Prozagedicht
Zijn het de dagen van geluk die ik in vraag stel nu alleen schemer resteert en de nachtop mijn schouders weegt?
Ik ken vervlogen dagen als rook die van het offeraltaar opstijgt en verkringelt naar oneindigheid terwijl ik kijk over een dal dat rondomrond in horizonten past.
Ik zoek een uitweg voor mijn binnenmuren die ik niet slopen kan.Ik hoop op lont om het vuur aan te leggen zodat mijn grondvesten daveren op mijn zoektocht het licht te vinden.Het is meer dan een dat.Het is een boetetocht op blote voeten zoals een beklimming van een Himalayatop.
Waar al \'s morgens vroeg de dragers klaar staan voor de quasi loodrechte beklimming langs een enge rand met de hoogte als meester boven je lijf.
Klop ik mezelf op de borst,een schuldbekentenis omdat ik het zo aangeleerd ben.In mij lacht eengroene duivel die me aanzet tot revolte.Wees toch zo chagrijnerig niet en grijp het leven bij zijn klauwen.
Ingrid Lenaerts

