in FotoKnack ‘06, p. 85 dat ‘ietsisme’ zou uitgaan van ‘iets’ boven de mens, boven de materie, maar dat is helemaal niet nodig. Dat ongekende ‘iets’ zit m.i. IN de materie, tot in zijn kleinste elementen (en dus ook in de mens die uit materie bestaat): het is een energie die ‘gerichtdheid’ in zich draagt, maw, ze gaat op een doel af, al is dat doel vaag en niet vastgelegd, en zeker niet eenduidig te begrijpen door de mens, maar ik zou dat doel willen noemen : ‘harmonie’, ‘éénheid’, ‘vervulling’, iets van die orde, men zou misschien ook van ‘geluk’ kunnen spreken.

 

Wat heeft dit te maken met ‘de zin van ons bestaan’ ?...

 

Die zin bestaat in het zichzelf inschakelen in ‘de grote trek’ naar die harmonie. De richtlijn daartoe, het kompas is ons ‘geweten’, dwz de intuïtieve kennis van het goede (2), het juiste, die ons leidt naar de volledige inschakeling in deze tocht en die erin bestaat met de hele schepping eens te worden over de juiste weg : het goede doen, de liefde voor alles, die de harmonie mogelijk maakt.

Dit sluit aan op wat we hier schreven over ‘goed en kwaad’, Goed en kwaad bestaat niet. Alleen juist en fout : wanneer we ons inschakelen in de grote rush naar de harmonie, dan zijn we ‘goed bezig’. Doen we dat niet dan zitten we fout.

 

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                       11.

 

Geeft dat nu ‘zin’ aan ons leven ? Ik denk het wél. Als we weten dat we op de goede lijn zitten dan kunnen we daar in zekere zin ‘gelukkig’ mee zijn. ‘Goed doen’ (lees ‘juist handelen’) geeft de mens inderdaad een voldoening. ‘Goede mensen’, ook al bezitten ze niet veel, zijn veelal ook gelukkige mensen (3). Alhoewel hier de restrictie moet gemaakt worden met betrekking tot ‘het kwade’. Want inderdaad, die ‘rush’ naar de harmonie verloopt niet vlekkeloos. Er bestaat blijkbaar, naast de positieve kracht, de energie van de harmonie, ook een negatieve kracht die dit streven voortdurend dwarsboomt. Het ‘kwaad’ in onszelf en in de maatschappij is onmiskenbaar (zie PS)(een of andere ‘duivel’ volgens de godsdiensten). De neigingen in ons die maar steeds wringen om ons op onszelf te keren, die van alles en nog wat vinden om ons af te wenden van een harmonieuze opgang in de gemeenschap om ons te plooien op onszelf : het egoïsme.

In het collectieve zijn dat de krachten die de gemeenschap voortdurend richten op eigenbelang (het ‘groepsegoïsme’) en die dit eigenbelang zover gaan drijven dat er andere groepen van mensen de dupe van worden – de armoede, in extreme gevallen er zelfs met de wapens voor worden  bestreden en gedood (oorlogen).

 

Het zal nog wel enkele eeuwkes duren vooraleer die harmonie bereikt wordt, maar ik blijf optimist en vind daartoe aanleiding in het voorbije verloop van de geschiedenis waarin het vechten geleidelijkaan heeft plaats gemaakt voor het samenwerken. Al zijn daar vele en vele bemerkingen op te maken. Ik weet het.

We stellen ook vast dat dit streven van de cosmos naar harmonie een onvoorstelbare en wonderbare ‘herhalingsmogelijkheid’ bezit. Daarmee bedoel ik dat de cosmos in zijn rush naar de harmonie niet alleen boven de tijd schijnt te staan (miljoenen jaren zijn nog maar een ‘tel’ in die evolutie) maar ook dat hij beschikt over een steeds opnieuw scheppende weelde en overvloed, ik zou bijna zeggen ‘verkwisting’ van mogelijkheden die zich onbeperkt herhalen tot er iets beters uit voortkomt : zie de evolutie van de mens van eencellig wezen naar uiterst complexe zelfbewuste eenheid.

 

1.1.07.

 

 

 

                                                                                                   12.

 

(1)   Afgezien van de vraag of wij die zin kúnnen kennen : er kan perfect een ‘zin’ bestaan zonder dat wij die kennen, zoals ook de materie er geen weet van heeft. De mens, als ‘bewust’ wezen kan deze zin eventueel achterhalen, maar wel alleen door in zichzelf en ín de dingen en de geschiedenis te kijken.

 

(2)   En die kennis IS er. Die beleven wij allemaal : de intuïtieve kennis van ‘goed en kwaad’ (juist en fout), de ‘stem’ in ons die ons voortdurend zegt of we ‘goed bezig’ zijn, dan wel verkeerd. Die ‘stem’ is niet altijd even duidelijk, daarom gebruik ik hier graag het beeld van de kompas die ook niet accuraat en onwankelbaar het noorden aanwijst. Het is dezelfde ‘stem’ die ons meer en meer bewust aan het maken is o.m.van de ongehoordheid van de hedendaagse kloof tussen rijk en arm.

 

(3)   Er moet hier voorbehoud gemaakt worden voor de ‘goede’ mens die lijdt, hetzij door overdreven armoede (honger) hetzij door ziekte of ander lijden. Hoewel armoede en lijden nog niet noodzakelijk gelukkig zijn beletten. Kijk maar naar veel arme volkeren die naar onze normen in armoede leven, maar die soms gelukkiger  zijn dan wij, de ‘zingende neger’...

 

 PS Op dit punt ben ik gaan inzien dat 'het kwaad' niet mag gezien worden als een aparte werkelijkheid, maar als de 'onvolmaaktheid' van de intelligente energie. Geen apart iets dus, maar een 'tekort', een 'zwakte' van die i.e..

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Huysmansa om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Van chaos... II De Mens, 4.Het geweten, 5. Kunst, schoonheid, waarheid, 6. De liefde, 7. Het kwaad


 

4. Het geweten

 

Dit begrip roept allicht bij sommigen reminiscenties op aan preken en catechismus, maar het lijkt mij toch een bruikbaar woord, omdat het ook in ongelovige kringen wordt gebruikt en daar zelfs méér belang heeft dan bij gelovigen. Juist omdat die af willen van alle betutteling van kerk en godsdienst en daarvoor verwijzen naar ieders persoonlijke drang naar goedheid en juistheid die dan het persoonlijke geweten zou zijn : ‘wij hebben ons geweten’.

 

Het geweten, de innerlijke sturing naar het goede, het juiste is inderdaad zo algemeen menselijk dat ik er van uitga als van de zoveelste ‘vaststelling’.

 

Zeker, het speelt maar ten volle zijn rol wanneer de mens ‘mens’ kan zijn, dwz niet geplaagd wordt door honger en de noodzaak voor voedsel te zorgen (een eerste ‘dierlijke’ behoefte van overleven. Ik noem het ‘dierlijk, niet uit minachting, maar omdat we die nood gemeenschappelijk hebben met alle dieren), of door de nood ons voortbestaan te beschermen tegen muitende en moordende benden zoals die in sommige landen nog bestaat, of als we niet ‘bezeten’ zijn door de drang tot voortplanting of de eerder ziekelijk vorm daarvan : obsessie van de sex...

In die gevallen is het geweten zwijgzaam en heeft het minder betekenis voor een mens.

Maar wanneer wij deze, laten we het samenvatten ‘elementaire behoeften’ min of meer in de hand hebben, dan spreekt ons geweten een goed luidende taal. Wij voelen niet alleen in ons persoonlijk leven aan wanneer we iets verkeerd doen of deden, maar ook wat de ‘gemeenschap’ juist of verkeerd doet : we voelen aan dat genocide en andere holocausten verkeerd zijn, we gaan ook meer en meer de onrechtvaardigheid, de ontoelaatbaarheid van armoede en honger in Afrika of elders als dusdanig aanvoelen en de neiging hebben ‘er iets aan te doen’. We gruwen van de onderdrukking van bv Palestijnen, maar we steigeren ook tegen de zelfzekere, oorlog-predikende en –voerende Bush, tegen de domhoudende, islam-misbruikende sjahs die op hun olie zitten, er fortuinen aan verdienen maar evengoed hun onderdanen of mede-gelovigen in de ellende laten steken...

Het menselijk geweten is meegegroeid met de ‘verdorping’ van de wereld : vroeger leefden we mee met de mensen uit ons dorp, nu met de mensen van ons ‘wereld-dorp’.

 

Het geweten is niet louter negatief : ons van het foute weghoudend, het is ook positief en kan ons verheven vreugde bezorgen wanneer we persoonlijk iets goed deden of wanneer we in de wereld echte goede mensen bezig zien : wie is nooit ontroerd geweest door de edele figuur van Mandele, of, de ietwat ouderen onder ons, door de redevoering van M.L. King of het leven van Gandhi ?... Dit is geen sentimentaliteit, dit is het aanvoelen van hoogstaande goedheid, moed, heldhaftigheid in dienst van de medemens. Aanvoelen dat ons ontroert en gelukkig maakt : ZO is het goed, ZO zou ik ook moeten zijn, ZO zouden alle mensen moeten zijn...

Het is een ver aanvoelen, beleven van ‘de harmonie’, de opperste staat van welzijn.

 

5. Betekenis van de kunst, de ‘schoonheid’ en ‘de waarheid’ in dit proces

 

Er is nog een ander domein waar we ons dichter bij ‘de harmonie’ kunnen voelen : de kunst. De kunstenaar, of het nu een componist, een beeldhouwer, een schilder, een schrijver of een goed acteur is, kan ‘harmonie’ op zijn terrein doen beleven : kunstwerken die ons ontroeren geven ons een (voor)smaak van DE schoonheid, DE harmonie waarnaar het streven in ons allen is gericht. Het zijn geluksmomenten, kunnen voor sommigen zelfs ‘extase-momenten’ worden waarin ze een glimp van DE harmonie opvangen en beleven.

 

Ook de schoonheid van de natuur (en van de mens, deel van die natuur !) kan ons momenten van geluk bezorgen waarin wij als het ware voelen wat ‘harmonie’ betekent en in welke zalige toestand we ons kunnen bevinden in die momenten van ‘schoonheids – en harmoniegenieten’.

 

Een doorleefd moment van ‘inzicht’, een ontdekte waarheid,  lijkt een ander belevingsmoment van de harmonie : iets wat ons plotsklaps duidelijk wordt, waar we inzicht in krijgen en waar we eerder niet aan toe kwamen. Een intens gevoel van dichter bij de waarheid, de harmonie te komen...

 

Op die manier is de mens als het ware de spits van het streven van de natuur, het heelal, de cosmos, naar een harmonie. De mens is het eerste wezen dat een streven, dat miljarden jaren bestaat, bewust kan beleven en er zich ‘inschrijven’. Of en hoe het ‘verhaal’ verder gaat wanneer de harmonie op de wereld verwezenlijkt zal zijn ligt nog veraf. Ik laat het maar, voor de toekomst, bij deze aardse fase. Ik heb ook geen enkele ‘waarneming’, ‘vaststelling’, waarop ik een verdere evolutie zou kunnen funderen. Slechts een paar schrijvers-filosofen gewagen, bij mijn weten, van een soort ‘planetair bewustzijn’ een hogere eenheid tussen de mensen. Teillard de Chardin bv.. Ook Wilber schijnt daarover ideeën te hebben.

 

 

6. De liefde

 

Een bijdrage over de mens kan niet zonder het eeuwige thema van de liefde te bespreken.

 

Wat is de plaats van de liefde in dit verhaal over de mens.

Eigenlijk is het reeds verteld : de liefde is een andere naam voor de intelligente energie die in ons leeft.

Afgezien van de erotische liefde, die een heel aparte plaats bekleedt, kunnen we de liefde inderdaad zien als ‘de goede kracht’ in ons die ons drijft naar de absolute harmonie : wij hebben allemaal die diepe kracht in ons die verlangt en in min of meer expliciete wijze ook streeft naar het geluk van onze medemensen, van echtgeno(o)t(e) tot verhongerende Ethiopische baby. Die kracht zal, door allerlei omstandigheden, in sommigen meer suksesrijk ageren dan in anderen, maar ze lééft in iedereen.

 

Helaas is daar altijd eveneens aanwezig de ‘dissonante kracht’, ‘het kwaad’ dat ook in de mens voortdurend weerstand biedt aan die alomvattende liefde en die de mens naar zichzelf keert en hem afwendt van deze fundamentele opdracht en stuwing van die liefde.

 

 

7. ‘Het kwaad’.

 

We komen hier nog even uitdrukkelijk terug op het ‘negatieve beginsel’, het kwaad. Wat kunnen bestaan van een kracht waarnemen die de opgang naar de harmonie verstoort : ‘het kwaad’ genoemd. Een tegenwerkende kracht, een dissonant in het streven (van het universum) naar harmonie.

 

We stellen reeds in de evolutie van het heelal, vanaf de ‘big bang’ tot nu, vast, dat niet alles rimpelloos verloopt : Er doen zich ‘botsingen’ voor in het heelal, brokstukken vliegen in het rond en bedreigen hemellichamen waaronder onze aarde. De aarde wordt, benevens door de zon langs de buitenkant, ook door de gloeiende aardkern van binnenuit ‘op temperatuur’ gehouden. Maar deze aardkern zorgt ook regelmatig voor uitbarstingen en aardverschuivingen die de orde niet onbeduidend komen verstoren. De zon en de oceanen zorgen voor verdamping en regen die het vasteland leefbaar maken, maar ‘ontaarden’ soms in stormen en tsunami’s die echte rampen veroorzaken in de betrokken gebieden...

 

Maar ook in de mens zelf schijnt dit ‘kwade beginsel’ te werken : het verstoord de werking van ons kompas, ons geweten niet weinig door allerlei neigingen die ons afhouden of zelfs afwenden van de juiste richting : ons egoïsme vooreerst, dat ons afwendt van onze richting naar buiten, naar de ander, naar de harmonie en ons op onszelf richt, onszelf tot middelpunt wil maken van alles. Maar allerlei andere ‘hindernissen’ zijn actief en hebben een gelijkaardig negatief effect op ons gericht-zijn en ons streven naar de harmonie : luiheid, eet-zucht, neiging tot allerlei genoegens die ons van dat streven naar harmonie in onszelf en in de ons omringende wereld afleiden of afhouden.

 

Optimisme kan ons sterken in onze overtuiging dat we naar iets geweldigs evolueren, realisme dwingt er ons voortdurend toe rekening te houden met die ‘dissonante’ kracht(en) in onszelf en in het universum tout court.

 

Een voorbeeld is hier misschien niet overbodig.

Een ‘evolutie naar harmonie’ binnen de mensheid zou alvast als minimum bevatten dat alle mensen het nodige voedsel, kleding, huisvesting, verwarming en ziekenzorg zouden hebben. (Onderwijs en zo verder kan dan reeds een hoger niveau van ‘harmonie in de mensheid’ betekenen.)

Maar zelfs in het streven van elementaire menselijke levensvoorwaarden slaagt de hedendaagse wereldorganisatie nog niet. Ngo’s, wereldbanken, inzamelingen bij de begoeden, ‘foundations’ als die van Bill Gates en honderden andere initiatieven slagen er zelfs momenteel niet in de toestand in de goede richting te sturen. ‘Het kwade’, in de vorm van kleine en grote potentaten die de hulp tegenhouden of in eigen zakken steken, organisaties als Ngo’s die zelf af te rekenen hebben met onbekwaamheid, vermoeidheid en corruptie. Donatoren wiens geduld en goede wil door dit alles op de proef gesteld wordt. Een tegenvallende klimaatwijziging dat hele gebieden met uitdroging bedreigt en de waterputten leeg zuigt. Het grondwater dat als een nieuwe bedreiging zienderogen zakt en een bijkomende bedreiging vormt....

Het zijn geen tekenen die de optimist een stimulans voor zijn zienswijze bieden.

En toch... Toch zijn er lichtpunten die ons voor wanhoop kunnen hoeden :

 

De mensheid wordt er zich meer en meer bewust van dat het zo niet verder kan : de overdadige luxe aan de ene kant en de ellende aan de andere, het wringt bij meer en meer mensen en de tijd komt dat zorgeloze profiteurs zich zullen gaan schamen of dat ze aan de schandpaal gezet worden en op die manier gedwongen van minder te verkwisten en hun overvloed af te staan om de leefbaarheid van de hele mensheid mogelijk te maken. Een min of meer gedwongen nivellering van de verdeling van ‘goederen der aarde’, een vullen van de ‘armoedeputten’ van de ‘niets-hebbers’ met de ‘weeldebergen’ van de ‘veelhebbers’. Niemand hoeft armoede te lijden op de wereld, ‘er is genoeg voor iedereen’, maar verkwisting en grote luxe zijn misdadig.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Huysmansa om 11:38 Reageer op dit bericht Stuur door

Van chaos... II. De Mens, 1 Het zelfbewustzijn, 2 de vrijheid en 3 verantwoordelijkheid

VAN CHAOS TOT HARMONIE
 

II. De mens

 

De evolutie van de mens, van eencellig wezen naar de uiterst complexe samenstelling ‘mens’, is voldoende bekend en we mogen er hier wel van uit gaan zonder de ‘hypothese’ van de ‘schepping’ te behandelen.

 

De mens is echter zo ’n belangrijk ‘wezen’ in het heelal, dat we zeker speciale aandacht aan hem moeten wijden.

 

1. Het zelfbewustzijn.

 

Inderdaad, in de mens is voor het eerst het ‘zelfbewustzijn’ ontwaakt. Andere wezens hebben ook een min of meer ontwikkelde intelligentie, maar zelfs bij de aap wordt nog niet van ‘zelfbewustzijn’ gesproken (al kunnen ze ook ‘vreemd’ zitten ‘denken’ wanneer men ze gade slaat !). Het is in elk geval duidelijk dat er nog een groot verschil bestaat tussen de intelligentie van dieren en die van mensen.

 

2. De Vrijheid.

 

Een tweede onderscheid met dieren zou de ‘vrijheid’ zijn. Die ligt de laatste tijd echter serieus onder vuur. Verschillende filosofen ontkennen het bestaan van de vrijheid gewoon en houden het hooguit bij een maximale ‘autonomie’, die echter ook, in lagere gradaties, bij dieren bestaat. Ik sluit mij aan bij deze overtuiging.

 

Hoe werkt die zogen. (on)vrijheid dan ?

Als een mens een handeling verricht wordt hij wellicht door honderde veschillende stimuli ‘gestuurd’ (wij zijn ons meestal maar bewust van enkele, en ons bewustzijn kiest er, meestal achteraf, de edelste uit), hij doet het ‘omdat hij niet anders kan’. Ook al heeft men de indruk ‘zélf’ te beslissen, in feite worden wij gestuurd. Onze beslissingen hebben dus geen moreel goede of slecht eigenschap, maar ze kunnen wel  ‘verkeerd’ of  ‘juist’ zijn : verkeerd is dan : niet in overeenstemming met in ons ingebouwde streven naar harmonie. Juist is net het omgekeerde : wél in de richting van de harmonie. De intelligente energie levert dus IN ons een voortdurende strijd met de ‘dissonantie’ (met het kwaad), zoals ze die al miljarden jaren levert in de opbouw van het heelal, in het vormen (door evolutie) van de mens. Een juiste handeling zal ons een bevredigingsgevoel geven (‘dat heb ik goed gedaan’), groter naarmate de handeling belangrijker was. Een verkeerde daad daarentegen ‘wringt’ altijd min of meer. En leidt bij een zware fout (een moord bv) tot ‘wroeging’ : een onverklaarbaar gevoel van ontevredenheid met onszelf (lees ‘Misdaad en straf’, ‘Schuld en boete’, van Dostojewski).

 

Het ‘immorele’ ‘genot’ bij verkeerde daden is als het ware de tegenhanger van dit geluksgevoel, het kan wel zeer hevig zijn, maar gaat altijd gepaard met een wrange bijsmaak. Bestaat een ‘gelukkige’ misdadiger ? Een gelukkige dwingeland ? Een gelukkige verkrachter ? Zelfs een gelukkige miljardair wanneer hij naast zijn eigen miljarden niet kan bogen op veel welzijn dat door hem bewerkstelligd werd ? Er zijn wel zogezegd in weelde zwemmende ‘bon vivants’ en profiteurs, maar zijn zij echt gelukkig ? Ik kan het me niet voorstellen. Waar gebeuren de meeste zelfmoorden ?....

 

3. Verantwoordelijkheid

 

Wie ‘vrijheid’ zegt, zegt ‘verantwoordelijkheid’, wie de vrijheid uitschakelt, schakelt ook de verantwoordelijkheid uit : geen verantwoordelijkheid zonder vrijheid. En ook dat neem ik er bij.

Maar als men dààr van uitgaat, dan is er geen reden meer om mensen te straffen voor zogen. misdaden.

 

En inderdaad : straffen als een soort ‘wraak’ van de benadeelde enkeling of gemeenschap heeft geen zin. Losbandigheid dan maar ? Anarchie ? Leef er maar op los, straffeloosheid ? Ook niet.

Wat dan wél ?

 

Een misdaad is in deze visie niet goed gepraat : de misdaad gaat in tegen de streving naar harmonie, is een ‘dissonant’, is dus verkeerd en moet bijgevolg bestreden worden. Maar bestrijden is iets anders dan ‘bestraffen’.

 

Deze andere aanpak werd beschreven in ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’, de inleiding tot het hoofdstuk ‘Justitie’,  in DEP, het vierde deel van ‘Van chaos tot harmonie’

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Huysmansa om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Hufo

↑ Terug naar de berichten