Gent

Genealogie-VANCAYZEELE en Consoorten
Gent
Carzeele hof
Sinterklaas
CARZEELE uitlegJe wist het wel niet. Carzeele is hoogst waarschijnlijk een gehucht, of een dorp geweest, in de buurt van wat nu Waregem heet. Wie Waregem kent weet dat daar nu nog langs het heel oude " goed te Caeyseele " een Caseelestraat loopt .
Een grondige studie van de naam bestaat er nog niet. Het komt misschien nog. We weten voorlopig reeds dit, dat de schrijfwijze heel veel veranderingen kende.
In de St.‑Michielskerk in Gent vinden we een schild, vaar van we een afbeelding van op de kaft van het krantje vinden. Dit schild vewijst naar jonckvrouwe Avezoete VAN CASELE (1609).
JUDOCUS, de oudste voorvader, die rechtstreekse verbinding heeft met de nu levenden werd beschreven: “Judocus Van Cayseele”.
Verder vingen we nog Van Cayzeele, Vancaeyzeele Vancayseele Caeyseele, Cayzeele, Caeyzeele en vroeger zelfs Kayseele.
Frans Debrabandere, licentiaat geschiedenis, schrijft in zijn " Studie van de persoonsnamen in de Kasselrij Kortrijk, 1350‑1400", blz. 221 over ‘Jhans van Carzeele’. Hij meent dat de naam Vancayseele (en andere schrijfwijzen) ontstaan is uit een Kortrijkse verschrijving van de letter ‘r’ tot ‘j’. Dit gebeurt nu nog in het dialect van de streek
Caeseele tekst
AIDS
Caseel
Kerk Reningelst
Kerk Watou
GedcomGedcom:
een probleem of een oplossing ?
GEDCOM (GEnealogcal Data COMmunication standard) is door de leden van de Amerikaanse tak van de Mormonen (
Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen) gedefinieerd. Het was en is bedoeld als hulpmiddel voor het opsturen van de gegevens van de leden van die kerk over hun voorouders. Die gegevens zijn van belang voor hun geloof en worden daarom in Utah centraal bewaard.
kapel vancaeyzeele
Anna Maria Van Caseele - Bellem 1681
Watou - kerkhof
De parochieregisters zijn een onmisbare bronMet wat geluk kan je voor je opzoekingen beschikken over parochieregisters die beginnen in de 17de eeuw en eindigen in de 18de eeuw. Oudere parochieregisters zijn zeldzaam (maar komen voor) (2) en recentere parochieregisters bestaan er ook maar worden minder geraadpleegd omdat ze om te beginnen nog meestal bij de pastoor berusten en door het ontstaan van de Burgerlijke Stand hun rechtsgeldig belang verloren hebben. De gegevens uit de parochieregisters vormen samen met die uit de Burgerlijke Stand het skelet van de meeste familie geschiedenissen.
Hoe dan ook deze registers blijven een belangrijke bron. Veel belangrijker trouwens dan de meeste genealogen vermoeden. De demografen hebben al een hele tijd deze bron ontdekt en trekken er heel wat conclusies uit waar een genealoog niet direct aan denkt (denk maar aan de conceptie, de frequentie van de geboorten, de gemiddelde leeftijd van huwelijk en overlijden). Misschien moeten genealogen wel een beetje de demografische methoden overnemen. Demografen beperken zich immers niet tot die ene akte die ze nodig hebben, maar willen veeleer besluiten trekken uit een groot aantal akten. Ze hebben dan ook oog voor een aantal zaken die de meeste genealogen over het hoofd zien. In ieder geval moeten we ten stelligste aanraden bij het consulteren van de parochieregisters om de gezinnen volledig te reconstrueren. Ook de vroeg gestorven kinderen opnemen. We zullen niet alleen veel`opsteken over het dagelijkse leven, door de peters en de meters van alle kinderen te noteren, krijgen we soms de enige mogelijkheid om met een relatieve zekerheid hoger op te klimmen.
We moeten alles halen wat er in de parochieregisters steekt, maar ook niet meer. Er steken voor een niet aandachtige zoeker zeker heel wat wolfijzers en schietgeweren -als ik het zo oneerbiedig mag zeggen -in de parochieregisters. We hebben er al op gewezen dat de parochieregisters vele leemten vertonen.
Noten:
(1) J. ROELSTRAETE, Onze rubriek voor beginners.
De parochieregisters, een verkenning, in: Vlaamse Stam, XXXVIII (2002), pp. 352-356.
(2) Het concilie van Trente (1545-1563) verplichtte de pastoors wel een doopregister bij te houden maar het duurt nog een hele tijd eer de provinciale concilies de verordeningen doen toepassen. Ook de provinciale concilies (Mechelen; 1570, Leuven 1574) kenden nauwelijks uitvoering. Het tij keerde tijdens het bewind van Albrecht en Isabella (1598-1621). Meer hierover in M. CLOET, Het doopsel in de Nieuwe tijd (ca. 1550- ca. 1800), in: Levensrituelen. Geboorte en doopsel, Leuven, 1996 (Kadoc studies 20), pp. 95-122.
(479 Vlaamse Stam, jg. 38, nr. 9, september 2002
Een blik in het Repertorium der oude parochieregisters van Hervé Douxchamps en Raymond Tefnin (Bruxelles, 1985) volstaat om die op te sporen. Registers van doopsels, huwelijken en overlijdens (begrafenissen) beginnen niet in iedere parochie op hetzelfde tijdstip. Voor een deel te verklaren omdat de instructies voor de laatste registers meestal van latere datum zijn.
De pastoors hielden zich zeker niet altijd aan de kerkelijke voorschriften. Zo waren de ouders en de vroedvrouw verplicht het pas geboren kind drie dagen na de geboorte te laten dopen.
In het begin van de 17de eeuw waren sommige ouders niet altijd zo gehaast.
Prof. Dr. E.M.. Michel Cloet geeft als voorbeeld de pastoor van Meulebeke die in 1611 het doopsel tot op de tiende dag uitstelde en in Aarsele wachtten de ouders soms verscheidene weken. In Meigem was in 1642 het gebruik om de kinderen altijd op een zondag te dopen, ook al waren ze de maandag voordien geboren (3). Het gedrag van sommige pastoors leidde er zeker niet toe dat ze hun administratie, waaronder de parochieregisters, heel zorgvuldig bijhielden.
Dit maakt dat we ook deze bron (zoals iedere historische bron) met de nodige historische kritiek moeten benaderen. Hiervoor is soms wel de globale kijk op dit soort bronnen noodzakelijk. Als je op zoek bent naar een bepaalde akte, laten we het houden bij een doopakte, stel dan eens een paar vragen. Bekijk even een aantal bladzijden rond de gezochte akte. Is het altijd dezelfde persoon die de akten noteert ? Gaat het nog wel om de originele akten of heeft een latere pastoor de akten overgeschreven ? De aard van het schrift kan dit aantonen.
Sommige van de oudste registers zijn van die aard dat ze volkomen onbetrouwbaar zijn. Het oudste parochieregister van Wevelgem (Doopsels 1648-1759) is daar een sprekend voorbeeld van. Vele akten die de scribent niet kon lezen zijn onvolledig en onbetrouwbaar. Slordige pastoors vergaten wel eens akten in te schrijven. Voor ons eigen dorp (Heule) vonden we zelfs in het oudste parochieregister een notitie waarbij de pastoor zich ergert omdat de koster niet alle akten had overgeschreven. Alsof dit zijn werk was! Pastoors kwamen ook heel dikwijls van elders. Ze waren niet vertrouwd met de familienamen van hun nieuwe parochianen.
Afgaande op het gehoor werden dan ook vele namen verhaspeld. Men hoeft er maar de klappers op na te kijken om de vele variaties van familienamen terug te vinden.
Als we voor onze eigen familienaam tot meer dan 80 verschillende schrijfwijzen komen is dit voor het grootste deel te wijten aan de vele varianten in de parochieregisters.
Er zijn in onze genealogie gezinnen waarbij de schrijfwijze van alle kinderen verschillend is. Gelukkig was er de naam van de moeder! Voorschriften om de akten min of meer gelijkvormig op te stellen waren er nauwelijks. Als we dan weten dat we de kennis van het Latijn van sommige pastoors niet al te hoog mogen inschatten, heeft dit ook voor de lezing wel eens nefaste gevolgen.
Voeg dan eens twee zaken samen:
een pastoor die zijn Latijn niet goed kent en een zoeker die nooit Latijn leerde, dan kunnen we wel eens in de problemen komen. Als de pastoor een meisje doopt, dan zou dit in de akte moeten voorkomen als baptisata (vrouwelijke uitgang), maar als de pastoor bij vergissing baptisatus schrijft ? Gaat het dan wel om Petrus of moet het eerder een Petra zijn ?
3) M. CLOET, Het kerkelijk leven in een landelijke dekenij van Vlaanderen tijdens de XVlle eeuw. Tielt van 1609 tot 1700, Leuven, 1968, pp. 294-295.
(480 Vlaamse Stam, jg. 38, nr. 9, september 2002)
-De akte vermeldt alleen de doopdatum: de zoeker dient hiermee rekening te houden. Geboorte en doopsel kunnen wel enige tijd uit elkaar liggen. Soms wordt de geboorte wel vermeld als plaats vindend gisteren (heri, pridie), eergisteren (nudius tertius).
-De lezer interpreteert de lezing van een maand verkeerd als hij er niet aan denkt dat september voorkomt als 7ber, V li-ber, oktober als 8ber, Vlll-ber, november als 9ber of IX-ber en december als 1 O-ber of X-ber. Het kan natuurlijk ook in de genitief als de scribent bedoelt de eerste dag van september wat in de akte als septembris (7bris) voorkomt.
-Soms schrijft de scribent de datum niet voor iedere akte volledig over. Voor de maand en het jaar moeten we soms enkele bladzijden voordien kijken. Voor ons dorp stuitten we hierbij op de moeilijkheid dat de bladen van het oudste register heel waarschijnlijk verkeerd werden ingebonden. Dit leidden we af uit het feit dat kinderen in een zelfde gezin met een paar maanden tussentijd geboren werden.
-In oudere doopakten ontbreekt wel eens de naam van de moeder. Blijkbaar waren alleen de vader en de getuigen belangrijk. Maar in latere akten durft de pastoor wel eens een van de getuigen vergeten. Dit was evenwel tegen alle regels. De namen van peter en meter zijn immers van primordiaal belang om later een mogelijke geestelijke verwantschap vast te stellen. Geestelijke verwantschap is een huwelijksbeletsel. Een peter of meter kon dus niet huwen met zijn doopkind, noch met de ouders. We weten reeds dat de getuigen zorgvuldig moeten genoteerd worden.
-Hou bij het noteren van de gegevens rekening met de Latijnse naamvallen:
Petro, Petrum, Petri, Johannem, Johannis, Laurentio, enz...
zijn geen onderwerp in de zin, dus staan ze in een andere naamval. We noteren natuurlijk de naamval van het onderwerp (de nominatief) en schrijven dus Petrus, Johannes, Laurentius.
Maak van je familiegeschiedenis geen Italiaans of Spaans geval met allemaal namen die eindigen op -0 of -i!
Geef wel de voorkeur aan de officiële naam (dus die van de doopakte), wat niet belet dat je ook de alias- naam die je eventueel in andere akten vindt, opneemt. Hierbij is enige kennis van de Nederlandse (of Franse) vormen van de Latijnse namen nodig: b.v. Egidius (Gillis), Judocus (Joos), Joannes (Jan, Hanskin), Elisabetha (Betkin), Maria (Mayken).
Raadpleeg als het om moeilijke gevallen gaat het lijstje van Debrabandere ooit in Vlaamse Stam verschenen (4).
-De pastoor noteerde altijd of het ging om een wettig (egitimus) of onwettig (illegitimus) kind.
Tot aan de maatregelen die Jozef II trof, werd de moeder bij de geboorte van een onwettig kind gedwongen om de naam van de vader te vermelden. Of die verklaringen altijd geloofwaardig zijn is een andere zaak.
(4) F. DEBRABANDERE, Oude vleivormen en varianten van voornamen, in: Vlaamse Stam, XI (1975), pp. 79-95.
(481 Vlaamse Stam, jg. 38, nr. 9, september 2002)
Vancayzeele en consoortenCarzeele is opgericht voor het onderzoek naar de naam VANCAYSEELE en aanverwanten. We begonnen anno 1972. Omdat het ons zo opvallend raakte dat we slechts familie begonnen te ontdekken op het ogenblik dat de mensen die er nog over konden vertellen ons ontvielen startten we de opzoekingen en de familiefeesten.
De publicaties waren aanvankelijk gestencild. We bleven in stencil uitgeven tot ons 7de nummer. Vanaf het vijfde nummer werden de roots anno 1580 te Poperinge aangeroerd. We konden ondertussen beslag leggen op de aanvraag van een schild door naamgenoot in Harelbeke ( XVIIIde eeuw ). Hij beroept zich in die brief op het grafzerk waar nog altijd achter zoeken dat in de Sint Michielskerk in Gent zou te vinden zijn. Ondertussen weten we dat niemand in de kelders durft af te dalen.
Ons 7de nummer werdt het eerste dat ter perse ging in offset in “De Lovie” bij Broeder Ernest DEMEYERE. Het formaat werd aangepast van A4 naar octavo. De degelijkheid werd sterk opgevoerd. We maakten een onderscheid in de kleuren duidelijke en we publiceerden met actes de verbanden van de verschillende takken. Voor het eerst werd een embrionale kwartierstaat gemaakt van de gemeenchappelijke stamvader van de bijzonderste
Ondertussen werden STAMBOEKEN geredigeerd.
Ons éérste familiefeest feest ging door in de Kring te Poperinge. Dit gebeurde in 1974. De voorouders van 90% bekende naamgenoten woonden te Poperinge. Toen hadden we nog geen duidelijk zicht op de twee grote takken VAN CAESEELE, die we later terug vonden rond Maldegem.
We beslisten er om de 5 jaar terug een feest te organiseren.
Zo hebben we er nu al 6 gehad.
Ons tweede feest greep plaats in de Bel Védère te Westouter. We zouden aldus twee keer in dezelfde locatie de happening organiseren (1979-1984).
Ons derde en 4 feest werd georganiseerd in een grotere zaal in de Salons kerckhof te Ieper.
Op 25 05 1997 vieren we onze 25ste jaargang.
Het laatste familie feest ging door op 30 april in het jaar 2000.
Wie het verleden begrijpt - kent de toekomst
Hiermee een andere bijna letterlijke betekenis krijgt.
Inderdaad zullen gebeurtenissen bij uw voorouders - misschien wel 10 generaties terug- nog hun sporen achterlaten, sterker nog hun invloed bij ons en onze kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen enz. enz. doen gelden.
Even nog wat gereken om te illustreren hoe gigantisch veel mogelijkheden er zijn om allerlei invloeden via het aan- en uitschakelen van deze en die Genen over te brengen naar ons nageslacht:
Oorspronkelijk ging men uit van het bestaan van zo'n 100.000 genen bij de mens. Inmiddels is dat geslonken tot ca 30.000 stuks.
Als het ene gen 'aan' en het andere gen 'uit' staat, betekent dit in totaal bij 30.000 schakelaars ( denk maar aan de bits van een computer ) een aantal combinatiemogelijkheden van: 2^30.000 ( twee tot de macht 30.000 ) ! Dit astronomische getal bedraagt ca 10^3090. Dus een 1 met meer dan 3000 nullen erachter. Hierbij verzinkt zelfs een 'GOOGLE' ( een 1 met 100 nullen ) in het niet.
Komtom genoeg mogelijkheden om iedere milliseconde uit iemands leven door te geven via de genen aan zijn en haar kinderen.
Uiteraard lijkt het ook nu weer te simpel om te stellen dat het erfelijkheidsgebeuren nu precies zus of zo verloopt, maar dit geeft al enigszins aan dat met het ontrafelen van het totale DNA van de mens de zaak niet stopt maar pas begint en misschien zijn we eigenlijk nog niet eens begonnen, wie weet?
Dat algemene gebeurtenissen in iemands leven doorgegeven kunnen worden aan ons nageslacht is op zich niet nieuw.
In allerlei godsdiensten is dit allang bekend!
Bijbel: erfzonde, kruisiging: 'zijn bloed komen over ons en onze kindren', etc. Weliswaar wordt daar vaak in intuitieve en/of symbolische termen overgesproken. Dus dat de wetenschap daar nu pas achter is, is rijkelijk laat. Maar we moeten maar denken, beter laat dan nooit.
Nieuw Carzeele Journaal ne 35/2007Beste mensen.
Het boek "Carzeele" Journaal n° 35 ( jaargang 2007 ) is in de maak.
Tegen 31 december 2006 moet het klaar zijn voor de druk !
Mensen die zich willen abonneren op 2007 - laat het A.U.B. tijdig weten, het bevat alle info van het voorbije jaar 2006.
wil je iets erin plaatsen, info, foto, enz.
op tijd doorsturen !
OudeVoor mensen die nog interesse hebben in de oude uitgegeven boekjes van Carzeele Journaal, ze zijn nog altijd te verkrijgen, zolang de voorraad strekt.
En dit vanaf n° 1 ( jaargang 1973 ) tot n° 34 ( jaargang 2006 )
In het stamboomboek zal er ook naar verwezen worden !


Dit is het proto type stamboomboek " CARZEELE "
Oproep naar iedereen - ( familie of bijna familie )