Een toemaatje
's Avonds wordt de grens gesloten tussen India en Pakistan !!!!!!!
De moeite om te zien hoe ze dat elke dag doen
klik op deze link:
Een toemaatje's Avonds wordt de grens gesloten tussen India en Pakistan !!!!!!!
De moeite om te zien hoe ze dat elke dag doen
klik op deze link:
Dag 15 Agra - Dehli
Zaterdag 12 februari is onze laatste dag in India. Morgen zitten we terug in de kou en moeten we weer zelf ons potje koken. Vandaag rijden we van het keizerlijke Agra naar de hoofdstad Delhi. In vergelijking met Delhi is Agra een propere stad maar als we uit Agra wegrijden langs een park zit iedereen met blote kont zijn grote boodschap te doen: met 3 op een rij of gewoon met het gezicht naar elkaar. Terwijl Nitesh vertelt over het leven van Ghandi komen we dichter bij Delhi; dat zie je aan de smog, de stoffige bomen,de krotten, het opgestapelde vuil en het pikzwarte water van de riolen.
Ghandi werd geboren in 1860, hij was geen uitblinker op school en huwde als hij 14 jaar was en ging daarna nog studeren in Engeland. Hij at nooit vlees en dronk geen alcohol. Hij werd adovcaat en één van de meest ontwikkelde mensen van zijn tijd, maar hij kreeg geen job. Dan ging hij naar Zuid-Afrika maar door de apartheid werd hij behandeld als een kleurling. Hij stichte er een vereniging voor Indiërs. In 1931 keerde hij terug naar India en hij was tegen de engelse bezetting. Ze gaven hem de titel mahatma: maha= grote, atma=ziel. In 1948 werd hij doodgeschoten omdat hij vond dat moslims ook het recht hadden om tussen de hindoes te leven.
In de buurt van de steenbakkerijen maken we een toiletstop en dan rijden we naar het beste restaurant van Delhi. Delhi is de 3de rijkste stad van India na Mombay en Bangalore. Omwille van de pollutie zijn er wel geen fabrieken in Delhi en rijden bussen en tuktuks op gas, maar de vele kleine vuurtjes met afval zorgen wel voor die slechte lucht. De moslims wonen in de oude stadswijken. We komen ook langs luxueuze hogescholen, wat het contrast met de armoede nog erger maakt..




Als we terugblikken op onze India reis dan kunnen wij enkel zeggen dat het land indruk op ons gemaakt heeft : grote contrasten rijkdom-armoede, een schat aan cultuur en zeer vriendelijke bevolking. You love it or you hate it, wel : we love it ! Of wij er nog ooit terugkomen weet ik niet, maar het was een onvergetelijke reis.
EINDE
Dag 14 - Agra
Vrijdag 11 februari is onze voorlaatste dag en Nitesh verschijnt in Indische klederdracht.

Vanavond is er ook nog een show over de Taj Mahal maar wij zien dat niet zitten. Er zijn 11 mensen van de groep die wel naar de show gingen en die mooi vonden.
Dag 13 - Naar Agra
Donderdag 10 februari. Vandaag gaan we op weg naar Agra. Met de open jeeps van het hotel worden we om half zeven ’s morgens naar het station gebracht. Het is erg koud en we maken dankbaar gebruik van de dekentjes die we krijgen. Om 7u15 stappen we op de trein. We zitten wel allemaal in dezelfde wagon maar wel zo’n beetje verspreid tussen de Indiërs. Wij hebben geluk we zitten naast elkaar en aan het raam. Een ander koppel van de groep had eerst onze plaatsen ingenomen maar heeft zonder problemen plaats geruimd Opeens laat Nitesh ‘Bart Kaëll’ horen en de ganse groep zingt mee met de armen in de lucht. We proesten het uit als Daniel zegt: “ze zullen denken dat wij een groep gehandicapten zijn, maar we gaan zeggen dat we hollanders zijn” Als we van de trein stappen wil Theo (een Nederlander) toch zijn eer redden en hij zegt dat wij belgen zijn, geen hollanders. Na een rit van 2 uur wacht de bus op ons in Bharatpur. Er is wel een brug over de sporen maar Nitesh doet zoals al de andere Indiers: hij loopt met ons over de sporen en dat valt niet goed mee. Naar beneden springen gaat nog wel maar aan de andere kant terug omhoog klimmen dat gaat al minder. Gelukkig zijn daar een paar sterke mannen van onze groep die me gezwind naar boven helpen.

In Farehpur Sikri bezoeken we eerst de moskee. Deze moskee heeft de hoogste toegangspoort van India (40 m hoog).
In het complex ontdekken we het paleis voor zijn hindoevrouw, zijn christen- en zijn moslimvrouw. Aan het grote binnenplein is een winter- en een zomerpaleis. Het zomerpaleis krijgt de koele wind van een nabijgelegen meer als verfrissing. Middenin staat een tempel. We ontdekken er stallingen voor de olifanten en een muziekpaviljoen tegenover het paleis vanwaaruit de mogolkeizer kan genieten van mooie muziek. En al is Akbar een analfabeet, toch heeft hij in zijn privé-paleis een bibliotheek waaruit zijn ministers dagelijks een of ander boek moeten voorlezen.
In zijn privé-audiëntiezaal ontdekken we binnenin twee verdiepingen, terwijl je aan de buitenkant slecht één verdieping kan ontdekken. Binnenin staat een centrale stenen zuil die eindigt op een kapiteel met 4 zijarmen. Daarop bevond zich de troon van Akbar. (akbar = groot).
Een andere ruimte is de openbare vergaderzaal waar de mogolkeizer met zijn volk spreekt. Hier wordt ook recht gesproken en worden criminelen ter dood veroordeeld. Ze worden op het plein voor de vergaderzaal door een olifant vertrappeld.

Om half drie komt dan het moment waar we zo naar uitgekeken hebben : we vertrekken naar de Taj Mahal. We mogen alleen ons fototoestel en een geldbeugel meenemen en er mag ook niet gefilmd worden. We worden grondig afgetast en krijgen allemaal een literfles water en oranje sokjes om over onze schoenen te trekken. We moeten nog een eindje lopen eer we onder een soort triomfboog doorlopen en dan komen we aan een poortgebouw in rode zandsteen met witmarmeren versieringen en koranteksten. We wachten nog even in de schaduw van een boom eer we naar binnen gaan. We bedingen anderhalf uur bezoektijd en er wordt ook afgesproken om een groepsfoto te laten maken. Als we door het poortgebouw zijn komt het wereldwonder in beeld, het is werkelijk prachtig ! We worden als het ware naar dat schitterende witmarmeren monument gezogen. Langs de vier tuinen = ( het paradijs zoals in de koran) en waterpartijen naderen we de Taj Mahal; het reusachtige grafmonument voor de uitverkorene van keizer Shah Jahan. Tweeentwintig jaar lang werkten 20000 arbeiders aan dit kunstwerk. Er waren 1600 olifanten nodig om het marmer aan te brengen van 500 km ver. De koepel is 70 m hoog en heeft een doormeter van 28 meter.
De vier minaretten die het centrale gebouw omringen, hellen een tikkeltje naar buiten, zodat ze bij een eventuele aardbeving niet op het mausoleum zouden vallen.
Voor het inlegwerk (in het witte marmer) zijn 27 verschillende soorten gesteenten en halfedelstenen gebruikt.
Links en rechts staan dezelfde poortgebouwen als waar we binnenkwamen.

Dag 12 - Ranthambore
Woensdag 9 februari rijden we naar Ranthambore. Tijdens de lange rit vertelt Nitesh over het het onderwijs in India. Tot de 12de eeuw kregen jongens en meisjes evenveel onderwijs. De meisjes huwden op 14 – 15 jaar, maar toen de moslims binnen vielen werden de meisjes thuisgehouden. De ouders waren bang dat er iets met hun dochters zou gebeuren nu er zoveel soldaten zonder vrouwen het land overspoelden en zo ontstond ook de burka als bescherming. Nu zijn er hier en daar nog vrouwen die de sari voor het gezicht trekken. Meestal is dat als bescherming voor de zon of omdat ze niet willen herkend worden. De britten kwamen in 1605 en ze voerden de strategie van verdeel en heers : ze lieten de Indiers vechten tegen elkaar en vanaf de 19de eeuw kreeg enkel wie engels sprak een job. Enkel rijke jongens konden nog studeren. Voor de hogere studies gingen ze naar Engeland. Toen India onafhankelijk werd in 1947 bestond het uit vele koninkrijken en 8 miljoen mensen zonder inkomen. Tot 1991 werden geen buitenlandse bedrijven toegelaten. En sinds de onafhankelijkheid werken ze met 5-jarenplannen. Nu kan ieder kind naar school, maar 22% kan nog altijd niet lezen of schrijven. In het zuiden is de bevolking beter opgeleid dan in Delhi en Rajastan. Hier zien ze veel kinderen als goedkope werkkrachten en ze vergeten dat die mondjes ook moeten gevoed worden. Om de kinderen toch naar school te krijgen wordt in de school een gratis maaltijd verstrekt. Ieder zou in uniform moeten naar school gaan maar als het niet anders gaat mag het ook zonder. Boeken en schrijfgerief vormen nog een probleem want 26% heeft een inkomen kleiner dan 2 dollar. Bedelen is een beroep dat soms meer opbrengt dan werken. In gans India is 6% ongeletterd en dat betekent: 60 miljoen mensen. Er zijn gewone scholen die lessen geven in hindi en engels, in de private scholen worden lessen gegeven in engels en de lokale taal. De beste scholen zijn de katholieke en daar wordt enkel engels gesproken. Maar goede scholen en goede ziekenhuizen zijn erg duur. Als schoolgeld betaal je in het middelbaar €200 per maand, boeken en extra lessen zijn niet inbegrepen. Vanaf 15 jaar moet je een laptop hebben en toch zijn er een overvloed aan kandidaten voor veel te weinig jobs. Nitesh moet 40 personen per maand gidsen om rond te komen. Als je het ongeluk hebt om naar het ziekenhuis te moeten, moet je eerst betalen om geholpen te worden. Negenenhalf procent van de Indiers zijn werkloos maar wie slechts 1,5 tot 2 dollar per dag verdient telt niet als werkloze. Er is een grote afgunst tussen de mensen, enkel door hun vaste geloof blijft het land draaien volgens Nitesh.
We rijden een bus voorbij en boven op het dak zijn jongeren eten aan’t klaarmaken. Ze kunnen zo soms 1000 km rijden zonder te betalen. Net voor de middag bezoeken we een lokaal schooltje. Er zijn zo’n 50 kindjes tot 10 jaar oud. Hier geven we alle stylo’s, ballen en alles wat we nog bijhebben. De onderwijzer laat alles heel vlug verdwijnen in zijn tas. De kleinsten zijn bang van die rare witte mensen die dan ook nog een liedje voor hun zingen “ik heb de zon zien zakken....” Nitesh vertaalt en dan draagt één van de kindjes een gedichtje voor.
Het is al 13 uur als we in ons hotel aankomen voor de lunch. De valiezen blijven in de bus die alvast verder rijdt want morgen gaan we een stuk met de trein om tijd te winnen (2 uur trein = 6 uur bus). We logeren in bungalows en ons bed is rijkelijk versierd met bloemblaadjes en groen. Rond half drie stappen we in 2 grote jeeps om in het wildpark op zoek te gaan naar tijgers. We zien antilopen, herten, apen, krokodillen en verschillende soorten vogels en pauwen maar geen tijgers.


Dag 11 - Jaipur
Dinsdag 8 februari. De ganse dag wordt besteed aan het bezichtigen van de stad Jaipur. We vertrekken om 7.30 uur en onze eerste halte is aan het Paleis der Winden : een mooie gevel in roze zandsteen. Het ontleent zijn naam aan de vele luchtige ramen (uitkijk voor de prinsesjes) Omdat we zo vroeg zijn hebben we ruim de gelegenheid om het beroemde gebouw uitgebreid te fotograferen.


Wanneer ik even uitrust op een bank op een binnenplein, krijg ik al vlug het gezelschap van een jonge Indiër. Hij is zeer benieuwd naar het leven bij ons en vraagt honderduit. Tenslotte zegt hij dat hij het een eer zou vinden om mij en mijn man in zijn stad rond te leiden. Ik voel er echter niets voor om de groep te verlaten en zeg hem dat we al alles gezien hebben in de stad. Hij blijft ons volgen tot wanneer we in de jeep zitten die ons terug naar de bus brengt. We maken nog een fotostop aan het meer met lakepalace en van daar hebben nog een goede zicht op de muren rond het Amber fort en het fort zelf. Dan brengen we een bezoek aan het astronomisch-astrologisch observatorium van Jantar Mantar waar ook alle zonnewijzers in marmer zijn.

Dag 10 - Deogarh - Jaipur
Maandag 7 februari. Vandaag gaat het vanuit Deogarh richting Jaipur. Om 8 uur rijden we met onze open jeeps het stadje uit naar de stelplaats van onze bus. Het stadje ontwaakt en er komt ons al een fanfare tegemoet. Het is een lange rit en we vorderen maar langzaam door de slechte wegen en de wegeniswerken.
Intussen vertelt Nitesh ons over het hindoeisme: het hindoeisme is een manier van leven. Goden zijn als onze heiligen, onze ziel is god of een bron van energie en licht. Als wij dood zijn heeft de ziel pijn en gaat ze weg naar een ander wezen. Alle wezens hebben een ziel of energie en energie kan niet vernietigd worden. Als een oude persoon sterft is het feest want de ziel is bevrijd van haar lijden en ze krijgt een jong lichaam. Mannen mogen nooit wenen en bij een overlijden alleen de vrouwen mogen dit ; de vrouwen mogen ook niet aanwezig zijn bij een crematie. Bij een overlijden zegt een priester wat er moet gebeuren. De oudste zoon moet zijn haar afscheren en voor de overledene wordt een bed gemaakt van bamboe. Alle juwelen worden van het lichaam afgedaan en dan wordt de dode gewassen met water van de Ganges en ingewreven met boter of olie en kamfer. De familieleden vragen vergiffenis aan de ziel en dan wordt het lichaam helemaal bedekt met hout en naar de crematieplaats gebracht door mannelijke familieleden. De oudste zoon of echtgenoot moet het vuur aansteken en iedereen moet toekijken. Als het hoofd terug zichtbaar wordt moet de zoon het doorprikken met bamboe en opnieuw overgieten met boter of olie. De volgende dag moet de zoon terug naar de crematieplaats gaan en de beenderen die resten wassen in melk en daarna naar de Ganges brengen. Thuis wordt niet gegeten zolang de zoon niet eet, hij mag ook niet naar buiten en moet eerst eten geven aan een koe.
Buren brengen eten gedurende 13 dagen. De 2de dag verschijnt de foto van de overledene in de krant en dan komt iedereen zijn deelneming betuigen. De 13de dag vertrekt de ziel en dan is het feest want dan is de ziel bevrijd van alle pijn. Kindjes jonger dan 5 jaar worden niet gecremeerd maar in een doek gewikkeld en in de Ganges geworpen.
Het Hindoeïsme kent drie belangrijke goden: Brahma, Vishnoe en Shiva
Brahma : de schepper - zit op een lotusbloem - heeft een gans als rijdier
Vishnoe: houdt het leven in stand – zit op een slang – heeft arend als rijdier
Shiva: vernietigt het kwade – god van landbouw en kosmische krachten – rijdier is stier + lingam.
Er zijn nog tal van ander goden, o.m. Lahksmi, hij is de god van voorspoed en geld.
Shiva brengt het water van de Ganges (dat ontspringt in de Himalaya) via zijn haardot naar de aarde.
Shiva’s vrouw is Parvati. Hun zoon is Ganesha (de god met de olifantenkop). Ganesha is de god van het geluk. Hij wordt voorgesteld met een rat.
Kali, een dochter van Shiva, is de god van de oorlog.
Hoe Ganesha aan zijn olifantenkop geraakt is??? Na de geboorte van Ganesha gaat vader Shiva zich ‘bezinnen’ in de vrije natuur. Na jaren keert hij terug, net op het ogenblik dat Parvati (zijn vrouw) zich wast. Ze heeft voor die gelegenheid haar zoontje Ganesha opgedragen voor de deur post te vatten zodat er niemand binnen kan. Ganesha verhindert dus zijn vader (Shiva) die na jaren weer naar het ouderlijk huis komt om binnen te gaan. (voor Ganesha is Shiva trouwens een onbekende, hij heeft zijn vader nog nooit gezien). Shiva wordt furieus omdat hem het huis ontzegt wordt en hij slaat met zijn drietand het hoofd van Ganesha af. Wanneer Parvati het onheil ontdekt is ze niet te troosten. Shiva belooft haar zijn goddelijk kracht te zullen gebruiken en van het eerste levende dier dat hij ontmoet de kop aan Ganesha te geven. Het toeval wil dat het eerste dier dat hij ontmoet, een olifant is. En zo geraakt Ganesha dus aan zijn olifantenkop
We komen erg laat aan het mooie hotel in Ajmer, daardoor worden we niet meer verwacht voor de lunch. Maar alles wordt spoedig in orde gebracht en we krijgen zelfs spaghetti, frietjes en ijs en gratis drank omdat we moesten wachten. Na de lunch gaat onze tocht verder naar Jaipur en ondertussen vertelt Nitesh over de 5000 jaar oude beschaving van India. Het decimaal systeem, algebra, meetkunde ... schaken alle basisbegrippen komen uit India. India heeft het meeste postkantoren, bij de spoorwegen werken 1,5 miljoen mensen. Ook de 1e vorm van medicatie en operatietechnieken waren er reeds 300 jaar voor Christus. Zesduizend jaar voor Christus kenden zij al iets van navigatie. Ze hadden ook de eerste universiteit en tot de Britten in de 17e eeuw kwamen was India het rijkste land van de wereld. Nu is India het grootste engelssprekende land ter wereld en het 2e grootste moslimland. De grootste moslimtempel heeft een inkomst van 6 miljoen per dag afkomstig van de verkoop van afgeschoren haar. India levert software voor meer dan 90 landen en het is de grootste filmmaker van de wereld en grootste leverancier van jute, melk en lenzen. Voor rijst, kandijsuiker, zijde en katoen komen ze op de 2e plaats maar ze zijn wel de grootste verbruiker van zijde; voor een sari wordt ongeveer 5 meter zijde of katoen gebruikt. De laatste kilometers naar Jaipur gaan erg vlot op een goede autostrade . Jaipur was de eerste geplande stad en het is een wet dat alle huizen roze moeten geverfd worden. De stad met zijn 3,5 miljoen inwoners is erg groot in oppervlakte. Het amber fort was het paleis van de oude hoofdstad waar de koning woonde met zijn 12 vrouwen en de muur rond amber city is 14 km lang.
We logeren in Mansingh hotel, midden in de stad. Onze kamer is op de 4e verdieping en we hebben uitzicht op de cité’s : we zien massa’s apen op de daken lopen, springen, vechten. Het hotel zelf is meer dan ok, maar de buurt …

Dag 9 - Naar Deogarh
Zondag 6 februari : vandaag gaat het richting Deogarh. Op weg daarheen houden we nog halt aan een dode Jain tempel. Als een tempel beschadigd wordt kan hij niet meer als dusdanig gebruikt worden en wordt er een andere in de omgeving gebouwd. Deze jain tempel van Nagda en Eklingji is zeer oud. Binnen is het nogal donker maar de buitenmuren staan vol beeldhouwwerk met erotische taferelen.


’s Avonds gebruiken we het diner op een groot dakterras op de 3e verdieping, vooraf kregen we nog een optreden met muziek en dans.
We horen ook muziek beneden in de stad en dat schijnt van een trouwfeest afkomstig te zijn. Theo was op het geluid afgegaan en tussen de bruiloftsgasten verzeild geraakt men vroeg hem mee binnen, maar uiteindelijk ontstond daarover een discussie onder de gasten , Theo vertrouwde het niet meer en is er vlug vanonder gemuisd.
Dag 8 - Udaipur
Zaterdag 5 februari , we blijven de ganse dag in Udaipur, de meest romantische stad van Rajastan zegt men. De groep gaat op bezoek in de stad, maar er valt heel veel te stappen en ik blijf in de bus. Ik heb mijn boek bij en ben van plan nog wat te lezen, maar opnieuw komt daar niets van in huis. De chauffeur vraagt : You want thee or coffee ? Ik vraag koffie. Er komt een jonge Indier langs de bus, de chauffeur praat wat met hem en na een tijdje komt die jongen terug met een plastiekzakje gevuld met bruine vloeistof. Er wordt een hoekje van het zakje geknipt en de inhoud in twee kartonnen bekertjes en een glas gegoten ; het glas is voor mij. Het is echt lekker, en ik vraag of dit koffie met melk en suiker is, maar krijg het antwoord : thee, only thee. Op mijn beurt trakteer ik hen met koekjes die ik nog meehad van thuis (in de onterechte veronderstelling dat het eten niet zou meevallen) en zoals de chauffeur smakt en smakt, dat heb ik nog nooit gehoord. Dat waarschijnlijk om te bevestigen dat hij ze lekker vind. De busboy tracht een gesprekje met me aan te knopen, maar kent maar een tiental woorden engels, dus dat lukt niet zo goed. Hij wilt me iets duidelijk maken in het hindu, en herhaalt maar en herhaalt, maar zelfs al zou hij dat nog honderd keer herhalen, ik kan hem niet verstaan. Dan komt de ene chauffeur na de andere op de bus een praatje maken met onze chauffeur, en ook een busboy van een andere bus die gelukkig wel redelijk goed engels spreekt. En dat is dan de tolk tussen onze busboy en mezelf. Later heb ik nog op verscheidene stopplaatsen die jongen teruggezien, en hij keek steeds naar me uit als onze bus eraan kwam.
De andere leden van de groep bezoeken intussen de Jagdish tempel, gebouwd uit graniet en zandsteen en daarna het City Palace, een heel groot maar sierlijk gebouw met binnenplaatsen op verscheidene verdiepingen. Op de vierde verdieping van het paleis staan dikke bomen. Een wonder??? Eigenlijk niet. Het paleis is namelijk rond een rots gebouwd en de top van de rots komt op het niveau van de vierde verdieping. Vandaar dat hier een stel machtige bomen de binnentuin sieren. Op het binnenplein vinden we ook prachtige pauwen (de nationale vogel van India) vervaardigd in kleurrijk glasmozaïek.

Vanuit het paleis heb je een mooi zicht op het Piccholameer met het Lake Palace en omringende bergen
Na de lunch kan ik me terug aansluiten bij de groep en bezoeken we de tuin van de koningin, een mooie tuin met veel groen en bloemen.
Dag 7 - Naar Udaipur
Vrijdag 4 februari Vandaag gaat het van Jodhpur naar Udaipur (300 km), het meer vruchtbare gedeelte van Rajastan. Daarvoor verlaten we de Tharwoestijn en moeten we over het Aravelligebergte. Na het ontbijt nog een wandeling gemaakt in het mooie park van de maharadja. Voor we terug de bus opgaan bezoeken we nog de paardenstallen en de manège met Marwari paarden.
We vervolgen onze weg en plots stopt de bus, hier is iets speciaal te zien volgens Nitesch : een motortempel. We zien binnen een metalen omheining een altaar en een motor. Mannen gaan rond de motor en versieren die met de bloemenkransen. Voor het altaar houden ze hun handen boven een schaal met vuur en maken een soort kruisteken. Ook onze Nitesch doet hieraan mee. Waarom deze tempel ? Op deze plaats vond een motorongeluk plaats, de motor werd meegenomen naar het politiebureel en is op onverklaarbare wijze tot driemaal toe op eigen kracht teruggekeerd naar de plaats van het ongeval.
We bezoeken in een dorpje onderweg ook nog een plaatselijke tempel van Shiva, waar juist een koppel vergezeld van de ganse familie, de zegen van Shiva komt afsmeken . De vrouw volgt de man aan een soort sjaal, en ze gaan een aantal keren rond de beeltenis van Shiva ; ook hun kindje is erbij. We volgen een tijdje de ceremonie en we krijgen ook een geel puntje op ons voorhoofd gezet ; dat is met sandelhout en zou de concentratie verhogen. Als we doorgaan komt er reeds een volgende stoet aan.
We nemen de lunch in een mooi domein op een koel overdekt terras ; we mogen zelfs proberen om zelf ons brood te bakken. Enkelen proberen het, maar het resultaat is niet zo denderend op zijn zachtst gezegd. Eekhoorntjes lopen vliegensvlug tussen de tafels om kruimeltjes te eten. Ze zijn absoluut niet schuw en komen heel dichtbij.
Onze volgende halte is de enorme witmarmeren Jain tempel van Ranakpur met vier grote beelden van de profeten die gericht staan naar de vier windstreken. Deze beelden mag je niet fotograferen. Jaïnisme is net als het Boeddhisme geen godsdienst. De stichter Jaïn kwam uit de tweede kaste (krijgers) en revolteerde tegen de Brahmanen (en hun misbruiken). Hij predikte de filosofie van de totale onthechting. De volgelingen leven zeer ascetisch; het zijn ook vegetariërs en ze hebben respect voor elke vorm van leven. Meestal behoren ze tot de kaste van de handelaars.
Volgens Jaïn moet de ziel bevrijd worden uit het aardse lichaam. En vermits elk levend wezen een ziel heeft, doden de jaïns geen enkele plant of dier.
De tempel heeft 1444 zuilen met prachtig verfijnd beeldhouwwerk in wit marmer. De zuilen zijn allemaal verschillend en omdat een mens onvolmaakt is, heeft men in het bouwwerk ook 1 zuil bewust een beetje schuin geplaatst want de mens en de menselijke realisaties zijn steeds onvolmaakt.
Twee leeuwen bewaken de hoofdingang van dit complex dat dateert uit de 15de eeuw. Het is momenteel staatseigendom.
Buiten de tempel op de parking van de bussen, zit een ganse kolonie grijze aapjes. Nitesch heeft eten bij en geeft een nummertje apendressuur ten beste. Een aap is echter te enthousiast en krabt Nitesch in het gezicht. De busboy jaagt de apen weg met een dikke stok, en ’s anderendaags gaat Nitesch toch voor alle zekerheid een tetanusinspuiting halen.
Dan rijden we door de Aravali bergketen tussen heerlijk groene dalen en rijstvelden. We stoppen ergens midden de velden waar men bezig is water op te pompen voor de bevloeiïng van de velden. Dit gebeurt met de watermolen, aangedreven door twee waterbuffels die eindeloos rondjes draaien om het rad met de emmertjes in beweging te brengen. Het water wordt langs greppels verder geleid naar het akkertje en daar moet de vrouw met de hak de greppels verder trekken over het land. Het is primitief, maar het werkt.
Al gauw worden we omringd door kindjes die komen vragen naar snoepjes, stylo’s balonnen, zeepjes, shampoo. We geven al les wat we momenteel bijhebben en worden enthousiast nagezwaaid als we terug vertrekken.

Dag 6 - Naar Jodhpur
Donderdag 3 februari : vandaag gaan we dwars door de woestijn richting Jodhpur. Het is een lange rit en intussen vertelt Nitesch over de goden Ganesh (met de olifantenkop), Shiva en Krisna. Hij vertelt ook hoe het eraan toe gaan bij de huwelijken, of beter wat eraan voorafgaat. Als een jongeman 24 jaar is, vraagt zijn moeder of hij klaar is om te trouwen. Hij kan nog zeggen van niet, en dit uitstellen tot max. 30 jaar. Ben je aan 30 jaar nog niet getrouwd, dan krijg je een slechte naam. Zijn moeder zal het echter wel telkens opnieuw vragen en als hij bevestigend antwoordt, dan schiet zijn moeder in gang (en is je leven voorbij, aldus Nitesch). Moeder vertelt het door aan haar vriendinnen en die op haar beurt aan haar vriendinnen, en allen gaan op zoek naar een geschikte bruid. Die moet niet alleen tot dezelfde kaste behoren, maar ook het sterrenbeeld moet passen. De foto’s van mogelijk aanstaande bruiden stromen binnen. De ouders doen al een voorselectie, en dan mag de jongen enkele meisjes uitkiezen met wie hij zou willen kennismaken. Intussen is van hem reeds een reeks foto’s gemaakt door en beroepsfotograaf, en een CV opgesteld en rondgestuurd. Dan komt de dag van de kennismaking met de mogelijke bruid. Er wordt een auto gehuurd, liefst zo groot mogelijk, en het gezin en een goede vriend van de jongen rijden naar het huis van het meisje. Daar aangekomen zien ze de ganse familie en vrienden, maar niet het meisje. Eerst wordt de jongen nog ondervraagd : Wat is uw beroep, hoeveel verdien je, drink je (antwoord : enkel melk, ik verafschuw alcohol ), heb je al een vriendinnetje gehad (oh neen, ben veel te verlegen) Mag je vrouw uit werken gaan (als zij dat wil). Dan komt het meisje binnen met de thee en gewoonlijk is ze niet zo knap als op de foto. Dan is het de beurt aan zijn moeder om te gaan ondervragen, vb : kan je koken ? en dan wordt naar een recept gevraagd. Er zijn meisjes (o.a. de zus van Nitesch) die een gans kookboek van buiten leren. Dan mogen de jongen en het meisje kennis maken met elkaar in een andere kamer, maar niet alleen, de beste vriend en vriendin zijn erbij. Ze praten wat vb heb jij al een vriendje/vriendinnetje gehad : natuurlijk maar mijn ouders mogen dat niet weten, enz... Als het gesprek meevalt en de jongen en het meisje komen buiten dan wordt er gejuicht : we hebben een verloving. Ze hebben namelijk aan de deur alles staan afluisteren. Alle verdere contact verloopt per telefoon, en liefde komt wel als je getrouwd bent, redeneren ze. Het huwelijks feest duurt 3 dagen en vijfhonderd genodigden is niet ongewoon. Er zijn minstens 25 gerechten en 20 desserts. Alles is op kosten van de ouders van de bruid en vanaf de geboorte van een dochter beginnen de ouders te sparen voor het huwelijksfeest.
Intussen zijn we al een eind gevorderd me onze bus. De streek wordt meer heuvelachtig en groener ; de afsluitingen zijn gemaakt van lange stukken natuursteen ; we zien ook grote steengroeven langs de weg. Tegen lunchtijd komen we aan in ons hotel Bal Samand Palace in Jodhpur. We logeren er in de gerestaureerde paardenstallen van de koning, iets speciaal. We hebben er alle comfort, zelfs een badkamer in marmer, bij elke kamer een privé zonneterras, en voor onze kamer een uitgestrekt park waar het krioelt van de eekhoorntjes. Hier zouden wij wel een paar dagen willen vertoeven.
Van hieruit hebben we een mooi uitzicht op de stad, de blauwe stad genoemd omdat de huizen blauw geschilderd zijn voor de frisheid en om de muskieten weg te houden.
Mijn man bezoekt wel het fort en heeft mooie foto’s kunnen maken en brengt verslag uit: De burcht is een 16de eeuws bouwwerk met zeer verfijnde gevels (een stenen kantwerkje) bovenop een heuvel. Het geheel is omgeven door een 20 meter hoge stadsmuur. In de paleizen is een museum ondergebracht met een erg fraaie collectie die aan de tijd van de rajpoeten en de maharadja’s moet herinneren. Op een witmarmeren troon buiten de paleisgebouwen, zijn alle Maharadja’s van Jogdpur tot koning gekroond.Merkwaardigheden in het museum zijn o.m.
- de draagkoetsen (gesloten voor de koningin, open voor de Maharadja)
- de olifantenzitjes, vaak versierd met leeuwen, symbool voor de macht. (leeuw = Singh - de rajpoeten krijgen steeds ‘Singh’ als bijvoegsel bij hun naam)
- de prinsen en prinsessenwiegjes;
- de troonzaal met prachtig versierd plafond;
- de audiëntiezaal waar de koning met zijn ministers beraadslaagt. De vrouwen van de maharadja zitten achter een stenen ‘netwerk’-venster en kunnen zo alles meevolgen en eventueel raad geven;
Dag 5 - Jaisalmer
Woensdag 2 februari : Jaisalmer. Na een goede nachtrust vertrekken we reeds om 8 uur naar de burcht, eigenlijk de oude omwalde stad met een vestingmuur van 5 km.
Jaisalmer is reeds in de 11de eeuw een belangrijke stad en in de 15de – 16de eeuw een rustpunt voor handelskaravanen op weg naar Afrika. Ze passeerden hier met opium, zijde, indigo, goud en kruiden.
Nu leeft de stad hoofdzakelijk van toeristen beladen met dollars en euro’s.
Om de citadel bovenop de heuvel te breiken moet je door een complex toegangssysteem. Er zijn 5 opeenvolgende poorten waarlangs met moet passeren om het centrum van de oude stad te bereiken. De klimmende weg die langs de poorten leidt, kronkelt zodanig dat bij de eerste poort, de tweede nog niet in zicht in enz.
Rondom de citadel staat een zware vestingmuur met 99 bastions die de inwoners moesten beschermen tegen vreemde ongewenste ‘bezoekers’.
Het centrum herbergt prachtige paleizen en tempels. Het paleis van de maharadja is een verfijnd geel-stenen kantwerk. Er vlak tegenover bevindt zich het paleis van de koningin.
Tot in de 18de eeuw zijn deze paleizen bewoond. Naast het koninklijk paleis staat de witmarmeren troon van de maharadja. Van daaruit spreekt de koning, via zijn ministers met het volk.
We lopen soms door heel smalle straatjes en zien er mooi versierde gevels en koopmanshuizen en bezoeken een prachtige Jain tempel.
Na de lunch in het hotel zijn we enkele uren vrij, die brengen we door aan het mooie zwembad. Daarna staat er een bezoek aan een woestijndorp en een kamelenrit op het programma. We komen aan in het dorp en stappen uit de bus : een hoop scheldende kinderen komt op ons af, sommige met stenen in de hand, we zijn er duidelijk niet welkom. Nitesch spreekt er met een volwassen bewoner en verzoekt ons daarna opnieuw op de bus te stappen. Nu blijkt dat de bewoners slechte ervaringen hadden met toeristen . Een vroegere bezoeker beweerde dat zijn camera gestolen was en de politie was er zelfs aan te pas gekomen. Achteraf had hij wel zijn camera teruggevonden tussen de zitting van de zetels in de bus. Geen dorpsbezoek dan en rechtstreeks door naar de plaats voor de kamelenrit : de mooie duinen van Sam. Ik beslis samen met Roza om niet mee te gaan op de kamelen (om mijn knie te sparen) en we blijven terplaatse met een drankje genieten van de warme avondzon. De anderen die wel de kamelentocht meemaakten, konden nog genieten van een optreden van danseressen in de woestijn, in afwachting van de zonsondergang.
Onze gids had ons al de hele dag een verrassing beloofd, en ondanks al onze lepe pogingen hadden wij ze niet kunnen ontfutselen. En nu was het al donker en keerden we terug naar ons hotel en we hadden nog geen verrassing gekregen. Dan ging echter de bus van de hoofdweg af, een smal wegje op diep in de woestijn, en mochten we uitstappen. Niets te zien, waar was de verrassing ? We werden getracteerd op cola en rhum en een knabbeltje erbij, en konden genieten van de mooiste sterrenhemel die je maar kan indenken. Nergens enige verlichting die hinderlijk kon zijn. De rhum en cola vloeiden rijkelijk en er kwamen steeds maar sterren bij, in het echt of in onze verbeelding, dat laat ik in het midden. Als Nitesh zijn gsm naar de hemel richt, dan komen de namen van de sterren op het scherm. De technologie staat voor niets, ook in India ! Op de terugtocht naar het hotel was er ambiance in de bus, er werd gezongen, het ganse vlaamse repertoire ging er door, en ‘zeil je voor het eerst…’, stond zelfs op de gsm van onze indische gids, er werd gedanst in de middengang en achterin de bus. Wat een toffe groep hadden we toch getroffen !
Dag 4 - Naar Jaisalmer
Dinsdag 1 februari gaat het richting Jaisalmer, er wacht ons dus een zeer lange rit. Jaisalmer is de meest westelijk gelegen Indiase stad op zo'n 70 km van de Pakistaanse grens. Vanhieruit is geen telefoonverkeer met het buitenland meer mogelijk, noch met de vaste lijn noch met de gsm. Een mailtje of smsje versturen lukt ook niet.
Onze gids Nitesch is verkouden en de busboy gaat in een apotheek onderweg medicatie halen. De apotheek is een onooglijk winkeltje tussen alle andere en zou ons echt niet opvallen. We stoppen nog eens aan een meer waar honderden kraanvogels neerstrijken. Van zodra we uit de bus stappen worden we vergezeld door een horde kinderen die komen bedelen. We zien een schooltje in de onmiddellijke nabijheid, dus ze moesten niet van ver komen.
Onderweg lunchen we in de tuin van een restaurant/souvenirshop , in de schaduw van de bomen. En het is pas 1 februari ! We zitten aan 2 tafels en het eten is bijzonder lekker, er staan zelfs frietjes bij het buffet.
Dan komen we aan in ons hotel : Rang Mahal 5* ! (Rang = kleuren, Mahal = paleis). Het is een prachtig hotel, we hebben zelfs twee flatscreen TV’s : een grote op de kamer en een kleinere in de badkamer. Tv kijken vanop het toilet of van in het ligbad, nog niet meegemaakt. Alles is grote luxe in dit hotel tot de toiletten toe : van vloer tot plafond in mooie witte marmer en indirecte verlichting.
Dag 3 : Mandawi - Bikaner
Maandag 31 januari maken we kennis met onze sympathieke gids Nitesh, die ons verder de ganse reis zal vergezellen. Hij was de eerste dag niet vrij en werd daarom voor een dagje vervangen door Manu. We zien direct dat Nitesch uit ander hout gesneden is dan Manu, veel jovialer en grappiger. Het weer is al veel beter dan toen we in Dehli waren, ’s morgens is het niet meer zo koud. Om 8.30 uur vertrekken we van Mandawa in de staat Shekavati richting Bikaner in de staat Rajastan. Rajastan is qua grootte te vergelijken met Duitsland, het is de grootste van de 28 deelstaten van India, en het land van de koningen met ontelbare paleizen . De belangrijkste bron van inkomsten is de landbouw (suikerriet, gierst), voor 90 % van de bevolking. Verder is er nog natuursteenindustrie en glasindustrie.
Onderweg leert Nitesh ons hoe we moeten groeten : Namasté ; hoe we kunnen laten weten dat we het toilet zoeken : pink omhoog is kleine boodschap, pink + ringvinger is grote boodschap. Drie vingers : het is dringend. Omstreeks 13.00 uur komen we aan in ons hotel Heritage Resort. We worden ontvangen met een bloemenkrans en een drankje en we verblijven in mooie dubbele bungalows tussen het groen en de bloemen. In de namiddag bezoeken we het Junagarh Fort met verschillende sierlijke gebouwen en prachtige paleizen. Er zijn drie binnenkoeren, de laatste diende voor privé gebruik van de maharadja. De toegangsdeur hier is van zilver, waarvoor er 65 kg nodig was. We zagen ook een muurdecoratie van delfts blauw, de originele tekening zoals de maharadja zag in Nederland, hebben ze echter niet kunnen reconstrueren, zodat niet duidelijk is wat er voorgesteld wordt. Er zijn zalen met marmer en roze zandsteen en er werd veel goud gebruikt als decoratie, ook spiegeltjes die op het eerste zicht wel edelstenen lijken.
Op het internet circuleren diverse korte filmpjes over deze tempel. Hier bv eentje van National Geographic : http://www.youtube.com/watch?v=MsnAtVybZ84&feature=related.
Hoe het hier zover gekomen is dat mensen ratten vereren, berust op de volgende legende: Op zekere dag komt Karnimata, een vrouw die wonderen kon verrichten, de hulp inroepen van Jama, de god van de dood om een meisje dat reeds overleden is, weer tot leven te wekken. Jama zegt haar echter dat ze daarvoor te laat komt omdat het meisje al gereïncarneerd is. Karnimata is over dit antwoord zo ontstemd dat ze haar 1400 kasteleden niet meer in de handen wil geven van Jama. Om aan Jama’s invloed te ontsnappen, verandert ze haar volgelingen in ‘heilige’ ratten. Tot op de dag van vandaag huppelen hun ‘nakomelingen’ nog steeds onbezorgd rond bij de tempel van Deshnoke, de tempel van Karnimata. Je vindt haar beeltenis in het binnenste van de tempel. Duizenden bedevaarders komen haar (en de ratten) eren.
Dat dit stadje, dat vergeven zit van de ratten, ten tijde van de pest ontsnapte aan deze epidemie, is voor velen nog steeds een wonder.
Dag 2 : Dehli - Mandala
De volgende dag, zondag 30 januari 2011, begint onze rondreis. We hebben gelukkig een andere en moderne bus. We zijn met 27, en onze reisgenoten zijn allen stipte en aangename mensen. Velen van onze leeftijd, ook een paar jongere koppels. Onze reisleiding bestaat uit Daniël uit Leuven die al vanuit Zaventem met ons mee is, onze Indische gids voor één dag Manu, onze buschauffeur en de busboy. Deze laatste zorgt voor fris water, schoonmaak van de bus en is steeds behulpzaam bij het in- en uitstappen van de bus. We rijden van ons hotel uit, terug langs diezelfde slechte stoffige weg en doen onze eerste indruk op van India bij klaarlichte dag. Chaos, files, lawaai, we moeten er nog aan wennen. We weten niet waar eerst gekeken. Bijna iedereen, voetganger, fietser of chauffeur is gewikkeld in een bruinachtige deken. Het is nog vroeg in de morgen, mistig en nog koud. Overdag wordt het wel al tussen de 25 en de 31 graden . Overal langs de weg zitten mensen rond vuurtjes die ze maken met allerlei afval, daarom dat er ook overal een rookgeur hangt. We zitten middenin het drukke verkeer : roestige maar zeer mooi versierde vrachtwagens, fietsers, roekeloze tuctucs, bromfietsen met gans het gezin erop ( je ziet er zelden 1 of 2 personen op een bromfiets ) kamelen, magere paarden en ossen die overbeladen karren trekken, en daartussen loslopende koeien, varkens en honden. Veel mensen zwaaien naar de bus , ze zijn er wel blij met de toeristen. Als je een andere wagen wil voorbijsteken dan toeter je gewoon – dat staat ook op iedere vrachtwagen : horn-blow please - ook in de verkeerde rijrichting rijden is er heel gewoon. Ongelooflijk dat er niet meer ongelukken gebeuren.
>
Na een tijdje zijn we buiten de stad en komen we in een streek die al wat groener is en zie je velden vol gele bloemen, het lijkt op koolzaadbloemen, waarschijnlijk voedsel voor het vee. We zien vele vrouwen in bonte sari’s die koeienvlaaien verzamelen, deze mengen met geknipt stro en er in een schaal een mooi rond model aan geven. Deze platte vlaaien worden dan te drogen gelegd op muurtjes of hagen, en daarna kunstig opgestapeld. Dat dient dan als brandstof om hun potje te koken.
Als onze bus ergens stopt voor een overweg of verkeerslichten, worden we overstelpt door bedelende kinderen en volwassenen. Op aanraden van onze reisleider geven we ze geen geld, maar wel stylo’s, shampoo of zeepjes uit de hotels, of ballonnen, daar zijn ze zeer blij mee. Tijdens de weekdagen vroegen wij aan de kinderen die kwamen bedelen of ze dan niet naar school moesten. Altijd was hun antwoord : no school, no papa ! De gids legt ons uit waarom het verkeerd is om geld te geven aan de kinderen : als ze dagelijks met geld thuiskomen, dan worden ze zeker niet naar school gestuurd, en degelijk onderwijs is de enige mogelijkheid om uit de armoede te geraken.
Vandaag is ons eindpunt Mandawa, dat is gelegen op zo’n 300 km van Dehli en we doen er ongeveer 6 uur over om er te geraken. De weg is immers zeer slecht en we krijgen een lekke band. Dit geeft ons de gelegenheid om een van de vele steenbakkerijen te bezoeken terwijl de band vervangen wordt. Alles gebeurt hier nog met handenarbeid en het zijn meestal de vrouwen die het zware werk doen. De werknemers worden per steen betaald en laten zich aan ons bezoek niet veel gelegen maar doen ijverig verder. Alhoewel zaterdag en zondag rustdagen zijn, wordt er ook dan hard gewerkt, anders verdien je niets. Het valt ons steeds op dat op bouwwerven, bij wegenwerken, enz. het steeds de vrouwen zijn die zwaar werk doen, gehuld in mooie sari’s. Een hoop bouwmaterialen of zand wordt verplaatst met een soort waskom die ze op hun hoofd dragen. Alles is er zeer arbeidsintensief. De mannen liggen langs de weg op een soort tweepersoonsbed - een frame met daartussen zware elastieken geweven - in groepjes te keuvelen of te kaarten. Nooit zie je een vrouw die niets aan het doen is. In de hotels zie je enkel aan de receptie vrouwelijk personeel, we hebben geen enkel kamermeisje gehad op gans onze reis, de kamer werd steeds gepoetst door mannen.
In de namiddag komen we aan in ons hotel. We logeren in Mandawa Castle, dit is gedeeltelijk hotel en gedeeltelijk nog bewoond door de maharadja. Een maharadja is een koning, die heeft momenteel geen macht meer , maar is wel nog schatrijk. We logeren in mooie ruime kamers met vele nissen en insprongen, en we slapen heerlijk in een hemelbed.

Het begin
Reisverslag India Rajastan januari - februari 2011.
In 2010 deden wij met reisbureau De Blauwe Vogel een rondreis in Thailand. Deze reis was ons zo goed bevallen dat wij hun aanbiedingen bleven volgen. Toen India-Rajastan op hun programma stond, gingen wij gewoon eens luisteren naar de voorstelling van de reis, niet met het idee om te boeken, maar we waren meteen verkocht. Een week later – in juli 2010 - hadden wij al beslist en geboekt voor de rondreis van 29 januari tot 13 februari 2011, want de afreis voor november 2010 was intussen reeds volzet. De rondreis werd georganiseerd door Imagine (opgericht door medewerkers van Escape).

In de tijd tussen het vastleggen van de reis en het vertrek, hoorden wij nogal wat negatieve berichten over India : het is er erg vuil, iedere toerist krijgt diarree of nog erger, enz. Wij beklaagden het ons al een beetje dat wij de reis vastgelegd hadden maar hoopten op het beste. Inmiddels hadden wij al een ganse voorraad ontsmettingsmiddelen en medicatie bijeengeraapt om op alles voorzien te zijn. Vooral veel ontsmettende gel voor de handen, om die meermaals daags te gebruiken. (Uiteindelijk hebben we die maar een paar keer gebruikt).
En eindelijk kwam 29 januari eraan. Met een uur vertraging konden wij opstijgen. Het vliegtuig van Jet Airways kwam al van Toronto en moest eerst nog ijsvrij gemaakt worden en er was ook een probleem met de bagage. Na een vlucht van ongeveer 8 uur landden wij in Dehli, een zeer moderne en grote luchthaven. Daar bleek dat de koffer van Marc, een van onze reisgenoten niet mee was. Met de aangifte en het wachten erbij waren wij al vlug een paar uurtjes kwijt ; op weg naar onze bus waren wij dan nog in de drukte een koppel kwijtgeraakt, maar die vonden wij toch al gauw terug. Bij het buitenkomen van de luchthaven viel al direct de enorme mensenmassa op en de luchtvervuiling. Het was nog even stappen naar de bus en die viel wel wat tegen. Het was een tamelijk oud geval, met heel hoge treden. Bij het opstappen krijg ik een hevige pijnscheut in de knie, en die knie heeft me voor de rest van de reis wel wat ongemak bezorgd. Sedert enkele weken zat er een ontsteking op de knie, maar de orthopedist had er de dag voor de afreis nog een inspuiting in gegeven, en een stevig knieverband meegegeven voor als er veel te stappen viel, en had me ook gezegd dat ik gerust de reis zou kunnen meemaken. Met behulp van pijnstillers en mijn verband heb ik toch nog kunnen genieten van de reis, maar heb bepaalde zaken moeten overslaan en de pijn is nooit volledig overgegaan. Met de bus van de luchthaven naar ons eerste hotel dus, even buiten Dehli gelegen en langs een heel slechte weg. Als we daar aankomen is het al na 2.00 uur plaatselijke tijd, en om 5.30 uur moeten wij er al terug uit, dus het wordt maar een heel korte nacht.