SPINNENWEBS

Spinnen vliegen niet.
Ze kruipen bomen en struiken in en laten 's nachts lange,
kleverige draden op de wind dansen, in de hoop en de
verwachting dat enkele van die draden blijven kleven in
een boom of struik die even verderop staat.
Zodra dit is gebeurd, kan de spin de draad strak spannen,
er overheen lopen en er uiteindelijk een stevig web aanhangen.
Als de wind goed is , dus van paal naar paal waait en niet
te hard is, willen spinnen nog wel eens gaan
bungee-jumpen. Dit betekent dat ze een stevige draad maken
deze vastlijmen aan een takje of een paal, en zich dan loslaten,
zodat de wind ze meevoert naar de andere boom of paal.
Daar aangekomen maken ze de draad vast.
Als ze terug moeten, lopen ze gewoon terug over de draad.
Jonge spinnetjes die net uit het ei gekropen zijn, laten zich
ook zonder draad meevoeren door de wind.
Zo komen ze vaak enkele kilometers verderop terecht.
















